RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Robuust herstel Nederlandse economie uit coronacrisis

Economisch Kwartaalbericht

Delen:

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

  • We hebben onze vooruitzichten voor de Nederlandse economie opwaarts bijgesteld en verwachten voor dit jaar een groei van 3,8 procent (was 2,3 procent) en voor volgend jaar 3,7 procent (was 3,5 procent)
  • We verwachten dat het Nederlandse bbp in het derde kwartaal van dit jaar weer op het niveau van vóór de coronacrisis ligt – dat is sneller dan in andere Europese landen
  • De vooruitzichten voor consumptie, investeringen, overheidsbestedingen en internationale handel zijn positief
  • De inflatie wordt in 2021 gematigd door de bevriezing van de huren, maar er is een risico dat de inflatie hoger uitpakt door een combinatie van kosten- en bestedingsinflatie
  • Het is belangrijk dat het nieuwe kabinet problemen op de woningmarkt aanpakt, werk maakt van de energietransitie, het complexe belastingstelsel hervormt en investeert in de productiviteit van de Nederlandse economie

Inleiding

Alle seinen voor een krachtig herstel van de Nederlandse economie uit de coronacrisis staan momenteel op groen. Het vaccinatietempo is de afgelopen maanden flink opgeschroefd en demissionair minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge gaat ervan uit dat half juli iedere volwassene die een vaccinatie wil deze ook heeft gehad.

Tegen de achtergrond van het bemoedigende vaccinatietempo, een sterke daling van het aantal besmettingen en de afname van de ziekenhuisopnames heeft het kabinet al een reeks vergaande versoepelingen van de lockdownmaatregelen doorgevoerd. Ook lijken vaccins effectief te zijn tegen gemuteerde varianten van het coronavirus.

Hoewel de onzekerheid groot blijft, gaan we er daarom vanuit dat de overheid alle lockdownmaatregelen in het derde kwartaal afschaalt en de economie in het vierde kwartaal zonder restricties draait. Naar verwachting volgt dan ook geen verdere verlenging van steunmaatregelen.

Verwachtingen omhoog bijgesteld

We hebben onze vooruitzichten voor de Nederlandse economie opwaarts bijgesteld en verwachten voor dit jaar een groei van 3,8 procent (was 2,3 procent) en voor volgend jaar 3,7 procent (was 3,5 procent; tabel 1). Daarmee zou de Nederlandse economie in het derde kwartaal van dit jaar de verliezen van de coronacrisis volledig hebben goedgemaakt (zie figuur 2). Dat is een kwartaal eerder dan we eerder hadden voorzien. Voor 2022 verwachten we dat de economie weer terugkeert naar haar groeitempo van vóór de coronacrisis. Het sterke herstel in 2021 sijpelt echter ook door in hoge groeicijfer voor 2022 (overloopeffecten).

Tabel 1: Economische verwachtingen voor Nederland
Tabel 1: Economische verwachtingen voor NederlandBron: RaboResearch, CBS

De verwachtingen voor de Nederlandse economie zijn rooskleuriger dan voor de meeste andere Europese landen. In Duitsland verwachten we eind van dit jaar volledig herstel van de economie, in Frankrijk pas halverwege 2022, en in Spanje, Italië en het Verenigd Koninkrijk is dit zelfs nog een jaar later.

Figuur 1: Nederlandse economie in derde kwartaal even groot als voor de coronacrisis
Figuur 1: Nederlandse economie in derde kwartaal even groot als voor de coronacrisisBron: RaboResearch, CBS
Figuur 2: Consumptie nog ver onder pre-coronaniveau
Figuur 2: Consumptie nog ver onder pre-coronaniveauBron: CBS, RaboResearch

Stevig herstel van de huishoudbestedingen

De consumptie van huishoudens lag in eerste kwartaal van 2021 nog ruim 10 procent onder het niveau van voor de coronacrisis (figuur 2). Transactiedata van de Rabobank wijzen echter op een forse opleving van de particuliere consumptie in maart, april en mei (figuur 3). In deze maanden zijn versoepelingen doorgevoerd voor onder meer contactberoepen (zoals kappers), winkels en horeca. We verwachten dat dit herstel doorzet naarmate de economie verder open gaat, en komen voor 2021 uit op een groei van de particuliere consumptie van 2,6 procent. In het vierde kwartaal van 2021 zal het niveau van de particuliere bestedingen weer liggen op het niveau van vóór de coronacrisis. Het sterke herstel in 2021 zorgt er via overloopeffecten voor dat de groei in 2022 zelfs uitkomt op 6 procent. Positievere verwachtingen van Nederlanders over de economie, de persoonlijke financiële situatie en het doen van grote aankopen ondersteunen een robuust herstel van de huishoudbestedingen.

Figuur 3: Opleving consumptie vanaf maart
Figuur 3: Opleving consumptie vanaf maartBron: RaboResearch, CBS

We gaan in onze prognoses niet uit van extra (inhaal-)bestedingen door huishoudens, ondanks de forse toename van het spaargeld – 50 miljard – dat huishoudens sinds de uitbraak van de coronapandemie bij Nederlandse banken hebben gestald. Uit onderzoek van RaboResearch blijkt namelijk dat de extra besparingen bij een beperkte groep terecht zijn gekomen en dat dit vaker huishoudens met een bovenmodaal inkomen zijn. Hogere inkomens hebben doorgaans een lagere marginale consumptie-elasticiteit dan lage inkomens, wat betekent dat ze minder spenderen van elke extra euro die binnenkomt. Bovendien verwachten we vanaf de tweede helft van dit jaar een lichte stijging van de werkloosheid als de overheid de steunmaatregelen afbouwt. Dit zal de toename van de particuliere bestedingen wat drukken. De werkloosheid piekt naar verwachting op 4,2 procent in het tweede en derde kwartaal van 2022. Tot slot ligt de inflatie vermoedelijk de komende twee jaar wat hoger dan vorig jaar (zie ook hieronder). Dit remt de stijging van de koopkracht van huishoudens. Mochten huishoudens wel een deel van het extra gespaarde geld gaan uitgeven, dan zou de consumptie hoger kunnen uitvallen dan nu verwacht.

Overheidsbestedingen nemen toe

Terwijl de uitgaven van consumenten (noodgedwongen) nog ver onder het pre-coronaniveau liggen, ligt de overheidsconsumptie daar alweer 0,8 procent boven (figuur 2) – ondanks een krimp in het eerste kwartaal van 2021. De afname van de overheidsconsumptie in het eerste kwartaal had vermoedelijk te maken met het afschalen van de reguliere zorg. We verwachten dat deze uitgestelde zorg in de rest van het jaar zal worden ingehaald. De bestedingen aan coronatest- en vaccinatielocaties en vaccins zullen daarnaast een geringe positieve bijdrage leveren. We gaan daarom uit van een groei van 2,4 procent in 2021. Voor 2022 verwachten we een verdere toename van de overheidsconsumptie van 2,3 procent.

Investeringen alweer boven pre-coronaniveau

Ook de totale investeringen – investeringen door het bedrijfsleven, de overheid en in woningen – lagen in het eerste kwartaal van 2021 alweer boven het niveau van vóór de coronapandemie (figuur 2). De vooruitzichten voor de overheidsinvesteringen voor de komende twee jaar zijn rooskleurig, voornamelijk vanwege extra investeringen vanuit het Nationale Groeifonds (zie verderop in dit kwartaalbericht). Wel vormt de stikstofproblematiek een aanhoudend neerwaarts risico voor de vooruitzichten van de overheidsinvesteringen, aangezien zij infrastructuurprojecten nog steeds belemmert. Bovendien krijgen gemeenten het budget voor infrastructuurplannen mogelijk niet rond, doordat inkomsten zoals parkeergelden en toeristenbelasting deels zijn weggevallen. Al met al verwachten we dat de overheidsinvesteringen toenemen met 6,6 procent in 2021 en 3,0 procent in 2022.

Figuur 4: Vertrouwen is sterk verbeterd
Figuur 4: Vertrouwen is sterk verbeterdBron: CBS

De vooruitzichten voor de bedrijfsinvesteringen zijn eveneens overwegend positief. De stemming onder Nederlandse producenten is gestaag verbeterd sinds de scherpe daling in het vertrouwen in april vorig jaar (figuur 4). In mei van dit jaar bereikte het producentenvertrouwen zelfs het hoogste punt in drie jaar tijd. Verder versoepelen Nederland en landen over de hele wereld geleidelijk hun coronabeperkingen, waardoor de economische activiteit weer aantrekt. Bedrijven in bepaalde sectoren hebben hun omzet natuurlijk fors zien slinken en hun buffers zien verdampen. Maar tot nu toe heeft de overheidssteun het aantal faillissementen tot een minimum beperkt en we verwachten slechts een relatief beperkte toename van het aantal faillissementen, ondanks de voorziene afbouw van de steun na het derde kwartaal van 2021. De bedrijfsinvesteringen zullen in 2021 naar verwachting dan ook met 5,5 procent toenemen en in 2022 met 1,7 procent.

Positieve bijdrage van de internationale handel

Zowel de export als de import lag in het eerste kwartaal van 2021 nog onder het pre-coronaniveau (figuur 2). Maar voor beide componenten verwachten we dat ze dit jaar boven dat niveau uitkomen. Nederlandse bedrijven zullen dit en volgend jaar profiteren van mondiaal economisch herstel. Door grootschalige vaccinatieprogramma’s bij belangrijke handelspartners zullen contactbeperkende maatregelen worden afgeschaald en de economieën weer open gaan. We verwachten daarom een toename van de export van 6,9 procent in 2021 en 5,5 procent in 2022.

Doordat ook Nederlandse huishoudens en bedrijven de komende twee jaar naar verwachting meer gaan uitgeven, voorzien we eveneens een toename van de import. Voor 2021 gaan we uit van een groei van 6,3 procent en voor 2022 verwachten we een verdere toename van 5,8 procent. Onder de streep draagt de ontwikkeling van de internationale handel dus zowel dit als volgend jaar in onze raming positief bij aan de Nederlandse economische groei.

Wat gebeurt er met de prijzen?

Tegen de achtergrond van een krachtig herstel van de economie nemen wel de zorgen toe over de ontwikkeling van het gemiddelde prijspeil, ofwel de inflatie. We verwachten dat de inflatie hoger zal zijn dan vorig jaar, maar wel relatief beperkt zal blijven. Voor 2021 verwachten we 1,8 procent gevolgd door 1,7 procent in 2022. De tijdelijke bevriezing van de huren van sociale huurwoningen (tussen 1 juli 2021 en 30 juni 2022) zal per juli een sterk drukkend effect hebben op de inflatie.[1] Dat zal vermoedelijk de prijsontwikkelingen in andere delen van het consumentenmandje maskeren. De prijzen van sommige goederen en diensten, zoals hotelovernachtingen, benzine, kleding, meubels, zijn de afgelopen maanden namelijk al hard gestegen. En van sommige producten en diensten verwachten we de komende tijd dat ze duurder zullen worden.

Deze prijsstijgingen hebben twee oorzaken die momenteel allebei spelen: kosteninflatie en bestedingsinflatie. Bij kosteninflatie zien producenten zich geconfronteerd met hogere kosten van productie, zoals hogere grondstofprijzen of duurdere halffabricaten. De coronacrisis heeft mondiale waardeketens flink verstoord, met als gevolg vertraagde verscheping, wachtrijen in havens, hogere containerkosten en tekorten aan grondstoffen (bijvoorbeeld staal, koper en hout) en halffabricaten (halfgeleiders). Recent nog hebben verschillende Nederlandse bedrijven aangegeven zich zorgen te maken over tekorten aan grondstoffen. Alleen al in de eerste vier maanden van 2021 zijn de grondstofprijzen in de eurozone gestegen met 25 procent ten opzichte van eind vorig jaar (zie figuur 5). Met name de prijzen van grondstoffen voor de landbouw, ruwe materialen voor de industrie, ijzererts en hout liggen momenteel 60 tot 120 procent boven het langjarige gemiddelde. Uiteindelijk zullen producenten de hogere productiekosten voor een deel afwentelen op de consument via hogere prijzen.

Figuur 5: Grondstofprijzen in de eurozone schieten omhoog
Figuur 5: Grondstofprijzen in de eurozone schieten omhoogBron: RaboResearch, Macrobond

Bestedingsinflatie doet zich voor wanneer de vraag naar producten en diensten sneller stijgt dan het aanbod. Zoals eerder aangegeven, verwachten we dat de particuliere consumptie de komende tijd toeneemt, doordat mensen weer geld kunnen uitgeven aan activiteiten die ze tot voor kort niet konden ondernemen, zoals eten en drinken buiten de deur, naar musea, de dierentuin, de bioscoop en later dit jaar wellicht ook evenementen en festivals. Bij sommige van deze diensten zal de vraag hoger zijn dan het aanbod, wat zal zorgen voor opwaartse prijsdruk. Ook bij sommige duurzame consumptiegoederen zal het aanbod door verstoorde internationale waardeketens de hoge vraag waarschijnlijk niet kunnen bijbenen.

Alternatief scenario

Figuur 6: Inflatie in Nederland neemt toe, maar blijft in basisprognose beperkt
Figuur 6: Inflatie in Nederland neemt toe, maar blijft in basisprognose beperktBron: RaboResearch, CBS, Macrobond

Er zijn scenario’s denkbaar waarin de inflatie de komende twee jaar een stuk hoger uitpakt, bijvoorbeeld wanneer ook de inflatieverwachtingen stijgen. In dat geval zullen vakbonden in hun looneisen de komende jaren al rekening houden met prijsstijgingen op dit moment. Werkgevers op hun beurt zullen deze hogere looneisen, die resulteren in hogere loonkosten, weer willen inprijzen om te voorkomen dat hun toekomstige winst te veel onder druk komt te staan. Deze loon-prijsspiraal zou over een langere periode kunnen zorgen voor behoorlijk wat extra prijsdruk (zie alternatief scenario in figuur 6). Daarnaast valt ook niet uit te sluiten dat internationale waardeketens komende tijd nog verstoord blijven of internationale bedrijven (door de coronacrisis en geopolitieke spanningen) besluiten om hun productie op grotere schaal te concentreren, bijvoorbeeld dichter bij huis. Dit zou ook voor hogere productiekosten en extra prijsdruk zorgen.

Blik op de toekomst

De vraag is wat er de komende periode nog nodig is aan beleidsmaatregelen. Met het robuuste herstel van de Nederlandse economie in het vooruitzicht zijn extra stimuleringsmaatregelen in onze optiek niet nodig. Sterker, de kans is groot dat extra stimulering vooral zal leiden tot extra prijsdruk, iets wat al duidelijk zichtbaar is in de VS. Overigens is het robuuste economische herstel in Nederland gerealiseerd met relatief beperkte coronasteun – in vergelijking met andere landen (figuur 7). Hierdoor is de opwaartse druk op de staatsschuld een stuk lager dan in veel andere landen (zie figuur 8).

Figuur 7: Nederlandse coronasteun is relatief beperkt vergeleken met die in andere landen
Figuur 7: Nederlandse coronasteun is relatief beperkt vergeleken met die in andere landenBron: IMF, Macrobond
Figuur 8: Beperkte stijging van de staatsschuld in Nederland
Figuur 8: Beperkte stijging van de staatsschuld in NederlandBron: IMF, Macrobond.

Steun verlengen of niet?

De keuze van de overheid om de steunpakketten te verlengen tot en met het derde kwartaal is in onze optiek economisch verstandig. Hiermee voorkomt zij dat gezonde bedrijven in het zicht van de haven alsnog stranden. Een verdere verlenging ligt echter minder voor de hand en de overheid zou hierover ook duidelijk moeten communiceren. Als de (belangrijkste) lockdownmaatregelen na de zomer niet meer van kracht zijn en gezonde ondernemingen op eigen benen kunnen staan, is het immers zaak dat de bedrijfsdynamiek weer op gang komt. Want hoewel het aandeel ‘zombiebedrijven’ in Nederland relatief laag lijkt vergeleken met andere Europese landen, ligt ‘zombificatie’ van sommige delen van de economie door het verlengen van de steunmaatregelen wel op de loer. Over zombiebedrijven zal RaboResearch deze zomer een uitgebreide studie naar buiten brengen.

Genoeg werk aan de winkel

Wanneer de steunmaatregelen zijn afgeschaald, betekent dat overigens niet dat het werk van de overheid klaar is. Het volgende kabinet wacht namelijk een noodzakelijke taak om achterstallig onderhoud te plegen op diverse dossiers. Hierbij gaat het onder meer om het vlottrekken van de vastgelopen woningmarkt, werk maken van de energietransitie en het hervormen van het complexe stelsel van inkomstenbelasting en toeslagen.

Daarnaast zal een nieuw kabinet zich na installatie moeten richten op het versterken van het toekomstige verdienvermogen van de Nederlandse economie. Nederland had voor de coronacrisis al een productiviteitsprobleem, wat werd verbloemd door een gunstige ontwikkeling van de werkgelegenheid. De gemiddelde productiviteitsgroei per jaar is het afgelopen decennium (2010-2019) gehalveerd (0,7 procent) ten opzichte van de periode 1980-2007 (1,5 procent).

Figuur 9: Investeringen in R&D zouden groeivermogen economie aanzienlijk versterken
Figuur 9: Investeringen in R&D zouden groeivermogen economie aanzienlijk versterkenBron: RaboResearch op basis van CBS, Macrobond, Penn World Tables, Conference Board

Het Nationaal Groeifonds van 20 miljard euro is door het kabinet Rutte III in het leven geroepen om het structurele verdienvermogen te versterken. Het is bedoeld voor investeringen op het gebied van infrastructuur, duurzaamheid, kennis, innovatie en research & development (R&D). Als Nederland bijvoorbeeld het geld uit het fonds zou besteden aan het wegwerken van de R&D-achterstand ten opzichte van de koplopers, zou dat de economie een flinke impuls kunnen geven (figuur 9). Maar de pot zou dan wel na vijf jaar leeg zijn, terwijl ook nog projecten op andere terreinen moeten worden gefinancierd. We pleiten daarom voor een ambitieuzere investeringsagenda, die in ieder geval structureel geld reserveert voor (groene) innovatie, onderwijs en ondernemerschap. Daarmee kan Nederland na de coronacrisis voldoende economische groei genereren om maatschappelijk uitdagingen het hoofd te bieden, zoals klimaatverandering, de vergrijzing en de stijgende zorgkosten. Dit alles past ook bij een visie die aandacht heeft voor welvaart in brede zin. Daarvoor zou het nieuwe kabinet ons inziens meer oog moeten hebben. De geschiedenis leert ons immers dat na zware crises de brede welvaart vaak lang nodig heeft om te herstellen; de klap komt vaak niet zo snel als bij het bbp, maar iets later en dat herstel duurt aanzienlijk langer.

Voetnoot
[1] De ontwikkeling van de huren heeft een relatief groot gewicht in de inflatie. De sociale huur is verantwoordelijk voor 80 procent van de totale huur in Nederland. De totale huur heeft een aandeel van 8 procent in het bestedingsmandje van het CBS. Tegelijkertijd wordt voor eigenwoningbezitters een huurbedrag toegerekend dat overeenkomt met de huur die de consument zou moeten betalen als hij zijn woning zou huren. Dit aandeel in het totale consumentenmandje van het CBS is 15,8 procent. In totaal bepaalt de component wonen dus bijna een kwart van de totale CPI en 80 procent daarvan wordt weer bepaald door de ontwikkeling van de huur in de sociale sector.

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

Delen:
Auteur(s)
Hugo Erken
RaboResearch Nederland, Economie en Duurzaamheid Rabobank KEO
06 2223 1650
Carlijn Prins
RaboResearch Nederland, Economie en Duurzaamheid Rabobank KEO
06 1929 6455

naar boven