RaboResearch - Economisch Onderzoek

Arbeidsmarktbeleid: Koolmees doet wat hij belooft

Economisch commentaar

Delen:

Verschenen als tweeluik in het Reformatorisch
Dagblad op
31 augustus en 7 september 2019

De aanloop naar Prinsjesdag is een goed moment voor beschouwing. Hoe staat het met het arbeidsmarktbeleid van het kabinet? Wat heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid deze kabinetsperiode bereikt en strookt dit met de ambities uit het regeerakkoord? En op welke dossiers is nog onvoldoende voortgang geboekt?

Arbeidsmarkt uit balans

Op de Nederlandse arbeidsmarkt is flexibel werk inmiddels een structureel verschijnsel geworden, óók in sectoren die nauwelijks conjunctuurgevoelig zijn. Flexibele arbeidsrelaties verlagen de drempel voor werkgevers en dragen zo bij aan een hoge werkgelegenheid. Anderzijds leidt de flexibilisering tot zorgen over een ongelijk speelveld en over werkende armen.

Met de Wet arbeidsmarkt in balans worden flexibele contracten duurder en iets minder flexibel, terwijl vast werk goedkoper en minder vast wordt. Het idee is dat werkgevers niet meer automatisch kiezen voor maximale flexibiliteit (zoals de nu veel gebruikte contractketen van 7-8-8 maanden), maar goed nadenken of ze al eerder, of juist pas later, een vast contract aanbieden.

WAB in een notendop

  • WW-premie afhankelijk van contractvorm in plaats van sector
  • Maximale keten van tijdelijke contracten van twee naar drie jaar
  • Transitievergoeding ook voor korte contracten
  • Cumulatie ontslaggronden mogelijk
  • Meer rechten voor oproepkrachten
  • Afbakening uitzenden en payrolling

De WAB volgt de lijnen uit het regeerakkoord tamelijk nauwgezet en gaat in op 1 januari 2020. De WAB verandert niets voor zzp’ers –daarvoor zijn aparte wetsvoorstellen in de maak- en voor de loondoorbetalingsplicht bij ziekte. Wel komt er in 2020 een ‘MKB-verzuimontzorgverzekering’ met ‘Poortwachtergarantie’. En zo wordt en passant ook de Nederlandse taal verrijkt...

Pensioenhervorming

Aan de pensioenhervorming had en heeft de minister een zware dobber. Hervormingen zijn hard nodig, want het huidige stelsel is complex, sluit niet goed aan op de arbeidsmarkt en door de lage rentes staat de financiële opzet onder druk. De ‘persoonlijke pensioenpotjes’, een grote wens van het kabinet, konden niet rekenen op een breed draagvlak. Daarom is in het pensioenakkoord afgesproken dat er straks twee verschillende soorten pensioencontracten komen. Dat draagvlak was er wél voor de mogelijkheid om bij pensionering in één keer tien procent van de opgebouwde aanspraak (‘lump sum’) op te nemen. Dit kan ook zonder grote pensioenhervorming en een wetsvoorstel is hiervoor al in de maak. Maar het belangrijkste winstpunt is dat het toekomstige pensioencontract beter aansluit op de arbeidsmarkt, met een leeftijdsonafhankelijke premie en een opbouw die past bij de inleg. We zijn er nog niet: het nieuwe pensioencontract en de transitie er naartoe moeten de komende jaren verder worden uitgewerkt. Op zijn vroegst is het nieuwe pensioencontract in 2022 klaar voor gebruik. Bovendien is verder beleid nodig om te voorkomen dat de groep zelfstandigen én werknemers zonder pensioenopbouw –samen bijna twee miljoen– alleen maar groter wordt.

Bij de pensioenonderhandelingen wilden de oppositiepartijen graag een pensioenplicht voor zzp’ers. Die kwam er niet, maar als ‘wisselgeld’ komt er nu een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering. De precieze uitwerking laat nog op zich wachten, maar dat er iets moet gebeuren om de trend van de almaar dalende verzekeringsgraad onder zelfstandigen te keren staat voor mij als een paal boven water.

Wel is het opmerkelijk dat werkgevers en werknemers in het pensioenakkoord afspraken hebben gemaakt over zzp’ers, terwijl een eerdere pensioenmaatregel een plek kreeg in de WAB (zie infographic).


<br>Bron: RaboResearch

Zzp’ers

Het zzp-dossier is misschien wel het meest weerbarstige dossier van de minister. Zo stuitte het oorspronkelijke kabinetsplan om zzp’ers met een laag tarief voortaan aan te merken als werknemers op juridische obstakels. Als alternatief wordt nu gewerkt aan een wet om vanaf 2021 een minimum-uurtarief van zestien euro in te voeren. Ook de aangekondigde web-module voor opdrachtgevers loopt vertraging op. Wel worden de mogelijkheden voor zzp’ers om onderling prijsafspraken te maken vergroot; zij mogen vooruitlopend op de wetgeving al afspreken het minimumtarief te gebruiken. Mogelijk wordt ook de zelfstandigenaftrek beperkt – dat zullen we op Prinsjesdag horen.

Al met al verkleint het kabinet de verschillen tussen vast en flex – een beetje. Maar omdat de WAB eerder ingaat dan de nieuwe zzp-wetgeving valt niet uit te sluiten dat de maatregelen in eerste instantie zullen leiden tot een verschuiving van flexwerknemers naar goedkopere zzp’ers.

Ontwikkeling en inzetbaarheid

Het kabinet neemt een beperkt aantal maatregelen gericht op ontwikkeling en inzetbaarheid. Volgens het regeerakkoord moeten de sociale partners –werkgevers en vakbonden– zelf afspraken maken over ‘ambitieus leeftijdsbewust personeelsbeleid’. Dat is een gemiste kans.

Wel is dit jaar een gratis loopbaanadvies voor 45-plussers ingevoerd. Dat mag wat mij betreft verder worden uitgebouwd tot een integrale en periodieke loopbaan-APK. Het beloofde persoonlijke ontwikkelbudget liep wat vertraging op. In 2020 blijft de fiscale scholingsaftrek daarom gehandhaafd; vanaf 2021 komt er een ontwikkelbudget van duizend euro per jaar voor iedereen die werkt heeft of zoekt, maar geen recht meer heeft op reguliere studiefinanciering. Dat budget kan eventueel worden aangevuld met een Levenlanglerenkrediet van DUO. Een mooie stap, al is geld alleen vermoedelijk niet genoeg om een echte cultuur van Levenslang Ontwikkelen (LLO) te bewerkstelligen, terwijl tijdige om- en bijscholing van levensbelang is voor duurzame inzetbaarheid.

Ondanks de krapte op de arbeidsmarkt staan nog altijd te veel mensen -waaronder 55-plussers, statushouders en mensen met een beperking- langdurig langs de kant. Voor hen is er al het Financieel CV, dat alle speciale financiële tegemoetkomingen voor werkgevers inzichtelijk maakt. Vanaf medio 2020 komen er meer mogelijkheden voor werkhervatting vanuit de WIA, waarbij het praktische arbeidsongeschiktheidspercentage gedurende vijf jaar niet wordt verlaagd. Dat maakt het voor mensen met een IVA- of WGA-uitkering mogelijk om een tijdelijke of grotere baan te accepteren zonder het risico op een verlaagde uitkering na baanverlies. Het succes van dit soort maatregelen is echter sterk afhankelijk van de bereidheid van werkgevers om deze groepen een kans te geven. Als ‘verleiden’ met subsidies niet voldoende is, dan is wellicht dwingender beleid nodig.

Werk in uitvoering

Al met al is er veel om tevreden op terug te kijken, maar er is ook nog veel werk aan de winkel. De vraagstukken op de arbeidsmarkt zijn divers –van flexibilisering tot robotisering, (om)scholing en (re)integratie– en hangen met elkaar samen. Minister Koolmees heeft daarom een onafhankelijke commissie ‘Regulering van werk’ (‘Commissie Borstlap’) aangesteld die eind dit jaar een integraal advies zal uitbrengen over de toekomstige regulering van de arbeidsmarkt. Daarop zullen ongetwijfeld nóg meer wetsvoorstellen volgen. Kortom: de minister doet veel van wat in het regeerakkoord werd beloofd, maar is voorlopig nog niet klaar.

Bijlage: overzichtstabel kabinetsplannen uit regeerakkoord vs. daadwerkelijke maatregelen

Lees ook onze eerdere publicaties

Flexibilisering en sociale zekerheid

Flexibele arbeidsmarkt: grenzen aan flex?
Jongeren werken vaker en ook langer in de flexibele schil
Hoe arm is de zzp’er?
Zzp’ers na de crisis
Wet arbeidsmarkt in balans: maatregelen en effecten
Principeakkoord pensioenhervormingen
Arbeidsongeschiktheidsverzekeringen voor zelfstandigen: kiezen of dwingen?

Ontwikkeling en inzetbaarheid

Het beste voornemen voor 2019: meer leren
Stok achter de deur ontbreekt voor levenlangleren
Tijd voor een nieuw beroep
Weleens een been de telefoon zien opnemen?

Delen:
Auteur(s)

naar boven