RaboResearch - Economisch Onderzoek

Liever grip op het leven dan iets meer koopkracht

Column

Delen:

Verschenen op NRC op 9 januari 2020

Koopkrachtplaatjes: in de weken voor Prinsjesdag beheersen ze het politieke debat. Welke groepen gaan er in koopkracht op vooruit of achteruit? Maar de plaatjes bieden schijnzekerheid en leiden alleen maar tot een te complex belastingstelsel. Het is hoog tijd de dominantie van de koopkrachthobby te temperen door met een beter alternatief te komen: kanskracht.

De berekeningen van de Haagse rekenmeesters zijn met veel onzekerheid omgeven, maar worden door politici als beloften verpakt. Omdat de werkelijke koopkrachtontwikkeling de laatste jaren vaak tegenviel, voeden die beloften onnodig maatschappelijke onvrede.

Bovendien leiden correcties van politiek onwelgevallige koopkrachtplaatjes tot duur gemorrel aan tarieven, vrijstellingen en toeslagen voor specifieke groepen. Die correcties voor gepensioneerden, minima, middeninkomens en anderen maken het belastingstelsel nodeloos ingewikkeld. Niemand kan het stelsel nog doorgronden. Mensen kunnen niet meer voorspellen of meer werken hen wat oplevert.

Laten we stoppen met gedetailleerde koopkrachtplaatjes en alleen de grote uitschieters publiceren. Bijvoorbeeld als de koopkracht van een groep met meer dan één procent dreigt te dalen. Dan is het begrijpelijk dat kabinetten dat willen corrigeren. Maar stop met reparaties achter de komma.

Het is tijd voor een nieuw begrip, dat verder kijkt dan wat huishoudens met hun inkomen kunnen kopen. Wat mij betreft kiezen we voor kanskracht. Laten we beleid niet langer op de tegenstelling arm versus rijk richten, maar op de overbrugging van kansarmoede naar kansrijkdom. Wie echt wat aan de inkomensverdeling wil doen, repareert niet achteraf verschillen in koopkrachtontwikkeling, maar zet in op kanskracht.

Kanskracht is de mate waarin mensen regie over of grip op hun leven hebben. Dat maakt dat mensen meer tevreden zijn met hun leven, gelukkiger zijn. Gemiddeld geven Nederlanders hun levenstevredenheid al jarenlang een 7,8. Maar mensen die het gevoel hebben grip op hun leven te hebben, zijn structureel gelukkiger dan mensen die dat gevoel niet hebben. Het verschil is fors: een 8,4 voor mensen die grip hebben en een 6,2 voor degenen die dat niet of weinig hebben. Een belangrijke les: het effect van ‘regie over het leven’ is meer dan zevenenhalf keer groter dan van inkomen, zo blijkt uit onderzoek van het SCP. Dat gegeven ondermijnt het belang dat politiek wordt gehecht aan koopkracht.

Investeringen in kanskracht leiden tot ‘fitheid’ op de arbeidsmarkt (meer kans op een baan) en weerbaarheid om met tegenslagen (verlies van een baan) om te gaan. Dat vergroot ieders verdienvermogen, en zo neemt ook hun koopkracht toe. Andersom is het niet zo dat hogere koopkracht altijd leidt tot meer kanskracht, tot regie over het leven.

Een belangrijke manier om de kanskracht van mensen te vergroten is onderwijs. Niet alleen om een goede startpositie op de arbeidsmarkt te verkrijgen, maar juist ook voor wie eenmaal werkt. Het huidige onderwijs moet stevig gemoderniseerd worden. Onderzoek van de Onderwijsinspectie toont namelijk aan dat onderwijs op dit moment juist kansenongelijkheid vergroot. Wie in een goede buurt woont of lang opgeleide ouders heeft, krijgt sneller een hoger schooladvies en haalt hogere onderwijsrendementen dan iemand met dezelfde intellectuele vermogens die aan de kansarme kant van de streep staat. Ook tijdens het werkzame leven neemt de onderwijsongelijkheid toe doordat werkenden die korter zijn opgeleid minder opleidingen volgen.

Als kansarmoede afneemt, kan dat ook het verschil in levensverwachting terugbrengen tot acceptabele proporties. Op dit moment leven langopgeleiden gemiddeld zeven jaar langer dan kort opgeleiden en is het verschil in gezonde levensverwachting zelfs twintig jaar. Ook zal de bubbelvorming in de samenleving, waarbij groepen met hetzelfde opleidingsniveau samenklonteren, kunnen afnemen. Het CBS becijfert dat 30 procent van de 25- tot 45-jarige samenwoners in 2016 een hoogopgeleid stel was, terwijl dat tien jaar eerder nog 19 procent was.

In plaats van koopkrachtplaatjes zouden we het op Prinsjesdag over het kanskrachtkompas hebben. Het SCP kan jaarlijks de kanskracht van specifieke groepen meten en relateren aan beleidsterreinen als onderwijs, gezondheid, werk, en ja, ook inkomen. Door in te zetten op overbrugging van kansarmoede naar kansrijkdom, neemt niet alleen de individuele kanskracht toe maar ook het maatschappelijk optimisme en ons onderling vertrouwen.

Nederlanders zijn gemiddeld genomen tevreden en welvarend. Toch wordt er flink wat gemopperd en geklaagd. Er is ten eerste de terreur van het hoogstpersoonlijke: mensen vergroten iets wat ze in hun eigen leven hebben meegemaakt tot een algemeen geldende waarheid. Politici zijn hier zeer bedreven in. Ze gebruiken de meest schrijnende anekdotes die ze op werkbezoeken horen en veralgemeniseren die tot het gemiddelde. Daarmee wordt het hoogstpersoonlijke leed tot de maat voor nieuw beleid verheven. Ook in (sociale) media regeert het slechte nieuws en worden tegenstellingen uitvergroot.

Daarnaast wordt negativiteit aangewakkerd door verliesaversie: de vrees om te verliezen is groter dan het verlangen om erop vooruit te gaan. Dat komt door het feit dat het in Nederland zo goed gaat. In lijstjes over innovatie, vrijheid, welvaart staat Nederland steeds hoog in de top-10 en Nederlanders zijn gemiddeld de meest gelukkige mensen ter wereld. En het ongeluk van verlies van inkomen is veel groter dan het geluk van een even grote inkomensstijging. De angst om te verliezen maakt dat Nederlanders mopperen, klagen of zelfs minder tevreden zijn.

Investeren in kanskracht in plaats van in koopkracht helpt om de terreur van het hoogstpersoonlijke te relativeren en geeft handvaten om met tegenslag of verlies om te gaan: meer kansen in het leven leidt tot meer regie. Daarmee investeert Nederland in haar grootste bezit: ons sociaal contract, de geschreven en ook ongeschreven afspraken, die regelen hoe we met elkaar omgaan, hoe we welvaart tussen groepen verdelen, en wat we van elkaar verwachten. Kanskracht voor iedereen stelt ons sociaal contract veilig.

Barbara Baarsma, directievoorzitter Rabobank Amsterdam en hoogleraar toegepaste economie aan de UvA

Delen:

naar boven