RaboResearch - Economisch Onderzoek

Hoe de Chinese digitale munt de internationale positie van de renminbi kan versterken

Themabericht

Delen:
  • China komt op korte termijn met een nieuwe digitale munt, de DCEP
  • De DCEP zal ook worden ingezet om de internationale positie van de renminbi te versterken
  • China zal eerst proberen om de DCEP een plek in de handel met Afrika te laten verwerven
  • Dit kan ten koste gaan van de internationale positie van de euro

Inleiding

Onlangs is de Chinese centrale bank, de People’s Bank of China (PBoC), begonnen met het testen van een nieuwe digitale munt. Deze munt, aangeduid als de Digital Currency Electronic Payments of DCEP, is een digitale vorm van een Chinees bankbiljet, uitgegeven door de centrale bank. Het is een vorm van zogeheten digitaal centralebankgeld. Met deze nieuwe digitale munt wil China het binnenlandse betalingsverkeer versterken, criminaliteit en kapitaalvlucht terugdringen en de financiële inclusie in de armere delen van het land vergroten. Dit is eerder beschreven in deze Special. Maar de PBoC verwacht ook dat de DCEP de internationale positie van de renminbi, de Chinese munt, kan versterken.

De PBoC hoopt onder meer dat de internationale handel tussen landen meer in renminbi gaat worden verrekend. Op dit moment voltrekt het leeuwendeel van de internationale handel zich in Amerikaanse dollars en, zij het in beduidend mindere mate, in euro. De renminbi speelt hier slechts een ondergeschikte rol, ook al behoort China zowel qua invoer als qua uitvoer tot de grootste deelnemers aan de internationale handel. China ziet graag dat het belang van de renminbi ook hier fors wordt vergroot.

China richt zich eerst op Afrika

China richt zich bij het vergroten van de rol van de renminbi in eerste instantie op de handel met Afrika. Afrika is een belangrijke leverancier van grondstoffen voor China. Die handel wordt voor een groot deel in Amerikaanse dollars afgewikkeld. Zelfs de onderlinge handel tussen Afrikaanse landen zelf wordt voor een deel in dollars verrekend, omdat veel Afrikaanse valuta niet vrij verhandelbaar (convertibel) zijn. En het komt nog weleens voor dat de dollars die de uitvoer oplevert vooral terechtkomen bij de centrale bank. De exporteur ziet ze niet altijd binnenkomen. Vaak krijgt hij in de nationale munt betaald.

China wil buitenlandse zakenpartners de mogelijkheid geven met DCEP te betalen. Dan kunnen zij de opbrengsten van hun uitvoer naar China rechtstreeks in renminbi ontvangen. Hiermee kunnen zij uiteraard ook weer goederen en diensten vanuit China importeren. Ook zal het mogelijk zijn om direct zaken te doen met bedrijven in andere Afrikaanse landen, als ook daar de DCEP steeds meer wordt gebruikt. Weliswaar is de renminbi, waar de DCEP een digitale versie van is, minder convertibel dan de Amerikaanse dollar, de euro, of het Britse pond, maar het is een veel grotere munt dan welke Afrikaanse munt ook.

Om de DCEP snel in Afrika te kunnen gaan voeren, werkt de PBoC samen met Huawei. Op een binnenkort te introduceren nieuw model smartphone zal een app staan waarmee men zaken in DCEP kan doen. Dat komt erop neer dat een im- of exporteur een rekening bij de Chinese centrale bank heeft. Daar zal wel nog een Chinese partij (bank of betaaldienst) tussen zitten, maar er komt geen Afrikaanse bank of centrale bank meer aan te pas.

De vraag is natuurlijk hoe groot de vraag naar deze betaaldienst buiten China zal zijn. In ieder geval zal het gebruiksvriendelijk zijn, want ‘toevallig’ is Huawei in Afrika ook al de grootste leverancier van gebruikersnetwerken. Ten tweede is Afrika al gewend aan betalen per telefoon en staat de bevolking open voor innovatie. Sinds Vodafone in 2007 M-Pesa in Kenia heeft ingevoerd, is dit in enkele jaren doorgegroeid naar een in heel Oost-Afrika gebruikte betaaldienst. Met M-Pesa kunnen mensen betalingen verrichten via het telefoonnet, waarbij de betalingen in beltegoeden worden verricht. Internet is niet nodig, toegang tot een telefoonnetwerk volstaat.

In vergelijking met M-Pesa heeft de DCEP, die evenmin afhankelijk zal zijn van internet, enkele voordelen. De DCEP is anders dan een beltegoed echt geld in de zin van een vordering op een centrale bank, in dit geval de PBoC, en er kan internationaal mee worden betaald. Verder heeft het een belangrijke eigenschap van contant geld: er kunnen van persoon tot persoon (ofwel van de ene smartphone naar de andere) betalingen mee worden verricht. Betalen in DCEP is waarschijnlijk eenvoudiger en heeft waarschijnlijk een groter bereik dan contant betalen in de lokale valuta. Zoals uitgelegd in de eerder aangehaalde special kan de PBoC overigens meekijken; anonimiteit is niet gegarandeerd. Daarin verschilt de DCEP dus van contant geld.

China zal ook trachten om andere landen waar het zaken mee doet in DCEP te laten betalen, waaronder de landen die betrokken zijn bij het Belt and Road Initiative. Hiermee zou het bereik van de DCEP, dus de renminbi, nog weer een stuk groter kunnen worden.

Een alternatief circuit

Een laatste belangrijk voordeel is dat DCEP-betalingen direct met de PBoC worden verricht en buiten het zicht van Swift kunnen plaatsvinden. Swift is een internationale betaaldienst en alle transacties tussen landen via de gebruikelijke kanalen worden daarin geregistreerd. De VS hebben op deze manier inzage in het leeuwendeel van het internationale betalingsverkeer. Zij kunnen op die manier bijvoorbeeld ook zien of landen zich aan internationale sancties houden. In het recente verleden is het gebeurd dat de VS sancties instelden tegen Iran. De EU was het daar niet mee eens, maar Europese bedrijven voelden zich in veel gevallen toch gedwongen om aan de Amerikaanse eisen te voldoen omdat zij bang waren zelf Amerikaanse sancties aan de broek te krijgen. Betalingen in DCEP worden niet in Swift geregistreerd. Het is bijvoorbeeld goed voorstelbaar dat Iran een stevig deel van zijn olie-uitvoer naar China, maar ook naar andere landen, in DCEP wil laten verrekenen. Ook andere landen die zijn getroffen door Amerikaanse sancties kunnen dankzij het gebruik van de DCEP wellicht een deel van hun internationale handel overeind houden. Bedrijven die Amerikaanse sancties willen omzeilen, kunnen hun betalingen direct met de Chinese centrale bank afwikkelen. Buiten het zicht van de Amerikanen.

Overigens is een nadeel dat een saldo in DCEP (dus renminbi) niet zomaar kan worden omgezet in een andere, convertibele valuta. Het kan uitsluitend worden aangewend in China of in andere landen waar de renminbi een rol gaat spelen. Daarmee is de renminbi nog lang niet zo aantrekkelijk als de dollar of zelfs de euro. Maar de Chinese munt is voor velen waarschijnlijk een stuk aantrekkelijker dan de lokale valuta, die vaak nog minder convertibel is dan de renminbi. Want met de renminbi kunnen aankopen worden verricht in China, de tweede economie ter wereld.

Opkomst renminbi gaat ten koste van de euro

Als de DCEP breed wordt geaccepteerd, kan deze de internationale positie van de renminbi als transactievaluta zo behoorlijk versterken. Het kan landen er met name in Afrika zelfs toe aanzetten om hun nationale munt te koppelen aan de renminbi. Dit kan de internationale positie van de euro ondermijnen. De dollar is als ankermunt waar andere landen hun valuta aan koppelen veel groter dan de euro. Daarbij heeft de dollar een wereldwijd bereik, terwijl de rol van de euro met name in Afrika relatief groot is. Nogal wat Afrikaanse landen hebben hun munt vandaag de dag nog strak aan de euro gekoppeld, via de CFA-frank. Maar die CFA-frank wordt in de CFA-zone vaak gezien als een overblijfsel uit de koloniale tijd. Weliswaar heeft de CFA-frank in de betrokken landen veelal bijgedragen aan de financiële stabiliteit, maar de munt is ook relatief duur. Dat heeft een negatieve invloed op de concurrentiepositie van de betrokken landen. Mede daarom is deze munt niet echt populair. De kans dat de renminbi de euro langzaam maar zeker uit Afrika verdrijft als handels- en ankervaluta is dan ook niet gering.

Voor de centrale banken van de betreffende landen is de DCEP natuurlijk op zichzelf niet per definitie goed nieuws. Voor zover DCEP-betalingen zich rechtstreeks tussen Afrikaanse ingezetenen en China voltrekken, gaan zij voorbij aan het binnenlandse (centrale) bankwezen. Dit gaat ten koste van hun monetaire soevereiniteit. Met name in institutioneel zwakkere landen is de kans groot dat dit effect optreedt. Daar staat echter tegenover dat China in Afrika al een belangrijke partij is, onder meer als investeerder. China lijkt zich als het ware in te kopen door lokaal te investeren in infrastructurele projecten. Als landen die hun exportopbrengsten deels ontvangen in DCEP deze weer kunnen gebruiken om hun verplichtingen aan China te vervullen, kan het belang van de renminbi snel toenemen. Verder hebben veel Afrikaanse landen al afstand gedaan van hun monetaire soevereiniteit door te participeren in de CFA-frank. Dan is overstappen van de euro als anker naar de renminbi als valuta-anker een minder grote stap dan het op het eerste gezicht lijkt.

Zo ver is het natuurlijk nog niet en de kans dat dit allemaal op korte termijn gaat gebeuren, lijkt op het eerste gezicht niet zo heel groot. Maar het kost de Chinezen niet zoveel om de DCEP internationaal uit te rollen; de munt wordt sowieso in China ingevoerd. Dus de marginale kosten van de buitenlandse stap zijn laag. En de Chinese autoriteiten weten precies waar ze naar toe willen, te weten monetaire soevereiniteit en onafhankelijkheid van de Amerikaanse dollar, en hun beleid is hier strak op gericht. Door zijn pijlen eerst op Afrika te richten, hoopt China twee vliegen in één klap te slaan: het belang van de renminbi in Afrika wordt groter en dat gaat vooral ten koste van de euro. Daarmee is de renminbi nog lang geen internationale valuta zoals de dollar. Maar de kans dat de renminbi wat dit betreft op niet al te lange termijn de euro voorbijstreeft is verre van denkbeeldig, zeker als de EU geen voortgang boekt bij het institutioneel versterken van de euro.

Tot besluit

Wie in 1979, toen China zich begon open te stellen voor internationale handel en buitenlandse investeringen, had voorspeld dat het land zich na 25 jaar zou hebben ontwikkeld tot een van de grootste en meest dynamische economieën ter wereld, was waarschijnlijk niet echt serieus genomen. Hopelijk is die les inmiddels geleerd: als China echt iets wil dan gaat het rechtstreeks op zijn doel af. Daarom is het van het grootste belang voor Europa dat het deze dreiging serieus neemt en de internationale positie van de euro versterkt. Zo niet, dan blijft de euro een incomplete en ondergeschikte valuta. En dat is vanuit geopolitieke optiek voor Europa geen gunstige situatie.

Delen:
Auteur(s)
Wim Boonstra
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
06 5128 1405

naar boven