RaboResearch - Economisch Onderzoek

Wie financiële problemen verwacht, treft vaker maatregelen

Themabericht

Delen:
  • De helft van de Nederlanders verwacht dat de coronacrisis in enige mate zal leiden tot financiële problemen, zo blijkt uit een enquête van RaboResearch onder ruim 2.700 Nederlanders
  • Van de respondenten verwacht 26 procent een beetje financiële problemen, 17 procent matige problemen en 7 procent veel tot heel veel problemen; 45 procent verwacht geen financiële problemen door de coronacrisis
  • Nederlanders die (meer) financiële problemen verwachten, hebben door de corona-uitbraak vaker bewust gespaard, minder uitgegeven aan producten of diensten die indruk maken op anderen, een overzicht gemaakt van hun financiën, bespaartips uitgewisseld en de financiële situatie besproken met hun partner en/of goede vrienden of familie
  • Opvallend is dat nog steeds veel mensen die financiële problemen verwachten, geen van deze acties hebben ondernomen
  • Van de mensen die veel tot heel veel financiële problemen verwachten, heeft 31 procent geen van deze acties uitgevoerd als gevolg van de corona-uitbraak, bij degenen die een beetje tot matige financiële problemen verwachten gaat het om 57 procent

De coronacrisis heeft grote economische gevolgen. Zo zijn al tienduizenden banen verloren gegaan en verwachten veel Nederlanders dat de werkloosheid verder oploopt. De helft van de Nederlanders verwacht dan ook dat de coronacrisis in enige mate zal leiden tot financiële problemen (figuur 1). Dit blijkt uit een enquête van RaboResearch onder ruim 2.700 Nederlanders die na weging representatief is op leeftijd, geslacht en opleidingsniveau en die is uitgezet in juni en juli van dit jaar (zie Bijlage 1 voor de onderzoeksverantwoording en beschrijving van de statistische analyse).

Figuur 1: Helft verwacht enige tot heel veel financiële problemen
Figuur 1: Helft verwacht enige tot heel veel financiële problemenBron: RaboResearch

Zo geeft 26 procent aan te verwachten dat de coronacrisis een beetje tot financiële problemen zal leiden, 17 procent matig, 5 procent veel en 2 procent heel veel. Een deel van hen heeft vermoedelijk al te maken met een verslechtering van hun financiële situatie. Want 10 procent van degenen die in enige mate financiële problemen verwachten, geeft aan dat ze spaargeld hebben moeten gebruiken om rond te kunnen komen door de coronacrisis. De grootste groep, maar met 45 procent wel minder dan de helft, verwacht dat de coronacrisis helemaal niet tot financiële problemen zal leiden in het huishouden.

Wat dit kan betekenen voor financieel gedrag

Sombere economische verwachtingen en in het bijzonder sombere verwachtingen voor de persoonlijke financiële situatie, en een daadwerkelijke verslechtering van de financiële situatie, kunnen ertoe leiden dat mensen hun financiële gedrag aanpassen. Zo blijkt uit onderzoek dat in de vorige crisis meer werd gespaard uit voorzorg (Mody, Ohnsorge & Sandri, 2012) en dat Amerikanen na de financiële crisis vaker een begroting maakten en financiële doelen hadden opgesteld (O’Neill & Xiao, 2012). We hebben dit verder onderzocht door respondenten te vragen of de uitbraak van het coronavirus aanleiding was om verschillende financiële maatregelen te nemen, die ons inziens kunnen helpen om de financiën meer op orde te krijgen of ze op orde te houden.

Specifiek vroegen we of respondenten door de uitbraak van het coronavirus 1) een overzicht van hun financiën hebben gemaakt, 2) hun financiële situatie hebben besproken met hun partner, 3) hun financiële situatie hebben besproken met goede vrienden of familie, 4) bespaartips hebben uitgewisseld, 5) bewust meer zijn gaan sparen en 6) of ze minder geld hebben uitgegeven aan producten of diensten die indruk maken op anderen.

Zo helpt een overzicht met het inzichtelijk maken van de uitgaven, wat kan helpen met besparen. Het geeft ook inzicht in hoe de financiën er voorstaan, en hoe lang bijvoorbeeld een inkomensdaling kan worden opgevangen.

Met je partner praten over je financiële situatie tijdens een economische crisis kan helpen om financiële problemen te ontdekken en oplossingen te vinden. Bijvoorbeeld door samen aanpassingen te doen in het uitgavenpatroon. Ook het bespreken van de financiële situatie met goede vrienden of familie kan helpen om oplossingen te vinden voor (verwachte) financiële problemen. Zij kunnen tips hebben of op een andere manier helpen. Het uitwisselen van bespaartips bijvoorbeeld, kan helpen als je moeite hebt met rondkomen of om extra geld opzij te zetten. Verder lucht het wellicht ook op om geldzorgen te delen.

Wie zich zorgen maakt om zijn financiële situatie, zet bovendien misschien bewust extra geld opzij om tegenslagen in de toekomst op te kunnen vangen, mits daar financiële ruimte voor is. Of je bespaart door minder geld uit te geven aan producten of diensten die indruk maken op andere mensen.

Vaker gedrag aangepast als financiële problemen worden verwacht

In figuur 2 is te zien dat respondenten die verwachten dat de coronacrisis leidt tot financiële problemen, inderdaad vaker actie hebben ondernomen. Ze hebben bewust gespaard, een overzicht gemaakt van hun financiën, minder uitgegeven aan zaken die indruk maken op anderen, bespaartips uitgewisseld en hebben hun financiële situatie besproken met hun partner en/of goede vrienden of familie. Over het algemeen bestaat er een statistisch significante samenhang tussen vertoond gedrag en de financiële verwachtingen van respondenten, ook wanneer we controleren voor een aantal sociaal-demografische kenmerken (zie Bijlage 1: Onderzoeksverantwoording en statistische analyses).

Figuur 2: Hoe meer financiële problemen verwacht, des te meer gedaan
Figuur 2: Hoe meer financiële problemen verwacht, des te meer gedaanBron: RaboResearch

Zo geeft 25 procent van de respondenten die door de corona-uitbraak veel tot heel veel financiële problemen verwacht aan bewust minder te hebben uitgegeven om te sparen. Onder respondenten die geen problemen verwachten, is dat 9 procent. Bovendien geeft 43 procent van de respondenten die veel tot heel veel financiële problemen verwachten aan de financiële situatie te hebben besproken met de partner. Onder respondenten die geen problemen verwachten, is dat 15 procent.

Toch is het opvallend dat nog steeds veel mensen die financiële problemen verwachten, geen van de door ons uitgevraagde acties hebben ondernomen door de uitbraak van het coronavirus. Want van degenen die veel tot heel veel financiële problemen verwachten, heeft 31 procent geen van de door ons onderzochte financiële maatregelen genomen. En van degenen die een beetje tot matige financiële problemen verwachten, gaat het om 57 procent.

Conclusie en discussie

Ons onderzoek laat zien dat wie meer financiële problemen verwacht door de corona-uitbraak, ook vaker maatregelen treft die kunnen helpen bij het op orde brengen of houden van de financiële situatie. Opvallend is dat nog steeds veel mensen die financiële problemen verwachten, geen van de door ons onderzochte acties heeft ondernomen door de uitbraak van het coronavirus. Tijdig aan de bel trekken en actie ondernemen bij het ontstaan van financiële problemen kan namelijk erger voorkomen. Toch hoeft dat niet direct problematisch te zijn. Zo hielden huishoudens door de lockdown-maatregelen soms al geld over, waardoor zij wellicht minder reden hadden om bewust nog meer opzij te zetten. Verder zitten bij sommige Nederlanders één of meerdere van de zes financiële handelingen al in hun standaardrepertoire, en was de corona-uitbraak voor hen geen aanleiding om deze handelingen extra uit te voeren. Een deel van de mensen die veel tot heel veel financiële problemen verwachten zet bijvoorbeeld al regelmatig zijn financiën op een rij. Maar alsnog doet ruim een vijfde van hen dit minder dan één keer per jaar of zelfs nooit, én heeft dit ook niet gedaan door de corona-uitbraak – dat is wel verontrustend. Bovendien zijn er helaas ook huishoudens die geen ruimte hebben om extra te sparen, omdat zij moeite hebben om rond te komen.

Bijlage 1: Onderzoeksverantwoording en statistische analyses

De enquête is door 2.717 Nederlanders tussen de 20 en 75 jaar in juni en juli 2020 ingevuld. Na weging is deze groep representatief op leeftijd, geslacht en opleidingsniveau. Met logistische regressieanalyses hebben we getoetst of de mate waarin financiële problemen worden verwacht een significante voorspeller is voor het uitvoeren van het financiële gedrag door de uitbraak van het coronavirus. De gedraging is een binaire variabele, namelijk het gedrag is wel of niet uitgevoerd en is in deze analyses de afhankelijke variabele. De mate waarin financiële problemen worden verwacht, is de verklarende variabele. Deze verklarende variabele had drie groepen: ‘helemaal niet’, ‘een beetje tot matig’, en ‘veel tot heel veel’ – ‘geen antwoord’ is buiten de analyse gelaten. Leeftijd, geslacht, gezinssamenstelling en opleidingsniveau zijn als controlevariabelen meegenomen.

De zes financiële gedragingen zijn aan iedereen voorgelegd, met uitzondering van ‘het bespreken van de financiële situatie met de partner’; deze is alleen voorgelegd aan respondenten die aangaven een partner te hebben.

De mate waarin financiële problemen worden verwacht is in elke regressie een significante voorspeller. We hebben vervolgens post hoc pairwise vergelijkingen gemaakt om te testen of de verschillen tussen de groepen significant zijn: gedraagt bijvoorbeeld de groep die ‘een beetje’ financiële problemen verwacht zich echt anders dan de groep die ‘veel tot heel veel’ financiële problemen verwacht? Daarbij hebben we Bonferroni-correctie toegepast om te controleren voor familywise error rates. Dit hebben we geanalyseerd voor elke gedraging in het onderzoek. Voor vier van de vijf gedragingen vinden we dat de verschillen tussen de drie groepen (‘helemaal niet’, ‘een beetje tot matig’ en ‘veel tot heel veel’ financiële problemen verwachten) allemaal significant zijn. Daarbij was de hoogste p-waarde 1,4 procent. Alleen voor de gedraging ‘bewust minder geld uitgegeven om te sparen’ is het verschil tussen de groepen respondenten die ‘veel tot heel veel’ en ‘een beetje tot matig’ financiële problemen verwachten niet significant. Het verschil tussen de respondenten die geen financiële problemen verwachten enerzijds en de respondenten die een beetje tot matig, of veel tot heel veel financiële problemen verwachten anderzijds is wel significant.

Verder speelt leeftijd een rol: deze is voor elk gedrag een significante voorspeller, waarbij geldt: hoe ouder, hoe kleiner de kans dat het gedrag wordt uitgevoerd. Opleidingsniveau is een significante voorspeller voor ‘over financiën gesproken met goede vrienden of familie’, ‘over financiën gesproken met partner’ en ‘bewust minder geld uitgegeven om te sparen’. Over het algemeen geldt dat hoger opgeleiden een grotere kans hebben om het gedrag te hebben uitgevoerd dan midden of laagopgeleiden. Het hebben van een partner verkleint de kans om met goede vrienden of familie over de financiële situatie te hebben gesproken.

Literatuur

Mody, A., Ohnsorge, F., & Sandri, D. (2012). Precautionary Savings in the Great Recession. IMF Working Paper, 1 – 38.

O’Neill, B., & Xiao, J. J. (2012). Financial Behaviors Before and After the Financial Crisis: Evidence from an Online Survey. Journal of Financial Counseling and Planning, 23, 33 – 46.

Delen:
Auteur(s)

naar boven