RaboResearch - Economisch Onderzoek

Anticyclisch investeren in de brede welvaart van Amsterdam

Economisch commentaar

Delen:

Deze studie is ook verschenen op www.amsterdam.nl, 2 juli 2020

  • Een recessie is een goede tijd voor overheidsinvesteringen
  • Investeren in brede welvaart kan zowel de leefomgeving verbeteren als inkomen genereren door het aantrekken van (kennis)werkers
  • Amsterdam is economisch succesvol, maar scoort minder goed op brede welvaart
  • Dat komt onder andere door dure woningen, lagere veiligheid en meer fijnstof
  • Het rendement van investeren in nieuwe woningen is nu onzeker door de opkomst van thuiswerken
  • Als men meer gaat thuiswerken, dan is transformatie van kantoren naar woonruimte logischer
  • Investeren in veiligheid en een gezonde leefomgeving is hoe dan ook logisch voor Amsterdam

RaboResearch verwacht dat het Nederlandse bbp in 2020 met 5,7% krimpt en dat volgend jaar een beperkt herstel volgt. Regio Groot-Amsterdam wordt in termen van toegevoegde waarde iets minder hard geraakt. Dit komt door de oververtegenwoordiging van ICT en commerciële en financiële diensten (ook in de gemeente, Figuur 1), sectoren die minder worden beperkt door de lockdown en de anderhalvemetereconomie. Maar alsnog kunnen veel Amsterdammers worden ontslagen. De horeca is hard geraakt en oververtegenwoordigd in Amsterdam en flexcontracten zijn de norm in die sector.

Figuur 1: Werkgelegenheid in de gemeente Amsterdam
Figuur 1: Werkgelegenheid in de gemeente AmsterdamBron: CBS

Anticyclisch…

Een flinke recessie kan de inkomsten van de gemeente onder druk zetten. Het gevaar is dat dit leidt tot het uitstellen van investeringen, terwijl het juist een gunstige tijd is voor extra overheidsuitgaven. Daar zijn twee redenen voor: ten eerste kan het de economie stimuleren en dus de recessie verzachten en ten tweede zijn investeringen mogelijk goedkoper. In een recessie is er onbenutte capaciteit in de economie, onder andere in de vorm van werkloosheid. Dat betekent dat overheidsinvesteringen niet hoeven te concurreren met private uitgaven en dus goedkoper kunnen zijn. Ook de rente is meestal lager in een recessie, waardoor investeringen met geleend geld doorgaans goedkoper zijn. Daarom is het ook voor Amsterdam aan te raden om te blijven investeren.

… investeren!

Een investering moet iets opleveren. Voor de terugbetaalcapaciteit van de gemeente is het belangrijk dat een investering inkomsten in de toekomst verhoogt. Maar voor een overheid is ook de sociale opbrengst van een investering belangrijk. In die context is brede welvaart een nuttig begrip, waar de laatste jaren steeds meer aandacht voor is. Om brede welvaart te meten, werkt RaboResearch al enkele jaren met Universiteit Utrecht aan de brede welvaartindicator (BWI). Met enquêtes en regionale statistiek meten wij brede welvaart langs elf dimensies die wij combineren tot één indicator. Uit ons onderzoek blijkt dat mensen niet alleen werk en inkomen, maar ook zaken als gezondheid, veiligheid en geluk erg belangrijk vinden. Investeren in brede welvaart ligt daarom voor de hand.

Brede welvaart in Amsterdam

In de afgelopen kwart eeuw was Groot-Amsterdam in economisch opzicht een van de meest succesvolle Nederlandse regio's. Tussen 1996 en 2017 is het aandeel van de regio in de landelijke toegevoegde waarde en werkgelegenheid gestegen met respectievelijk 3 en 2 procentpunt. Maar in termen van brede welvaart presteert de regio juist minder goed. Dit is gedeeltelijk de keerzijde van het economische succes. Door hoge huizenprijzen in de stad (gemiddeld €484.995 in 2019) en veel fijnstof zijn de BWI-dimensies woontevredenheid en milieu lager in de gemeente Amsterdam dan elders in Nederland. Ook op veiligheid, werk-privébalans en werkloosheid scoort Amsterdam minder goed.

Figuur 2: Brede welvaart lager in Amsterdam dan elders
Figuur 2: Brede welvaart lager in Amsterdam dan eldersBron: RaboResearch, Universiteit Utrecht

Investeren in brede welvaart

De slechte score op woontevredenheid suggereert dat de stad vooral moet investeren in woningbouw. Deze investering zou helaas wel onzeker zijn, want de coronacrisis en vooral de lockdown hebben een flinke impuls gegeven aan thuiswerken, met name in de financiële dienstverlening, de ICT en de zakelijke diensten. Dat zijn precies de drie sectoren die het sterkst zijn oververtegenwoordigd in Amsterdam. De meeste werknemers zijn tevreden met thuiswerken en veel willen het ook na de coronacrisis meer doen dan voorheen. Het is goed mogelijk dat werkgevers in deze sectoren hun kantoren straks anders gaan gebruiken, namelijk meer als ontmoetingsplek en minder als werkplek. Werknemers zullen dan minder vaak naar kantoor gaan en werkgevers hebben minder kantoorruimte nodig. Werknemers hoeven dan minder dichtbij hun werk te wonen, dus diegenen die geen behoefte hebben aan een stedelijke lifestyle zullen eerder kiezen om elders te wonen. Als dit een blijvende verandering blijkt te zijn, dan is investeren in transformatie van kantoren naar woningen mogelijk logischer dan nieuwbouw.

Als thuiswerken opkomt, dan moeten werknemers meer worden verleid om in de stad te wonen. Nu is dichtbij het werk wonen een belangrijke motivatie. Maar dat zal straks minder relevant kunnen zijn waardoor thuiswerkende inwoners alleen voor de stad zullen kiezen als ze daar een prettige woonomgeving vinden. Investeren in het verbeteren van de veiligheid en het milieu zouden dan belangrijk zijn om inwoners te behouden en aan te trekken. Hoewel het te vroeg is om te zeggen of thuiswerken een definitieve doorbraak maakt, zouden investeringen in deze dimensies ook zonder deze wending een belangrijk bijdrage kunnen leveren aan de brede welvaart in de stad. Dit zou de stad hoe dan ook aantrekkelijker maken voor bewoners en daarmee het vestigingsklimaat verbeteren.

Delen:
Auteur(s)

naar boven