RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

China: binnenlandse afkoeling terwijl de buitentemperatuur steeds verder oploopt

Economisch commentaar

Delen:
  • De meest recente economische cijfers bevestigen ons beeld van een voortdurende vertraging van de Chinese economische groei
  • Een verdere waardevermindering van de Chinese yuan (tegen valuta's van belangrijke handelspartners) is goed voor de export, maar kan ook de binnenlandse vraag drukken door een hogere invoerinflatie
  • De escalatie van de handelsoorlog gaat volgens het principe van één stap vooruit, twee stappen achteruit. Een tussentijdse (mini-)deal op de korte termijn kan de spanningen verminderen, maar uiteindelijk geloven we niet dat een alles overkoepelende deal kan worden gesloten
  • Meer stimulerende begrotings- en monetaire maatregelen zitten in het vat, maar deze zullen minder omvangrijk zijn en meer gericht dan eerder stimuleringsbeleid

Chinese economie blijft onder druk staan

Figuur 1: Binnenlands koelt het verder af
Figuur 1: Binnenlands koelt het verder af Bron: NBS, Macrobond

Cijfers van juli en augustus laten zien dat de Chinese economie zich nog steeds in een zwak momentum bevindt. De detailhandelsverkopen en de industriële productie waren in die maanden bijzonder zwak. De totale investeringen in vaste activa zijn weliswaar overeind gebleven, maar de activiteit van de private sector blijft kwetsbaar gezien het verschil met de publieke investeringen (figuur 1). Afgezien van enkele positieve eenmalige factoren zet de algehele neerwaartse trend zich duidelijk voort, wat pleit voor (meer) stimulering om te voorkomen dat de Chinese economie verder afkoelt. In de voorgaande twee kwartalen compenseerde een sterkere derde maand de zwakke economische activiteit van de eerste twee maanden (tabel 1). Mocht dat dit keer niet het geval zijn, dan zal de economische groei in het derde kwartaal zelfs lager zijn dan in het tweede kwartaal. Dit zou in lijn zijn met onze huidige voorspellingen, aangezien de gemiddelde bbp-groei in de eerste twee kwartalen 6,3 procent op jaarbasis bedroeg en we verwachten dat de totale groei in 2019 op 6,2 procent komt te liggen, waarna deze verder daalt tot 5,7 procent in 2020.

Tabel 1: Zal september (wederom) herstel laten zien?
Tabel 1: Zal september (wederom) herstel laten zien?Bron: NBS, Macrobond.
Opmerking: alle data voor tabel 1 (behalve de detailhandelsverkopen) zijn in nominale termen. Er is geen prijsdeflator beschikbaar om cijfers in volumetermen voor alle maanden te berekenen.

We willen benadrukken dat de groeiende zwakte niet direct kan worden toegeschreven aan de escalerende handelsoorlog met de Verenigde Staten (VS). Zij hangt namelijk samen met de structurele transformatie van de Chinese economie, waarin de bijdrage van ‘laaghangend-fruit-groeimotoren’ af is genomen, en waarbij de focus meer op de kwaliteit van de economische groei is komen te liggen. Bovendien wegen de extra overheidsinvesteringen en de daaruit voortvloeiende groei niet op tegen het nog steeds groeiende schuldniveau. De aanhoudende binnenlandse zwakte wordt onderstreept door de krimpende invoer. Voor bijna alle belangrijke handelspartners is de groei van de invoer op jaarbasis in 2019 gedaald ten opzichte van vorig jaar (figuur 2). Merk op dat landen die overwegend grondstoffen naar China exporteren, zoals Australië (ijzererts en steenkool) en Brazilië (sojabonen, ijzererts en aardolie), nog steeds een grotere vraag vanuit China zien dan andere handelspartners.

Figuur 2: Veel lagere importen uit belangrijkste handelspartners
Figuur 2: Veel lagere importen uit belangrijkste handelspartnersBron: General Administration of Customs, Macrobond, Rabobank
Figuur 3: Effect handelsoorlog duidelijk zichtbaar in export naar VS
Figuur 3: Effect handelsoorlog duidelijk zichtbaar in export naar VSBron: General Administration of Customs, Macrobond, Rabobank

Steeds koelere wereldeconomie drukt ook Chinese export

De tegenvallende exportgroei ten opzichte van vorig jaar wordt voornamelijk veroorzaakt door een steeds koelere wereldeconomie, zoals we ook hebben beschreven in ons meest recente Economisch Kwartaalbericht. Maar de verdere escalatie van de handelsoorlog tussen de VS en China speelt ook een rol, wat duidelijk zichtbaar is in de krimp van de export naar de VS in vergelijking met 2018 (figuur 3). Per saldo is de bijdrage van de netto handel aan de economische groei positief, aangezien de zwakke ontwikkeling van de exportgroei wordt overtroffen door een nog zwakkere importgroei. Vooruitblikkend zien we dat ook de verzwakking van de Chinese munt een rol speelt. De yuan is recent in waarde gedaald ten opzichte van de valuta's van belangrijke handelspartners (figuur 4). Dit kan een positief effect hebben op de export bezien vanuit het oogpunt van relatieve prijsconcurrentie.

Hoewel we in de toekomst meer neerwaartse druk op de Chinese munt verwachten, is er ook duidelijk een keerzijde aan deze ontwikkeling: hogere invoerinflatie bovenop het effect van hogere tarieven op invoer uit de VS. Dit heeft invloed op de koopkracht van Chinese consumenten, maar ook op die van producenten. Hogere invoerprijzen kunnen verder een nadelig effect hebben op de particuliere consumptie, evenals de hogere varkensvleesprijzen. Hierdoor nadert de consumentenprijsindex (CPI) de inflatiedoelstelling van 3 procent. Maar er is een duidelijke scheiding tussen de ontwikkeling van de voedselprijzen en de prijzen van nonfood-producten (figuur 5). Hoewel hogere invoerprijzen op hun beurt kunnen leiden tot hogere binnenlandse prijsniveaus, is dit meer een kunstmatig CPI-effect en geen duidelijk teken van een toenemende binnenlandse vraag.

Figuur 4: Een glijdende yuan
Figuur 4: Een glijdende yuan Bron: Macrobond
Figuur 5: Hogere voedselprijzen, negatieve producentenprijsindex
Figuur 5: Hogere voedselprijzen, negatieve producentenprijsindexBron: NBS, Macrobond

De te verwachten volgende stappen in de handelsoorlog

Terwijl de zomer relatief rustig was begonnen met het vooruitzicht op een nieuwe onderhandelingsronde in september, escaleerde de handelsoorlog met de VS halverwege deze zomer opnieuw. Als gevolg hiervan hebben beide landen nieuwe en hogere importtarieven geïmplementeerd en zijn er al aanvullende tarieven aangekondigd (figuur 6). Deze ontwikkelingen zijn in lijn met onze vaak herhaalde veronderstelling dat de handelsoorlog een langdurig conflict op verschillende fronten is (zie bijvoorbeeld hier en hier). Dit patroon verloopt volgens het principe van één stap vooruit, twee stappen achteruit. Wij zijn van mening dat op korte termijn de meest positieve uitkomst een ‘mini-deal’ is. Dit zou bijvoorbeeld betekenen dat China meer landbouwproducten uit de VS koopt in ruil voor lagere sancties tegen Huawei en/of een uitstel van de aangekondigde tariefverhogingen.

Mocht er uiteindelijk een bredere overeenkomst komen, dan zal dit ook een handhavingsmechanisme met zich meebrengen. Hier zit China niet op te wachten. Ook zou het land onder druk van de VS zijn economische model en nationale wet- en regelgeving moeten aanpassen, bijvoorbeeld op het gebied van intellectuele eigendomsrechten. Aangezien de spanningen tussen de twee landen nog lang zullen duren, grijpen de Chinese beleidsmakers waarschijnlijk in om de negatieve impact op de economie te verzachten.

Figuur 6: De handelsoorlog escaleert verder
Figuur 6: De handelsoorlog escaleert verderBron: Rabobank

De groeiende noodzaak tot (meer) stimulerende maatregelen

Figuur 7: Hogere kredietgroei komt (nog) niet van de grond
Figuur 7: Hogere kredietgroei komt (nog) niet van de grondBron: PBoC, Macrobond

Om de zwakkere economische ontwikkelingen en vooruitzichten het hoofd te bieden, hebben beleidsmakers al een aantal stimuleringsmaatregelen aangekondigd én geïmplementeerd. Maar aan de recente cijfers te zien, heeft dit nog niet in de gewenste groeispurt geresulteerd. Dit kan natuurlijk verband houden met toenemende onzekerheden in de economie als geheel. Naast nieuwe stimuleringsmaatregelen zijn ook de zogenaamde reservevereisten voor de meeste banken verder verlaagd om meer liquiditeit te bieden, wat indirect tot een hogere kredietgroei moet leiden. Naar verwachting zullen de reserveverplichtingen later dit jaar en volgend jaar verder worden verlaagd. Dit is niet verwonderlijk gezien de recente ontwikkelingen op het gebied van de kredietgroei (figuur 7). Behalve deze maatregelen is een recente wijziging aangebracht in de manier waarop de beleidsrente tot stand komt, de Loan Prime Rate. Dit percentage is de afgelopen twee maanden verlaagd van 4,31 naar 4,20. Deze nieuwe maatregel zou moeten leiden tot een betere transmissie van het monetaire beleid op de reële economie.

Ook is er meer ruimte voor de uitgifte van obligaties door lokale overheden, vooral bestemd voor investeringen in infrastructuur. Al met al zal de nadruk vanuit begrotingsoogpunt vooral blijven liggen op lagere belastingen en investeringen in infrastructuur, terwijl het monetaire beleid zich blijft richten op het stimuleren van leningen aan private ondernemingen. Gezien de binnen- en buitenlandse zwakte is er genoeg reden om de stimuleringsmotor verder op te starten. Maar waarschijnlijk zal het gaan om een kleiner en meer gericht pakket maatregelen dan in eerdere periodes van economische zwakte, zoals de jaren 2015-2016.

Delen:
Auteur(s)
Björn Giesbergen
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
06 3047 8523

naar boven