RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

De economie in de eurozone krijgt rake klappen door COVID-19

Special

Delen:
  • Door COVID-19 kromp de economie in de eurozone in het eerste kwartaal voor het eerst in zeven jaar
  • In het eerste kwartaal kromp de economie in de eurozone met 3,8 procent op kwartaalbasis en met 3,3 procent op jaarbasis
  • In het tweede kwartaal zien we waarschijnlijk een nog veel grotere krimp doordat de mensen thuis zijn opgesloten
  • Als de lockdowns begin juni worden opgeheven, verwachten we een geleidelijk herstel vanaf het derde kwartaal
  • Sommige sectoren blijven het naar verwachting echter slecht doen
  • We voorspellen een krimp van het bbp van 5,2 procent voor dit jaar en een groei van 4,3 procent in 2021
  • De prognoses zitten nog wel vol onzekerheden

Eurozone economie diep in de min

In het eerste kwartaal kromp de economie in de eurozone door COVID-19 voor het eerst in zeven jaar, en wel met 3,8 procent ten opzichte van het vierde kwartaal en met 3,3 procent ten opzichte van het eerste kwartaal van vorig jaar (figuur 1 en 2). Een verdeling per sector is nog niet beschikbaar, maar er is weinig fantasie voor nodig om te bedenken dat dit vooral aan de dienstensector heeft gelegen (figuur 3). Met name de horeca, recreatie en toerisme zijn in de loop van de maand maart feitelijk tot stilstand gekomen. Maar ook de activiteiten in de bouw en de maakindustrie namen flink af (figuur 3). Van de grote lidstaten heeft Frankrijk het het slechtste gedaan. Veel slechter nog dan Italië, waar de groei overigens ook diep in het rood eindigde (figuur 2).

De algemene verwachting was dat Italië het slechts presterende land zou zijn. De startpositie van de Italiaanse economie was uiterst zwak en het land kreeg eerder dan andere landen te maken met de virusuitbraak en daaropvolgende indammingsmaatregelen. Het ontbreekt ons nog aan de data om het verschil tussen Frankrijk en Italië te verklaren. Dat gezegd hebbende, het zou kunnen dat de importen in Italië veel harder zijn gekrompen dan de exporten, terwijl we al weten dat in Frankrijk de exportvraag juist harder afnam dan de importvraag. Verder heeft de Franse industrie vermoedelijk meer last gehad van een gebrek aan onderdelen uit China dan de Italiaanse industrie. En tot slot valt er mogelijk niks te verklaren omdat het cijfer voor Italië volgens het Italiaanse statistiekbureau nog flink kan worden bijgesteld. Die laatste ondervond namelijk veel problemen bij het verzamelen van data voor de schatting van het bbp-cijfer.

Vooruitkijkend zullen de resultaten in het tweede kwartaal voor alle lidstaten veel slechter zijn dan in het eerste kwartaal (figuur 3 en 4).

Figuur 1: Grootste krimp in de eurozone geschiedenis
Figuur 1: Grootste krimp in de eurozone geschiedenisBron: Macrobond, RaboResearch
Figuur 2: De Franse economie dook het diepste in de min
Figuur 2: De Franse economie dook het diepste in de minBron: Nationale statistiekbureaus, Eurostat, RaboResearch

Het wordt nog slechter

De economische schade was in het grootste deel van het eerste kwartaal vooral toe te schrijven aan een zwak China (zie hier voor de handelsrelatie van de lidstaten met China). De Chinese economie kromp fors. De importvraag leed hieronder, wat vervolgens vooral de Duitse export raakte. Bovendien kregen veel landen te maken met een verstoring van de aanvoerketen en een tekort aan Chinese goederen. Ook in dit opzicht liep de Duitse economie het grootste risico, maar ook Spanje en Frankrijk zijn relatief afhankelijk van Chinese import.

De strikte maatregelen om het virus onder controle te krijgen werden in de eurozonelidstaten pas in de loop van maart ingevoerd, dus helemaal aan het einde van het eerste kwartaal. Gezien de verwachting dat deze niet voor 1 juni worden opgeheven, zullen de indammingsmaatregelen in het tweede kwartaal een veel grotere impact hebben op de conjunctuur dan in het eerste kwartaal. Daar komt bij dat de vraag uit het buitenland naar verwachting zeer zwak zal zijn door de mondiale indammingsmaatregelen en een forse wereldwijde recessie. De economie zal daarom in het tweede kwartaal waarschijnlijk flink krimpen (figuur 3 en 4).

We verwachten dat ongeveer 18 procent van de economie van de eurozone een tijdelijke conjunctuurschok van 50 procent of meer te verwerken krijgt (figuur 4). Dit betreft vooral de toerismesector en de restaurants, waar de dienstverlening zo goed als tot stilstand is gekomen. Maar ook de autoproductie, vanwege verstoringen van de aanvoerketen en een uiterst zwakke vraag. De binnenlandse handel schommelt waarschijnlijk rond de 50 procent van zijn capaciteit door de winkelsluitingen in een groot deel van het kwartaal. Naar onze schatting wordt nog eens 60 procent van de economische bedrijvigheid, waaronder in de bouw en de maakindustrie, behoorlijk geraakt, maar met minder dan 50 procent. Hoewel de fabrieken in de meeste landen nog open mogen zijn, wordt de productie in de maakindustrie bijvoorbeeld wel geraakt door verstoringen in de aanvoerketen, verplichte sociale afstand en een zwakke vraag. Dan blijft er 22 procent van de economie over die praktisch niet wordt geraakt of sneller groeit, bijvoorbeeld de zorgsector en de supermarkten. 

Figuur 3: PMI's zijn historisch laag (april)
Figuur 3: PMI's zijn historisch laag (april)Noot: PMI is de inkoopmanagersindex. Een niveau onder de 50 duidt op een krimp van de activiteit in een bepaalde sector, danwel de gehele economie.
Bron: Macrobond, Markit, RaboResearch
Figuur 4: 18 procent van de economie zal met meer dan 50 procent krimpen in tweede kwartaal
Figuur 4: 18 procent van de economie zal met meer dan 50 procent krimpen in tweede kwartaalBron: RaboResearch

Als de indammingsmaatregelen tegen 1 juni zijn opgeheven, verwachten we vanaf het derde kwartaal een herstel. Maar sommige sectoren, in het bijzonder de horeca en de evenementensector, blijven naar verwachting slecht presteren. Totdat er een vaccin wordt gevonden, zal waarschijnlijk sprake blijven van social distancing, ook al gaan restaurants en winkels weer open. Daar komt bij dat langdurig verlies van inkomsten en onzekerheid de opgehoopte vraag voor de rest van het jaar afremmen. Die gevolgen zullen per lidstaat echter enorm verschillen (zie onder). Al met al schatten we dat de economie in de eurozone dit jaar met 5,2 procent krimpt en volgend jaar met 4,3 procent groeit, aangenomen dat de lockdown in de loop van het huidige kwartaal grotendeels wordt opgeheven. We voorspellen dat de werkloosheid dit jaar gemiddeld uitkomt op 9 procent ten opzichte van 7,5 procent vorig jaar, en de inflatie gemiddeld op 0,5 procent. Sommige lidstaten krijgen waarschijnlijk een paar maanden met deflatie te maken. Bovendien zullen de overheidsfinanciën enorm verslechteren, waardoor de schuldhoudbaarheid in de toekomst, het herstel en de economische groei op de middellange termijn vooral in de Zuid-Europese landen in gevaar komen.

Het herstel

Volgens onze huidige prognose zal het bbp eind 2021 grotendeels zijn hersteld van de verliezen van de eerste helft van dit jaar. Maar de schattingen zitten nog wel vol onzekerheden. Ze hangen af van zowel het moment waarop de inperkingsmaatregelen worden opgeheven als de snelheid van het herstel. Op dit moment gaan we ervan uit dat er geen tweede lockdown komt, dat de situatie vanaf het derde kwartaal redelijk snel weer normaal wordt en dat de werkgelegenheid en solvabele bedrijven dankzij het stimulerende monetaire en begrotingsbeleid niet langdurig zijn ontwricht. Maar het is duidelijk dat er aan deze aannames een groot neerwaarts risico kleeft en het wordt steeds waarschijnlijker dat de maatschappij zich aan een nieuw normaal zal moeten aanpassen.

Op basis van nieuwe beschikbare data en april en nieuwe inzichten lijkt het onvermijdelijk dat we ons basiscenerio moeten aanpassen en de groei naar beneden moeten bijstellen. In een nog te verschijnen publicatie gaan we in ieder geval dieper in op de ruimte voor herstel later dit jaar en volgend jaar.

Deze publicatie is een ingekorte versie van het Engelstalige origineel met uitgebreidere informatie over de impact van COVID-19 op de economieën van de grootste vier lidstaten Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje. Voor meer informatie zie: The Eurozone economy comes crashing down due to COVID-19.

Figuur 5: Kwetsbare sectoren Duitse economie
Figuur 5: Kwetsbare sectoren Duitse economieBron: RaboResearch
Figuur 6: Kwetsbare sectoren Franse economie
Figuur 6: Kwetsbare sectoren Franse economieBron: RaboResearch
Figuur 7: Kwetsbare sectoren Italiaanse economie
Figuur 7: Kwetsbare sectoren Italiaanse economieBron: RaboResearch
Figuur 8: Kwetsbare sectoren Spaanse economie
Figuur 8: Kwetsbare sectoren Spaanse economieBron: RaboResearch
Delen:
Auteur(s)
Maartje Wijffelaars
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
06 2257 0569
Erik-Jan van Harn
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
06 3002 0936

naar boven