RaboResearch - Economisch Onderzoek

Werken in weer en wind

Column

Delen:

Verschenen in het Reformatorisch Dagblad, 23 november 2019

De afgelopen weken ben ik al een aantal keer flink verregend op weg naar het station. Maar vervolgens stap ik weer in een aangenaam verwarmde trein op weg naar een mooi kantoor. Nee, dan de bouwvakker die, dag in dag uit, in weer en wind moet werken. Want dat is het beeld dat ik heb: een open bouwplaats waar alle bouwmaterialen en werklui bij elkaar komen. Toch zien niet álle bouwplaatsen er zo uit.

Een klein maar groeiend aantal bouwbedrijven in de woningbouw kiest voor een andere aanpak. Hierbij worden bijvoorbeeld complete wand- en vloerdelen in de fabriek gemaakt, die dan op de bouwplaats als een soort ‘Zweeds bouwpakket’ in korte tijd in elkaar worden gezet. Dit staat ook wel bekend als prefabricage of ‘prefab’. Prefab bouwen kent vele voordelen.

Om te beginnen is het werk in de fabriek niet afhankelijk van weersomstandigheden en hoeft de productie niet te worden stilgelegd vanwege vorstverlet. In de meer gecontroleerde en planbare fabrieksomgeving kan sneller en efficiënter worden gewerkt en de kans op fouten neemt af in dat deel van het bouwproces. Dat is belangrijk, want faalkosten kunnen de marges van bouwbedrijven flink onder druk zetten en zelfs bij volle orderportefeuilles zorgen voor tegenvallende bedrijfsresultaten.

Ook maakt de vaste beschutte werkplek het werk fysiek minder zwaar en daardoor mogelijk aantrekkelijker voor werknemers. Want zelfs bij een lagere productiegroei heeft de bouwsector nog altijd extra vaklui nodig. Volgens de nieuwste raming van het Economisch Instituut voor de Bouw zijn de komende vier jaar in totaal 62.000 nieuwe arbeidskrachten nodig voor uitbreiding en vervanging van uitstroom door pensionering of arbeidsongeschiktheid.

Sneller bouwen en aantrekkelijker werkgeverschap moeten uiteindelijk leiden tot de bouw van méér woningen. Dat is belangrijk, want het woningtekort is inmiddels opgelopen tot bijna 300.000 woningen en zal de komende jaren nog verder oplopen, vooral in de drukke Randstad.

Tenslotte zorgt prefab bouwen voor minder transport van en naar de bouwplaats. Volgens een TNO-rapport is de bouw met dagelijks ruim 200.000 bestelbusjes en 20.000 vrachtwagens goed voor 30 procent van het zakelijke verkeer in steden. Minder transport zorgt voor minder verkeersdruk, minder uitstoot van CO2 en stikstof en minder omgevingshinder bij binnenstedelijk bouwen.

Prefab bouwen is dus gunstig voor de bouwsector, de woningmarkt en het milieu. Dit klinkt bijna te mooi om waar te zijn – waarom doet dan niet ieder bouwbedrijf dit? Een verandering van werkwijze is nog niet zo gemakkelijk, zoals blijkt uit experimenten met ‘Bouwhubs’ – verzamelpunten voor bouwmaterialen. En dat is nog een relatief eenvoudige wijziging, omdat hierbij alleen de logistiek wordt aangepast en het bouwproces zelf ongewijzigd blijft.

Omschakelen naar prefab bouwen is ingrijpend. Het vraagt om standaardisatie en automatisering van het proces, wat vaak gepaard gaat met hoge investeringen. Ondanks de lage rente is de investeringsbereidheid in de sector echter beperkt, vanwege de beleidsonzekerheid rond de stikstof- en PFAS-problematiek. Eerst is dus het kabinet aan zet om de kou uit de lucht te halen en de bouwsector uit deze impasse te helpen.

Deze column werd geschreven in samenwerking met Leontien de Waal, senior marktanalist Bouw. Lees hier meer artikelen over de bouwsector

Delen:
Auteur(s)

naar boven