RaboResearch - Economisch Onderzoek

Naar een toekomstbestendige maakindustrie

Special

Delen:
  • Het merendeel van de Nederlandse industriebedrijven is niet klaar voor de toekomst
  • Zo is bijna 80 procent van de industriebedrijven onvoldoende voorbereid op technologische ontwikkelingen, is 58 procent onvoldoende voorbereid op handelsbelemmeringen en is 56 procent nauwelijks bezig met verduurzaming
  • Onze analyses laten zien dat de kwaliteit van managementpraktijken belangrijk is voor de toekomstbestendigheid van industriebedrijven
  • Bij managementpraktijken gaat het erom dat bedrijven hun bedrijfsvoering op orde hebben
  • Naast de kwaliteit van managementpraktijken is het voor de toekomstbestendigheid van industriebedrijven belangrijk dat ze investeren in R&D en aandacht besteden aan hun menselijk kapitaal
  • Met meer aandacht voor managementpraktijken slaan industriebedrijven bovendien twee vliegen in een klap: ze vergroten hun weerbaarheid in de toekomst én ze genereren nu al een hogere omzet

Mede tot stand gekomen met hulp van Yorick Cramer en
Kees de Schipper (beiden Sectorspecialist Industrie )

Lees verder onder de video.

Na jaren van groei lijkt de Nederlandse industrie af te remmen. Met de uitdagingen die industriebedrijven op hun pad vinden is er dan ook geen reden voor hen om achterover te gaan leunen. Denk hierbij aan de opkomst van nieuwe technologieën als Artificial Intelligence en toenemende automatisering, de groeiende roep om verduurzaming en de onzekerheden die gepaard gaan met opdoemende handelsbelemmeringen. Wat kunnen industriebedrijven doen om te blijven groeien? En hoe kunnen ze zich wapenen tegen de uitdagingen van de toekomst?

Om deze vragen te beantwoorden, hebben we een enquête afgenomen onder 464 Nederlandse industriebedrijven, waaronder 262 bedrijven uit de maakindustrie.[1] Uit deze enquête blijkt dat de meeste industriebedrijven de afgelopen jaren zijn gegroeid in omzet, maar dat het merendeel van hen niet is voorbereid op toekomstige uitdagingen die spelen op het vlak van nieuwe technologieën, internationalisering en verduurzaming. Investeringen hangen sterk samen met omzetgroei, maar voor het omgaan met de uitdagingen is meer nodig. Denk daarbij vooral aan de kwaliteit van de eigen managementpraktijken: deze hangt niet alleen samen met omzetgroei, maar ook met de toekomstbestendigheid van industriebedrijven.

De Nederlandse maakindustrie groeit (nog)

Het gaat goed met de Nederlandse industrie. Uit onze enquête blijkt dat het overgrote deel van de industriebedrijven, 68 procent, gemiddeld genomen de afgelopen drie jaar is gegroeid in omzet (figuur 1). Sterker nog, zo’n 19 procent van de industriebedrijven uit onze enquête is gemiddeld genomen de afgelopen drie jaar met meer dan 20 procent gegroeid in omzet.

Deze cijfers komen overeen met het beeld uit de officiële statistieken: sinds de financiële en economische crisis zit de productie van de industrie in de lift. De omzet van de Nederlandse industrie is het afgelopen decennium flink toegenomen. Toch is er geen reden tot al te veel optimisme: de afgelopen drie jaar staat er een rem op de productiegroei. Jaar-op-jaar zien we een afname in de groei van de productiecijfers (figuur 2). Mogelijk heeft dit te maken met onzekerheden die spelen op het vlak van technologisering, handel en de duurzaamheidstransitie. Dit roept de vraag op hoe industriebedrijven ook in de toekomst hun omzet op peil kunnen houden of zelfs weer verder kunnen laten groeien. Ons onderzoek geeft daar antwoord op.

Figuur 1: Merendeel industriebedrijven heeft de afgelopen drie jaar groei doorgemaakt
Figuur 1: Merendeel industriebedrijven heeft de afgelopen drie jaar groei doorgemaaktBron: RaboResearch
Figuur 2: De Nederlandse industrie groeit, maar de groei vlakt wel af
Figuur 2: De Nederlandse industrie groeit, maar de groei vlakt wel afBron: CBS

Box 1: Technologisering, handelsbelemmeringen en verduurzaming: de toekomstbestendigheid van de industrie ontleed

Om na te gaan hoe toekomstbestendig Nederlandse industriebedrijven zijn, hebben we in de enquête twaalf vragen gesteld over de mate waarin bedrijven voorop lopen in de adoptie van nieuwe technologieën, de mate waarin ze voorbereid zijn op en hinder ondervinden van handelsbelemmeringen en de mate waarin ze nu al bezig zijn met verduurzaming en of verduurzaming betaalbaar voor hen is. Ten aanzien van nieuwe technologieën vroegen we bijvoorbeeld aan te geven in hoeverre het bedrijf vooroploopt op het gebruik van data binnen besluitvormingsprocessen. En met betrekking tot handelsbelemmeringen vroegen we bijvoorbeeld aan te geven in hoeverre ze voorbereid zijn op een toename van handelsbelemmeringen. Tot slot vroegen we over verduurzaming bijvoorbeeld aan te geven in hoeverre de gevolgen van de duurzaamheidstransitie betaalbaar zijn. Bij alle was er een schaal van 1 tot 7. Door per thema de scores te middelen, komen we tot een toekomstbestendigheidsscore op het vlak van technologisering, handelsbelemmeringen en verduurzaming.

Investeringen en managementpraktijken belangrijke groei-aanjagers

Hamvraag is natuurlijk wat wel en niet bijdraagt aan de omzetgroei van industriebedrijven, nu en in de toekomst. Aan welke knoppen kunnen bedrijven draaien? Om deze vraag te beantwoorden, hebben we in onze enquête gevraagd naar de gemiddelde omvang van investeringen en de gemiddelde omzetgroei in de afgelopen drie jaar. Onder investeringen verstaan we de uitgaven aan materiële en immateriële vaste activa (zoals gebouwen, inventaris, de machines en installaties, transportmiddelen, octrooien/patenten, onderzoeks- & ontwikkelingskosten (R&D) en merkrechten).

Figuur 3: Industriebedrijven die meer investeren per werknemer groeien harder
Figuur 3: Industriebedrijven die meer investeren per werknemer groeien harderBron: RaboResearch

Door investeringen en omzetgroei tegen elkaar af te zetten, krijgen we een indruk van de relatie tussen investeren en groei op dit moment (figuur 3).[2] Deze relatie is duidelijk positief en vanuit statistisch oogpunt ook nog eens significant. Hier geldt wel dat bedrijven die krimpen in omzet wat meer investeren dan bedrijven die een stabiele omzet halen. Mogelijk komt dit doordat bedrijven die krimpen bewust inzetten op investeringen om het zo beter te doen.

Samenhang betekent nog niet dat er ook een oorzakelijk verband bestaat tussen die twee. Wel is het in ieder geval opvallend dat industriebedrijven die veel investeren ook harder groeien. Bovendien weten we uit de wetenschappelijke literatuur dat deze relatie oorzakelijk is.

Naast investeringen hebben we ook de relatie tussen de kwaliteit van managementpraktijken en omzetgroei van industriebedrijven onderzocht (box 2). In eerder onderzoek lieten we al zien dat de kwaliteit van managementpraktijken samenhangt met de arbeidsproductiviteit van middelgrote en grote industriebedrijven. Nu blijkt dat goede managementpraktijken niet alleen positief en significant samenhangen met arbeidsproductiviteit, maar ook met de omzetgroei van industriebedrijven (figuur 4).[3] Het effect van managementpraktijken op omzetgroei is bovendien groot: bedrijven die over de slechtst mogelijke managementpraktijken beschikken, en deze weten te verbeteren tot de best mogelijke, verhogen de kans om zeer snelle groei door te maken met maar liefst 35 procent.

Box 2: Kwaliteit van managementpraktijken gemeten

Naar voorbeeld van de Amerikaanse Management & Organizational Practices Survey bestond onze enquête uit zestien vragen die ingaan op de kwaliteit van managementpraktijken binnen industriebedrijven (Bloom et al., 2019; Dieteren et al., 2019). Deze zestien vragen beslaan drie aspecten van goede bedrijfsvoering: doelenmanagement, prestatiemanagement en personeelsmanagement.

Bij doelenmanagement werd gevraagd naar de balans tussen korte- en lange-termijndoelstellingen, of doelen ambitieus maar haalbaar zijn en of doelen breed worden gedragen binnen de organisatie. En bij prestatiemanagement gaat om de mate waarin bedrijven voortgang op bedrijfsprestaties bijhouden, analyseren en gebruiken om productieprocessen te verbeteren. Tot slot werd in het gedeelte over personeelsmanagement gevraagd naar de aanwezigheid van financiële en niet-financiële prestatiebeloningen, de wijze waarop promoties plaatsvinden en hoe er wordt omgegaan met medewerkers die niet naar verwachting presteren.

Voor onze analyses tellen we de antwoorden op alle zestien vragen op tot één maat van managementpraktijken. De uiteindelijke score is het ongewogen gemiddelde van de score voor elk van de zestien vragen, waarbij de antwoorden op elke vraag eerst worden gescoord op een schaal van 0 tot 1. De uiteindelijke maat is dus uitgedrukt op een schaal van 0 tot 1, waarbij 0 de slechtst mogelijke managementpraktijken vertegenwoordigt en 1 de best mogelijke. 

Figuur 4: Naast investeringen vormen managementpraktijken een belangrijke aanjager van omzetgroei
Figuur 4: Naast investeringen vormen managementpraktijken een belangrijke aanjager van omzetgroeiBron: RaboResearch

Ook hier is de vraag legitiem wat oorzaak en gevolg is: groeien industriebedrijven hard wanneer zo over goede managementpraktijken beschikken of beschikken industriebedrijven over goede managementpraktijken omdat ze hard groeien? Deze vraag kunnen we vanuit onze enquête niet beantwoorden. Wel weten we uit eerder onderzoek dat het effect eerder van managementpraktijken naar omzetgroei loopt dan andersom. Zo blijkt uit onderzoek van de Italiaanse econoom Michela Giorcelli dat verder vergelijkbare bedrijven die actief aan betere managementpraktijken werken vervolgens harder groeien dan bedrijven die dat niet doen.

Maar lang niet alle industriebedrijven zijn klaar voor de toekomst

De omgeving waarin industriebedrijven opereren staat niet stil. Op dit moment hebben industriebedrijven, net als bedrijven in andere sectoren, te maken met krapte op de arbeidsmarkt (box 3). Naar de toekomst toe komen daar ten minste drie uitdagingen bij: industriebedrijven zien zich geconfronteerd met nieuwe technologieën als Artificial Intelligence en Big Data, krijgen gezien de afhankelijkheid van import en export mogelijk te maken met de gevolgen van toenemende handelsbelemmeringen en ook de roep om verduurzaming zal niet aan industriebedrijven voorbij gaan. In hoeverre zijn Nederlandse industriebedrijven klaar zijn voor deze uitdagingen? Kortom, in hoeverre zijn ze toekomstbestendig?

Tabel 1: Merendeel van de industriebedrijven niet toekomstbestendig op vlak van nieuwe technologieën, handelsbelemmeringen en verduurzaming
Tabel 1: Merendeel van de industriebedrijven niet toekomstbestendig op vlak van nieuwe technologieën, handelsbelemmeringen en verduurzamingBron: RaboResearch

Tabel 1 zet per thema uiteen hoeveel procent van de bedrijven een onvoldoende scoort. Wat allereerst opvalt is dat het merendeel van de bedrijven onvoldoende toekomstbestendig is (tabel 1). Op het vlak van technologisering scoort zelfs bijna 80 procent van de industriebedrijven onvoldoende. En hoewel deze percentages lager liggen op het gebied van handelsbelemmeringen en verduurzaming, geldt ook hier nog steeds dat respectievelijk slechts 42 en 44 procent van de bedrijven omgerekend een 5,5 of hoger scoort op toekomstbestendigheid. Kortom, lang niet alle industriebedrijven lijken te zijn voorbereid op de uitdagingen die op hen afkomen.

Wat maakt industriebedrijven toekomstbestendig?

Zoomen we in op de factoren die met toekomstbestendigheid samenhangen, dan zie we dat net als voor omzetgroei ook hier weer de kwaliteit van managementpraktijken van belang is. Figuur 5 laat de samenhang tussen de kwaliteit van managementpraktijken enerzijds en toekomstbestendigheid op gebied van technologisering, handelsbelemmeringen en verduurzaming anderzijds zien.[4] Duidelijk is dat de kwaliteit van managementpraktijken voor al deze thema’s van belang is. Goede managementpraktijken zorgen niet alleen voor omzetgroei, maar dragen ook nog eens bij aan de toekomstbestendigheid van industriebedrijven.

Figuur 5: Kwaliteit van managementpraktijken hangt samen met toekomstbestendigheid van industriebedrijven
Figuur 5: Kwaliteit van managementpraktijken hangt samen met toekomstbestendigheid van industriebedrijven
Bron: RaboResearch

Naast de kwaliteit van managementpraktijken blijkt uit onze analyses dat factoren als R&D-intensiteit van investeringen, het opleidingsniveau van medewerkers en de mate waarin medewerkers training volgen een rol spelen bij de toekomstbestendigheid van industriebedrijven. Terwijl voor omzetgroei dus de hoogte van de investeringen van belang is, blijkt dat voor de toekomstbestendigheid van industriebedrijven vooral het type investeringen van belang is: hoe groter het aandeel van de investeringen dat uitgaat naar onderzoek en ontwikkeling, hoe groter de toekomstbestendigheid van industriebedrijven. En terwijl uit onze analyses verrassend genoeg niet blijkt dat opleidingsniveau en training van werknemers direct bijdragen aan de omzetgroei van bedrijven, zijn dit twee factoren die wel degelijk van belang zijn voor de toekomstbestendigheid van industriebedrijven. Tel daarbij op dat opleidingsniveau en training van werknemers bijdragen aan de kwaliteit van het (personeels-)management (zie box 2), en het is duidelijk dat aandacht voor het kennis- en vaardighedenniveau van medewerkers onontbeerlijk is voor het industriebedrijf van de toekomst.

Box 3: Arbeidsmarktkrapte: wat kunnen industriebedrijven nog zelf doen?

Gevraagd naar investeringsbelemmeringen geven respondenten van onze enquête aan dat zij naast de eigen financiën en de kennis en vaardigheden van het eigen personeel vooral het gebrek aan mogelijkheden om personeel met de benodigde kennis en vaardigheden te werven als barrière zien voor verdere investeringen.[5] Gezien de vergrijzing valt niet te verwachten dat de arbeidsmarktkrapte in Nederland op korte termijn verdwijnt. Wat kunnen industriebedrijven daarom zelf doen om de arbeidsmarktkrapte te lijf te gaan?

Figuur 6: Aandacht voor personeel binnen managementpraktijken onontbeerlijk voor industriebedrijven 

Figuur 6a: Grote verschillen in kwaliteit van HR-management tussen industriebedrijven

Figuur 6: Aandacht voor personeel binnen managementpraktijken onontbeerlijk voor industriebedrijven Figuur 6a: Grote verschillen in kwaliteit van HR-management tussen industriebedrijvenBron: RaboResearch
Figuur 6b: Training van werknemers hangt positief samen met kwaliteit HR-management
Figuur 6b: Training van werknemers hangt positief samen met kwaliteit HR-managementBron: RaboResearch

Gelet op de spreiding in de kwaliteit van het personeelsmanagement onder industriebedrijven is hier in ieder geval voor bedrijven nog een wereld te winnen (figuur 6a). In eerder onderzoek lieten we bovendien zien dat Nederlandse industriebedrijven ook internationaal achterblijven in de kwaliteit van het personeelsmanagement. Eén manier om actief in te zetten op beter personeelsmanagement is door werknemers training aan te bieden: industriebedrijven die meer training aanbieden aan hun werknemers beschikken doorgaans over beter personeelsmanagement.

Managementpraktijken: sleutel tot groei én toekomstbestendigheid

De Nederlandse industrie groeit, maar dit is geen reden voor industriebedrijven om achterover te gaan leunen. Investeren vormt een belangrijke aanjager van omzetgroei, maar dat is niet het hele verhaal, zeker wanneer we ook kijken naar de kenmerken van bedrijven die klaar zijn voor nieuwe technologieën, handelsbelemmeringen en verduurzaming. Dan is vooral de aard van investeringen van belang: bedrijven die relatief veel investeren in onderzoek en ontwikkeling opereren toekomstbestendiger.

Bovenal is het voor industriebedrijven van belang hun managementpraktijken op orde te hebben. Dat vraagt om een goede balans tussen korte- en lange-termijndoelstellingen, waarbij doelen ambitieus maar haalbaar zijn en breed worden gedragen binnen de organisatie. Ook is het belangrijk dat de voortgang op bedrijfsprestaties nauwgezet wordt bijgehouden, en wordt geanalyseerd en gebruikt om productieprocessen te verbeteren. Tot slot is goed personeelsmanagement van belang: de aanwezigheid van een adequate mix van financiële en niet-financiële prestatiebeloningen voor goed presterende medewerkers, en van een proces voor het omgaan met medewerkers die niet naar verwachting presteren.

Niet alleen hangen betere managementpraktijken samen met meer omzetgroei; ze hangen ook nog eens samen met de mate waarin industriebedrijven klaar zijn voor de uitdagingen van de toekomst. Hoge omzetgroei en tegelijkertijd klaar zijn voor nieuwe technologieën, handelsbelemmeringen en verduurzaming hoeven elkaar dan ook zeker niet in de weg te staan: goede managementpraktijken vormen de sleutel tot beide.

Voetnoten

[1] Binnen dit onderzoek worden alle bedrijven die volgens de Standaard Bedrijfsindeling (SBI) vallen onder letter C gezien als industrie. Bedrijven in de maakindustrie vormen een subset van de totale industriesector en deze beslaat binnen dit onderzoek de basismetaalindustrie (SBI-cijfer 24), de metaalproductenindustrie (25), elektrotechnische industrie (26), elektrische apparatenindustrie (27), machine-industrie (28), auto- en aanhangwagenindustrie (29), overige transportmiddelenindustrie (30) en reparatie en installatie van machines (33). De steekproef van respondenten die de enquête hebben ingevuld, is nagenoeg representatief op het niveau van industriebranches. Grote bedrijven zijn iets oververtegenwoordigd in de steekproef: 23 procent van de bedrijven in de steekproef betreft bedrijven met tien werknemers of meer, terwijl voor de gehele populatie in Nederland geldt dat 14 procent van de bedrijven in deze grootteklasse valt.

[2] Om in te gaan op de relatie tussen omzetgroei en investeringen per werknemer hebben we ordinale regressiemodellen geschat. Omzetgroei is daarbij de te verklaren variabele en kan een waarde aannemen van 1 (gekrompen) tot 5 (sterk gegroeid, dat wil zeggen met meer dan 20 procent). Het effect van de logaritmisch getransformeerde investeringen per werknemer op omzetgroei is positief (β=0,10) en significant (p=0,03). Dit betekent dat een toename van investeringen per werknemer met 1 procent gepaard gaat met een verhoogde kans om tot de hoogste groeiklasse te behoren van 1 procent. In deze modellen hebben we steeds additionele, zogenaamde controlevariabelen opgenomen. Hierbij gaat het om variabelen die iets zeggen over de overige kenmerken van bedrijven (aantal werknemers, de kwaliteit van managementpraktijken, opleidingsniveau van werknemers, mate van training van werknemers, de sector waarin bedrijven opereren, de eigenaarschapsvorm van bedrijven, de mate van concurrentie waaraan bedrijven bloot staan) en kenmerken van de persoon die de enquête heeft ingevuld (geslacht, leeftijd, functie van de respondent binnen het bedrijf en de gemoedstoestand van de respondent). 

[3] Om in te gaan op de relatie tussen omzetgroei en de kwaliteit van managementpraktijken hebben we ordinale regressiemodellen geschat. Omzetgroei is daarbij de te verklaren variabele en kan een waarde aannemen van 1 (gekrompen) tot 5 (sterk gegroeid, dat wil zeggen met meer dan 20 procent). Het effect van de kwaliteit van managementpraktijken op omzetgroei is positief (β=2,36) en significant (p=0,01). Dit betekent dat een toename van de kwaliteit van managementpraktijken van 0 naar 1 gepaard gaat met een verhoogde kans om tot de hoogste groeiklasse te behoren van 35 procent. In deze modellen hebben we steeds additionele, zogenaamde controlevariabelen opgenomen. Hierbij gaat het om variabelen die iets zeggen over de overige kenmerken van bedrijven (de omvang van investeringen per werknemer, aantal werknemers, opleidingsniveau van werknemers, mate van training van werknemers, de sector waarin bedrijven opereren, de eigenaarschapsvorm van bedrijven en de mate van concurrentie waaraan bedrijven bloot staan) en kenmerken van de persoon die de enquête heeft ingevuld (geslacht, leeftijd, functie van de respondent binnen het bedrijf en de gemoedstoestand van de respondent). 

[4] Om in te gaan op de relatie tussen toekomstbestendigheid en de kwaliteit van managementpraktijken hebben we drie regressiemodellen geschat op basis van ordinary least squares: voor technologisering, handelsbelemmeringen en verduurzaming. Het effect van de kwaliteit van managementpraktijken is steeds positief (β is 1,30 voor technologisering, 1,04 voor handelsbelemmeringen en 1,44 voor verduurzaming) en significant (p-waarde is 0,02 voor technologisering, 0,01 voor handelsbelemmeringen en 0,02 voor verduurzaming). Dit betekent dat een verbetering in de kwaliteit van managementpraktijken van 0 tot 1 steeds samenhangt met een grotere toekomstbestendigheid van ruim 1 punt op een schaal van 1 tot 7. In deze modellen hebben we steeds additionele, zogenaamde controlevariabelen opgenomen. Hierbij gaat het om variabelen die iets zeggen over de overige kenmerken van bedrijven (de omvang van investeringen per werknemer, het percentage investeringen dat uitgaat naar R&D, aantal werknemers, opleidingsniveau van werknemers, de sector waarin bedrijven opereren, de eigenaarschapsvorm van bedrijven, de mate van concurrentie waaraan bedrijven bloot staan) en kenmerken van de persoon die de enquête heeft ingevuld (geslacht, moment van invullen van de enquête). 

[5] In de enquête is respondenten gevraagd om op een schaal van 1 tot 7 belemmeringen voor investeringen aan te geven. Deze belemmeringen gingen over toegang tot externe financiering, staat van de eigen financiën, de vraag naar producten, beschikbaarheid van vaardig personeel van buiten, kennis- en vaardighedenniveau van eigen personeel en toegang tot geschikte technologie. Van deze belemmeringen waren toegang tot externe financiering, vraag naar producten en technologie de minst belangrijke.

Literatuur

Bloom, N., Brynjolfsson, E., Foster, L., Jarmin, R., Patnaik, M., Saporta-Eksten, I., & Van Reenen, J. (2019). What drives differences in management practices?. American Economic Review, 109(5), 1648-83.

Dieteren, J., Groenewegen, J., Hardeman, S. (2019). Gericht beleid nodig voor verbeteren management­kwaliteit bij bedrijven. Economisch Statistische Berichten, 4779: 524-526.

Delen:

naar boven