RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Frankrijk: de coronacrisis beëindigt jaren van robuuste groei

Themabericht

Delen:
  • Ondanks de ‘gele hesjes’ en protesten rondom de pensioenhervorming groeide de Franse economie de afgelopen jaren stug door
  • Niet alle sectoren hebben even veel last van de crisis. De Franse economie is daarnaast goed gediversifieerd
  • Franse bedrijven, huishoudens en banken staan er beter voor dan voorafgaand aan de financiële crisis van 2008/2009
  • De overheid voorkomt door werktijdverkortingsregelingen dat er grote ontslagen vallen. Door de grote vraag lopen de kosten echter snel op. Het is ondanks de regeling onvermijdelijk dat de werkloosheid op termijn stijgt
  • Frankrijk heeft het in de afgelopen jaren niet voor elkaar gekregen om het begrotingsoverschot te dichten. De overheidsschuld stijgt door de huidige crisis nog verder

Een abrupt einde aan een succesverhaal

De Franse economie is in de afgelopen jaren gestaag doorgegroeid, geholpen door een groeiende wereldeconomie en een aantrekkende binnenlandse vraag (figuur 1). Ondanks de protestbeweging van de ‘gele hesjes’ en protesten rondom de pensioenhervormingen, presteerde de Franse economie beter dan de meeste andere grote Europese economieën. De groei werd gestuwd door een toename van het aantal werkenden en de daaruit volgende hogere consumptie. Daarnaast zijn de bedrijfsinvesteringen sterk toegenomen door het positieve bedrijfssentiment. Maar zoals voor bijna elke economie ter wereld het geval is, heeft de coronacrisis roet in het eten gegooid. Het vertrouwen in de economie is nu op een historisch dieptepunt beland. Het vertrouwen is zelfs nog minder dan tijdens de financiële crisis (figuur 2). Met de recente verlenging van de lockdown tot half mei ziet het er niet naar uit dat de Fransen op korte termijn terug kunnen keren naar het normale leven.

Op 30 april worden de voorlopige groeicijfers van het bbp gepresenteerd. De consensus is dat de Franse economie met ongeveer 2 procent krimpt. Dit zal in het tweede kwartaal echter nog veel sterker zijn doordat de lockdown het grootste gedeelte van het tweede kwartaal bestrijkt.

We hebben onze raming voor het jaar 2020 aangepast van een groei van 1,1 procent naar een krimp van 4,6 procent.

Figuur 1: In de afgelopen jaren is de Franse economie gestaag gegroeid…
Figuur 1: In de afgelopen jaren is de Franse economie gestaag gegroeid…Bron: Eurostat
Figuur 2: …maar de coronacrisis laat weinig over van het vertrouwen in de economie
Figuur 2: …maar de coronacrisis laat weinig over van het vertrouwen in de economieBron: Markit

Kwetsbare sectoren in de Franse economie

Sectoren zijn niet allemaal even kwetsbaar voor de aanbod- en vraagschokken van de coronacrisis. Daarnaast zullen sectoren ook niet allemaal even snel herstellen. De samenstelling van de economie is daarom erg belangrijk om een idee te krijgen van de impact van de coronacrisis en het herstel (tabel 1).

Impact en herstel

Wij schatten in dat 22 procent van de economie ongeveer door kan blijven draaien op haar normale niveau (tabel 1). Je kunt hierbij denken aan sectoren zoals de gezondheidszorg en financiële diensten. Deze sectoren zijn vitale onderdelen van de economie (en worden daarom uitgesloten van de maatregelen) of sectoren die zich goed kunnen aanpassen aan de sociale onthouding. Zodra de lockdown opgeheven wordt, kunnen deze sectoren weer in afzienbare tijd op volledige capaciteit draaien. 

Maar liefst 53 procent van de economie ondervindt significante belemmeringen door de quarantainemaatregelen. We schatten in dat er in deze sectoren tussen de 10 en 50 procent minder waarde gecreëerd kan worden. Naast de belemmeringen die bedrijven in deze sectoren ondervinden door de sociale onthouding kunnen er ook problemen optreden door verstoorde leveringsketens of door het wegblijven van migrantarbeiders. Zodra de lockdown opgeheven is (wat waarschijnlijk stapsgewijs zal gebeuren), kunnen de bedrijven die de crisis hebben overleefd relatief snel terug naar hun oude niveaus. Bedrijven zullen echter wel aanlopen tegen het feit dat sommige leveringsketens permanent verlegd zijn of dat er andere handelsbarrières zijn ontstaan.

De laatste 25 procent van de sectoren worden zwaar geraakt door de regels voor sociale onthouding of worden zelfs volledig gesloten. Hierdoor zal de toegevoegde waarde in deze sectoren meer dan 50 procent lager liggen dan normaal. De horeca en recreatiesector zijn bijvoorbeeld volledig stilgelegd. Het herstel van deze sectoren zal ook langer duren dan het herstel van andere sectoren. De restricties zullen waarschijnlijk stapsgewijs opgeheven worden, waardoor de reisbranche (die sterk afhankelijk is van het internationale vliegverkeer) waarschijnlijk pas erg laat weer op volle toeren kan draaien. En zelfs als de restricties opgeheven zijn, willen consumenten bepaalde diensten liever nog niet gebruiken.

In een nog te publiceren stuk bekijken wij het aanpassingsvermogen van verschillende sectoren op de anderhalvemetereconomie.

Tabel 1: Overzicht van sectoren, impact en herstel
Tabel 1: Overzicht van sectoren, impact en herstelNoot: Een is-gelijk-teken (=) geeft aan dat de toegevoegde waarde binnen een bereik van 10 procent ligt t.o.v. een normaal functionerende economie. Een min-teken (-) geeft aan dat de toegevoegde tussen de 10 en 50 procent lager ligt. Een dubbel min-teken (--) geeft aan dat de toegevoegde waarde meer dan 50 procent minder is.
Bron: Eurostat, RaboResearch

De meest recente data schetst geen mooi vooruitzicht…

Het duurt meestal even voordat harde data, zoals het bbp-cijfer, gepresenteerd wordt. De data die al wel beschikbaar is, wijst echter in de richting van een scherpe krimp van de economie. Deze krimp is naar verwachting erger dan tijdens de financiële crisis van 2008/2009. Dit effect zien we aan zowel de vraag- als aan de aanbodkant (figuur 3, 4).

Figuur 3: Lager capaciteitsgebruik voorspelt een implosie van de productie
Figuur 3: Lager capaciteitsgebruik voorspelt een implosie van de productieBron: Banque de France
Figuur 4: Franse detailhandel krimpt in maart met ongeëvenaarde cijfers
Figuur 4: Franse detailhandel krimpt in maart met ongeëvenaarde cijfers Bron: Banque de France

Zijn Franse bedrijven in staat om een klap te incasseren?

In tijden van crisis moeten bedrijven en huishoudens hun reserves aanspreken en/of in de kosten snijden om niet kopje onder te gaan. Voor Franse niet-financiële bedrijven en huishoudens zijn de reserves de afgelopen jaren gestegen terwijl de relatieve rentekosten gedaald zijn (figuur 5, 6). Dit betekent dat, over het algemeen gesproken, Franse bedrijven en huishoudens beter in staat zijn tijdelijke liquiditeitsproblemen door verstoringen in handel, waardenketens of het wegvallen van inkomen op te vangen dan tijdens de voorgaande crisis.

De kans dat deze crisis in de korte termijn verergerd gaat worden door financiële factoren is op de korte termijn dan ook kleiner dan tijdens de crisis van 2008/2009. De economische schok is echter wel zwaarder dan die van de financiële crisis en ongelijk verdeeld over bedrijven. Daarbovenop zijn de reserves ook ongelijk verdeeld over bedrijven. De Franse overheid is vastbesloten om, de normaliter gezonde bedrijven, te voorzien van liquiditeit zodat zij niet kopje onder gaan. Maar het is nog steeds onvermijdelijk dat er bedrijven failliet zullen gaan, ook al blijft het lastig in te schatten om hoeveel bedrijven dit gaat. In ieder geval is het duidelijk dat hoe langer lockdown duurt, hoe groter de risico’s worden dat de schok wordt doorvertaald naar het financiële systeem.

Figuur 5: Rente-uitgaven als percentage van inkomen
Figuur 5: Rente-uitgaven als percentage van inkomenBron: Eurostat
Figuur 6: Spaartegoeden als percentage van bbp
Figuur 6: Spaartegoeden als percentage van bbpBron: Eurostat

Een les die we geleerd hebben uit de financiële crisis, is dat financiële instellingen hun leverage ratio (de verhouding tussen de balans en het eigen vermogen) niet te hoog moeten laten oplopen. Hierom heeft de European Banking Authority ook de kapitaalsvereisten voor banken verscherpt. De kapitaal en reserveposities zijn dan ook sterk verbeterd (figuur 7). Tegelijkertijd is het percentage niet-presterende lening door de economische meewind afgenomen (figuur 8). We kunnen dus stellen dat Franse banken beter in staat zijn om klappen te incasseren ten opzichte opzichte van de financiële crisis. Een langere periode van economische neergang zou echter de opgebouwde kapitaalsbuffers als sneeuw voor de zon kunnen laten smelten.   

Figuur 7: Banken hebben hun kapitaal en reserves verbeterd ten opzichte van de financiële crisis
Figuur 7: Banken hebben hun kapitaal en reserves verbeterd ten opzichte van de financiële crisisBron: Banque de France
Figuur 8: Het aantal niet-presterende leningen is in de afgelopen jaren afgenomen
Figuur 8: Het aantal niet-presterende leningen is in de afgelopen jaren afgenomenBron: EBA

Arbeidsmarkt

President Macron startte zijn termijn met de ambitieuze plannen om de arbeidsmarkt grondig te hervormen. Mede door zijn beleid en de aantrekkende economie is het aantal het werkloosheidspercentage de afgelopen jaren dan ook sterk gedaald (figuur 9). Maar nu ook Frankrijk getroffen is door de coronacrisis, is het onvermijdelijk dat het aantal werklozen weer zal stijgen. De vraag is: tot welk niveau?

We kijken naar de financiële crisis als indicatie voor wat er met de werkloosheid zou kunnen gebeuren. Gedurende de crisis van 2008/2009 kromp de Franse economie met 2,7 procent. Tegelijkertijd steeg het werkloosheidspercentage van 7,1 procent naar 9,1 procent. Als we beide crises met elkaar kunnen vergelijken, kunnen we een stijging van het werkloosheidspercentage 8,0 procent naar 11,5 procent verwachten. De schatting is natuurlijk niet gebaseerd op een geavanceerd model, maar het geeft wel wat inzicht over de omvang.

Een verschil met de financiële crisis is dat Frankrijk toen geen gebruik maakte van grootschalige werktijdverkortingsregelingen. Daarnaast is de klap van de coronacrisis groter dan die van de financiële crisis, maar waarschijnlijk ook van kortere duur. De Franse overheid doet er alles aan om te zorgen er geen massaontslagen komen, door het inzitten van de zogeheten tijdelijke werkloosheidsregelingen. Door deze regelingen kunnen werknemers toch nog 84 procent van hun netto loon ontvangen met een maximum van 4,5 keer het minimumloon.

Zover is de vraag naar deze tijdelijke werkloosheidsregeling enorm. Er hebben al 700.000 bedrijven en 10.2 miljoen werknemers zich aangemeld. Als al deze mensen ontslagen zouden worden (wat gelukkig erg onwaarschijnlijk lijkt), dan loopt het werkloosheidspercentage op tot 43 procent. Deze percentages herinneren ons aan de grote depressie van de jaren 30. Door de enorme vraag lopen de kosten van de regeling ook uit de hand. De kosten werden initieel op 8 miljard euro geschat, maar die schatting is verhoogd naar een drievoud van dat bedrag. Om de uit de hand lopende kosten een halt toe te roepen, riep de Franse minister van arbeid, Muriel Pénicaud, CEO’s van grote Franse bedrijven op geen gebruik te maken van de regeling.

De druk op sociale voorzieningen kan echter nog verder oplopen. Als de lockdown verlengd wordt of het herstel langer duurt dan verwacht, moeten bedrijven werknemers ontslaan. In het bijzonder zijn werknemers met een tijdelijk contract en zzp’ers kwetsbaar. Dit zou kunnen leiden tot scherpe toename in het aantal mensen met een WW-uitkering (figuur 10).

De uiteindelijke effecten op het werkloosheidspercentage is afhankelijk van een aantal variabelen, waaronder de duur van de lockdown en het vermogen van de overheid om de tijdelijke werkloosheidsregeling te blijven financieren. Het werkloosheidspercentage draagt op haar beurt weer bij aan de snelheid waarop de economie weer herstelt. Als bedrijven niet opnieuw mensen aan hoeven te nemen en te trainen dan kunnen zij weer sneller op volle capaciteit draaien.

Figuur 9: Het werkloosheidspercentage is in de afgelopen jaren sterk gedaald
Figuur 9: Het werkloosheidspercentage is in de afgelopen jaren sterk gedaaldBron: Eurostat, INSEE
Figuur 10: Werknemers met een tijdelijk contract en zzp’ers
Figuur 10: Werknemers met een tijdelijk contract en zzp’ersBron: OECD

Overheidsfinanciën

Frankrijks schuldenratio is met 98,1 procent ruim boven de maximale waarde die in het Verdrag van Maastricht (1992) is opgesteld. De overheid heeft daarnaast weinig voortgang geboekt in het verminderen van de schuldenlast na de enorme stijging van de schuld gedurende de financiële crisis (figuur 11). Ondanks de historisch lage rentes op overheidsschuld (figuur 12), is het de overheid niet gelukt om het jaar 2019 met positieve cijfers te eindigen. Sterker nog, dit is de afgelopen 45(!) jaar niet gelukt. Het laatste primaire overschot (de balans zonder de rentebetalingen mee te nemen), dateert van nog voor de financiële crisis in 2008/2009. Recente poging om het gat in de begroting te dichten leverden ook weinig op. De protestbeweging van de ‘gele hesjes’ en de protesten rondom de pensioenhervormingen dwongen president Macron om meer geld uit te geven.

Het is duidelijk dat de coronacrisis president Macron dwingt om nóg meer geld uit te geven. De eerder genoemde tijdelijke werkloosheidsregeling is slechts een van de vele, dure maatregelen die de Fransen hebben getroffen om de economie draaiende te houden. Er is nog een pakket van 300 miljard euro aan, door de overheid gegarandeerde, leningen en een pakket van 45 miljard euro aan andere steunmaatregelen (inclusief de regelingen voor de arbeidsmarkt). En dit is in het erg optimistische scenario dat de tot dusver aangekondigde maatregelen genoeg zijn om de schok te dempen. Bovenop deze kosten komen dan nog grote uitgaven die nodig zijn voor het herstel van de economie.

Op basis van onze economische ramingen, de aangekondigde maatregelen en begrotingselasticiteit, ramen wij een schuldratio van 111 procent voor 2020.

Als blijkt dat de aangekondigde maatregelen niet voldoende zijn, wordt de schuldenberg significant veel hoger.

Figuur 11: Het is de overhead niet gelukt om de schuldenberg te verminderen
Figuur 11: Het is de overhead niet gelukt om de schuldenberg te verminderenBron: INSEE
Figuur 12: Rentes op overheidsschuld zijn historisch laag
Figuur 12: Rentes op overheidsschuld zijn historisch laagBron: Natixis
Delen:
Auteur(s)
Erik-Jan van Harn
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
06 3002 0936

naar boven