RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Nederlandse economie op weg naar nieuw normaal

Economisch Kwartaalbericht

Delen:
  • We hebben onze groeiverwachting van de Nederlandse economie voor dit jaar opwaarts bijgesteld naar 4,2 procent (was 3,7 procent). De groeiverwachting voor volgend jaar blijft met 3,7 procent ongewijzigd
  • Het herstel is sterker dan in andere Europese landen en betekent dat het Nederlandse bbp in het derde kwartaal van dit jaar weer boven het niveau van vóór de coronacrisis ligt
  • Hoewel ook consumptie, investeringen en overheidsbestedingen gestaag groeien, valt vooral de sterke groei van de internationale handel op
  • De inflatie stijgt tijdelijk, maar blijft naar verwachting binnen de perken
  • De aangekondigde afbouw van de generieke steunmaatregelen is verantwoord en logisch, zeker in combinatie met de bijzonder krappe arbeidsmarkt; we verwachten niet dat de afbouw de komende tijd leidt tot een sterke stijging van de werkloosheid

Economie toont grote veerkracht

In het tweede kwartaal van 2021 groeide de Nederlandse economie met 3,1 procent onverwachts hard. Gemiddeld was het bbp in dat kwartaal nog slechts 0,9 procent kleiner dan voor het uitbreken van de coronapandemie. Dat betekent ook dat dit niveau aan het einde van het tweede kwartaal vermoedelijk al is bereikt. Dit geldt voor de economie als geheel. Onderliggend zijn er grote verschillen tussen sectoren en regio’s.

Dat betekent echter niet dat de economie al weer helemaal is hersteld. Zonder pandemie zou de economie immers in de tussentijd zijn doorgegroeid met ruim 2 procent. Er zit dus nog meer inhaalgroei in het vat. Daarom verwachten we ook in de tweede helft van dit jaar relatief sterke bbp-groei.

Deze cijfers betekenen een jaarlijkse groei van 4,2 procent in 2021 en 3,7 procent in 2022. Dit zijn in historisch perspectief bijzonder hoge groeicijfers, maar ze volgen dan ook op een historisch grote krimp van 3,8 procent in 2020. Volgens deze prognoses is de omvang van de Nederlandse economie eind 2022 3,9 procent groter dan drie jaar daarvoor, net voor aanvang van de pandemie.

Onderliggend dragen zowel de binnenlandse bestedingen als de internationale handel een flinke steen bij aan de groei, zie tabel 1. In het algemeen geldt: hoe harder de klap in 2020, hoe hoger de groei in 2021 en 2022. De consumptie van huishoudens doet er het langst over om te herstellen, vooral doordat in de eerste helft van 2021 veel winkels en horeca waren gesloten. De overheid vervult haar rol van stabilisator met verve, niet alleen met de grote steunpakketten, maar ook via haar eigen consumptie en investeringen. De internationale handel draagt dit jaar positief bij, zowel door een sterk herstel van de export als door een iets achterblijvend herstel van de import vanwege de haperende huishoudconsumptie. Volgend jaar is dit andersom.

Rondom deze raming bevinden zich diverse onzekerheden. We gaan ervan uit dat de coronapandemie grotendeels onder controle is. De aangekondigde versoepelingen gaan door en er volgen daarna geen ingrijpende maatregelen. Wanneer dit anders uitpakt, krijgt de economie opnieuw een tik. Verder is er het risico dat problemen in de internationale waardeketens tot meer of nieuwe tekorten in grondstoffen en halffabricaten leiden. Dat beperkt de productiemogelijkheden in diverse sectoren (zoals industrie en bouw), wat ervoor zorgt dat het economische herstel vertraging oploopt. Tot nu toe lijken die effecten kleiner dan in bijvoorbeeld Duitsland, maar dat kan ook zomaar omslaan. Hoge inflatie is een ander mogelijk gevolg. Deze ondergraaft de koopkracht van huishoudens met een langzamer herstel van de consumptie tot gevolg.

Tabel 1: Economische verwachtingen voor Nederland
Tabel 1: Economische verwachtingen voor NederlandBron: RaboResearch, CBS

Nederland aan de leiding

Figuur 1: Nederlandse economie veert sneller terug dan die in andere Europese landen
Figuur 1: Nederlandse economie veert sneller terug dan die in andere Europese landenBron: Macrobond, nationale statistische bureaus, RaboResearch

Met dit sterke herstel loopt Nederland voorop in Europa. In het eerste kwartaal van dit jaar stond de economie er al relatief goed voor en daar kwam een bovengemiddelde groei in het tweede kwartaal overheen. Terwijl de Nederlandse economie nog 0,9 procent verwijderd is van het pre-coronaniveau, is dit voor de eurozone als geheel nog 2,8 procent. De verschillen tussen landen zijn groot, zie figuur 1. In de figuur staat bovenaan ook wanneer de economieën weer in de plus komen. Voor de Verenigde Staten was dat in het tweede kwartaal al het geval. Ook hier zijn de verschillen binnen Europa groot: Spanje en het VK zijn ruim een jaar later terug dan Nederland.

Er zijn diverse redenen voor de opvallende positie van Nederland: een gunstige economische uitgangpositie voor de pandemie, een gunstige sectorstructuur (bijvoorbeeld weinig toerisme en veel zakelijke en financiële dienstverlening), een hoge mate van online winkelen en thuiswerken voor de pandemie en gezonde overheidsfinanciën die grote steunpakketten mogelijk maken.

Het sterke herstel van de Nederlandse export

Het sterke herstel is goed terug te zien in de export. In Nederland ligt die momenteel alweer boven het niveau van eind 2019, terwijl dit in de eurozone als geheel pas een half jaar later het geval is. Voor landen als Spanje, Frankrijk en het VK is dit moment nog veel verder weg.

De vraagt rijst hoe dit mogelijk is. De export is immers sterk afhankelijk van de uitgaven van bedrijven en consumenten in andere landen. Hoe goed Nederland het zelf binnenslands voor elkaar heeft, speelt maar een beperkte rol.

Eén verklaring is de samenstelling van de export. Zo is de toerismesector in Nederland veel kleiner dan in Zuid-Europese landen. Tegelijkertijd is het aandeel van andere diensten dan toerisme in de export in Nederland juist relatief groot; denk daarbij aan overige zakelijke en financiële diensten. Deze dienstenexport heeft weinig last van de huidige verstoringen in de internationale waardeketens en herstelt dus sneller.

Desalniettemin is het bijzonder om te zien dat ten opzichte van twee jaar eerder de waarde van de totale goederenexport van Nederland (ongecorrigeerd voor prijsveranderingen) in gestaag tempo is toegenomen (figuur 2), bijna alsof er geen pandemie aan de gang is (vergelijk met groei 2019 versus 2018 in rechterbalk). Exporten naar andere EU-landen overheersen daarbij. Binnen Europa valt op dat de export ook toe is genomen naar landen waar de binnenlandse economie nog (lang) niet terug is op het niveau van voor de pandemie (figuur 3), zoals Italië en Spanje.

Figuur 2: Nederlandse export groeit wereldwijd
Figuur 2: Nederlandse export groeit wereldwijdBron: CBS, RaboResearch
Figuur 3: Binnen Europa ook exportgroei naar landen waar economie achterblijft
Figuur 3: Binnen Europa ook exportgroei naar landen waar economie achterblijftBron: CBS, RaboResearch

Hoge inflatie lijkt tijdelijk

Ook wij schrokken even van de inflatie in augustus: 2,7 procent ten opzichte van dezelfde maand een jaar eerder. Een nadere blik leert echter dat dit voor een groot deel komt door een relatief lage inflatie in augustus 2020. Voor het gehele derde kwartaal verwachten we daarom een inflatie van 2,0 procent en voor heel 2021 1,9 procent. Desalniettemin zijn dit wel hoge cijfers in vergelijking met de afgelopen jaren. Hiervoor zijn een aantal oorzaken.

Eén oorzaak is de lage inflatie gedurende de pandemie in 2020, onder andere doordat de wereldwijde vraag naar grondstoffen toen laag was en de prijzen daarvan snel daalden. Nu die wereldwijde vraag zich normaliseert, is er sprake van inhaalprijsstijgingen die tot een tijdelijk hogere inflatie leiden.

Figuur 4: Prijzen containervervoer stijgen snel, samen met materialentekort in Nederlandse industrie
Figuur 4: Prijzen containervervoer stijgen snel, samen met materialentekort in Nederlandse industrieBron: Container Trades Statistics Ltd, CBS, Macrobond

Belangrijker zijn echter de huidige problemen in de internationale waardeketen. Diverse sectoren binnen de Nederlandse economie kampen met een tekort aan grondstoffen en halffabricaten (zie figuur 4, oranje lijn). Ook zijn de wereldwijde prijzen van containervervoer heel hard gestegen (zie figuur 4, blauwe lijn). Dit verhoogt de productiekosten en bedrijven berekenen dit waar mogelijk door aan hun afnemers.

Toch verwachten we niet dat de inflatie langdurig hoog blijft. De problemen in de internationale handel nemen af naarmate de impact van de pandemie afneemt en de grote schokken op de internationale waardeketens uitdoven. Ook bestaat een groot deel van de Nederlandse consumptie uit diensten, die veel minder last hebben van hogere grondstofprijzen wereldwijd. Daarom blijft de inflatie in 2021 beperkt en daalt deze in 2022 naar verwachting tot 1,7 procent. Hierbij speelt ook mee dat de huurbevriezing in de gereguleerde sector de Nederlandse inflatie tot halverwege 2022 dempt.

Afbouwen steunmaatregelen verantwoord door krappe arbeidsmarkt

Het belangrijkste doel van de grote generieke coronasteunpakketten van de overheid (waaronder de NOW en TOZO) was het voorkomen van een negatieve economische spiraal: zonder deze pakketten had een grote faillissements- en werkloosheidsgolf plaatsgevonden in veel sectoren, met grote gevolgen voor de totale economie. Recent heeft het kabinet aangekondigd deze generieke steunmaatregelen per 1 oktober af te bouwen. Dat is vanuit economisch oogpunt een verantwoorde en logische keuze.

De steunmaatregelen zorgden ervoor dat de werkloosheid slechts beperkt opliep tot 4,6 procent in augustus 2020. Sindsdien is deze weer gestaag gedaald tot 3,1 procent in juli en is tegelijkertijd het aantal vacatures sterk opgelopen. Hierdoor is de krapte op de arbeidsmarkt (de verhouding tussen beide) historisch groot, zie figuur 5.

Figuur 5: Laag aantal faillissementen en arbeidsmarktkrapte gaan hand in hand
Figuur 5: Laag aantal faillissementen en arbeidsmarktkrapte gaan hand in handBron: Macrobond, CBS

Deze krapte hangt samen met het zeer lage aantal faillissementen (figuur 5). Ook dit is het gevolg van de steunpakketten: het geregistreerde omzetverlies door de pandemie valt vrijwel niet te onderscheiden van omzetverlies om andere redenen. Hierdoor bleven ook bedrijven in leven die zonder pandemie en de bijbehorende steunpakketten waren verdwenen. Ook de Kamer van Koophandel constateerde recent dat de bedrijvendynamiek sterk is afgenomen. De schade van de lagere economische dynamiek is lange tijd een acceptabel bijeffect geweest, omdat de positieve effecten van de pakketten groter waren.

Nu de beperkende maatregelen blijvend worden afgebouwd, geldt dit niet langer. Het risico van langer durende generieke steun is dat deze zogenaamde zombie-bedrijven creëert die door deze steun in leven blijven, maar op eigen benen niet levensvatbaar zijn. Niet alleen de directe kosten daarvan voor de overheid zijn een probleem. Deze bedrijven houden ook personeel vast dat beter bij toekomstbestendige en groeiende bedrijven terecht kan komen en daar productiever is. We verwachten daarom dat het einde van de generieke coronasteun de krapte op de arbeidsmarkt wat vermindert. De groei van bedrijven wordt dan minder geremd door een tekort aan arbeidskrachten. Ook het afbouwen van de test- en vaccinatiecapaciteit leidt ertoe dat er weer meer mensen beschikbaar komen op de arbeidsmarkt.

Afbouw van de steun en test- en vaccinatiecapaciteit betekent dat de arbeidsmarktkrapte de komende tijd afneemt. Ook het verwachte herstel van de arbeidsmigratie (na een sterke terugloop tijdens de pandemie) zorgt voor minder krapte. We verwachten echter maar een beperkt oplopende werkloosheid tot gemiddeld 3,2 procent volgend jaar, omdat eerst vooral het aantal openstaande vacatures terugloopt.

Regelmatig wordt geopperd dat ook hogere lonen helpen bij het vervullen van het grote aantal openstaande vacatures. Sectoraal kan dit zeker helpen en er zijn voldoende andere redenen om voor hogere lonen te zijn. Maar in eerste instantie trekt dit vooral werknemers van relatief slecht betalende naar relatief goed betalende sectoren. Voor de economie als geheel heeft het pas écht zin als die hogere lonen een substantieel aantal inactieve mensen naar de arbeidsmarkt weten te lokken óf dat ze deeltijders verleiden om hun aantal gewerkte uren uit te breiden. Het is maar de vraag of dit mogelijk is, aangezien de arbeidsparticipatie in juli al op het hoogste niveau ooit lag en generiek hogere lonen maar een beperkt effect hebben op het aantal gewerkte uren per werkende.

Op de korte termijn is het daarom effectiever om de huidige werkenden op de juiste plek te krijgen. De aangekondigde afbouw van de generieke steunpakketten is daarom verstandig, zeker in combinatie met de aangekondigde sociale maatregelen die helpen bij het vinden van ander werk en omscholing. Dit laatste is in het algemeen al een goed idee, maar helemaal wanneer de pandemie leidt tot structurele veranderingen in de economie. Voorbeelden daarvan zijn minder woon-werkverkeer, minder zakelijke reizen en meer vraag naar digitale diensten. Het is uiteraard wel verstandig dat de overheid met maatwerk steun biedt aan sectoren die nog wel met beperkingen te maken hebben, zoals de evenementensector, discotheken en nachtclubs.

Delen:
Auteur(s)
Frank van Es
RaboResearch Nederland, Economie en Duurzaamheid Rabobank KEO
06 1082 0318

naar boven