RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Nederland: koelere temperaturen op komst

Conjunctuurbeeld

Delen:
  • We verwachten dat de Nederlandse economie in 2019 met 1,7 procent zal groeien, en dat de groei in 2020 afzwakt naar 1,2 procent
  • De exportgroei zal lager uitvallen door een mondiale groeivertraging en een verwachte neergang in de Verenigde Staten
  • Dit heeft ook een negatieve invloed op de sector industrie, waarvan we in 2020 een krimp verwachten
  • Publieke en private investeringen worden niet alleen negatief beïnvloed door de mondiale groeivertraging, maar ook door de aanhoudende binnenlandse problemen rondom stikstof
  • Consumenten blijven een belangrijke motor van economische groei: we verwachten hogere consumptie in 2020 door hogere lonen, lagere belastingen en lagere inflatie

De Nederlandse economie presteerde in de eerste drie kwartalen van 2019 goed in vergelijking met andere grote Europese economieën. De investeringen groeiden snel, en ondanks de relatief kleine reële loongroei – veroorzaakt doordat de inflatie de cao-loongroei overtrof – bleven de Nederlandse consumenten meer uitgeven. We verwachten echter dat de groei in 2020 zal vertragen. De exportgroei zal hoogstwaarschijnlijk lager liggen vanwege de zwakkere wereldwijde groei en de verwachte neergang in de Verenigde Staten. In eigen land worden de investeringen verder negatief beïnvloed door stikstofgerelateerde problemen. We verwachten daarom dat de Nederlandse economie in 2020 met 1,2 procent zal groeien, iets minder dan de 1,7 procent die we voor 2019 verwachten (tabel 1).

Tabel 1: Economische voorspellingen Nederland
Tabel 1: Economische voorspellingen NederlandBron: RaboResearch

De industrie koelt af

Figuur 1: Producentenvertrouwen op een neerwaarts traject
Figuur 1: Producentenvertrouwen op een neerwaarts trajectBron: CBS, IHS Markit

Na een sterk herstel in het derde kwartaal van 2019 bleef de gemiddelde industriële dagproductie in oktober constant en daalde deze in november met 1,1 procent maand-op-maand. Verder bijdragend aan de sombere vooruitzichten voor de sector is de Nederlandse maakindustrie-PMI: deze wees in december, met een afname tot 48,3, voor de tweede maand op rij op een daling van de productie (figuur 1). Bovendien kan een kleine toename van het producentenvertrouwen in december niet verhullen dat de index naar beneden lijkt te neigen (figuur 1). Gezien de voorspelde mondiale groeivertraging verwachten we dat de exportgerichte industriesector in 2020 met 0,2 procent krimpt.

Investeringen lijden onder stikstofprobleem

Figuur 2: Aantal faillissementen neemt langzaam toe
Figuur 2: Aantal faillissementen neemt langzaam toeBron: CBS

We zijn voor het komende jaar minder optimistisch over zowel de private als de publieke investeringen. We verwachten nog steeds dat de private investeringen zullen groeien, zij het in een veel lager tempo dan vorig jaar (+1 procent in 2020, vergeleken met +6,3 procent in 2019). Voor de overheidsinvesteringen daarentegen verwachten we een daling in 2020. De investeringen worden niet alleen geschaad door de tragere mondiale groei, maar ook door de voortdurende binnenlandse problemen rondom stikstof. Nederland worstelt namelijk met het verminderen van stikstofemissies. Dit probleem doet vooral de bouwsector pijn, maar kan er ook voor zorgen dat andere sectoren hun activiteiten niet kunnen uitbreiden. Bovendien schaadt dit probleem de investeringsbereidheid. Het kan de overheid belemmeren om haar infrastructurele investeringsplannen uit te voeren, waardoor een deel van de geplande publieke investeringen wordt uitgesteld. Een andere indicatie dat Nederland de top van de cyclus heeft gepasseerd, is het aantal faillissementen: hoewel nog steeds op een zeer laag niveau, is het aantal faillissementen in 2019 voor het eerst in vijf jaar gestegen met 5 procent (figuur 2).

Consumenten blijven een warmtebron

Terwijl de investeringen in 2020 minder bijdragen aan de Nederlandse economische groei, verwachten we dat consumenten een nog belangrijkere groeimotor worden dan in 2019. Vorig jaar zagen huishoudens de inflatie (2,6 procent) sneller stijgen dan de cao-lonen (2,5 procent), deels vanwege een btw-verhoging. Maar dit lijkt hen er niet van te hebben weerhouden om meer uit te geven dan in 2018: in oktober groeide de consumptie met 1,7 procent jaar-op-jaar. Voor 2020 verwachten we dat de inflatie zal dalen tot gemiddeld 1,7 procent, omdat de btw-tarieven niet nogmaals zullen stijgen en omdat de energiebelasting naar verwachting zal dalen. Anderzijds zullen de lonen naar verwachting blijven stijgen en is de inkomstenbelasting sinds begin dit jaar verlaagd. Samen met een lagere inflatie zouden deze ontwikkelingen de koopkracht van huishoudens moeten ondersteunen, en de consumptie verder moeten opdrijven.

In december waren er voor het eerst meer dan negen miljoen mensen aan het werk, en de werkloosheid daalde naar 3,2 procent. Dit is een positieve stimulans voor de consumptie. Maar met het oog op de verwachte verzwakking van de buitenlandse economie en de aanhoudende binnenlandse problemen verwachten we dat de werkloosheid in 2020 wat zal oplopen. De groei van de werkgelegenheid wordt dit jaar waarschijnlijk overtroffen door de toename van het arbeidsaanbod. Dit kan een dempend effect hebben op de consumptiegroei. Al met al verwachten we dat de consumptie in 2020 met 1,7 procent zal stijgen, en dat zij hierdoor 0,8 procentpunt bijdraagt ​​aan onze voorspelde bbp-groei van 1,2 procent.

Figuur 3: Consumptie blijft op peil
Figuur 3: Consumptie blijft op peilBron: CBS
Figuur 4: Werkloosheid stabiliseert
Figuur 4: Werkloosheid stabiliseertBron: CBS
Delen:

naar boven