RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Eurozone: tweede golf vertraagt economisch herstel

Economisch Kwartaalbericht

Delen:
Deze publicatie is verouderd. Bekijk de recentste editie

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht 

  • De economie van de eurozone zal in het laatste kwartaal van het jaar krimpen, na het sterke herstel in het derde kwartaal
  • We denken dat het economisch herstel weer aantrekt in de loop van het eerste kwartaal van 2021
  • We voorspellen dat de economie van de eurozone in 2020 met 7,4 procent zal krimpen, gevolgd door een bescheiden groei van 3,9 procent in 2021
  • De mate waarin overheden bereid en in staat zijn om het komende jaar stimulering voort te zetten, is een belangrijke bepalende factor voor landen in de eurozone
  • Er is grote onzekerheid over de onderliggende schade die bedrijven hebben opgelopen tijdens de corona-crisis
  • Er kunnen volgend jaar middelen uit het Europees herstelfonds beschikbaar komen, maar er zijn nog enkele grote hindernissen te nemen
<br>

Na herstel in het derde kwartaal, volgt een krimp in het vierde kwartaal

In het derde kwartaal groeide het bbp van de eurozone met 12,6 procent kwartaal-op-kwartaal (figuur 1), waardoor het 4,4 procent onder het niveau van vóór de crisis bleef. Het herstel was beter dan velen hadden verwacht, maar het prille herstel was van korte duur. In de hele eurozone zijn de afgelopen weken nieuwe lockdown-maatregelen van kracht om de tweede golf van de pandemie te beteugelen. De horeca is in de meeste landen gesloten, terwijl België en Frankrijk zelfs alle niet-essentiële winkels hebben gesloten. Italië en Spanje volgen daarentegen een regionale aanpak. Op het moment van schrijven hebben beide landen, in ongeveer de helft van de regio's (op basis van hun bijdrage aan het nationale bbp), horecagelegenheden gesloten en heeft minder dan een vijfde ook niet-essentiële winkels gesloten. Ondertussen zijn in heel Europa de meeste scholen en fabrieken nog open. Een overzicht van de maatregelen in de vier grootste landen is te vinden in tabel 2 (einde publicatie). Hoewel sommige landen maatregelen hebben getroffen die maar net iets minder streng zijn dan tijdens het tweede kwartaal (figuur 2), zijn de maatregelen in de meeste landen minder streng dan tijdens de eerste golf.

We verwachten dan ook dat de economie van de eurozone in het laatste kwartaal van het jaar zal krimpen, maar bij lange na niet zoveel als gedurende de eerste helft van het jaar (figuur 1). Niet alleen zijn de binnenlandse lockdownmaatregelen minder streng; de maakindustrie heeft ook niet te lijden onder de wereldwijde verstoringen van de toeleveringsketen die er in er het eerste helft van het jaar waren. Ten slotte verwachten we een vrij sterke vraag van verschillende belangrijke handelspartners buiten de eurozone, zoals de VS en China, die zou kunnen helpen om de krimp in de handel binnen de eurozone te beperken. We ramen dat de economie van de eurozone in het vierde kwartaal met 2,4 procent zal krimpen ten opzichte van het derde kwartaal.

Figuur 1: Opleving van het bbp in het derde kwartaal verrast positief, maar de vooruitzichten voor het vierde kwartaal zijn zwak
Figuur 1: Opleving van het bbp in het derde kwartaal verrast positief, maar de vooruitzichten voor het vierde kwartaal zijn zwakBron: Macrobond, RaboResearch, Nationale statistiekbureaus
Figuur 2: De strengere lockdownmaatregelen blijven achter bij het niveau van april
Figuur 2: De strengere lockdownmaatregelen blijven achter bij het niveau van aprilBron: Macrobond, University of Oxford

Vaccin zal het herstel in 2021 stimuleren

Als we verder kijken dan de tegenslag in het vierde kwartaal, is er ook positief nieuws. Meerdere farmaceutische bedrijven bevinden zich in de laatste fase van de ontwikkeling van een vaccin en de effectiviteit van deze vaccins heeft de verwachtingen overtroffen. Onze uitgangspositie is dat in de loop van het eerste kwartaal in 2021 zal worden begonnen met het toedienen van een vaccin aan ouderen en kwetsbaren. Daardoor kunnen in het tweede kwartaal de indammingsmaatregelen vermoedelijk in grote lijnen worden versoepeld tot het niveau van afgelopen zomer. We zijn echter van mening dat een verdere substantiële versoepeling pas in de tweede helft van 2021 zal plaatsvinden, gezien de tijd die het kost om een ​​groot deel van de bevolking te vaccineren. Tegen deze achtergrond verwachten we al in het tweede kwartaal een vrij sterke groei, die het bbp in het tweede kwartaal van 2021 terugbrengt naar het niveau van het derde kwartaal van 2020. In de tweede helft van 2021 volgt dan opnieuw een aanzienlijke sprong in het bbp. Daarna verwachten we dat het herstel zal doorzetten, zij het op een lager tempo.

Figuur 3: Herstel verschilt per sector
Figuur 3: Herstel verschilt per sectorBron: Macrobond, RaboResearch

We voorspellen dat de economie van de eurozone in 2020 met 7,4 procent zal krimpen en in 2021 met 3,9 procent zal groeien. Dit impliceert dat de economie eind 2021 nog steeds zo'n 2 procent kleiner zal zijn dan eind 2019. De economische schade zal echter niet gelijk verdeeld zijn over landen en sectoren. Terwijl sommige sectoren relatief ongeschonden zijn of hun verliezen al bijna goedgemaakt hebben, hebben andere sectoren nog een lange weg te gaan (figuur 3, tabel 3). We verwachten dat het aantal faillissementen zal toenemen aangezien de malaise in bepaalde dienstensectoren de komende maanden aanhoudt; de overheidssteun komend jaar geleidelijk zal worden afgebouwd (zie hieronder) en de economie zal worden gedwongen zich aan te passen aan een ‘nieuw normaal’. We voorspellen dat ook de werkloosheid in 2021 zal stijgen. Hoewel regelingen voor het behoud van banen tot dusver zeer effectief zijn gebleken om een werkloosheidsstijging in te dammen, wordt verwacht dat ook deze steun het komende jaar in sommige landen zal worden afgebouwd[1]. Het is onwaarschijnlijk dat alle werknemers waarvoor momenteel werktijdverkorting is aangevraagd terugvloeien naar hun huidige werkgever op het moment dat dergelijke steunmaatregelen worden afgebouwd.  Zeker bedrijven in hard getroffen sectoren zullen te maken hebben met verslechterde balansen, en zoals al aangegeven verwachten we ook dat het aantal faillissementen nog zal toenemen. Onze voorspelling is dat de werkloosheid na 2021 zal afnemen, maar een aantal jaren boven het niveau van 2019 zal blijven. We denken dat het even zal duren voordat werknemers die hun baan zijn kwijtgeraakt in zwaar getroffen sectoren zoals horeca en toerisme, een nieuwe baan in hun huidige sector krijgen of kunnen worden omgeschoold en ingezet in andere sectoren.

Tabel 1: Groeiprognoses voor de eurozone
Tabel 1: Groeiprognoses voor de eurozoneBron: RaboResearch, NiGEM

Begrotingsreactie op de tweede golf

Naast de maatregelen die genomen zijn om de verspreiding van het virus in te dammen, zullen regeringen waarschijnlijk met aanvullende steun komen om de economische schade te beperken. Zo hebben verschillende regeringen al een verlenging aangekondigd van regelingen voor het behoud van banen. Maar de lidstaten zijn terughoudend om de massale uitgaven van 2020 door te zetten in 2021. Ten eerste omdat ze geen vergelijkbare lockdown verwachten die de economische activiteit in 2021 beperkt. Ten tweede omdat ze niet bereid zijn hun kredietwaardigheid onnodig op het spel te zetten, niet nu en ook niet in de toekomst (hoewel de ECB er alles aan doet om te voorkomen dat de rente stijgt, is er geen garantie dat dit eeuwig zal duren). Dit geldt in het bijzonder voor Spanje en Italië, waar de overheidsfinanciën erg zwak zijn. Ten derde hebben regeringen geleerd van het afgelopen jaar, waardoor ze zich meer (zijn) gaan richten op gerichte steunmaatregelen in plaats van grootschalige algemene steun.

De aanvullende steun zal daarom voornamelijk gericht zijn op sectoren en werknemers die rechtstreeks zijn getroffen door de inperkingsmaatregelen, op verlenging van werktijdsverkortingsregelingen en op het uitstellen van belasting. Aangezien bedrijven in Europa voor hun financiering erg afhankelijk zijn van banken, verwachten we ook van regeringen dat ze hun leengaranties indien nodig verhogen om ervoor te zorgen dat de crisis niet tot een kredietcrisis leidt. Banken hebben al aangegeven een aanscherping van de kredietvoorwaarden te verwachten (hoewel banken bij lange na niet zo strikt zijn als tijdens de financiële crisis in 2008). Toch lijkt het er tot nu toe op dat er in de meeste landen, met Spanje als mogelijke uitzondering, nog voldoende geld over is op het gebied van leengaranties. In Duitsland bijvoorbeeld is tot dusver ongeveer 40 miljard euro van 600 miljard euro aan leengaranties gebruikt.

Extra ondersteuning vanuit Europa?

De Europese Unie heeft al een aantal instrumenten ingezet om economische schade te beperken en het herstel te bespoedigen. De focus zal nu hoogstwaarschijnlijk zijn om het geld zo snel mogelijk naar de juiste partij te krijgen. De instrumenten bestaan onder andere uit het SURE-fonds (100 miljard euro), dat lidstaten toegang geeft tot goedkope leningen om maatregelen te financieren om werkgelegenheid te behouden (zoals werktijdverkortingsregelingen). Daarnaast is er via de Europese Investeringsbank (EIB, 200 miljard euro) extra financiering beschikbaar voor veelal kleine en middelgrote ondernemingen in de vorm van leengaranties. Ook heeft het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) een ‘Pandemic Crisis Support’-programma (240 miljard euro) in het leven geroepen, dat goedkope kredietlijnen biedt aan lidstaten met als enige voorwaarde dat dit geld wordt besteed aan het aanpakken van de gezondheidscrisis. Ten slotte werd in juli een voorlopig akkoord bereikt over het ‘Next Generation EU’-fonds (NGEU), ook bekend als het EU-crisisherstelfonds, van in totaal 750 miljard euro, dat tussen 2021 en 2026 in de vorm van subsidies en goedkope leningen aan de lidstaten zal worden uitgekeerd. Tot zover heeft het SURE-fonds de meeste vooruitgang geboekt. Meer dan 90 procent van het totale fonds is al vastgelegd en zo'n 40 procent is al daadwerkelijk uitbetaald.

Er is zover nog weinig aansprak gemaakt op de fondsen van de EIB en ESM. Tot dusver is slechts 21 miljard euro van de 200 miljard euro die beschikbaar is uit het pandemie-responspakket van de EIB toegekend[2], terwijl nog geen land een aanvraag heeft ingediend voor middelen van het ESM. Ondertussen moet het NGEU-fonds nog enkele hordes nemen. Polen en Hongarije hebben tot dusver implementatie van het fonds geblokkeerd in een poging de EU ertoe aan te zetten een nieuw rechtsstaatmechanisme, dat begin november werd aangenomen, te laten vallen of substantieel af te zwakken. Dit mechanisme, dat naar verwachting volgend jaar in werking zal treden, zou de overdracht van EU-fondsen naar landen die de rechtsstaat niet respecteren moeten blokkeren om de belastingbetaler te beschermen tegen misbruik van EU-gelden.

Op 9 december, zou er een voorlopig akkoord zijn bereikt tussen Polen, Hongarije en Duitsland (de huidige voorzitter van de EU) over aanpassing van het rechtsstaatmechanisme. Op het moment van schrijven zijn de details van dat voorlopige akkoord nog niet bevestigd. Van een definitief akkoord over aanpassing van het mechanisme is sowieso nog geen sprake, omdat daarvoor een gekwalificeerde meerderheid van alle lidstaten nodig is en goedkeuring van het Europees Parlement. Er wordt gezegd dat het voorstel op 10 december besproken wordt op de top van Europese leider.  Als een definitief akkoord over het mechanisme en over de Europese meerjarenbegroting nog in december worden bekrachtigd zal de NGEU vermoedelijk in de loop van 2021 kunnen worden geïmplementeerd. Een klein deel van de fondsen zou dan eind 2021 naar de lidstaten kunnen vloeien. Als een compromis echter buiten bereik blijkt te zijn en de ruzie tussen Polen en Hongarije met de rest van de EU escaleert, zou de uitvoering van de EU-begroting en het NGEU-fonds kunnen ontsporen. Ontvangende lidstaten zullen hierdoor een flink bedrag aan EU-fondsen mislopen. Dit zou op zijn beurt het vertrouwen en het economisch herstel in de EU kunnen schaden, vooral in de zwaar getroffen lidstaten met zwakke overheidsfinanciën zoals Spanje en Italië.

De NGEU en ons basisscenario

In ons basisscenario hebben we het rentedrukkende effect van de voorlopige overeenkomst over de NGEU in juli verwerkt. Maar in dit scenario hebben we niet de economische impact van de subsidies, die tussen 2021 en 2026 aan de EU-lidstaten zouden moeten worden uitgekeerd, meegenomen. Hoewel we verwachten dat er, na enige vertraging, een compromis of andere oplossing wordt gevonden, is het nog niet een gegeven dat het herstelfonds er ook daadwerkelijk gaat komen. Het voorstel omvat een subsidiecomponent van 390 miljard euro (2,8 procent van het bbp) voor de hele EU. Als de deal doorgaat, is er een opwaarts potentieel voor bbp-groei, vooral vanaf 2022. In het geval van een patstelling in Brussel kunnen oplopende rentes op staatspapier onze prognose schaden, ook al zal de ECB waarschijnlijk ingrijpen als dit gebeurt.

Als het stof is neergedaald

Onze economische projecties bevatten een geleidelijk economisch herstel dat in de loop van 2021 aan kracht wint als gevolg van een afbouw van inperkingsmaatregelen. Dan zullen we pas de werkelijke schade (en kosten) van Covid-19 kunnen inschatten. Eerder noemden we al de verwachte toename van faillissementen en werkloosheid die het herstel in 2021 zullen afremmen. Een andere kwestie is de enorme schuldenberg van overheden en de aanhoudende steun van de ECB die nodig zal zijn om tweede ordereffecten en een verslechtering van de financieringsvoorwaarden te voorkomen. De rekening van drie crises in 13 jaar biedt geen geweldige vooruitzichten.

Tabellen

Tabel 2: Indammingsmaatregelen in de Eurozone op 8 december 2020
Tabel 2: Indammingsmaatregelen in de Eurozone op 8 december 2020Bron: RaboResearch, Nationale overheden
Tabel 3: Jaar-tot-heden krimp in totale toegevoegde waarde en gewicht per sector
Tabel 3: Jaar-tot-heden krimp in totale toegevoegde waarde en gewicht per sectorBron: Macrobond, RaboResearch

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht 

Voetnoten

[1] In Duitsland loopt de werktijdsverkortingsregeling nog door tot eind 2021 terwijl de regeling in Spanje maar tot eind januari 2021 doorloopt bijvoorbeeld.

[2] Het is niet met zekerheid te zeggen waarom hier zo weinig gebruik van is gemaakt, maar redenen zouden kunnen zijn dat nationale overheden al voldoende steun geven en/ of dat bedrijven geen extra schuld op zich willen nemen. De steun vanuit het EIB programma is immers geen gift.

Delen:
Auteur(s)
Maartje Wijffelaars
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
06 2257 0569
Erik-Jan van Harn
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
06 3002 0936

naar boven