RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Eurozone neemt drastische maatregelen in de strijd tegen de coronacrisis

Special

Delen:
  • De afgelopen week hebben de lidstaten van de eurozone drastische indammingsmaatregelen aangekondigd
  • Om de economische schade daarvan te beperken hebben overheden omvangrijke steunmaatregelen gepresenteerd
  • De indammingsmaatregelen houden onder andere de sluiting van scholen, restaurants en grenzen in
  • Steunmaatregelen zijn er vooral op gericht om levensvatbare bedrijven overeind te houden en te voorkomen dat mensen hun baan kwijtraken en in zware financiële problemen komen
  • We hebben onze groeiverwachting voor de economie in de eurozone tot -0,7 procent verlaagd voor 2020
  • Dit kan weleens een conservatieve schatting zijn in deze uiterst veranderlijke situatie
  • We denken dat de steunmaatregelen een flinke (hopelijk) tijdelijke economische krimp niet kunnen voorkomen, maar misschien kunnen gerichte maatregelen een diepere en meer langdurige recessie voorkomen die door een financiële crisis nog verder zou worden versterkt
  • Bovendien kunnen steunmaatregelen van de overheid helpen bij een sneller herstel van productie en consumptie als de indammingsmaatregelen voor het virus eenmaal zijn opgeheven

Overheden springen bij

Als er nog mensen waren die dachten dat de uitbraak van COVID-19 werd overdreven en dat het gewoon een ziekte als de griep is, dan zullen ze na de afgelopen week wel van gedachten zijn veranderd. Zowel het aantal bevestigde als het aantal dodelijke gevallen is exponentieel gestegen. Om de verspreiding van de ziekte in te dammen, hebben overheden in de hele eurozone tal van drastische maatregelen getroffen die de sociale omgang beperken en daarmee de economische bedrijvigheid onder druk zetten.

Ondanks kleine verschillen in nationale maatregelen en het feit dat de fabrieken nog niet zijn gesloten zoals in China wel het geval was, is het duidelijk dat een groot deel van de eurozone zich in een of andere vorm van een lockdown bevindt. In een poging een forse recessie en een daaropvolgende financiële crisis te voorkomen, werken de monetaire beleidmakers en overheden dag en nacht om de druk op de economie te verlichten.

Tabel 1: Eurozone krijgt te maken met recessie
Tabel 1: Eurozone krijgt te maken met recessieBron: Macrobond, RaboResearch

Zoals hier staat toegelicht, denken we dat de maatregelen een krimp van de economie niet kunnen voorkomen, maar gerichte maatregelen kunnen misschien wel een diepere en meer langdurige recessie en een daaropvolgende financiële crisis afwentelen. Bovendien kunnen steunmaatregelen van de overheid helpen bij een sneller herstel van productie en consumptie als de indammingsmaatregelen voor het virus eenmaal zijn opgeheven.

Al met al hebben we onze groeiverwachting voor de economie in de eurozone naar beneden bijgesteld tot -0,7 procent (tabel 1). Gezien de ernst van de situatie wijzen de risico's in deze prognoses nog verder omlaag. Als de lockdowns langer gaan duren dan nu aangekondigd (wat zeker niet ondenkbaar is), heeft dit een negatief effect op deze groeiprognose. Maar het is ook belangrijk te benadrukken dat deze prognoses voor de jaarlijkse bbp-volumegroei in 2020 geen veel grotere uitslagen in de groei over de kwartalen uitsluiten, waarbij het tweede kwartaal nu waarschijnlijk een zeer sterke krimp laat zien.

Ongecoördineerde overeenkomsten in maatregelen

Alle grote economieën in de eurozone hebben verstrekkende indammingsmaatregelen aangekondigd (tabel 2) om de verspreiding van het virus tegen te gaan, evenals maatregelen (tabel 3) om de economie te steunen. Dit is duidelijk een instabiele situatie; deze kan dus snel veranderen. Hoewel er nationale verschillen zijn, volgen de maatregelen in wezen allemaal een aanpak waarbij de verspreiding van het virus wordt beperkt en vertraagd. Daarbij nemen landen die het hardst door het virus zijn getroffen de strengste maatregelen.

Vanaf deze week zijn in veel lidstaten van de eurozone de scholen, cafés en restaurants en andere recreatiegelegenheden gesloten. Een aantal landen heeft ook de niet-essentiële winkels gesloten. Andere bedrijven en fabrieken zijn nog open, maar waar mogelijk moeten mensen thuiswerken en fabrieken moeten ploegendiensten instellen om de afstand tussen de medewerkers te waarborgen. Er zijn steeds meer bedrijven (vooral in de detailhandel, maar ook in de industrie) die om gezondheidsredenen of omdat er te weinig vraag is, hun deuren vrijwillig tijdelijk sluiten. Bovendien kampen bedrijven in bepaalde industrieën, zoals de autoindustrie, met een gebrek aan halffabrikaten uit China, waardoor ze niet kunnen produceren.

Daar komt bij dat veel landen weer een grenscontrole hebben ingesteld en alleen eigen burgers, grensarbeiders en vrachtvervoer over land de grens laten oversteken. En terwijl de overheden in Duitsland en Nederland erop aandringen dat mensen bij een verkoudheid - of zelfs bij een vermoeden daarvan - thuisblijven, zetten de Franse, Spaanse en Italiaanse overheden daadwerkelijk de politie, de Guardia Civil en/of het leger in om de mensen te dwingen thuis te blijven. Als de mensen niet op straat zijn voor werk, boodschappen, zorg of om gezondheidsredenen, riskeren ze een boete of een gevangenisstraf als ze hun huis uit gaan.

Net als sommige individuele lidstaten in het Schengengebied heeft de EU ten slotte voor ten minste dertig dagen de buitengrenzen voor de buitenwereld gesloten. Niet-ingezetenen van de EU worden niet binnengelaten in het Schengengebied.

Tabel 2: Indammingsmaatregelen in enkele eurozonelanden
Tabel 2: Indammingsmaatregelen in enkele eurozonelandenOpmerking: De meeste landen in de eurozone verbieden vluchten uit China, Iran, Zuid-Korea en Italië. Sommige ook uit Spanje.
* Gesloten behalve voor burgers, grensarbeiders en vracht.
Bron: Verklaringen en websites nationale overheden, interpretatie RaboResearch

Schiet het begrotingsbeleid te hulp?

Ieder dag kondigen landen nieuwe steunmaatregelen aan. De ontwikkelingen gaan snel, maar tot nu toe (18 maart) lijken landen vrijwel dezelfde route te volgen om de economie te steunen. In tabel 3 hebben we de belangrijkste maatregelen voor de 'grote vijf' lidstaten samengevat. Hierbij zijn drie gebieden van belang:

  • Liquiditeitssteun voor bedrijven en steun voor werknemers en zelfstandigen die door de crisis minder werk en inkomen hebben;
  • Uitstel van betaling (van belasting en sociale lasten);
  • Bedrijven tijdelijk werknemers laten ontslaan of werktijdverkorting toestaan - en werknemers (gedeeltelijk) compenseren voor misgelopen inkomsten.

Liquiditeiten worden meestal aangeboden in de vorm van (impliciet) door de staat gegarandeerde leningen die banken of speciale entiteiten uitgeven. Zo biedt in Duitsland de KfW, de staatsinvesteringsbank, dit soort leningen aan, met een potentiële capaciteit van 560 miljard euro. Deze garantieregelingen worden in verschillende landen aangevuld met uitstel van betaling van belasting en sociale lasten. Soms, bijvoorbeeld in Spanje, mogen ook de hypotheek en de energierekening later worden betaald. Compensatie voor werktijdverkorting komt vaak via regelingen die stammen uit de mondiale financiële crisis van 2008, die nieuw leven zijn ingeblazen. Zo zou een tweede grote klap voor de binnenlandse vraag moeten worden voorkomen. Vanuit het perspectief van de ontvangers (met name de bedrijven) is het verschil met de eerste twee maatregelen dat deze steun merendeels een permanent karakter heeft, terwijl zij liquiditeitssteun en uitgestelde betalingen op enig moment in de toekomst moeten terugbetalen.

Voor onderstaande landen bedragen de bekende maatregelen rond 1,2-2,4 procent van het bbp, maar voor veel landen ontbreken de details nog. De tot dusverre bekende liquiditeitsmaatregelen variëren van 8-16 procent van het bbp, waarbij men wel moet bedenken dat dit voorwaardelijke verplichtingen zijn waarvoor de kredietverstrekkers een veel lager kapitaal aan hoeven te houden.

Tabel 3: Steunmaatregelen eurozonelanden
Tabel 3: Steunmaatregelen eurozonelandenBron: Verklaringen en websites nationale overheden, interpretatie RaboResearch

Waar komt de ECB mee?

In de vergadering van 12 maart heeft de ECB de depositorente onveranderd gelaten op -0,5 procent en de herfinancieringsrente op 0,00 procent. Zij heeft toen echter wel aangekondigd dit jaar binnen het bestaande aankoopprogramma voor 120 miljard euro meer activa te kopen dan eerder gepland, vooral gericht op de private sector. Dit bedrag kan naar eigen goeddunken worden besteed. Verder kondigde de ECB ook zeer goedkope LTRO-leningen aan tot en met juni en een versoepeling van de kosten en voorwaarden voor TLTRO-III voor de periode juni 2020 tot juni 2021. In een spoedvergadering op 18 maart maakte de ECB bekend dat ze hier in 2020 nog eens 750 miljard euro aan steunaankopen aan toevoegt. Niet-financiële commercial papers zijn toegevoegd aan de in aanmerking komende activa en er staat nu uitdrukkelijk in de verklaring van de ECB dat zij de aan zichzelf opgelegde beperkingen voor het aankoopprogramma van activa zo nodig kan herzien.

De recente onrust op de markt vergrootte de urgentie voor de ECB om met dit grote noodpakket te komen. Het maakte duidelijk dat fragmentatierisico in het eurogebied weer op de agenda staat. En zoals we hadden verwacht, kwam daar bij dat de begrotingsplannen die de overheden in de eurozone hebben aangekondigd de bezwaren van de ECB tegen verdere verruiming hebben weggenomen.

Het stimuleringspakket dat op 12 maart is gepresenteerd, was anders samengesteld dan de markt had verwacht. De verwachting was dat de ECB de depositorente zou verlagen. En ondanks de extra maatregelen (zoals uitbreiding van het APP – het aankoopprogramma van activa - en goedkope langlopende leningen of LTRO's) reageerde de markt duidelijk risicoavers. Maar in alle eerlijkheid zou een verlaging van de depositorente de mensen er waarschijnlijk niet toe aanzetten meer te gaan uitgeven. Vooral wanneer een verlaging de enige maatregel is, kan deze niets uitrichten in deze bijzondere situatie. In die zin lijkt het huidige pakket maatregelen er vooral op gericht de banken van voldoende liquiditeiten te voorzien om hun klanten te kunnen bedienen.

Waar komt Brussel mee?

In de vergadering van maandag van de eurogroep beloofden de ministers van Financiën uit de eurozone voor dit jaar steunmaatregelen ter hoogte van 1 procent van het bbp en liquiditeitssteun van 'ten minste' 10 procent van het bbp - dit inclusief de garantieregelingen van de overheid en de uitgestelde belastingbetalingen. De tot dusverre aangekondigde maatregelen van de lidstaten lijken dus verder te gaan dan deze leidraad.

Maar welke initiatieven zijn er op Europees niveau? Tot nu toe is er een aantal EU-brede en gefinancierde steunmaatregelen ter tafel gebracht. Zo wordt er 37 miljard euro van de EU-begroting omgebogen naar uiteenlopende maatregelen als onderzoek, gezondheidszorg, liquiditeiten voor kwakkelende bedrijven en eventueel een soort regeling voor werkloosheidsuitkeringen. De Europese Commissie probeert voor dit doel ook nog 28 miljard euro te onttrekken aan structurele fondsen. Verder wordt er met steun van de EU-begroting 8 miljard euro aan werkkapitaal losgemaakt voor door de EIB gegarandeerde leningen aan het MKB wanneer dit krap bij kas zit. Ook is de EU erop gespitst dat de lidstaten ruimschoots toegang hebben tot medische hulpmiddelen.

Daar komt bij dat de Europese Commissie heeft bevestigd dat er speelruimte is in de strenge regels voor staatssteun om door het virus getroffen bedrijven en banken te steunen. Ze heeft de nationale overheden gestuurd over hoe deze in de huidige ongekende situatie moeten omgaan met de regels voor staatssteun. De speelruimte die de Europese begrotingsregels bieden om met uitzonderlijke omstandigheden en crises om te gaan zal ook volledig worden benut. Dat houdt in dat automatische stabilisatoren hun werk mogen doen en tijdelijke steunmaatregelen buiten beschouwing blijven wanneer er wordt gekeken of de begrotingsdoelen volgens de regels zijn gehaald.

Ten slotte hebben de Eurogroep en andere EU-instellingen hun toezegging herhaald dat ze alles op alles zullen zetten om de huidige gezondheidscrisis het hoofd te bieden en de daarmee samenhangende economische schokken op te vangen. Over of het ESM een rol moet spelen is nog onenigheid, maar er wordt nu wel gekeken naar wat voor rol het ESM eventueel zou kunnen spelen. Verder wordt is idee van een gezamenlijke obligatie-emissie nieuw leven ingeblazen door een aantal lidstaten, waarbij tot ieders verbazing Duitsland heeft aangegeven dat het de mogelijkheid wil overwegen. Hierop zullen we in een binnenkort te verwachten artikel nader ingaan.

Economische kwetsbaarheid van de lidstaten

In een eerdere publicatie hebben we de lidstaten van de eurozone al gerangschikt op economische kwetsbaarheid voor het virus. We keken naar de belangen in China en de wereldhandel, de capaciteit van bedrijven en overheid om schokken op te vangen en het belang van toerisme.

Nu de uitbraak van het virus en daarmee de indammingsmaatregelen over het hele continent in kracht toenemen, is de toeristen- en reissector een belangrijk aandachtspunt geworden. Hoewel de gehele economie de komende weken door een domino-effect zal worden getroffen, heeft de reissector (zowel de vrijetijdssector als de zakelijke sector) de laatste paar weken al een enorme vermindering van bedrijvigheid doorgemaakt. Daar komt bij dat het waarschijnlijk langer zal duren voordat de toeristische activiteiten weer opleven dan dat dit geldt voor bijvoorbeeld bepaalde winkelverkopen. Een volledig herstel van verloren activiteit in de reissector is zelfs niet waarschijnlijk. Als de winkels eenmaal weer open zijn, kunnen mensen de uitgestelde aankopen van consumptiegoederen, bijvoorbeeld een auto of een wasmachine, alsnog inhalen, maar ze zullen waarschijnlijk geen twee keer binnen een korte periode op vakantie gaan. Ook restaurants, cafés en bepaalde detailhandel zullen met dezelfde problemen te maken krijgen. Deze sectoren zijn samen goed voor 7,2 procent van de bruto toegevoegde waarde (2017) in de eurozone als geheel.

Figuur 1 laat de totale bijdrage van het toerisme aan het bbp zien. Deze bijdrage omvat zeer uiteenlopende consumptieve uitgaven, zoals rechtstreekse uitgaven door toeristen en zakelijke reizigers, door luchtvaartmaatschappijen aan voeding, en werknemers in de reissector in het algemeen. Investeringen in de sector zijn hier ook bij inbegrepen, zoals de bouw van hotels of de aanschaf van een vliegtuig. Kortom, het gaat zowel om uitgaven van de eerste als van de tweede orde in de hele toerismesector. Volgens deze gegevens zijn de Griekse en Portugese economieën het meest kwetsbaar voor een malaise in de toerisme- en reissector. Maar in feite zijn alle zuidelijke economieën in de eurozone plus Oostenrijk veel kwetsbaarder dan de noordelijke lidstaten. Hoewel we voor Oostenrijk nog zouden kunnen beweren dat het winterseizoen net zo belangrijk is als het zomerseizoen, geldt dat niet voor de andere landen.

Figuur 1: Toerisme belangrijk aandachtspunt voor de zuidelijke lidstaten van de eurozone
Figuur 1: Toerisme belangrijk aandachtspunt voor de zuidelijke lidstaten van de eurozoneBron: Wereldraad voor handel en reizigers (WTTC) en Oxford Economics.
Figuur 2: Wie in het huishouden werkt er?
Figuur 2: Wie in het huishouden werkt er?Opmerking: De definitie twee parttime volwassenen bestaat niet.
Bron: OESO, RaboResearch.

Een tweede belangrijke factor lijkt de kwetsbaarheid van de bedrijvigheid voor de sluiting van scholen te zijn. Om een idee te krijgen van deze kwetsbaarheid kunnen we kijken naar het aantal huishoudens met kinderen waarin beide ouders werken. Hoe hoger het percentage huishoudens met kinderen en twee werkende ouders, hoe meer de economische bedrijvigheid waarschijnlijk terugloopt omdat één ouder thuis moet blijven om voor de kinderen te zorgen. Met een aandeel van 75 procent heeft Nederland de meeste huishoudens met kinderen waarin beide ouders werken. Maar in Nederland werkt in de meeste gevallen wel een van beide ouders parttime, wat de last zou moeten verlichten. In dat opzicht zullen Portugese en Belgische gezinnen waarschijnlijk meer moeite hebben met de sluiting van de scholen.

Figuur 3: Spaanse werknemers het meest kwetsbaar voor een terugloop in economische bedrijvigheid
Figuur 3: Spaanse werknemers het meest kwetsbaar voor een terugloop in economische bedrijvigheidBron: Macrobond, Eurostat

Ten slotte kijken we naar het deel van de werknemers met een tijdelijk contract[1] om de mogelijke impact van de huidige terugval in economische bedrijvigheid op de werkloosheid te begrijpen. Onder verder gelijke omstandigheden zal naarmate het deel werknemers met tijdelijke contracten groter is, de verwachte toename van werkloosheid ook groter zijn. De tweederonde-effecten van de uitbraak van corona op de economische bedrijvigheid zijn dan eveneens groter als de overheden niet ingrijpen. In dit opzicht loopt een groot aantal werknemers in Spanje het risico zijn baan te verliezen. Maar ook Portugal en Nederland kennen een relatief groot aandeel arbeidscontracten voor bepaalde tijd.

We geven toe dat deze indicatoren niet het hele beeld laten zien, maar ze verschaffen ons enig inzicht in waar de kwetsbaarheden in de lidstaten kunnen liggen nu de uitgevaardigde indammingsmaatregelen volop van kracht zijn.

Voetnoot
[1] Een tweede categorie die zwaar getroffen wordt zijn de werknemers met een flexibele aantal uren.

Samengevat

Europese lidstaten hebben steeds zwaardere indammingsmaatregelen genomen om de verspreiding van Covid-19 tegen te gaan. De eerste contouren van het pakket steunmaatregelen komen in zicht. Diverse lidstaten hebben al (directe) maatregelen aangekondigd ter grootte van 1,2 tot 2,4 procent van het bbp, meer dan onlangs door de ministers van Financiën in de eurozone was geadviseerd. Ook garanties voor liquiditeitssteun komen op stoom.

En het einde is waarschijnlijk nog niet in zicht, omdat de situatie uitermate instabiel is en met de dag verandert. De economische impact van Covid-19 zal wel zeer groot zijn, vooral tijdens de lockdown/indammingsperiode. En de duur van deze periode bepaalt natuurlijk in grote mate de economische impact en of de tot nu toe aangekondigde steunmaatregelen zullen volstaan.

Iets verder vooruit zal de aandacht vermoedelijk weer uitgaan naar de vraag hoe deze maatregelen zullen worden gefinancierd.

Delen:
Auteur(s)
Maartje Wijffelaars
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
06 2257 0569
Elwin de Groot
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
06 1389 2916
Erik-Jan van Harn
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
06 3002 0936

naar boven