RaboResearch - Economisch Onderzoek

Opgesteld in kader van studie toekomstscenario's voor Europa, 9 februari 2017

Afwikkelfonds
Het afwikkelfonds, ook wel aangeduid als resolutie- of saneringsfonds (Single Resolution Mechanism), is de laatste pijler van een Europese bankenunie. Dit fonds moet voorkomen dat de belastingbetaler voortaan opdraait voor wanbeleid bij banken. Het wordt in de loop der tijd gevuld vanuit de nationale lidstaten, die ieder een eigen nationaal ‘compartiment’ vullen. Na tien jaar moeten die nationale compartimenten samensmelten tot één Europees afwikkelfonds. Dit laatste is dus nog niet gebeurd.

Asymmetrische schokken
Hiermee wordt gedoeld op het verschijnsel dat een economische schok, zoals een sterke verandering in energie- of grondstofprijzen, of een grote verandering in de wisselkoers het ene deel van een valutagebied anders raakt dan het andere. Zo heeft een snelle stijging van de olieprijs in Texas en Alaska een positief, maar in California een negatief effect.

Bail-in
De kapitaalpositie van een bank verbeteren/ een bank behoeden voor faillissement door vreemd vermogen (schuld) af te schrijven, waardoor crediteuren van de bank een verlies moeten nemen. Spaargeld is hier overigens voor het grootste deel van uitgezonderd omdat het tot een bedrag van honderdduizend euro per spaarder is gedekt door het depositogarantiestelsel.

Bail-out
Het versterken van het eigen vermogen van een bank en/of een bank behoeden voor faillissement door overheidsgeld te injecteren in de bank en/of deze te nationaliseren.

Bankenunie
De bankenunie bestaat, als deze is voltooid, uit drie onderdelen:

  • Een Europese toezichthouder voor de Europese banken. Het toezicht is daarbij belegd bij de ECB, die sinds 2014 vooralsnog enkel toezicht houdt op de grootste Europese banken
  • Een gezamenlijke Europese aanpak van wankele banken en een steunfonds (zie ‘afwikkelfonds’) om in nood verkerende banken bij te staan. Dit fonds is nog niet voltooid.
  • Een gezamenlijk Europees depositogarantiestelsel voor spaarders. Ook dit is er nog niet.

Benelux
Een in 1944 opgericht samenwerkingsverband van België, Nederland en Luxemburg. Aanvankelijk alleen een douane-unie, later ook een economische unie. Kan in veel opzichten als een voorloper van de Europese Unie worden beschouwd.

Betalingsbalans
Op de betalingsbalans (balance of payments) worden alle financiële transacties van een land met het buitenland vastgelegd. Er is een onderscheid tussen het lopende verkeer, dat de handel in goederen, diensten, transfers (zoals door buitenlandse werknemers overgeboekte inkomens) en kapitaalinkomsten (rente, dividend) omvat en het financiële verkeer (grensoverschrijdende investeringen en beleggingen). Zie ook lopende rekening.

Conditionele Eurobonds
Dit zijn Eurobonds (zie verderop) waar voorwaarden aan verbonden zijn die ervoor moeten zorgen dat de deelnemende landen een goed begrotingsbeleid (blijven) voeren.

Depositogarantiestelsel
Het Depositogarantiestelsel (DGS) is een garantieregeling voor de rekeninghouders van een bank. Als een bank failliet gaat, garandeert het banktegoeden (deposito's) tot maximaal EUR 100.000 per klant. De garantie geldt voor de meeste rekeninghouders en bijna alle soorten rekeningen (bron: DNB).

Depositogarantiestelsel met omslag
Dit is een DGS dat wordt gedekt door achteraf de kosten van een bancair faillissement om te slaan over de andere deelnemende banken.

Depositogarantiestelsel met voorfinanciering
Dit is een DGS dat wordt gedekt door vooraf (ex ante) betaalde premies door de deelnemende banken.

Depositohouder
Eigenaar van een bij een bank aangehouden spaarrekening of –deposito. Wordt ook wel aangeduid als ‘spaarder’.

Directe Buitenlandse Investeringen
Instroom van geld vanuit het buitenland dat wordt aangewend om bestaande binnenlandse bedrijven te kopen of om nieuwe bedrijven op te richten. Deze instroom betreft dus geen opbouw van buitenlandse schuld.

DM-blok
Dit gaat over de landen die hun valuta’s van oudsher al aan de Duitse mark hadden gekoppeld. In de praktijk wordt meestal gedoeld op de Duitse mark, de Nederlandse gulden en de Oostenrijkse shilling. Later kwamen daar de Belgische/Luxemburgse en Franse frank bij.

Douane Unie
Dit betreft een samenwerking op het gebied van douanetarieven, die in 1968 tot stand is gebracht tussen de zes oorspronkelijke lidstaten van de Europese Economische Gemeenschap (EEG). De douane unie vormt de grondslag van de interne markt. Sinds de inwerkingtreding van de douane-unie worden in het goederenverkeer tussen de EU-lidstaten onderling geen invoerrechten meer geheven. Bovendien geldt in de gehele EU een gemeenschappelijk douanetarief (GDT) voor goederen uit derde landen. De inkomsten uit douanerechten maken deel uit van de eigen middelen van de Gemeenschap.

Durfkapitaal
Risicodragend kapitaal of eigen vermogen. Met verschaffers van durfkapitaal worden investeerders bedoeld die bereid zijn om in nieuwe ondernemingen (‘start-ups’) te participeren door hen van eigen vermogen te voorzien.

ECB
Afkorting van Europese Centrale Bank. Dit is de centrale bank van de eurozone. Samen met de nationale centrale banken van de lidstaten van de EMU (of eurozone) vormt zij het ESCB.

ECU
De ECU (European Currency Unit) was een valutamand, waarin de valuta’s van de lidstaten van de EU met een bepaald gewicht waren opgenomen. De ECU ging op 1 januari 1999 een-op-een over in de euro.

EMS
Europees Monetair Stelsel. Dit was het monetair stelsel in Europa voorafgaand aan de invoering van de euro (1979 – 1998). Het belangrijkste onderdeel was het wisselkoers arrangement (ERM I, zie onder), waarin de valuta’s van de lidstaten binnen een bandbreedte aan de ECU, en dus aan elkaar waren gekoppeld. In de praktijk vormde echter niet de ECU, maar de Duitse mark de kern van het stelsel en fungeerde de Duitse Bundesbank als de feitelijke centrale bank van het stelsel.

EMU
Economische en Monetaire Unie. Officieel zijn alle lidstaten van de EU ook lid van de EMU. In het dagelijks spraakgebruik wordt met de EMU gedoeld op de 19 landen waarin de euro daadwerkelijk de nationale munt is. De EMU omvat België, Cyprus, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Slovenië, Slowakije en Spanje.

ERM I en II
Met het ERM wordt gedoeld op het wisselkoersmechanisme (Exchange Rate Mechanism) van het EMS. ERM I was het oude stelsel dat ophield te bestaan toen de euro werd ingevoerd. ERM-II is vervolgens opgericht met de euro als kern. Landen die nu nog willen worden toegelaten tot de EMU moeten een tijd aan ERM-II hebben deelgenomen. Overigens neemt op dit moment alleen de Deense Kroon deel aan ERM-II en dat land heeft bedongen dat het niet aan de euro hoeft deel te nemen.

ESCB
Afkorting van het Europese Stelsel van Centrale Banken. Dit bestaat uit de ECB en de nationale centrale banken van de landen binnen de eurozone.

ESM gelden
Dit zijn de middelen die het ESM (zie onder Europees Stabilisatie Mechanisme) tot zijn beschikking heeft. Sinds de inwerkingtreding van het ESM hebben de eurolanden in totaal een bedrag van 80 miljard euro in de kas van het ESM gestort. Daarnaast geven de lidstaten van de eurozone kredietgaranties af ter waarde van 420 miljard euro, waardoor een totale leencapaciteit is ontstaan van 500 miljard euro in 2014.

EU
Afkorting van Europese Unie. De Europese Unie is het samenwerkingsverband van in totaal 28 Europese landen. Het betreft België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Kroatië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, het Verenigd Koninkrijk en Zweden. Het Verenigd Koninkrijk heeft ervoor gekozen om het lidmaatschap van de EU te beëindigen. De EU is de rechtsopvolger van de Europese (Economische) Gemeenschap (EEG). De EEG is in 1956 opgericht door de landen van de Benelux, Duitsland, Frankrijk en Italië.

Eurobonds
Eurobonds zijn obligaties die door de lidstaten van de eurozone gezamenlijk worden uitgegeven om hun begrotingstekorten te financieren. Zij vervangen geheel of gedeeltelijk de uitgifte van staatsleningen door individuele lidstaten.

Europees depositogarantiestelsel
Dit betreft een DGS op Europees niveau.

Europees Investeringsfonds
Dit fonds heeft als doel om de kredietvoorziening van het midden- en kleinbedrijf in de EU te ondersteunen.

Europees Paspoort
Hiermee wordt gedoeld op het verschijnsel dat de bankvergunning van banken, als zij eenmaal zijn toegelaten als bank in één van de lidstaten van de EU, dient als paspoort tot alle andere lidstaten. Een voorbeeld: een Amerikaanse bank die is toegelaten tot de Londense City mag haar activiteiten in de hele EU ontplooien.

Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM)
Het European Stability Mechanism (ESM) is een in oktober 2012 ingesteld permanent financieel noodfonds dat leningen verstrekt aan EU-lidstaten die in financiële problemen verkeren. Het uiteindelijke doel van deze steun is het bewaken van de economische en financiële stabiliteit van de EU om zo de waarde van de euro te waarborgen.

Europese Economische Gemeenschap
De Europese Economische Gemeenschap (EEG) is een voorloper van de huidige EU. De EEG werd opgericht in 1958. Met het Verdrag van Maastricht van 1992 veranderde de naam in Europese Gemeenschap (EG). In 2009, met het in werking treden van het Verdrag van Lissabon, hield de Europese Gemeenschap op te bestaan.

Europese Investeringsbank (EIB)
Deze financiert projecten waarmee de doelstellingen van de Europese Unie kunnen worden gerealiseerd. De EIB leent goedkoop geld en leent dat op haar beurt tegen gunstige voorwaarden uit aan banken en bedrijven. Verder is de EIB grootaandeelhouder van het Europees Investeringsfonds.

Europese prospectus
Op dit moment hanteren lidstaten hun eigen regels ten aanzien van het aan- en verkopen van effecten. Dit maakt het moeilijk en duur om effecten in een ander land te kopen en te verkopen. Om in de Europese Unie een kapitaalmarktunie te realiseren moeten de lidstaten hun nationale afspraken omzetten in gezamenlijke regels. Dit zou moeten leiden tot een Europese prospectus. Zo’n document vermeldt de voorwaarden voor de handel in financiële producten zoals obligaties en aandelen.

Eurosysteem
Ander woord voor het ESCB.

Eurozone
Andere aanduiding voor EMU

Gemeenschappelijk landbouwbeleid
Het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) is het landbouwbeleid van de Europese Unie. Het bestaat tegenwoordig uit twee pijlers: de marktordening en de plattelandsontwikkeling. Het GLB is een van de eerste en grootste vormen van economische samenwerking in de EU. Het aandeel van de landbouwuitgaven in de begroting van de EU loopt terug, maar is nog altijd 38% van het totaal.

Gouden standaard
De Gouden standaard was een internationaal geldstelsel waarin de valuta’s van de deelnemende landen aan elkaar gekoppeld waren via het goud. De relatieve prijs van het goud in de deelnemende landen bepaalde dus hun onderlinge waarde. Deze goudwaarde was vooral van belang bij de afwikkeling van internationale betalingen en grote binnenlandse transacties. De binnenlandse geldstelsels van de betrokken landen waren in de dagelijkse praktijk meestal niet op edelmetaal gebaseerd. De Gouden Standaard kende zijn hoogtepunt van 1873 tot 1914. Na de Eerste Wereldoorlog (1914 -18) droegen verwoede pogingen om de Gouden Standaard weer te herstellen tegen de oorspronkelijke pariteiten bij aan de lengte en diepte van de depressie in de betrokken landen. In 1936 hield de Gouden Standaard op te bestaan. Nederland was een van de laatste landen die de standaard verliet.

Handelsbalans
De uitdrukking ‘handelsbalans’ wordt meestal gebruikt om de goederenhandel tussen landen aan te duiden. Daarom wordt deze ook wel aangeduid als goederenbalans (merchandise trade balance). Het saldo op de handelsbalans in het verschil tussen de goederenuitvoer en –invoer van een land. De handelsbalans is een onderdeel van de lopende rekening.

Handelsgewogen wisselkoers
De waarde van de wisselkoers van een land (Land X) ten opzichte van die van zijn belangrijkste handelspartners. Dit wordt berekend aan de hand van een index, waarin het gewicht van een handelspartner wordt bepaald door het aandeel in de buitenlandse handel van Land X.

Interne Markt
De interne markt is de ruimte zonder binnengrenzen waarin het vrij verkeer van goederen, diensten, personen en kapitaal in de EU is gewaarborgd. Het begrip interne markt heeft alleen betrekking op het vrij verkeer binnen de Unie en niet op de handel met derde landen.

IOU
Afkorting van ‘I owe you’. Het gaat om een schuldbekentenis. Meestal is het een informeel document dat schuld erkent. Normaal gesproken is een schuldbekentenis een transactie tussen twee personen en is deze niet verhandelbaar. Als maar als de schuldbekentenis niet op naam van een crediteur staat maar ‘aan toonder’ wordt uitgegeven kan deze de rol van betaalmiddel gaan invullen.

Kapitaalmarktunie
De kapitaalmarktunie moet het voor spaarders en beleggers makkelijker maken om in bedrijven buiten hun eigen land te investeren. Daartoe moeten alle barrières voor internationale investeringen verdwijnen. Zo kunnen kleine en middelgrote bedrijven eenvoudiger EMU-breed financiering op de kapitaalmarkt aantrekken. De kapitaalmarktunie zal pas op de lange termijn effect hebben: het project staat nog in de kinderschoenen. 

Kerneuro
De euro na uittreding door enkele lidstaten die hun eigen munt weer invoeren. Relevant in het scenario ‘twee snelheden’.

Kernunie
Dit is de eurozone na afsplitsing van een aantal zwakkere landen. Relevant in het scenario ‘twee snelheden’.

Kleine EMU
Zie kernunie

Kwantitatieve verruiming
Met kwantitatieve verruiming wordt het beleid van de centrale bank aangeduid, waarbij deze grootschalig effecten (m.n. obligaties) opkoopt op de financiële markten met als oogmerk om de economie te stimuleren.

Lopende rekening
Het saldo in het lopende verkeer op de betalingsbalans. Het saldo op de lopende rekening (current account balance) is het nationale spaarsaldo van een land. Een overschot betekent dat een land vorderingen op het buitenland opbouwt (of eerder opgebouwde schulden aflost), een tekort betekent dat een land inteert op zijn reserves of verplichtingen aan het buitenland opbouwt.

Macro-economische onevenwichtigheden
Hiermee wordt meestal gedoeld op onevenwichtigheden op de lopende rekening van de betalingsbalans. Sterk uiteenlopende lopende rekeningsaldi duiden vaak op een divergerende ontwikkeling in de concurrentiepositie van landen en met elkaar uit de pas lopend beleid.

Marktrentes
Rentetarieven zoals die worden bepaald door vraag naar, en aanbod van rentedragende effecten (zoals obligaties, geldmarktpapier) op de financiële markten.

OMT
Dit is een afkorting van Outright Monetary Transactions. Dit is een in september 2012 door de ECB aangekondigd steunprogramma voor landen in financiële problemen. Als een land om deze steun vraagt koopt de ECB staatsleningen van dit land op. Het land moet in ruil voor deze steun de juiste economische hervormingen doorvoeren. Dit programma, dat tot op heden nog niet is gebruikt, was vooral bedoeld om landen die werden geconfronteerd met een scherp oplopende rente op hun staatsleningen te hulp te kunnen schieten

Optimaal valutagebied
Met een optimaal valutagebied (Engels: optimum currency area; verkort OCA) wordt een geografische regio aangeduid waarvan de economische efficiëntie gemaximaliseerd zou kunnen worden door de invoering van één munteenheid. Een belangrijk criterium voor een OCA is dat de gebieden/landen die er deel van uitmaken zeer dicht bij elkaar liggen met hun conjunctuurcyclus, omdat dan hetzelfde monetair beleid kan worden toegepast. Indien niet aan deze voorwaarde is voldaan, dan moeten er alternatieve aanpassingsmechanismen zijn om schokken op te vangen. Hierbij kan men denken aan een hoge mobiliteit van arbeid en kapitaal tussen landen, een sterke mate van loon- en prijsflexibiliteit of een herverdelingsmechanisme tussen de deelnemende landen via een gemeenschappelijk budget.

Non-tarifaire handelsbelemmeringen
Hiermee wordt gedoeld op handelsbelemmeringen die niet in de vorm van invoerheffingen zijn gegoten, maar langs andere wegen zijn ingericht. Denk bijvoorbeeld aan kwaliteitseisen, voorschriften ten aan zien van voedselveiligheid e.d. Ook kunnen kwantitatieve invoerbeperkingen worden ingevoerd. Het echte doel van dit soort belemmeringen is om binnenlandse bedrijven af te schermen voor buitenlandse concurrentie. Een berucht voorbeeld is dat de invoer van Duitse auto’s in Japan werd belemmerd doordat de verbandtrommel van iedere individuele auto op inhoud moest worden gecontroleerd.

Procedure voor Macro-economische Onevenwichtigheden (PMO)
De PMO wordt door de Europese Commissie (EC) gebruikt voor het opsporen, voorkomen en corrigeren van macro-economische onevenwichtigheden die het functioneren van de Europese Unie in gevaar zouden kunnen brengen. De PMO is in 2012 in werking getreden. Tot op heden is er nog geen enkel land bestraft voor het hebben van excessieve onevenwichtigheden.

Schengenzone
Een zone waarbinnen personen grensoverschrijdend kunnen reizen zonder paspoortcontroles. Het verdrag van Schengen is in 1984 gesloten door de Benelux staten plus Frankrijk en Duitsland. Ondertussen behoren 26 landen tot de Schengenzone, te weten 22 lidstaten van de EU (Ierland, het VK, Bulgarije, Hongarije, Roemenië en Kroatië niet), plus vier landen die geen lid zijn van de EU (Liechtenstein, Noorwegen, IJsland en Zwitserland.

Securitisatie, ook effectisering of vertiteling genaamd, is een financiële techniek waarbij niet- of moeilijk verhandelbare activa worden samengevoegd tot verhandelbare effecten (met een Engelse term securities). Financiële instituten en bedrijven van alle soorten gebruiken securitisatie om de huidige waarde van toekomstige kasstromen direct te realiseren door deze activa te bundelen en door te verkopen aan beleggers.

Stagflatie
Een combinatie van inflatie (stijgende prijzen) en economische stagnatie.

Stelsel van Bretton Woods
Het Stelsel van Bretton Woods (1944 – 1973) was de naoorlogse opvolger van de Gouden Standaard. De valuta’s van alle deelnemende landen waren aan elkaar en via de Amerikaanse dollar indirect aan het goud gekoppeld. Alleen de dollar, de feitelijke kern van het stelsel, kende een formele koppeling aan het goud. Toen een aantal landen, waaronder Nederland, hun dollars tegen goud wilden inwisselen, sneden de Amerikaanse autoriteiten in 1971 de band tussen de dollar en het goud door. Vanaf 1973 hieven de meeste landen hun koppeling aan de dollar op en gingen over tot een zwevende valuta.

Surplus- of overschotlanden
Landen met een spaaroverschot, ofwel een overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans. Het gaat dus expliciet niet om landen met een overschot op de overheidsbegroting (Spaarsaldo overheid), maar om de som van het spaarsaldo van de overheid en de private sector (sectoren gezinnen en bedrijven).

Target2
TARGET staat voor Trans-European Automated Real-time Gross Express Transfer system. Het werd opgezet om interbancaire betalingen tussen de diverse deelnemers van de Economische en Monetaire Unie (EMU) te bevorderen. Internationale betalingen tussen commerciële banken worden gefaciliteerd door de nationale centrale banken waarbij de transacties worden afgewikkeld via de Europese Centrale Bank (ECB). Binnenlandse transacties worden niet via TARGET verwerkt. Bij internationale handel speelt TARGET wel een rol. De exporten en importen moeten worden betaald en deze internationale financiële transacties tussen commerciële banken lopen via TARGET van de ECB. Target 2 is tweede versie van dit systeem.

Transferunie
Met de uitdrukking ‘transferunie’ wordt gedoeld op een situatie als in Duitsland, waar sprake is van een omvangrijke financiële vereffening tussen de deelstaten. Sommigen vrezen dat de EMU zich in die richting gaat ontwikkelen. Dit wordt vooral in Duitsland als een negatieve ontwikkeling gezien.

TTIP
Afkorting voor Transatlantic Trade and Investment Partnership. Een handelsverdrag tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten waarover nog wordt onderhandeld.

Vrijhandelszone
Een vrijhandelszone is een samenwerkingsvorm waarbij een groep landen besluit om de onderlinge handelsbelemmeringen, zoals in- en uitvoerrechten, af te schaffen. Wel kunnen de deelnemende landen nog steeds elk zelf de invoerrechten bepalen van goederen die afkomstig zijn van buiten de zone. Dit heeft als gevolg dat binnen een vrijhandelszone controles aan de grenzen en eventuele bijkomende invoerrechten nodig blijven. Dit is anders dan bij een douane-unie, waar een gemeenschappelijk buitentarief geldt.

Yieldcurve 
Met de yieldcurve wordt gedoeld op een grafiek waarin op de verticale as de rente (effectief rendement) en op de horizontale as de bijbehorende looptijden worden weergegeven. De correcte Nederlandse vertaling is rendementscurve, vaak wordt ook het woord rentecurve gebruikt. Men spreekt van een positieve (normale; oplopende; stijgende) yieldcurve als het rendement oploopt met de looptijd en de grafiek dus een stijgende lijn vertoont. Bij een negatieve (inverse, dalende) yieldcurve loopt het rendement terug naarmate de looptijd oploopt.