RaboResearch - Economisch Onderzoek

Compensatie voor de hoge energieprijzen: niet generiek, maar specifiek

Special

Delen:
  • Nederland heeft te maken met hoge energieprijzen: de tarieven voor zowel gas als elektriciteit zijn meer dan verdubbeld ten opzichte van een jaar geleden
  • Vooral huishoudens met een laag inkomen die wonen in (sociale) huurwoningen komen mogelijk in de financiële problemen
  • Iedereen compenseren is niet mogelijk; daarom dient de overheid de financieel meest kwetsbare groep huishoudens tegemoet te komen
  • Verstandige beleidsopties voor de korte termijn zijn tijdelijk inkomensbeleid via belastingen, huurtoeslag of gemeenten, tijdelijke huurverlaging en betalingsuitstel van de energierekening
  • De aangekondigde btw- en accijnsverlaging op energie en autobrandstoffen zijn generiek en daarom onverstandig
  • Als structurele oplossingen staan verduurzaming van (huur-)woningen en versnelling van de energietransitie voorop; laatstgenoemde kan voorkomen dat Nederland ook op de lange termijn afhankelijk blijft van olie- en gasimporten

De energiecrisis

Nederland zit in een energiecrisis. Door een combinatie van factoren is de aardgasmarkt sinds halverwege vorig jaar krap, met stijgende prijzen tot gevolg. De oorlog in Oekraïne versterkt deze ontwikkeling nog eens. Omdat aardgas ook wordt gebruikt voor de opwekking van elektriciteit, werken hoge aardgasprijzen door in de elektriciteitsprijzen. Dit leidt ertoe dat consumenten hun energierekening sterk zien stijgen.

Gemiddeld genomen verbruiken huishoudens ongeveer 2.400 kWh elektriciteit en 1.200 m3 aardgas per jaar. Wie begin vorig jaar voor deze energiebehoefte een contract afsloot bij een energieleverancier, moest daar ongeveer 1.400 euro per jaar voor betalen. Wie op dit moment een nieuw contract afsluit, is voor diezelfde hoeveelheid energie minstens 3.400 euro kwijt. Dat is een stijging van 140 procent. In deze berekening is zowel de vorige jaar al toegezegde tegemoetkoming van gemiddeld 400 euro per huishouden als de aangekondigde verlaging van de btw op elektriciteit en aardgas per 1 juli al verrekend. Beide maatregelen zijn overigens tijdelijk en gelden vooralsnog alleen voor 2022.

Hiermee stijgt de energierekening voor een gemiddeld huishouden dit jaar met ongeveer 2.000 euro. De laagste inkomens kunnen via de gemeente bijzondere bijstand aanvragen ter compensatie. Vorige week heeft de overheid bekend gemaakt dat het bedrag waarmee zij dergelijke huishoudens kan helpen omhoog gaat van 200 naar 800 euro. Dit is fors, maar dekt niet de totale gemiddelde stijging van 2.000 euro per jaar.

Gemiddeld genomen stijgen de energiekosten van consumenten dus enorm, maar gemiddelden zeggen niet alles. Het spreekt voor zich dat bewoners van een slecht geïsoleerde woning meer aardgas verbruiken om hun huis op temperatuur te kunnen houden dan bewoners van een goed geïsoleerde woning. Volgens Milieu Centraal is het verschil in verbruik tussen een slecht en een beter geïsoleerde middelgrote woning ongeveer 300 m3 aardgas per jaar. Bij de huidige tarieven betekent dit een verschil van 600 euro.

Doorgaans wonen juist huishoudens met een laag tot gemiddeld inkomen in slechter geïsoleerde woningen waardoor ze een hoger aardgasverbruik hebben. Vaak kunnen ze zelf weinig maatregelen nemen om het energieverbruik te verminderen. Ofwel omdat ze een huurhuis hebben, ofwel omdat ze als eigenaar onvoldoende geld hebben om te investeren. Daarnaast is deze groep huishoudens in mindere mate in het bezit van zonnepanelen. Hierdoor ligt hun netto elektriciteitsverbruik hoger dan dat van huishoudens met zonnepanelen, waardoor hun elektriciteitsrekening ook hoger is.

Figuur 1 laat zien dat hoe minder huishoudens verdienen, des te meer ze relatief kwijt zijn aan energiekosten. Dit geldt voornamelijk voor huishoudens die in de eerste drie inkomensdecielen vallen (dus de 30 procent laagste inkomens). Figuur 2 maakt duidelijk dat vooral bewoners van een huurwoning met huurtoeslag (sociale huur) een groter deel van hun inkomen aan energie uitgeven dan woningbezitters en particuliere huurders. De verschillen zijn bij aardgasverbruik zoals verwacht veel groter dan bij elektriciteitsverbruik.

Figuur 1: Huishoudens met een laag inkomen geven relatief veel uit aan aardgas
Figuur 1: Huishoudens met een laag inkomen geven relatief veel uit aan aardgasToelichting: elk inkomensdeciel bevat 10 procent van alle huishoudens. Het eerste inkomensdeciel bevat de 10 procent huishoudens met het laagste inkomen; het tiende inkomensdeciel bevat de 10 procent huishoudens met het hoogste inkomen. Bron: CBS
Figuur 2: Huishoudens met een sociale huurwoning geven relatief veel uit aan gas
Figuur 2: Huishoudens met een sociale huurwoning geven relatief veel uit aan gasBron: CBS

Samenvattend kunnen we zeggen dat juist de groep huishoudens die vanwege een beperkter inkomen toch al minder mogelijkheden heeft om de energieprijsstijging op te vangen, te maken krijgt met een bovengemiddelde stijging van de energierekening. TNO waarschuwde eind vorig jaar al dat dit zelfs bij huishoudens die nu financieel gezond zijn tot betalingsproblemen kan leiden. Aangezien het de verwachting is dat de energieprijzen de komende jaren hoog blijven, is het de vraag wat de overheid kan doen om dit acute probleem op korte en langere termijn op te lossen of in elk geval te verkleinen.

Wat kan de overheid doen?

De hogere energieprijzen betekenen dat Nederland als geheel erop achteruit gaat. Maar iedereen compenseren is niet mogelijk. Want als de overheid dit probleem budgetneutraal wil oplossen, betaalt de ene groep voor de andere. Als de overheid de staatsschuld laat oplopen, betalen toekomstige generaties de rekening. Het is dus alleen mogelijk een specifieke groep te compenseren. Generiek beleid is daarom onverstandig.

De overheid kan de impact van de hoge energieprijzen op de financiële positie van huishoudens in het algemeen op twee manieren temperen: 1) de prijsstijging compenseren en 2) de afhankelijkheid van fossiele energie verminderen. De eerste optie heeft als nadeel dat de overheid hiermee de prikkel tot het verminderen van het energieverbruik (deels) wegneemt en zij op deze manier ook inkomens compenseert die dat niet nodig hebben. De tweede manier heeft daarom de voorkeur, zeker aangezien deze voorkomt dat het huidige probleem zich in de toekomst herhaalt. Het is echter lastig om genoemde manier op korte termijn te realiseren, dus draagt deze niet bij aan de oplossing van het huidige acute probleem. De tijd die er voor nodig is, kan de overheid overbruggen met beleid waarmee zij lage inkomens tijdelijk compenseert.

We gaan hierna in op concrete beleidsopties voor beide oplossingsrichtingen; eerst voor het acute probleem en daarna voor de permanente afhankelijkheid. We beschrijven de beleidsopties en beoordelen deze op haalbaarheid en wenselijkheid. In de bijlage is een beoordeling van de diverse maatregelen meer in detail uitgewerkt. We willen benadrukken dat we een selectie hebben gemaakt van diverse beleidsopties en er verschillende oplossingsrichtingen denkbaar zijn die in deze analyse niet zijn meegenomen. De beleidsopties richten zich primair op financieel kwetsbare groepen en vormen dus geen uitputtende lijst voor energiebesparing in het algemeen.

Wenselijke en niet-wenselijke maatregelen voor de korte termijn

Het slechte nieuws is dat er niet één maatregel is die het huidige acute probleem perfect oplost. Wel zijn er diverse maatregelen die zowel realistisch als wenselijk zijn en gezamenlijk voldoende krachtig zijn om de financieel meest kwetsbaren te ondersteunen. Figuur 3 vat de, volgens ons, wenselijkheid van de maatregelen samen.

Figuur 3: Samenvatting en wenselijkheid van maatregelen voor de korte termijn
Figuur 3: Samenvatting en wenselijkheid van maatregelen voor de korte termijnBron: RaboResearch

Een voor de hand liggende maatregel is het verlagen van de inkomstenbelasting voor lage (midden-)inkomens en eventueel het verhogen van uitkeringen wanneer dit onvoldoende helpt. Het grootste voordeel van deze optie is dat het geld terechtkomt bij de groep die dit het hardste nodig heeft. Een alternatief is een (tijdelijke) verhoging van de huurtoeslag, maar daarmee zijn huizenbezitters niet geholpen. Beide maatregelen vragen niet om ingrijpende wijzigingen in het belasting- en toeslagenstelsel, maar slechts een aanpassing van enkele parameters. Hoewel dit buiten het gebruikelijke besluitvormingsproces omgaat, is het onverstandig dergelijke aanpassingen op voorhand af te schrijven.

Dit zijn nog steeds enigszins generieke maatregelen, waarbij de kans bestaat dat sommige kwetsbare huishoudens buiten de boot vallen, zoals de AOW-gerechtigden zonder aanvullend pensioen in een koophuis. Daarom is het verstandig ook een rol bij de gemeenten te beleggen. Zij hebben doorgaans goed zicht op de doelgroep en kunnen met maatwerk hulp bieden. Aandachtspunt hierbij is dat de huidige energieprijzen ervoor kunnen zorgen dat ook nieuwe groepen huishoudens in de problemen komen die nog niet bekend zijn bij de gemeente.

De overheid kan ook een beroep doen op de private en semipublieke sector. Ten eerste kan de overheid huishoudens tot een bepaald inkomen het recht geven om hun termijnbedrag voor energie gelijk te houden bij een tariefsaanpassing. Afhankelijk van de ernst en duur van de huidige situatie van hogere energieprijzen kunnen energiebedrijven achteraf bij de overheid aankloppen voor financiële compensatie wanneer zij de opgelopen betaalachterstand van de betreffende huishoudens kwijtschelden. Dit is een erg gerichte maatregel. Nadeel is dat het concrete actie vraagt van huishoudens. Daarnaast is het de vraag hoe lang een dergelijke maatregel vol te houden is, aangezien de energieprijzen naar verwachting nog lang hoog blijven.

Ook kan de overheid verhuurders van (sociale) huurwoningen om een bijdrage vragen, zoals een tijdelijke huurverlaging die afhankelijk is van het energielabel van de woning. Het voordeel hiervan is dat het een sterke prikkel tot verduurzaming geeft, wat ook bijdraagt aan een permanente oplossing.

Een aantal maatregelen is weliswaar op korte termijn haalbaar, maar niet wenselijk. Dit betreft vooral generieke compensatiemaatregelen, zoals een maximum op energieprijzen en een verlaging van de energiebelasting of de btw op energie. Laatstgenoemde maatregel wordt desalniettemin per 1 juli ingevoerd.

In ons overzicht gaan we niet in op maatregelen die de gestegen brandstoffen voor motorvoertuigen compenseren. Een accijnsverlaging (die nu wel is aangekondigd per 1 april 2022) en een aanpassing van de onbelaste reiskostenvergoeding zijn te generiek van aard. Sterker nog, het is goed mogelijk dat deze compensatie vooral terechtkomt bij huishoudens met een relatief hoog inkomen, aangezien zij gemiddeld meer reiskilometers met de auto maken. Er zijn helaas geen specifieke alternatieven voorhanden voor deze maatregelen. De meest effectieve compensatie hiervoor verloopt dan ook via eerder in deze paragraaf genoemde maatregelen, zoals een lagere inkomstenbelasting voor mensen met een laag inkomen.

Maatregelen voor de langere termijn

Voor de langere termijn, maar mogelijk al vanaf 2023, is het vooral zaak de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen. Begin april komt minister De Jonge met een uitwerking van het al aangekondigde Nationaal Isolatieprogramma waarin meer duidelijk moet komen over hoe de overheid dit gaat stimuleren. Daarnaast kan de overheid verduurzaming van woningen beter faciliteren. In deze publicatie gaan we niet uitgebreid in op maatregelen die nodig zijn voor een soepele en snelle energietransitie. In diverse andere publicatie gaan we hier wel dieper op in.

Bijlage: compleet overzicht beleidsopties

Beleidsopties voor het beperken van directe financiële gevolgen voor huishoudens

Het doel bij deze beleidsopties is om financieel kwetsbare groepen zo gericht mogelijk te ondersteunen.

Inkomensondersteuning via gemeenten

Beschrijving: De rijksoverheid geeft gemeenten een budget om gericht, met maatwerk financieel kwetsbare inwoners te helpen. Het Rijk kan kaders stellen, zodat verschillen tussen gemeenten beperkt blijven om ongelijke behandeling te voorkomen.

Haalbaarheid: Haalbaar, want een dergelijke regeling bestaat momenteel al, zij het in beperkte omvang (200 miljoen euro).

Wenselijkheid: Zeer wenselijk. Een groot deel van de groep financieel kwetsbaren is bekend bij gemeenten, omdat ze al gebruik maken van bijvoorbeeld de (bijzondere) bijstand of andere inkomensafhankelijke regelingen van gemeenten. Met de huidige uitzonderlijke prijsstijgingen is het wel mogelijk dat sommige kwetsbare groepen (lage middeninkomens) niet direct in beeld zijn, maar deze kunnen zich dan zelf melden bij de gemeente om toch gebruik te maken van de regeling.

Deze optie is ook goed te combineren met andere opties om ervoor te zorgen dat er geen kwetsbare groepen buiten de boot vallen.

Inkomensondersteuning via huurtoeslag

Beschrijving: De overheid verhoogt tijdelijk de huurtoeslag, zodat de betreffende huishoudens geld overhouden om de energierekening te betalen.

Haalbaarheid: De maatregel lijkt vrij eenvoudig: enkele parameters in de berekening van de huurtoeslag aanpassen is voldoende. Of het praktisch mogelijk is, hangt af van de Belastingdienst.

Wenselijkheid: Wenselijk. Zoals hierboven besproken geven huurders in de sociale sector relatief veel geld uit aan energie en is het inkomen van huurtoeslaggerechtigden per definitie relatief laag. Dit is daarom een gerichte maatregel. Woningeigenaren met een laag inkomen (bijvoorbeeld AOW-gerechtigden) vallen bij deze maatregel buiten de boot. Voor hen moet de overheid iets aanvullends regelen.

Inkomensondersteuning via loon- en inkomstenheffing

Beschrijving: De overheid verlaagt tijdelijk de tarieven in de eerste en tweede belastingschijf of verhoogt bepaalde heffingskortingen zodat huishoudens netto meer overhouden om de hogere energielasten te kunnen betalen. Om te voorkomen dat de maatregel generiek is, verhoogt de overheid tijdelijk tarieven in de derde en vierde schijf of verlaagt zij heffingskortingen in dat inkomensgebied.

Haalbaarheid: De maatregel lijkt vrij eenvoudig: enkele tarieven in de loon- en inkomstenheffing aanpassen is voldoende. Of het praktisch mogelijk is, hangt af van de Belastingdienst.

Wenselijkheid: Wenselijk. Het voordeel is dat het een eenvoudige maatregel is, zonder veel bureaucratie en risico op misbruik en zonder dat bepaalde groepen buiten de boot vallen. Nadeel is dat belastingen voor hogere inkomens tijdelijk omhoog gaan en dat mogelijk ook mensen voordeel krijgen die het niet nodig hebben.

Huurverlaging

Beschrijving: Woningverhuurders worden verplicht tijdelijk de huur te verlagen (huurtoeslag blijft in stand) voor woningen met een slecht energielabel.

Haalbaarheid: De huren worden gedurende het jaar aangepast, dus het is mogelijk dit mee te nemen in die periodieke aanpassing.

Wenselijkheid: Wenselijk. Het is een zeer gerichte maatregel voor huishoudens met een relatief hoge energierekening. Ook geef zij verhuurders een sterke prikkel om sneller het energielabel te verbeteren, bijvoorbeeld via isolatiemaatregelen. Nadeel is dat niet alle financieel kwetsbaren hiermee zijn geholpen: ook mensen in een huis met een beter energielabel kunnen te maken hebben met een sterke lastenstijging. Daarom is het verstandig deze maatregel te combineren met een of meer andere.

Hogere uitkeringen

Beschrijving: De overheid verhoogt tijdelijk alle of een deel van de uitkeringen.

Haalbaarheid: Twijfelachtig. Dit vergt tussentijdse aanpassingen van uitkeringshoogtes bij UWV en SVB.

Wenselijkheid: Enigszins wenselijk, in combinatie met andere maatregelen. Het voordeel is dat hier ook huishoudens van profiteren die niet zijn geholpen bij een lagere inkomstenbelasting, omdat ze al geen belasting betalen, bijvoorbeeld een bepaalde groep AOW-gerechtigden. Een nadeel is dat de maatregel enigszins ongericht is, omdat sommige uitkeringsgerechtigden helemaal niet financieel kwetsbaar zijn vanwege een goedverdienende partner. Een ander nadeel is dat het politiek lastig lijkt de verhoging ongedaan te maken nadat energieprijzen zijn genormaliseerd.

Betalingsuitstel bij energiebedrijven

Beschrijving: Klanten kloppen aan bij hun energiebedrijf als zij niet in staat zijn de aankomende tariefsverhogingen te betalen. De overheid stelt hiervoor een maximaal huishoudinkomen vast. De betreffende klanten blijven hun oude termijnbedrag betalen, waardoor zij een betalingsachterstand opbouwen. Afhankelijk van de uiteindelijke duur en ernst van de hogere energieprijzen kan de overheid uiteindelijk bepalen of en hoe er moet worden terugbetaald. Aangezien dit een beperkte groep mensen betreft, komen de meeste energiebedrijven vermoedelijk niet in de problemen. Als ze toch liquiditeit nodig hebben, kunnen ze daarvoor terecht bij de reguliere kanalen.

Haalbaarheid: Haalbaar. Energiebedrijven kunnen termijnbedragen gemakkelijk aanpassen. De overheid kan achteraf misbruik aanpakken (door controle op een juiste toepassing van het inkomenscriterium) en energiebedrijven hiervoor compenseren.

Wenselijkheid: Enigszins wenselijk. De optie voldoet grotendeels aan de voorwaarde van gerichte steun, al is er binnen inkomensgroepen nog een grote diversiteit aan afhankelijkheid van fossiele energie. Het is daarom mogelijk dat een deel van de huishoudens die ervoor in aanmerking komt de steun niet nodig heeft, terwijl een groep die de steun wel nodig heeft mogelijk buiten de boot valt. De prikkel tot verduurzaming wordt deels weggenomen, maar wel bij een beperkte groep die vermoedelijk slechts beperkt invloed heeft op verduurzamingsbeslissingen, bijvoorbeeld omdat men in een (sociale) huurwoning woont.

Verlaging energiebelasting of btw op energie

Beschrijving: De overheid verlaagt tijdelijk de energiebelasting voor huishoudens of de btw op energie.

Haalbaarheid: Eenzelfde maatregel (belasting op aardgas omlaag, op elektriciteit omhoog) is per 1 januari 2022 uitgevoerd, dus het is haalbaar.

Wenselijkheid: Onwenselijk. Ten eerste is de maatregel generiek, waardoor ook mensen er financieel van profiteren die dat helemaal niet nodig hebben. Ten tweede vermindert zij de prikkel om de energietransitie voortvarend aan te pakken, ook met het oog op toekomstige prijsstijgingen (de overheid springt toch wel bij).

Maximum op energieprijzen

Beschrijving: De overheid zet een maximum op de prijzen die energiemaatschappijen mogen rekenen aan klanten. Dit kost de energiemaatschappijen geld, omdat zij de energie wel duur inkopen. De overheid compenseert daarom de energiebedrijven voor de geleden financiële schade.

Haalbaarheid: Onder andere het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk voeren vergelijkbaar beleid. De tarieven zijn daar gemaximeerd, waarbij het maximum wel periodiek wordt bijgesteld. Het plan lijkt dus haalbaar, al kent Nederland vermoedelijk de benodigde wetten nog niet.

Wenselijkheid: Onwenselijk. Ten eerste ondersteunt deze optie alle huishoudens, terwijl volledige compensatie, zoals gezegd, niet mogelijk en ook niet nodig is. Ten tweede maskeert deze maatregel de gevolgen van de energietransitie waarin de prijzen van fossiele brandstoffen permanent hoger blijven dan we gewend waren, ook zonder oorlog in Oekraïne. De prikkel voor verdere verduurzaming valt bij deze optie weg en dat zet een ongewenste rem op de energietransitie.

Beleidsopties om permanente afhankelijkheid van fossiele energie te verminderen

Faciliteren verduurzaming van woningen

Beschrijving: De overheid faciliteert verduurzaming van woningen actief, zowel qua financiering als qua informatievoorziening. Het moet voor huishoudens nog duidelijker worden dat verduurzaming vrijwel altijd rendabel is.

Haalbaarheid: Haalbaar, al beginnen in 2023.

Wenselijkheid: Zeer wenselijk. Vooral huurders hebben weinig zicht op de impact van hun energielabel op hun maandelijkse energielasten en ook veel woningeigenaren zien niet direct het rendement van dergelijke duurzaamheidsinvesteringen. Korte-termijnliquiditeitsproblemen zijn op te lossen door faciliterend overheidsbeleid.

Versnellen energietransitie

Beschrijving: De overheid zet nog meer in op een versnelde energietransitie, via bijvoorbeeld financiële prikkels (subsidies en belastingen), duurzaamheidsvereisten voor bestaande bouw en ruimtelijke ordeningsbeleid ten faveure van duurzame energieopwekking.

Haalbaarheid: De huidige coalitie zet al sterk in op een versnelling van de energietransitie, maar Nederland ligt nog niet op schema om de ambitieuze doelstelling te halen. Dit komt onder meer door een gebrek aan regie, een gebrek aan concrete plannen, een tekort aan specifiek opgeleide arbeidskrachten, lange vergunningsprocedures, congestieproblematiek op het elektriciteitsnet en een toenemend gebrek aan ruimte die nodig is voor de benodigde energie-infrastructuur.

Wenselijkheid: Wenselijk. Het huidige conflict met Rusland toont aan dat het, naast de klimatologische noodzaak, ook om geopolitieke redenen verstandig is om voor de energievoorziening minder afhankelijk te zijn van andere landen. De transitie moet uiteindelijk toch gebeuren.

Delen:
Auteur(s)
Frank van Es
RaboResearch Nederland, Economie en Duurzaamheid Rabobank KEO
06 1082 0318
Sanne de Boer
RaboResearch Nederland, Economie en Duurzaamheid Rabobank KEO
06 1184 7817

naar boven