RaboResearch - Economisch Onderzoek

Flinke schok in landbouw en bouw kan sterk doorwerken in Nederlandse economie

Themabericht

Delen:

Tevens verschenen in ESB op 24 april 2020

  • De maatregelen tegen de corona-uitbraak zorgen voor schokken, een sterke neergang in productie of plotselinge vraaguitval, in veel sectoren
  • Dit zijn effecten die doorgaans worden meegenomen in sectorprognoses
  • Sommige sectoren die hard geraakt door de coronacrisis staan ook centraal in het economische netwerk
  • Zo krijgt de horeca een grote klap door de virusuitbraak en staat ook nog relatief centraal in het Nederlandse netwerk van sectoren
  • De landbouw en bouw worden ook geraakt en staan erg centraal
  • We leggen daarom de effecten uit de sectorprognoses en de centraliteitseffecten uit de netwerkanalyse naast elkaar
  • Deze inzichten in de verbondenheid en centraliteit van sectoren bieden inzichten bij het vormgeven van steunmaatregelen

De maatregelen om de corona-uitbraak een halt toe te roepen zorgen in sectoren voor veel negatieve schokken tegelijkertijd. Sommige sectoren moesten verplicht sluiten, andere krijgen te maken met verstoorde toeleveringsketens – dit zijn de directe effecten die leiden tot productie-uitval. Daarbij krijgen sectoren ook nog te maken met vraaguitval: een indirect effect dat komt doordat het economisch herstel van Nederland en het buitenland langzaam op gang komt.

In de sectorprognoses wordt doorgaans zowel de directe als indirecte effecten meegenomen. De prognoses houden echter geen rekening met de effecten van de netwerkcentraliteit. Vanuit de netwerkcentraliteit, voortkomend uit de netwerkanalyse, wordt de economie gezien als een ecosysteem waarin een sectorale schok doorwerkt naar andere sectoren, waarbij het belang van de onderlinge sectorale verbindingen wordt meegenomen. Hoe centraler een sector, hoe meer de schok doorwerkt.

De netwerkanalyse kan op haar beurt geen macro-economische schokken identificeren en beschouwt deze als exogeen.

In dit stuk leggen we daarom de directe, indirecte effecten uit de sectorprognoses en de centraliteitseffecten uit de netwerkanalyse naast elkaar om te zien hoe de door corona veroorzaakte schokken doorwerken naar de rest van de economie.

Aantal centrale sectoren hard geraakt

Een aantal van de volgens de prognose van RaboResearch zwaar geraakte sectoren staat ook centraal in de economie. Tabel 1 licht deze sectoren uit. In de appendix bij dit stuk staat een volledige lijst van sectoren.

Tabel 1: Aantal zwaar geraakte sectoren staat centraal in economie
Tabel 1: Aantal zwaar geraakte sectoren staat centraal in economieBron: CBS, RaboResearch

Sterkste uitgaande verbindingen van zwaar geraakte centrale sectoren

Figuur 1: De landbouw en de bouw leveren veel aan andere sectoren
Figuur 1: De landbouw en de bouw leveren veel aan andere sectoren Bron: CBS

Figuur 1 laat de drie grootste uitstromende verbindingen van de zwaar geraakte centrale sectoren zien: deze bedrijfstakken ontvangen veel inputs van de zwaar geraakte sectoren. De productieschok in de zwaar geraakte sectoren werkt hier dus mogelijk door via een lager volume van deze uitstromende verbindingen. Zo worden andere sectoren ook via de netwerkverbindingen geraakt.

Landbouw

De landbouw krijgt een flinke negatieve schok van het coronavirus. Dit komt onder meer doordat de gesloten horeca voor een sterke vraagterugval naar voedsel zorgt – een schok die via de voedingsmiddelenindustrie terug werkt naar de landbouw. Ook wordt een deel van de landbouwschok veroorzaakt binnen de deelsector sierteelt – een deelsector die voornamelijk aan het buitenland levert en we daarom niet terug zien in de netwerkanalyse van de Nederlandse economie.

Als je alleen naar het aandeel in het bbp kijkt, lijkt deze negatieve schok een beperkt effect te hebben op de gehele Nederlandse economie. De landbouw heeft echter een nauwe uitgaande verbinding met de voedingsmiddelenindustrie, die  erg centraal staat in de economie (figuur 1). Daarnaast vindt er veel intrasectorale handel plaats in de landbouw en levert deze veel aan de groothandel en handelsbemiddeling.

Van het totale volume van uitgaande productiestromen komt 3,8 procent van de landbouw. Dit betekent dat de landbouw voor 3,8 procent verantwoordelijk is voor al het gebruik van goederen en diensten die Nederlandse sectoren van andere Nederlandse sectoren importeren.  

Een verminderde omzet in de primaire landbouw die tot verliezen en een lagere productie leidt, betekent daardoor ook minder levering van inputs aan bijvoorbeeld de voedingsmiddelenindustrie. De voedingsmiddelenindustrie kan op haar beurt dan ook weer minder produceren. En zo werkt een negatieve productieschok in de landbouw door in de gehele economie.

Bouw

De beperkende maatregelen om de virusuitbraak tegen te gaan raakt de productie van de hoofdsector bouw veelal niet direct omdat bouwplaatsen open zijn en veel werk gewoon doorgaat. Maar op de langere termijn krijgt de bouw naar verwachting te maken met toeleveringsproblemen en kan het aanvragen van nieuwe bouwvergunningen en het opstarten van nieuwe projecten vertraging oplopen. Daarnaast kunnen in de gespecialiseerde bouw, die deels binnenshuis plaatsvindt, sommige activiteiten door de huidige maatregelen, zoals loodgieterswerk, al moeilijker plaatsvinden.

De hoofdsector bouw bestaat uit drie deelsectoren die allemaal centraal staan en sterk met elkaar verbonden zijn (figuur 1). Zo kan zodra de algemene bouw geen huizen meer oplevert, er ook geen afwerking meer plaats vinden door de gespecialiseerde bouw. De minst centrale deelsector van de bouw is de grond-, water- en wegenbouw. Een schok in de grond, water- en wegenbouw werkt minder snel door dan een schok in de andere twee deelsectoren.

Restaurants en cafés

Restaurants en cafés zijn zwaar geraakt door de verplichte sluiting om de verspreiding van het coronavirus te beperken.

Als we naar de grootste verbindingen van de restaurants en cafés kijken, dan komt 0,7 procent van de totale uitgaande verbindingen tussen sectoren vanuit deze sector. Dit is aanzienlijk lager dan het aandeel van de landbouw en de bouw, omdat de horeca voornamelijk aan consumenten levert. Omdat de restaurants en cafés minder centraal staan zal de negatieve schok in deze bedrijfstakken in mindere mate rechtstreeks doorwerken naar de gehele economie.

Opvallend genoeg gaan de meeste inputs van restaurants en cafés naar de gezondheidszorg, waar door een positieve productieschok de vraag naar input mogelijk zal toenemen. In de andere sectoren, zoals vervoer door de lucht, vindt een negatieve schok plaats en zorgt voor een verminderde vraag naar catering.

Sterkste inputverbindingen van zwaar geraakte centrale sectoren

Figuur 2: Daarnaast ontvangen de landbouw en de bouw ook veel van andere sectoren
Figuur 2: Daarnaast ontvangen de landbouw en de bouw ook veel van andere sectorenBron: CBS

Figuur 2 bevat de drie grootste instromende koppelingen van de uitgelichte sectoren. De schok als gevolg van de coronacrisis in deze bedrijfstakken kan leiden tot een verminderde vraag naar deze inputs, waarvan de toeleveranciers last kunnen hebben.

De sterkste instromende verbinding van de landbouw is intrasectoraal, gevolgd door de voedingsmiddelenindustrie en riolering, afvalbeheer en sanering. Deze sectoren leveren producten (en diensten) aan de landbouw, zodat de landbouw deze weer kan verwerken tot andere producten.

De algemene bouw en de gespecialiseerde bouw krijgen veel onderdelen van elkaar. Ook zien we dat de bouwmaterialenindustrie aan deze twee sectoren levert. Net zoals aan de grond-, water- en wegenbouw.

Door sluiting van cafés en restaurants zal de vraag naar inputs afnemen. Bedrijfstakken die veel inputs leveren aan restaurants en cafés zijn de voedingsmiddelen-, en drankenindustrie.

Inzichten kunnen helpen bij vormgeving steunmaatregelen

Deze inzichten in de verbondenheid en centraliteit van sectoren kunnen helpen bij het vormgeven van steunmaatregelen. Gegeven hun invloed op de rest van de economie, lijkt het met name van belang om de schokken in de bouw en landbouw af te remmen. Dit heeft meer prioriteit dan een blik op alleen hun bijdrage aan het bbp suggereert. Naast de centraliteit van sectoren zijn uiteraard ook zaken als de omvang van een sector, hoeveel mensen er in een sector werken en de mate waarin de coronacrisis een sector direct raakt van belang bij keuzes wat betreft steunmaatregelen.

Appendix I: De prognoses van de sectoren en de centraliteit van de onderliggende subsectoren

Noot: De kleurcodes voor de sectorprognoses zijn als volgt: Een positieve prognose is groen, een prognose 0 tot –5 is geel, een prognose tussen de –6 en –8 is oranje en onder de –9 is rood. En de kleurcodes voor de centraliteit zijn: een rood vakje geldt voor de centraliteitsranking van 1 tot 19, een oranje vakje bij 20 tot 39, een geel vakje bij 40 tot 59 en een groen vakje bij 60 tot 81.
Bron: CBS, RaboResearch
Delen:

naar boven