RaboResearch - Economisch Onderzoek

Waarom de Nederlandse industrie niet zo hard krimpt als de Duitse

Economisch commentaar

Delen:

Deze versie is bijgewerkt op 16 oktober 2019

  • De Duitse industrie krimpt harder dan de Nederlandse industrie
  • Het verschil in groeitempo is in de hele industrie zichtbaar: de meeste sub-sectoren doen het in Nederland beter dan in Duitsland
  • De krimp heeft minder impact in Nederland omdat het aandeel van de industrie in de economie kleiner is in Nederland dan in Duitsland
  • Ook in andere Europese landen krimpt de industrie niet zo hard: Nederland is dus niet uniek
  • Die krimp heeft in Duitsland bovendien meer impact, omdat het aandeel van de industrie in de economie er groter is
  • Er lijkt sprake van een specifiek Duits probleem, want ook in andere Europese landen krimpt de industrie niet zo hard
  • Het lijkt niet te liggen aan de handelspartners van Duitsland, die zijn vergelijkbaar met die van andere grote Europese landen
  • Ook verschillen in de samenstelling van de industrie verklaart het tempo van de Duitse neergang niet: de meeste sub-sectoren doen het in Nederland beter dan in Duitsland

Het gaat niet goed met de Duitse industrie: de aanhoudende volume krimp zette in juli door met 5 procent, op basis van het jaar-op-jaar driemaands gemiddelde. En de Duitse PMI voor de maakindustrie wijst met 41,7 in september niet op een verbetering. Maar daar lijkt Nederland nog niet veel last van te hebben. De Nederlandse industriële productie slinkt al een aantal maanden, maar de Nederlandse PMI voor de maakindustrie wijst nog altijd op een toename en het producentenvertrouwen blijft positief. Ook in Nederland houdt de krimp aan. Maar met een krimp van 1 procent, op basis van het jaar-op-jaar driemaands gemiddelde, is dat op een beduidend langzamer tempo vergeleken met de Duitse industrie. En dat lijkt tegenstrijdig: Duitsland is immers een van onze grootste (industriële) handelspartners (figuur 1). De huidige staat van de Duitse industrie zou een grotere impact op Nederland moeten hebben. Hoe kan de impact (nog) zo gering blijven? Hoe kan het krimptempo tussen Nederland en Duitsland zo verschillen?

Figuur 1: Duitsland is onze grootste afnemer van industriële producten
Figuur 1: Duitsland is onze grootste afnemer van industriële productenBron: OESO, TiVA
Figuur 2: Nederlandse industriële productie volgt eurozone
Figuur 2: Nederlandse industriële productie volgt eurozoneBron: Eurostat

De meeste export van de Nederlandse industrie gaat naar Duitsland. Maar in juni stelde DNB dat de samenhang tussen de Nederlandse en de Duitse conjunctuur sinds de financiële crisis niet meer zo sterk is als daarvoor. En dat beeld zien we terug in de groeicijfers van de industrie (figuur 2). Nederland volgt de eurozone meer dan Duitsland waar de industrie beduidend slechter presteert. Omdat de handelspartners voor Duitsland ook niet veel verschillen met die van andere Eurozone landen, lijkt er dus sprake te zijn van een probleem dat specifiek is voor Duitsland, waar andere Europese landen niet of beperkt last van hebben.

Figuur 3: Belang industrie in Nederlandse economie afgenomen
Figuur 3: Belang industrie in Nederlandse economie afgenomenBron: OESO, TiVA

Een mogelijke verklaring van deze ‘loskoppeling’ is het verminderde belang van de industrie in de handelsrelatie tussen Nederland en Duitsland. Het pakket aan producten dat Nederland jaarlijks naar Duitsland exporteert, bevat steeds minder industriële producten. Dit heeft vooral te maken met het feit dat het economische belang van de industrie in Nederland gestaag afneemt (figuur 3). Een slechter presterende Duitse industrie heeft dus een grotere impact op de Duitse economie dan dat een slechter presterende Nederlandse industrie op de Nederlandse economie heeft.

De industrie is een grote sector die verschillende sub-industriële sectoren bevat, zoals de auto-industrie en de chemische en farmaceutische industrie. Hierdoor kunnen de groeicijfers van de totale industrie een vertekend beeld geven. Er kan sprake zijn van een compositie-effect: wanneer de sub-sectoren wel gelijk presteren, maar een andere aandeel binnen de totale industrie hebben, presteert de totale industrie toch anders.

Figuur 4 toont aan dat een dergelijk compositie-effect geen afdoende verklaring biedt voor het verschil in prestaties tussen de Nederlandse en de Duitse industrie. Ook binnen de belangrijkste sub-sectoren presteert de Duitse industrie namelijk meestal slechter dan de Nederlandse industrie. 

Daarnaast toont figuur 5 dat de structuur van de Nederlandse en die van de Duitse industrie op elkaar lijken. De top vijf belangrijkste industrieën in Duitsland komt (met uitzondering van de motorvoertuigenindustrie) vrijwel overeen met die binnen de Nederlandse economie. Van de vijf belangrijkste industrieën in Duitsland staan er drie ook voor Nederland bovenaan.Belangrijkste uitzondering is wel de motorvoertuigenindustrie: deze sector is binnen de Duitse industrie verreweg het belangrijkst, maar is in Nederland relatief beperkt van omvang. En juist de Duitse auto-industrie is in zwaar weer, wat dan ook een gedeeltelijke verklaring geeft voor het verschil in prestaties tussen de Duitse en de Nederlandse industrie.

Figuur 4: Prestatieverschil industrie ook zichtbaar tussen sub-sectoren
Figuur 4: Prestatieverschil industrie ook zichtbaar tussen sub-sectorenBron: Eurostat, selectie van sub-sectoren
Figuur 5: Nederlandse structuur industrie binnen economie vergelijkbaar met Duitse
Figuur 5: Nederlandse structuur industrie binnen economie vergelijkbaar met DuitseBron: OESO, TiVA
Delen:
Auteur(s)

naar boven