RaboResearch - Economisch Onderzoek

Nederland: krimp in eerste kwartaal, maar minder sterk dan in buurlanden

Economisch commentaar

Delen:
  • De Nederlandse economie kromp in het eerste kwartaal van 2020 met 1,7 procent
  • Het corona-effect op de Nederlandse economie was dus groot, maar minder erg dan in buurlanden
  • De terugval in de consumptie van huishoudens was de belangrijkste oorzaak van de krimp
  • Maar de dalingen in export en investeringen vielen relatief nog mee
  • Het economische beeld blijft somber, vanwege slechtere vooruitzichten voor onze handelspartners en omdat we verwachten nog lange tijd in de anderhalvemetereconomie te blijven
  • De historische daling in het aantal vacatures is een voorbode van een sterke stijging van de werkloosheid

Economische krimp begint in eerste kwartaal

De gevolgen van de uitbraak van het coronavirus op de Nederlandse economie zijn duidelijk zichtbaar in de economische cijfers over het eerste kwartaal van 2020. Hoewel de lockdown-maatregelen in dit kwartaal slechts een halve maand duurden, kromp het bruto binnenlands product (bbp) in de eerste drie maanden met 1,7 procent ten opzichte van het kwartaal ervoor. Dat is de eerste krimp sinds het eerste kwartaal van 2014. Huishoudens werden door de lockdown sterk beperkt in hun uitgaven: hun consumptie viel met 2,7 procent terug en veroorzaakte 1,2 procentpunt van de economische krimp. De totale investeringen noteerden ook een min, maar die was met 1,1 procent beduidend geringer. Mogelijk zijn niet alle lopende bedrijfsprojecten (direct) geannuleerd en heeft de overheid meer geïnvesteerd in zorgmateriaal, zoals beademingsapparatuur en IC-bedden. Verder vielen ook de overheidsuitgaven terug; deze daalden met 1,4 procent.

Krimp in buurlanden groter

Figuur 1: Krimp in Nederland valt nog mee
Figuur 1: Krimp in Nederland valt nog meeBron: Eurostat, ONS, Macrobond

Door de daling van de bestedingen daalde ook de import; deze nam met 3,5 procent af. De export kromp met 3 procent minder hard, waarmee de handel de economische krimp beperkte. De lockdown-maatregelen in veel andere landen hebben de vraag naar Nederlandse producten geremd, maar minder dan verwacht. Wellicht mede doordat de economische neergang in belangrijke handelspartners nog relatief beperkt was in het eerste kwartaal. Zo kromp de Amerikaanse economie met 1,2 procent, de Duitse met 2,2 procent en de Britse met 2,0 procent (figuur 1).

De krimp in de Zuid-Europese landen en Frankrijk was wel sterker, en hiermee vergeleken viel de Nederlandse krimp nog mee. Dit komt vermoedelijk doordat de lockdown in Nederland minder streng was, het aandeel thuiswerkers in Nederland relatief hoog is en Nederlanders meer gewend zijn aan online winkelen. Bovendien zijn hard getroffen sectoren zoals toerisme en de auto-industrie relatief kleiner in Nederland. Hierdoor kon een groter deel van de economie blijven draaien.

Economische vooruitzichten blijven wel somber

Hoewel de economische krimp in het eerste kwartaal kleiner was dan wij hadden voorzien, zijn we niet optimistischer gestemd over de economische vooruitzichten van dit jaar. De gevolgen van de lockdown-maatregelen zijn in Nederland wellicht kleiner dan verwacht, maar het internationale economische beeld is wel verder verslechterd. Minder vraag van onze handelspartners zal via de export ook Nederland raken. Bovendien verwachten we dat we lange tijd in een anderhalvemetereconomie zullen blijven, waardoor de productie in sommige sectoren langere tijd lager zal zijn dan voor de coronacrisis. Daarnaast zullen er bovenop de gevolgen van de lockdown nog binnenlandse vraageffecten komen. Bedrijven zijn onzeker en zien hun winst afnemen, waardoor hun investeringen onder druk komen te staan en mensen hun baan verliezen. Huishoudens krijgen dus te maken met een hogere werkloosheid en grotere inkomensonzekerheid. Hierdoor neemt ook hun vraag naar goederen en diensten af. We verwachten daarom dat het herstel, dat in de tweede helft van dit jaar zal inzetten, dit jaar niet volledig zal zijn.

Eerste voortekenen van sterke stijging werkloosheid

Het officiële werkloosheidscijfer over het eerste kwartaal laat nog geen corona-impact zien. Desondanks zijn er inmiddels onmiskenbare tekenen van een verslechterende arbeidsmarkt: Het aantal gewerkte uren daalde in de eerste weken van de lockdown met maar liefst 13 procent volgens CPB-onderzoek. Bovendien rapporteerde het CBS over het eerste kwartaal een historische afname van het aantal vacatures. Recente cijfers van het UWV over vacatures in de maand april bevestigen de neergaande trend.

Dat het officiële werkloosheidscijfer in het eerste kwartaal nog geen stijging liet zien, verbaast overigens niet: allereerst ging de lockdown pas in de tweede helft van maart in, terwijl de gemiddelde werkloosheid over het hele eerste kwartaal wordt gemeten. Het baanverlies was in maart dan ook nog beperkt. Bovendien vertaalt het aantal personen dat zijn baan verloor zich niet meteen in een gelijke stijging van de werkloosheid. De werkloosheid meet namelijk het aantal personen in de beroepsbevolking die geen werk hebben, daarvoor wel beschikbaar zijn én actief zoeken naar werk. Een pessimist die eind maart opeens zijn baan in de horeca verloor, had misschien niet meteen de moed om op zoek naar nieuw werk te gaan, gezien de geringe kans om direct een vergelijkbare functie te vinden. En het is goed mogelijk dat ook optimisten besloten om te wachten met zoeken, in de verwachting dat de coronacrisis snel onder controle zou zijn en de kansen dan zouden keren. Tenslotte helpt het kabinetsbeleid sinds het begin van de coronacrisis om de werkloosheidsontwikkeling te dempen: met een tegemoetkoming voor loonkosten bij omzetverlies ondersteunt het kabinet behoud van de werkgelegenheid. Ook de inkomenssteun voor zelfstandigen zorgt mogelijk voor lagere werkloosheidscijfers dan het verlies aan gewerkte uren doet vermoeden. Voor zover deze eraan bijdraagt dat sommige zelfstandigen zich nu niet actief op de arbeidsmarkt begeven. 

Vooruitkijkend zien we dat ondanks het steunpakket van de overheid een sterke stijging van de werkloosheid dit jaar onvermijdelijk is. Ook zal de werkloosheid waarschijnlijk sneller oplopen dan in de vorige crisis: omdat de economische terugval nog sneller verloopt dan in 2009 en omdat de arbeidsmarkt flexibeler is geworden. In onze laatste raming voorspelden wij al dat de werkloosheid over het gehele jaar gemiddeld zou oplopen tot 6,1 procent. Dit zal eerst het geval zijn in de flexibele schil. Naarmate de economische crisis langer duurt, is te verwachten dat ook bij vastere dienstverbanden meer werkgelegenheid verloren gaat. Mocht het kabinet zoals aangekondigd de ontslagboete in de NOW bij verlenging van deze maatregel laten vervallen, dan zal dit proces naar verwachting worden versneld.

Delen:

naar boven