RaboResearch - Economisch Onderzoek

Waarom maakt Rutte beleid op koopkrachtplaatjes die hij "verschrikkelijk" vindt?

Column

Delen:

Deze column is eerder verschenen op RTL Z/Opinie, 25 september 2019

Koopkrachtplaatjes… wie is er niet groot mee geworden? Prinsjesdag is traditioneel hét moment waar zowel politici als de media met een vergrootglas kijken of Klaasje en Marietje er niet een paar tienden procenten aan koopkracht op achteruit gaan. Inmiddels is er zelfs op het hoogste niveau weerstand tegen de koopkrachtplaatjes ontstaan. Minister-President Rutte gaf aan ze “verschrikkelijk” te vinden. En zelfs onze Koning zei in de Troonrede: “Geen enkel leven voegt zich naar de mediaan van een statistisch model.”

Het is des te merkwaardiger dat de maatregelen die het kabinet tijdens Prinsjesdag aankondigde er juist alle schijn van hebben dat er juist wél op koopkrachtplaatjes is gestuurd. Ik durf er een goede fles op te zetten dat de ambtenaren op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in de aanloop naar Prinsjesdag overuren hebben gemaakt om tientallen varianten voor het kabinet door te rekenen, dit keer vooral om de middeninkomens te helpen. De zorgtoeslag wordt wat verhoogd en gezinnen met kinderen gaan erop vooruit door de verhoging van het afbouwpunt van het kindgebonden budget (voor paren). Er is wat gesleuteld aan de algemene heffingskorting en de arbeidskorting en zo nog een paar dingen.

Niks nieuws dus, want politici houden zich al jaren halsstarrig vast aan de koopkrachtplaatjes. Hierdoor is helaas een veel fundamenteler probleem ontstaan voor onze economie. Door actief te sturen op een gunstig koopkrachtbeeld voor alle huishoudens is een flinke wirwar aan toeslagen en specifieke belastingkortingen ontstaan. Deze toeslagen hebben vaak een inkomensafhankelijk verloop om het allemaal betaalbaar te houden, zoals de huurtoeslag, de kinderopvangtoeslag, de algemene heffingskorting, de zorgtoeslag en het kindgebonden budget.

Dit complexe stelsel aan toeslagen bezorgt niet alleen onze Belastingdienst grijze haren en werkt bovendien fraude in de hand, maar zorgt er ook voor dat de zogenoemde marginale druk voor sommige huishoudens naar ongekende hoogte wordt gestuwd. Marginale druk… het klinkt als een term die Gerrit Hiemstra gebruikt om aan te geven dat er iets slechter weer op komst is, maar het staat voor het belastingpercentage dat iedereen betaalt over extra loon (rekening houdend met verlies aan toeslagen). Mensen realiseren zich vaak niet hoe hoog hun eigen marginale druk is, totdat ze aan den lijve ondervinden dat er weinig overblijft van een loonsverhoging of een extra uurtje werk. Om een voorbeeld te geven: een jonge politieagent die kostwinner is met een modaal inkomen (33.000 euro) en van zijn werkgever een maandelijkse bruto salarisverhoging krijgt van 100 euro, moet 150 euro teruggeven aan de fiscus! Daar zit namelijk een scherpe piek in de marginale druk (zie figuur 1). Dat werkt op zijn zachtst gezegd demotiverend. Gelukkig is die piek in 2020 weggewerkt, maar dan nog levert één extra euro die door kostwinners wordt verdiend tussen de grofweg 22 en 32 duizend euro bruto salaris netto maar 20 cent op.

Dat de prikkel om harder te werken door het huidige complexe belastingsysteem sterk wordt geremd zou ook wel eens een van de redenen kunnen zijn waarom we in Nederland, na Denemarken, Noorwegen en Duitsland, het minst aantal uren werken per werkende. Meer uren werken heeft immers weinig zin, omdat je van je extra inkomen een groot deel moet afstaan aan de fiscus.

Figuur 1: Marginale belastingdruk van eenverdieners
Figuur 1: Marginale belastingdruk eenverdienersBron: Rijksbegroting 2020
Figuur 2: Nederland heeft laag aantal gewerkte uren
Figuur 2: Nederland heeft laag aantal gewerkte urenBron: Conference Board, Macrobond, Rabobank

Kortom: het complete belastingstelsel moet anders, eenvoudiger en met minder gerommel in de marge die leidt tot allerlei ongewenste neveneffecten. Beleidsspecialisten kunnen op één A4 uittekenen hoe dat eruit moet komen te zien: één progressief stelsel (sterkste schouders, zwaarste lasten) in combinatie met een sterke vereenvoudiging van het toeslagenstelsel en het woud aan belastingkortingen. Dat kan niet zonder een sterk verminderde focus op de koopkrachtplaatjes. Anders ziet zo’n nieuw stelsel er binnen de kortste keren weer hetzelfde uit als het huidige. De Commissie Van Dijkhuizen heeft in juli 2013 nota bene een advies geschreven om dit te bewerkstelligen, maar Rutte II en III hebben hier niks mee gedaan.

Mocht het kabinet de middeninkomens écht willen helpen, stop dan met het sturen op “verschrikkelijke” koopkrachtplaatjes en herzie het belastingstelsel zoals het ooit was: niet leuk, maar wel gemakkelijk.

Delen:
Auteur(s)
Hugo Erken
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
06 2223 1650

naar boven