RaboResearch - Economisch Onderzoek

Wat zijn de argumenten vóór digitaal centralebankgeld (CBDC)?

Themabericht

Delen:
  • De belangrijkste argumenten vóór CBDC hebben betrekking op het betalingsverkeer
  • Contant geld wordt steeds minder gebruikt, CBDC kan een alternatief zijn
  • In armere landen kan CBDC financiële inclusie bevorderen
  • Ook zijn centrale banken beducht voor de komst van ‘stablecoins’
  • Ten slotte opent CBDC nieuwe mogelijkheden voor onconventioneel monetair beleid

 Digitaal centralebankgeld of Central Bank Digital Currency (CBDC) staat wereldwijd in de belangstelling. Het idee is simpel, maar bij praktische uitwerking blijkt het om complexe materie te gaan. In deze reeks CBDC-specials zullen we de belangrijkste aspecten van CBDC bespreken.

Vandaag deel 2: Wat zijn de belangrijkste argumenten vóór CBDC?

Inleiding

Er worden in de verschillende publicaties over CBDC veel, soms uiteenlopende argumenten vóór de invoering van CBDC aangevoerd. Bij nadere beschouwing blijkt dat niet ieder argument evenveel gewicht heeft. Zaken die in het ene land heel belangrijk zijn, zijn in andere landen min of meer irrelevant. Dit kan bijvoorbeeld worden veroorzaakt doordat de inrichting van het betalingsverkeer of het niveau van economische ontwikkeling tussen landen sterk uiteenloopt. In deze aflevering geven wij een inventarisatie van de belangrijkste argumenten die als reden worden aangevoerd om CBDC in te voeren. Deze argumenten zullen wij in het vervolg van deze reeks nader onder de loep nemen en op hun relevantie voor de Europese situatie beoordelen.

Wat zijn de belangrijkste argumenten vóór invoering van CBDC?

Veel, maar niet alle argumenten voor de invoering van CBDC hangen samen met de structuur van het huidige betalingsverkeer. Het huidige betalingsverkeer kent op hoofdlijnen twee soorten geld, te weten chartaal geld (munten en bankbiljetten; ook aangeduid als contant geld of cash) en giraal geld (de saldi op de betaalrekening bij private banken)[1]. Chartaal geld wordt in omloop gebracht door de overheid (munten) en de centrale bank (bankbiljetten), terwijl de private banken het girale geld in omloop brengen. Deze situatie is echter aan veranderingen onderhevig. Ook bestaan tot op de dag van vandaag landen waar grote groepen van de bevolking niet volwaardig in het financiële stelsel kunnen participeren. Met de invoering van CBDC zou men dit kunnen ondervangen.

De belangrijkste argumenten voor CBDC zijn derhalve:

  1. In veel landen loopt het gebruik van contant geld terug. Als het gebruik van cash verder afneemt of zelfs helemaal verdwijnt, neemt de rol van de publieke sector in de geldvoorziening verder af. In het meest extreme geval kan deze zelfs helemaal verdwijnen. Dit wordt onwenselijk geacht.
  2. Als contant geld helemaal zou verdwijnen, raakt het systeem zijn ultieme achtervang kwijt. Het gebruik van cash is immers niet afhankelijk van bancaire systemen, diensten van telecomproviders of zelfs elektriciteit. Cash doet altijd zijn werk. Volgens deze redenering zou CBDC ook die rol als achtervang kunnen vervullen.
  3. Als contant geld minder wordt gebruikt, bijvoorbeeld doordat steeds meer winkels het weigeren, ontstaat het gevaar dat een groep mensen niet meer volwaardig kan participeren in het economische verkeer. Dit wordt maatschappelijk onaanvaardbaar geacht.
  4. In opkomende markten speelt juist een omgekeerd probleem. Daar is het girale betalingsverkeer vaak relatief onderontwikkeld en, belangrijker nog, zijn grote groepen mensen niet aangesloten op dienstverlening door het private bankwezen. Zij doen alle betalingen in contant geld, houden hun vermogen aan in de vorm van cash en hebben geen toegang tot regulier krediet. Hier kan de centrale bank door invoering van CBDC een gat opvullen dat de private banken laten liggen.

Andere argumenten die worden aangevoerd om CBDC in te voeren:

  1. Centrale banken zien de opkomst van zogeheten stablecoins als bedreiging. Er zijn wereldwijd inmiddels talloze initiatieven om cryptos of stablecoins in te voeren. Een belangrijk verschil tussen beide is dat een crypto als de bitcoin in het geheel geen dekking heeft, maar een stablecoin in beginsel wel. In theorie wordt het geld dat in stablecoins is gestoken belegd in kwalitatief hoogwaardige, kortlopende en zeer liquide effecten. In dat geval zouden ze heel erg veilig zijn omdat het prijsrisico dan nihil is. In de praktijk valt dit echter nog weleens tegen en komen stablecoins nog niet echt van de grond. Maar sinds in juni 2019 de Libra werd aangekondigd, een mondiale stablecoin, beheerd door een consortium onder leiding van Facebook, zijn autoriteiten beducht dat dit wel eens zeer groot en wellicht systeemrelevant zou kunnen worden. Toen in juni 2020 een aangepaste versie, Libra 2.0, verscheen, waarbij het oorspronkelijke plan werd aangevuld met nationale stablecoins (dus een Libra-dollar, Libra-euro enzovoort) gingen de alarmbellen nog harder af. Uit onderzoek blijkt echter dat mensen meer vertrouwen hebben in een digitale munt die door de overheid wordt gesteund dan in een private stablecoin. Invoering van CBDC als alternatief voor dergelijke stablecoins kan daarom een goed antwoord zijn.
  2. Afhankelijk van de vormgeving kan CBDC mogelijkheden bieden om in de toekomst de nominale beleidsrente van de centrale banken verder te verlagen, tot diep onder het nulpunt. Dit vergt dan wel dat de rol van contant geld in het betalingsverkeer wordt teruggedrongen of zelfs beëindigd.
  3. Andere centrale banken werken hard aan de invoering van CBDC en China loopt daarbij voorop. De ECB kan hierbij niet achterblijven.

In het vervolg van deze reeks zullen wij deze argumenten een voor een bespreken. Daarbij zullen we steeds de volgende vragen beantwoorden:

  1. Hoe relevant is dit argument in het algemeen?
  2. Is dit argument ook van toepassing voor de situatie in ons land?
  3. Is de invoering van een Europese CBDC een goed antwoord op deze problematiek?
  4. Zijn er betere alternatieven voorhanden?

In deel 3 van deze reeks bespreken wij de (on)waarschijnlijkheid van de het scenario dat contant geld helemaal verdwijnt.

Voetnoot

[1] Onder de ‘private banken’ vallen commerciële banken, al dan niet beursgenoteerd, coöperatieve banken, spaarbanken en meer gespecialiseerde instellingen. Sommige van deze banken kunnen in overheidshanden zijn en zijn dus, juridisch gesproken, geen private bank. Maar gemakshalve worden ook deze banken in de context van deze reeks onder de naam ‘private banken’ geschaard omdat zij géén centrale bank zijn. Waar relevant zal een meer precies onderscheid worden gemaakt.

Delen:
Auteur(s)
Wim Boonstra
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
06 5128 1405

naar boven