RaboResearch - Economisch Onderzoek

Het economische belang van de culturele en creatieve sector

Economisch commentaar

Delen:
  • Een flink gedeelte van de culturele en creatieve sector gaat gebukt onder de gevolgen van de coronacrisis
  • De overheid laat zien klaar te staan voor deze sector en dat is in deze lastige tijden ook logisch
  • De sector creëert een boel werkgelegenheid, draagt bij aan het vestigingsklimaat en creëert daarnaast waarde voor andere sectoren
  • Vooruitkijkend: er blijft een belangrijke rol weggelegd voor de culturele en creatieve sector in onze economie

De Nederlandse culturele en creatieve sector (zie tabel 1, onderaan) kent genoeg succesverhalen: zij brengt ’s werelds beste dj’s voort, bedenkt televisieformats die over de hele wereld te zien zijn en de stroming ‘Dutch Design’ geniet internationaal aanzien.

Figuur 1: Bedrijfstak cultuur, recreatie & overige diensten krimpt veel harder
Figuur 1: Bedrijfstak cultuur, recreatie & overige diensten krimpt veel harderBron: CBS

Een flink gedeelte van de sector gaat momenteel echter gebukt onder de gevolgen van de coronacrisis (zie figuur 1). Schrijvers kunnen weliswaar prima verder schrijven aan hun boek, maar de podiumkunst heeft te maken met flink legere of zelfs dichte theaterzalen. Dat de sector het zwaar heeft, blijkt ook uit de groeicijfers van de bedrijfstak cultuur, recreatie en overige diensten in het tweede kwartaal. De toegevoegde waarde kromp met maar liefst 32,3 procent tegenover ‘slechts’ 8,5 procent voor de economie als geheel. Vooruitkijkend zien we dat deze sector het lastig blijft hebben doordat mensen uit angst minder gemakkelijk de deur uitgaan om bijvoorbeeld een museum te bezoeken. Daar komt bij dat mensen er wellicht voor kiezen om hun uitgaven aan kunst uit te stellen omdat het een luxegoed is.

Overheid staat klaar voor de sector

Dat de overheid zich bekommert om deze sector is duidelijk. In 2011 kreeg een gedeelte van de culturele en creatieve sector een centrale plaats in het kabinetsbeleid als een van de negen topsectoren. Dat zijn sectoren die onder andere ‘kennisintensief en export-georiënteerd zijn en een belangrijke bijdrage leveren aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken’. Ook in coronatijd laat de overheid zien dat ze klaarstaat voor de culturele en creatieve sector. Om het getroffen gedeelte van deze sector een steun in de rug te geven kondigde de overheid op 28 augustus een tweede steunpakket aan ter waarde van 482 miljoen euro. In april trok de overheid ook al 300 miljoen euro uit om de sector te ondersteunen.

De sector voegt op allerlei vlakken waarde toe

Deze steun is logisch: de sector creëert een boel werkgelegenheid, draagt bij aan het vestigingsklimaat en creëert waarde voor andere delen van de economie. Ook is er een belangrijke rol weggelegd voor de sector in de economie van morgen.

De culturele en creatieve sector draagt direct bij aan de Nederlandse economie in de vorm van toegevoegde waarde en werkgelegenheid. Het aandeel van de sector in de totale Nederlandse toegevoegde waarde was vrijwel stabiel tussen 1995 en 2016 en bedroeg 2,3 procent in 2016. Wanneer we dit percentage toepassen op het bbp van 2019, dan bedraagt de totale toegevoegde waarde van de creatieve en culturele sector 15,6 miljard euro. De sector was tevens goed voor 148.090 banen in 2018, wat neerkomt op ongeveer 1,7 procent van het totale aantal banen[1]. Bovendien waren er in hetzelfde jaar 134.500 zelfstandig ondernemers actief in de sector – dit is ongeveer 10,8 procent van het totaal aantal zzp’ers.

De sector draagt ook buiten de gangbare economische maatstaven voor waardecreatie bij aan onze economie. De aanwezigheid van een creatieve industrie is allereerst positief voor het vestigingsklimaat van Nederland en Nederlandse regio’s. Het speelt een belangrijke rol in het imago dat Nederland naar de rest van de wereld uitstraalt. Bovendien verhoogt het de kwaliteit van leven in onze steden, wat weer een aantrekkingskracht kan hebben op talent dat actief is in andere sectoren. Tegelijkertijd kan de aanwezigheid van een creatieve klasse een belangrijke factor zijn in de beslissing van bedrijven om zich te vestigen in Nederland.

Creatieve bedrijven en instellingen voegen ook waarde toe over de grenzen van hun eigen sector heen. De creatieve sector is een broedplaats voor ideeën en de ontwikkelde concepten kunnen dienen als katalysator voor innovatie elders. Derden hoeven niet altijd te betalen voor deze concepten maar kunnen er wel gebruik van maken en erdoor worden geïnspireerd. Een creatieve uiting kan dan dienen als input voor een nieuw product, nieuw design of nieuwe reclamecampagne. De creatieve en culturele sector draagt daardoor bij aan de innovatie- en concurrentiekracht van bedrijven in andere sectoren.

Ook in de economie van morgen speelt de sector een belangrijke rol

De creatieve sector wordt ook belangrijker naarmate een samenleving zich economisch doorontwikkelt. De vraag naar cultuur stijgt doorgaans sneller dan het inkomen. De meeste Nederlanders zijn steeds beter voorzien in hun primaire levensbehoeften, zoals voedsel en onderdak, en krijgen dus meer financiële ruimte om geld uit te geven aan bijvoorbeeld kunst. Dit effect zet zich door naarmate de economie zich verder ontwikkelt.

Tegelijkertijd focust de productiekant van onze economie zich steeds minder op de productie van eenvoudige consumentengoederen en fysieke activa, zoals lampen en auto’s, maar juist meer op immateriële activa, zoals kennis en digitale producten. Hierdoor ligt de focus steeds meer op het vermogen om betekenis en een unieke gebruikerservaring te creëren. En juist hier kan de creatieve en culturele sector bijdragen.

Tabel 1: Afbakening culturele & creatieve sector
Tabel 1: Afbakening culturele & creatieve sectorBron: Cultuur in beeld 2017, CBS

Voetnoot

[1] Voor de consistentie tussen de bbp- en werkgelegenheidscijfers houden wij bij de laatste ‘cultureel onderwijs’ buiten beschouwing.

Delen:
Auteur(s)
Michiel van der Veen
RaboResearch Nederland, Economie en Duurzaamheid Rabobank KEO
06 8313 4616

naar boven