RaboResearch - Economisch Onderzoek

Groene consument tast in het duister

Column

Delen:

Deze column is eerder verschenen op RTL Z/Opinie, 29 januari 2020

Bedrijven en mensen zijn doordrongen van klimaatrisico’s en willen best hun gedrag aanpassen. Maar goede kennis en gegevens over de klimaat-impact van hun keuzes ontbreekt helaas, schrijft Rabobank-econoom Alexandra Dumitru.

Klimaatrisico’s staan met stip op 1

Vorige week kwamen wereldleiders en strategische denkers in Davos bijeen voor het jaarlijkse congres van het World Economic Forum (WEF). Het hoofdthema was niet ‘de economie’ maar klimaatverandering.

Waarom maakt de economische elite zich zorgen om klimaatverandering terwijl er ook talloze economische problemen zijn? Vooral omdat het geen thema meer is waar alleen klimaatwetenschappers en activisten zich mee bezig houden: het baart ook bedrijven grote zorgen. Klimaatrisico’s staan met stip bovenaan de lijst van meest waarschijnlijke en meest impactvolle risico’s die bedrijven voor 2020 identificeren.

Ook consumenten maken zich steeds meer zorgen. Nederlanders zien klimaatverandering als de grootste bedreiging voor het bestaan. Maar wie die zorgen om wil zetten in actie, heeft het zo gemakkelijk nog niet. Wie groen wil doen, wordt overspoeld met tegengestelde informatie.

Klimaatkeuzes zijn complex, neem nu vervoersmiddelen…

Neem de keuze voor een vervoersmiddel. Het verbranden van fossiele brandstoffen was goed voor 67 procent van de wereldwijde broeikasgasemissies in 2018. Je zou dan denken dat de auto laten staan en het openbaar vervoer nemen een voor de hand liggende optie is. Die keuze blijkt toch complexer dan je denkt.

Volgens Chester en Horvath die verschillende vervoersmiddelen met elkaar vergelijken, hangt de carbon footprint af van de bezettingsgraad. Zo kan een volle auto minder carbonintensief zijn dan een slecht bezette hogesnelheidstrein. Deze studie kijkt naar de broeikasgasemissies over de hele keten van een product - van uit de grond halen tot gebruik - de zogenaamde Life Cycle Assessment (LCA). Als consument wil je dit weten, maar openbare informatie hierover is echter beperkt en niet bepaald eenduidig, transparant en gemakkelijk vergelijkbaar.

… of de keuze voor voedingsmiddelen

Een andere, net zo complexe keuze is je maaltijdkeuze. Kijk je naar de LCA van verschillende voedingsmiddelen, bijvoorbeeld zoals Blonk Consultants die presenteert, dan valt op dat plantaardige producten gemiddeld voor een lagere footprint zorgen. Maar ook dat sommige soorten vis minder carbonintensief zijn dan vegetarische burgers of tofu. Wat de dieetkeuze lastiger maakt, is het feit dat deze cijfers gemiddelden zijn en er enorme variaties kunnen ontstaan per specifiek product afhankelijk van waar het vandaan komt en hoe het is gemaakt. Kijk bijvoorbeeld naar de internationale kijk van WUR en Blonk Consultants (figuur 2 van hun rapport) op de productie van een stuk varkensvlees in Nederland. Of je het voer voor de varkens uit Europa of Noord-Amerika haalt, maakt heel veel uit voor de footprint vanwege de bijdrage van transport. Daarnaast hebben die twee continenten verschillende productiemethoden, wat zich weerspiegelt in verschillende carbon footprints van het voer.

No regret solutions – wat kunnen we zeker doen?

Hoe kunnen welwillende consumenten nu de goede klimaatkeuzes maken? Meer kennis en transparantie over de carbon footprint zou welkom zijn. Het zou voor de consument handig zijn als al deze informatie beschikbaar is op een centraal punt. Maar eerst moeten de data over de carbon footprint op orde zijn en openbaar worden gemaakt. De overheid kan een belangrijke rol spelen door transparantie-eisen te stellen en te investeren in kennisontwikkeling en standaardisatie.

En tot die tijd is het een kwestie van gezond verstand en Nederlandse zuinigheid. De auto laten staan als je niet echt hoeft te reizen of de fiets pakken. En zuiniger omgaan met voedsel – mondiaal wordt een derde van al het voedsel volgens de Voedsel Landbouw Organisatie verspild en 37 procent van die footprint is voor rekening van de consument. Denk de volgende keer als je boodschappen doet dan ook: wat heb ik de komende dagen écht nodig?

Delen:

naar boven