RaboResearch - Economisch Onderzoek

Bonje over rapport Borstlap leidt af van mooie aanbevelingen

Column

Delen:

Verschenen in het Reformatorisch Dagblad, 15 februari 2020

De afgelopen weken was er veel media-aandacht voor de aanbevelingen rond flexibel werk uit het rapport van de Commissie Borstlap. Veel mínder aandacht was er voor andere belangrijke bouwstenen uit het rapport: levenlang ontwikkelen en activerend en inclusief arbeidsmarktbeleid. Terwijl hierover veel moois valt te lezen.

Activerend en inclusief arbeidsmarktbeleid

Werkzoekenden moeten beter worden begeleid, stelt de Commissie. Wie zich meldt voor een uitkering moet zich inspannen om terug te keren op de arbeidsmarkt en krijgt daarbij intensieve begeleiding, die losstaat van het type uitkering. De Commissie pleit niet voor eindeloos papier prikken, want zij wil rekening houden met de persoonlijke interesse. Overigens is wel te hopen dat extra begeleiding er óók komt voor niet-uitkeringsgerechtigden (‘NUG-ers’), zoals thuiswonende jongvolwassenen, die graag aan de slag willen. Zij worden in het rapport niet genoemd. Voor wie niet terecht kan in regulier werk moet volgens de Commissie beschut werk worden gecreëerd, bijvoorbeeld via een sociale werkplaats of basisbaan. In het huidige kabinetsbeleid was hiervoor weinig aandacht en de ingevoerde 'banenafspraak’ bleek geen groot succes. Maar als werk intrinsiek waardevol is, bijvoorbeeld vanwege de sociale contacten, dan verdient iedereen een passende werkplek.

Ontwikkelen

Mogelijk nóg complexer dan vast-flex is het onderwerp ‘levenlang ontwikkelen’. De Commissie komt met een dik pakket aan aanbevelingen. Zoals een budget voor initiële scholing tot en met universitair niveau - wie na een mbo-opleiding gaat werken heeft dus letterlijk nog heel wat tegoed. Dit budget wordt tijdens de loopbaan verder aangevuld door de werkgever en ook de transitievergoeding wordt omgevormd tot ontwikkelbudget. Een verplichte ‘loopbaan-APK’ en begeleiding via een ‘loopbaanwinkel’ geven inzicht in de wirwar van scholingsmogelijkheden. Dat is vooral van belang voor wie zich wil omscholen naar een ander beroep. Onderwijsinstellingen moeten meer korte functiegerichte opleidingen gaan aanbieden. Deze voorstellen gaan een stuk verder dan het STAP-budget van 1.000 euro per jaar dat het huidige kabinet wil invoeren.

Werkenden en werkzoekenden krijgen hiermee mooie handvatten aangereikt in de vorm van financiering en oriëntatie. En trouwens ook een stok achter de deur, want wie zijn ontwikkeling volledig laat versloffen riskeert een korting op de WW-uitkering. Maar is dit allemaal voldoende? Onderbelicht blijft de belangrijke rol van werkgevers. Hoe maak je afspraken over werktijd en leertijd? En is een omgeschoolde 50-plusser ook welkom bij een nieuwe werkgever? Om een concreet voorbeeld te geven: kan een financieel adviseur bij een bank bijvoorbeeld ook schuldhulpverlener worden bij de gemeente? En is zij daar welkom na het volgen van een korte post-hbo Schuldhulpverlening of wordt de volledige hbo-studie Maatschappelijk werk vereist?

En terwijl de Commissie zich vooral richt op formele scholing, zijn werkgevers ook cruciaal bij het bevorderen van ‘learning on the job’. Juist op dit punt blijven we achter in vergelijking met andere Europese landen. Kortom, er is nog veel werk aan de winkel. Over vast en flex zijn we nog lang niet uitgepraat. Maar laten we het rapport ook gebruiken als breekijzer voor levenlang ontwikkelen en een inclusieve arbeidsmarkt.

Delen:
Auteur(s)

naar boven