RaboResearch - Economisch Onderzoek

Digitaal centralebankgeld als alternatief voor contant geld. Is dat nodig?

Themabericht

Delen:
  • Een veelgehoord argument vóór digitaal centralebankgeld of CBDC betreft het teruglopen van het gebruik van contant geld
  • Contant geld wordt minder gebruikt, maar de hoeveelheid cash neemt niet af
  • Zelfs in Zweden, dat wereldwijd voorop loopt met giraal betalen, neemt de hoeveelheid bankbiljetten in omloop weer toe
  • Het dalend gebruik van cash is op zichzelf geen doorslaggevend argument vóór de invoering van CBDC, maar de aanwezigheid van cash is ook geen reden om het niet in te voeren

Digitaal centralebankgeld of Central Bank Digital Currency (CBDC) staat wereldwijd in de belangstelling. Het idee is simpel, maar bij praktische uitwerking blijkt het om complexe materie te gaan. In deze reeks CBDC-specials zullen we de belangrijkste aspecten van CBDC bespreken.
Een veelgehoord argument om CBDC in te voeren, is dat het gebruik van contant geld sterk afneemt en dat centrale banken zich daarom moeten voorbereiden op een wereld zonder cash.

Vandaag deel 3: Gaat cash verdwijnen?

Inleiding: het gebruik van cash neemt af

Het huidige betalingsverkeer kent op hoofdlijnen twee soorten geld, te weten chartaal geld (munten en bankbiljetten; ook aangeduid als contant geld of cash) en giraal geld (de saldi op de betaalrekening bij commerciële banken). Chartaal geld wordt in omloop gebracht door de overheid (munten) en de centrale bank (bankbiljetten), terwijl private banken het girale geld in omloop brengen. In de loop van de afgelopen decennia is het chartale geld overvleugeld geraakt door het girale geld (figuur 1).

Figuur 1: De Nederlandse geldhoeveelheid
Figuur 1: De Nederlandse geldhoeveelheidNoot: het in de figuur weergegeven girale geld omvat ook het direct opvraagbare spaargeld.
Bron: DNB.
Figuur 2: Betaalgedrag in het Nederlandse toonbankverkeer
Figuur 2: Betaalgedrag in het Nederlandse toonbankverkeerNoot: procentueel aandeel in het totale aantal toonbanktransacties. Jaarcijfers met uitzondering van 2020 (juni).
Bron: Betaalvereniging NL.

Hoewel uit de figuur de opmars van het girale geld goed naar voren komt, blijkt ook dat de chartale geldhoeveelheid in absolute zin nog steeds toeneemt. Maar in het Nederlandse betalingsverkeer neemt het relatieve belang van cash duidelijk af. Tot enkele jaren geleden werd chartaal geld nog relatief veel gebruikt aan de toonbank voor met name kleine transacties. Maar sinds 2015 zien wij dat de girale betaling in ons land ook bij toonbankbetalingen over de hele linie sterk aan belang heeft gewonnen, vooral dankzij de opkomst van de contactloze betaling. Die heeft niet alleen de contante betaling, maar ook die met gebruikmaking van de pincode sterk naar de achtergrond gedrongen. Deze trend is in 2020 door de coronacrisis versneld (figuur 2).

Sommige centrale banken, met name in de landen waar de giralisering van het betalingsverkeer snel doorzet, houden rekening met een scenario waarin contant geldgebruik helemaal kan verdwijnen. Uit figuur 3 blijkt echter dat dit scenario in de meeste landen nog ver weg is.

Figuur 3: Internationale vergelijking betaalgedrag (2016)
Figuur 3: Internationale vergelijking betaalgedrag (2016)Noot: de grafiek geeft het aandeel van cash in het totale aantal toonbanktransacties weer, met uitzondering van China, Japan, de VS en Zuid-Korea (aandeel in alle transacties). In sommige landen, zoals Frankrijk, wordt nog veel met cheques betaald. Die zijn in Nederland al in 2001 afgeschaft.
Bron: Statistica.

In veruit de meeste landen is cash dus nog steeds belangrijk (G4S, 2018), al zal het gebruik van cash in alle landen waarschijnlijk wel verder zijn afgenomen. Ook in andere landen dan Nederland zal corona het girale betalen een extra impuls hebben gegeven. De ontwikkelingen in Zweden en Nederland laten zien dat het betaalgedrag van mensen snel kan veranderen. Dus veel centrale banken willen zich toch voorbereiden op een wereld zonder cash. Omdat Zweden vaak als girale voorloper wordt gezien, waar cash als eerste zou kunnen verdwijnen, gaan we nu de Zweedse situatie wat meer in detail bekijken. Is de chartale krona de eerste munt die echt gaat verdwijnen?

Case: Zweden als eerste op weg naar een cash-loze samenleving?

Zweden wordt in het algemeen gezien als een land waar het gebruik van contant geld zeer snel afneemt. Het World Cash Report 2018 (G4S, 2018) stelt dat Zweden het land is dat het minst afhankelijk is van contant geld. Daar is het gebruik van digitale betaalmiddelen in de afgelopen jaren snel gegroeid, net als in ons land. Dit heeft in Zweden tussen december 2008 en september 2019 geleid tot een per saldo fors dalende omvang van de chartale geldhoeveelheid (minus 40 procent).

Maar een nadere beschouwing leert dat dit beeld op zijn minst enige nuance behoeft. Minder bekend is namelijk dat de Zweedse centrale bank, de Riksbank, al jarenlang een actief beleid voert om het gebruik van contant geld in het criminele circuit terug te dringen. Omdat met name de grote coupures in het criminele circuit populair zijn, trekt de centrale bank deze geleidelijk in. In 1991 had de Riksbank het biljet van 10.000 krona al uit circulatie gehaald. Vanaf 2012 is een ingrijpende vernieuwing van de geldcirculatie doorgevoerd, waarbij alle oude biljetten door nieuwe zijn vervangen. Daarbij was het beleid ook gericht op het terugdringen van het biljet van 1.000 krona. Oude biljetten konden worden ingewisseld tegen nieuwe, ook het biljet van 1.000 krona. Maar zeker bij grotere bedragen deed de Riksbank onderzoek naar de herkomst van de biljetten. Hierbij keek zij met name of deze niet waren verkregen via illegale activiteiten.

Figuur 4: De Zweedse geldhoeveelheid
Figuur 4: De Zweedse geldhoeveelheidBron: ECB database

Het gevolg was dat de totale hoeveelheid Zweedse bankbiljetten in circulatie gestaag afnam van 106,3 miljard krona eind 2008 naar 51,4 miljard krona in september 2017 (minus 52 procent; figuur 4). Ruim de helft van deze daling kwam voor rekening van het biljet van 1.000 krona, de grootste coupure. Het relatieve belang hiervan in de hoeveelheid bankbiljetten is daardoor fors teruggelopen. Opmerkelijk is evenwel dat de chartale geldhoeveelheid in Zweden sindsdien weer duidelijk is gestegen tot 63,3 miljard krona (plus 23 procent) Deze stijging kan meer dan geheel worden toegeschreven aan het groeiende gebruik van het biljet van 500 krona. Dit biljet wordt gebruikt voor grotere transacties en als oppotmiddel. Deze ontwikkeling vond plaats tegen de achtergrond van een snelle opmars van het girale betalen in Zweden en een afnemend geldgebruik aan de toonbank.

Blijkbaar betalen Zweden, net als Nederlanders, weliswaar steeds meer met gebruikmaking van hun bankpas, maar houden zij nog wel degelijk een voorraad chartaal geld in huis als achtervang en voor transacties waarbij zij aan hun privacy hechten. De girale betaling wint in Zweden sterk terrein, maar het contante geld lijkt voorlopig ook daar nog niet te verdwijnen.

Conclusie

Hoewel gebruik van contant geld in een aantal ontwikkelde landen sterk afneemt, is nog nergens sprake van een cash-loze economie. Contant geld heeft enkele voordelen ten opzichte van giraal geld, zoals de anonimiteit van een contante betaling en het feit dat het geheel los staat van girale systemen, waardoor het de ideale back-up is in geval van storing. Het zal dan ook niet snel volledig uit circulatie verdwijnen. Maar dit kan veranderen:

  1. Autoriteiten zouden kunnen besluiten om het gebruik van contant geld actief verder terug te dringen. Op deze wijze kunnen zij het criminelen steeds moeilijker maken om gebruik te maken van cash.
  2. Een tweede argument om contant geld terug te dringen of zelfs helemaal af te schaffen, is dat dit het mogelijk zou maken om de beleidsrentes tot diep onder nul te kunnen verlagen. Hier gaan wij in een volgende aflevering van deze reeks nader op in.

Verder speelt hier nog een aantal overwegingen:

  1. De kans bestaat dat hoewel veel mensen nog cash aanhouden, steeds meer winkeliers ertoe overgaan om het te weigeren. Giraal betalen is nu eenmaal sneller, veiliger en goedkoper. Dat betekent dan wel dat het voor mensen die alleen zijn aangewezen op contant geld steeds lastiger wordt om aan het economische verkeer deel te nemen. Dit is een ongewenste situatie, die wij ook in een volgende aflevering verder zullen uitdiepen.
  2. Tot slot vergt het gebruik van contant geld het in standhouden van een infrastructuur van geldautomaten, afstortautomaten en transportauto’s. Een aanzienlijk deel van deze kosten heeft een vast karakter en die kosten moeten dus door steeds minder mensen en bedrijven worden gedragen.

De afdronk van het geheel is dat contant geld weliswaar steeds minder wordt gebruikt, maar dat het in de meeste landen, ook in Europa, nog steeds de dominante vorm van betalen is. Verder blijkt dat contant geld zelfs in landen waar de girale betaling het afrekenen met cash geheel heeft overvleugeld nog steeds ruimschoots aanwezig is voor bepaalde transacties en als back-up in het geval van grote verstoringen van het girale betalingsverkeer. Toch is het feit dat cash vooralsnog beschikbaar is op zichzelf geen argument om dan maar af te zien van de invoering van CBDC, net zo min overigens als dat de terugtocht van de chartale betaling op zichzelf een zwaarwegende reden zou zijn om wél CBDC in te voeren. Want het chartale geld is nog lang niet verdwenen. Wel is duidelijk dat, mocht het tot invoering van CBDC komen, dit hoogstwaarschijnlijk niet in plaats van de traditionele chartale en girale betaalvormen zal komen, maar als een aanvulling hierop.

Delen:
Auteur(s)
Wim Boonstra
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
06 5128 1405

naar boven