RaboResearch - Economisch Onderzoek

Impact Wet arbeidsmarkt in balans verschilt per sector

Themabericht

Delen:
  • De impact van de nieuwe wetgeving verschilt per type flexcontract en per sector
  • De wet stimuleert werkgevers om hun keuzes te heroverwegen
  • De WAB zal leiden tot verschuivingen tussen verschillende vormen van flex. Of de wet ook zal leiden tot meer vaste contracten is nog maar de vraag

Bedrijven met een groot aandeel flexibele werknemers krijgen te maken met een forse kostenstijging door de Wet arbeidsmarkt in balans. Het doorberekenen van die kosten aan klanten kan lastig zijn in sectoren die krimpen, of waar de ruimte voor prijsstijgingen wordt beperkt door internationale concurrentie.

De WAB zal leiden tot verschuivingen tussen de verschillende vormen van flexwerk. Om te beginnen zal payrolling sterk krimpen, vanwege de sterk aangescherpte regels. De WAB stimuleert werkgevers om beter na te denken over de behoefte aan flexibiliteit en wij verwachten dat in krapteberoepen sneller een vast contract zal worden aangeboden. Tegelijkertijd is een tijdelijke verschuiving van flexibele werknemers naar (goedkopere) zzp’ers niet uit te sluiten.

WAB: hoe en waarom

Op de Nederlandse arbeidsmarkt is flexibel werk inmiddels een structureel verschijnsel geworden, óók in sectoren die nauwelijks conjunctuurgevoelig zijn. Met de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) worden flexibele contracten duurder en iets minder flexibel, terwijl vast werk iets minder vast wordt. De maatregelen van de WAB en de belangrijkste uitzonderingen worden meer in detail beschreven in ons eerdere Themabericht. Deze studie bespreekt de impact op verschillende vormen van flexibel werk en op verschillende sectoren.

De WAB in een notendop

  • WW-premie afhankelijk van contractvorm in plaats van sector
  • Maximale keten van tijdelijke contracten van twee naar drie jaar
  • Transitievergoeding ook na kort dienstverband
  • Cumulatie ontslaggronden mogelijk
  • Meer rechten voor oproepkrachten
  • Afbakening uitzenden en payrolling

Werkgevers hebben met de WAB meer mogelijkheden om gedurende een langere periode tijdelijke contracten aan te bieden. Tegelijk is het verschil in WW-premie een financiële stimulans om juist eerder een vast contract aan te bieden. Wij verwachten dat werkgevers niet meer automatisch kiezen voor maximale flexibiliteit (zoals nu vaak wordt gekozen voor een standaard contractketen van 7-8-8 maanden), maar goed nadenken of ze pas later, of juist veel eerder, een vast contract aanbieden. De lage WW-premie kan een extra stimulans zijn om werknemers in krapteberoepen eerder een vast contract aan te bieden.

Het ene flexwerk is het andere niet

De WAB raakt niet iedere vorm van flexibel werk in gelijke mate. De nieuwe spelregels zijn weergegeven in onderstaande tabel.

Tabel 1: Nieuwe regels per 1-1-2020 (click op de tabel voor een vergroting!)
Tabel 1: Nieuwe regels per 1-1-2020 (click op de tabel voor een vergroting!)* Indien van toepassing.
Bron: Rabobank. Groen is een versoepeling, rood is een aanscherping van de regels.

Bedrijven die medewerkers inhuren via een uitzendbureau, maar wel zelf de gehele werving en selectie doen, mogen geen gebruik meer maken van het arbeidsrechtelijke regime van uitzenden. Zij krijgen te maken met de nieuwe regels voor payrolling. Uit de nieuwe definitie van payrolling volgt namelijk dat uitzendbureaus die zelf geen allocatiefunctie vervullen –bijvoorbeeld omdat zij gebruik maken van externe partijen voor werving of omdat kandidaten worden aangebracht door de inlener zelf- voortaan als payrollwerkgever kunnen worden aangemerkt.

 

Definitie payrolling:

De payrollovereenkomst wordt voortaan gedefinieerd als "de uitzendovereenkomst, waarbij de overeenkomst van opdracht tussen de werkgever en de derde niet tot stand is gekomen in het kader van het samenbrengen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt en waarbij de werkgever alleen met toestemming van de derde bevoegd is de werknemer aan een ander ter beschikking te stellen."

De WAB heeft geen invloed op zzp’ers. Voor zzp’ers is nieuwe wetgeving in de maak, zoals een minimumuurtarief van 16 euro. Deze wetgeving zal vermoedelijk vanaf 2021 van kracht worden. In de tussentijd worden de mogelijkheden voor zzp’ers om onderling prijsafspraken te maken vergroot; zij mogen vooruitlopend op de wetgeving al afspreken het minimumtarief te gebruiken.

Kostenstijging voor sectoren met groot aandeel flex

De Wet arbeidsmarkt in balans betekent dat alle flexibele arbeidscontracten duurder worden.

Medewerkers met een vast contract en vaste uren worden goedkoper in verhouding tot flexibele werknemers, vanwege de lagere WW-premie. Het verschil tussen het hoge en lage tarief bedraagt 5 procentpunt. Het totale kostenplaatje voor een bedrijf is dus sterk afhankelijk van de mix van het personeelsbestand. Bedrijven in de horeca of agrarische sector hebben gemiddeld een grotere flexibele schil dan overheidsinstellingen of industriebedrijven (figuur 1). Dit geldt natuurlijk in nog grotere mate voor bedrijven in de uitzendbranche – zie ook onze aparte publicatie over de impact van de WAB op de uitzendbranche

Figuur 1: Vast/flex per sector
Figuur 1: Vast/flex per sectorBron: CBS

Niet ieder bedrijf heeft evenveel mogelijkheden om een kostenstijging te kunnen absorberen of af te wentelen op klanten. Daarbij spelen diverse economische factoren een rol. Ten eerste de economische vooruitzichten van de verschillende bedrijfstakken – meer hierover in onze Sectorprognoses. Het doorberekenen van kostenstijgingen in de prijzen zal immers gemakkelijker zijn in een groeiende dan in een krimpende sector. Ten tweede de internationale concurrentiepositie. Want hoewel er in veel sectoren wel ruimte is voor stijgende loonkosten, wordt deze ruimte in sommige sectoren ingeperkt door internationale concurrentie. Uit onze analyse blijkt dat er vooral in de ICT, zakelijke dienstverlening en metaal ruimte is voor loonstijging, terwijl deze ruimte er in de machinebouw en de groot- en detailhandel niet of nauwelijks is, bezien op sectorniveau.

Tenslotte kunnen geopolitieke ontwikkelingen de vooruitzichten van een bedrijfstak beïnvloeden. Daarbij valt te denken aan de oplopende handelsspanningen tussen China en de VS, maar –vooral- de impact van de aanstaande Brexit op Nederlandse sectoren.

Delen:
Auteur(s)

naar boven