RaboResearch - Economisch Onderzoek

Kan digitaal centralebankgeld de financiële inclusie bevorderen?

Themabericht

Delen:
  • Een veelgehoord argument vóór digitaal centralebankgeld (CBDC) is dat het de financiële inclusie kan bevorderen
  • In landen met een goed ontwikkeld financieel stelsel doet dit argument niet echt opgeld
  • De financiële inclusie is daar meestal hoog en er zijn goede alternatieven voorhanden
  • In landen met een minder goed ontwikkeld financieel stelsel kan CBDC echter wel een belangrijke bijdrage leveren aan financiële inclusie
  • Wereldwijd zijn meer dan een half miljard mensen uitgesloten van financiële dienst dienstverlening. CBDC kan hier een belangrijke positieve bijdrage leveren

Digitaal centralebankgeld of Central Bank Digital Currency (CBDC) staat wereldwijd in de belangstelling. Het idee is simpel, maar bij praktische uitwerking blijkt het om complexe materie te gaan. In deze reeks CBDC-specials zullen we de belangrijkste aspecten van CBDC bespreken.

Vandaag deel 4: kan CBDC de financiële inclusie bevorderen?

De twee kanten van financiële inclusie

Financiële inclusie in rijke landen

Zoals weergegeven in aflevering 3 van deze reeks neemt het gebruik van contant geld aan de toonbank in ons land weliswaar sterk af, maar is het nog wel aanwezig. De reden voor de afname van contant geld als transactiemiddel moge duidelijk zijn: de girale betaling is sneller, veiliger, schoner en goedkoper. De komst van de pinbetaling in 1990, de contactloze betaling in 2015 en de op deze toepassingen gebaseerde innovaties, zoals de mobiele betaling, hebben het girale betalen enorm populair gemaakt. Klanten prefereren bijna altijd een girale betaling boven een contante. Maar de keerzijde van deze trend is, dat als contant geld minder wordt gebruikt, bijvoorbeeld doordat steeds meer winkels het weigeren, de kans toeneemt dat een groep mensen niet meer volwaardig kan participeren in het economische verkeer. Want om giraal te kunnen betalen moet je beschikken over een bankrekening en niet iedereen heeft er een.

Deze groep mensen, de zogeheten unbanked, is in ons land niet groot. Volgens de Wereldbank beschikt het overgrote deel (afgerond 100 procent) van de Nederlandse bevolking over een bankrekening. Wel heeft 1 procent van het economisch niet-actieve deel van de bevolking in ons land geen bankkrekening. Daarbij gaat het in totaal om naar schatting enkele duizenden mensen. Het kan gaan om daklozen, mensen die door banken worden geweigerd vanwege criminele activiteiten of bijvoorbeeld om ouderen die moeite hebben om met computers te werken en daarom liever zoveel mogelijk met cash blijven betalen. Overigens heeft iedere ingezetene van ons land recht op een betaalrekening bij een bank. Dit is vastgelegd in het Convenant Basisbankrekening, waarin Nederlandse banken er gezamenlijk voor zorgdragen dat iedereen toegang tot het girale betalingsverkeer heeft. Zo beschouwd is het zelfs in het onwaarschijnlijke geval dat contant geld helemaal zou verdwijnen in ons land niet echt nodig om CBDC in te voeren. En mensen die problemen hebben om met een reguliere bankrekening om te gaan, zullen bij CBDC precies dezelfde obstakels tegenkomen.

Figuur 1: Het percentage unbanked mensen versus het gebruik van cash
Figuur 1: Het percentage unbanked mensen versus het gebruik van cashNoot: Het betreft data uit 2017 (percentage unbanked) en 2016 (percentage cashgebruik). Sindsdien is het gebruik van contant geld in ons land snel verder afgenomen.
Bron: Wereldbank en Statistica.

Nederland behoort hiermee, met onder meer Noorwegen, Zweden, Finland en Canada, tot een relatief kleine kopgroep. In veel andere industrielanden is het beeld echter al minder florissant. Volgens de Wereldbank heeft in de eurozone gemiddeld 5 procent van de bevolking geen toegang tot een bankrekening, waarbij bijvoorbeeld grote landen als Frankrijk en Italië met 6 procent al relatief slecht scoren. Wel is het gebruik van cash veel hoger in de landen waarin relatief veel unbanked mensen wonen. De indruk ontstaat dat in de landen waar het gebruik van contant geld het snelst terugloopt, het aantal mensen zonder bankrekening ook het snelst afneemt (figuur 1). Dit is natuurlijk wel een beetje een kip-ei-verhaal. Voelen mensen zich gedwongen om een bankrekening te openen omdat contant geld steeds minder wordt geaccepteerd? Of zijn bankrekeningen zo aantrekkelijk dat contant geld steeds minder aantrekkelijk wordt? In ons land lijkt het laatste te spelen: het gebruik van de contante betaling loopt al jaren trendmatig terug, ofschoon cash nog steeds breed wordt geaccepteerd.

Maar al met al gaat het ook in de eurozone al om tientallen miljoenen mensen zonder bankrekening. In landen waarin het gebruik van cash afneemt, waardoor steeds minder winkels contante betalingen accepteren, maar waarin nog een deel van de volwassen bevolking geen toegang tot bancaire diensten heeft, kan CBDC wellicht voor velen van hen uitkomst bieden. Al is het verstandig om, alvorens men hiertoe besluit, een kosten/batenanalyse uit te voeren of CBDC wel de meest kosteneffectieve oplossing is. Andere oplossingen zouden hier wellicht ook uitkomst kunnen bieden, zoals een variant op het Nederlandse Convenant Basisbankrekening, of het gezamenlijk door de banken oprichten van een zogeheten Terminusbank voor de mensen die bij een commerciële bank niet als klant worden toegelaten.

Financiële inclusie in armere landen

Op mondiale schaal is de problematiek echter van een geheel andere orde. Volgens de Wereldbank waren er in 2017 wereldwijd maar liefst 1,7 miljard mensen die geen toegang hebben tot betaaldiensten via een bank of een andersoortige betaaldienst, zoals M-Pesa in Afrika. Laatstgenoemd bedrijf biedt op zeer succesvolle wijze betaaldiensten aan via mobiele telefoons, waarmee beltegoeden kunnen worden overgemaakt. Figuur 2, waarin een groep van ruim 160 landen is gerangschikt op financiële inclusie laat zien dat in veel landen grote delen van de bevolking nog geen bankrekening hebben.

Figuur 2: Percentage inwoners met een bankrekening
Figuur 2: Percentage inwoners met een bankrekeningBron: Findex database, Wereldbank 2017
Figuur 3: Financiële inclusie van vrouwen en mannen vergeleken
Figuur 3: Financiële inclusie van vrouwen en mannen vergelekenBron: Findex database, Wereldbank 2017

Figuur 3 laat zien dat ook een stevig verschil bestaat in financiële inclusie tussen mannen en vrouwen. In het algemeen hebben vrouwen minder toegang tot een bankrekening dan mannen, al zijn er enkele schaarse uitzonderingen op deze regel. Juist ook in armere landen is de financiële inclusie van vrouwen relatief slecht. Dat betekent dat zij het nog moelijker hebben dan mannen om te participeren in de economie.

In opkomende markten speelt dus een omgekeerd probleem dan in rijkere landen. Waar mensen in rijkere landen unbanked dreigen te raken als contant geld zou verdwijnen, zijn mensen in armere landen juist veroordeeld tot een zware nadruk op contant geld vanwege gebrek aan toegang tot bancaire diensten. Daar is het girale betalingsverkeer vaak relatief onderontwikkeld en, belangrijker nog, zijn grote groepen mensen niet aangesloten op het bankwezen. Zij doen alle betalingen in contant geld, houden hun vermogen aan in de vorm van cash en hebben geen toegang tot regulier krediet. Dit beperkt hun mogelijkheden tot volwaardige participatie in de economie en daarmee hun kansen om hun potentieel volledig te ontwikkelen. Voor vrouwen geldt dit in het algemeen nog meer dan voor mannen. In deze situatie kan invoering van CBDC voor de gehele bevolking een gat opvullen dat de private banken laten liggen. Dit kan een enorme bijdrage leveren aan de economische ontwikkeling.

Conclusie

Hoewel het inclusieargument ook in rijkere landen wel is aangevoerd als reden om CBDC in te voeren, is dit argument zeker in het geval van ons land niet sterk. De financiële inclusie in ons land is al zeer groot en er zijn simpelere oplossingen voorhanden om de kleine groep unbanked aan te sluiten. In de eurozone ligt de verhouding alweer anders, omdat het aantal mensen zonder bankrekening in sommige andere lidstaten al duidelijk hoger ligt. Daar kan invoering van CBDC wellicht wel bijdragen aan een grotere financiële inclusie, al kan men er ook daar voor kiezen om mensen actief beter te laten aansluiten bij het reguliere girale geldcircuit. Het verbeteren van de financiële inclusie is in de Europese context in de meeste landen geen doorslaggevend argument om CBDC in te voeren. Maar als men op Europees niveau besluit tot invoering van CBDC, betekent dit per definitie dat het ook in ons land wordt ingevoerd.

In opkomende markten is een groot deel van de bevolking echter niet aangesloten op het bancaire systeem. In die context kan invoering van CBDC voor de gehele bevolking weleens een zeer effectieve manier zijn om grote groepen mensen aan te sluiten op een veilig en robuust betaalcircuit. Dit kan een sterk positieve invloed hebben op de economische ontwikkeling van de betreffende landen in het algemeen en de versterking van de economische positie van vrouwen in het bijzonder.

Het is dus niet onlogisch dat opkomende markten vooroplopen in de discussie rond CBDC en met name het uitvoeren van concrete experimenten. Ook hier gaan wij in een van de volgende afleveringen van deze reeks meer uitvoerig op in.

Delen:
Auteur(s)
Wim Boonstra
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
06 5128 1405

naar boven