RaboResearch - Economisch Onderzoek

Make American productivity great again!

Themabericht

Delen:
  • De groei van de wereldeconomie neemt structureel af en de VS valt hier in negatieve zin op
  • In de VS is vooral de arbeidsproductiviteitsgroei sterk afgenomen. Dat komt deels door langdurig lage investeringen in wetenschap, innovatie en onderwijs
  • De regering Trump verergert dit door budgetten voor wetenschap, innovatie en onderwijs te verlagen, terwijl wel een forse belastingverlaging is doorgevoerd
  • Door in plaats van deze belastingverlaging extra geld te steken in wetenschap en innovatie zou de structurele groei in totaal 6 procentpunt hoger uitkomen in 2030 dan in het basisscenario. In combinatie met een stimuleringsagenda voor het onderwijs zou de Amerikaanse structurele groei zelfs 14 procentpunt hoger uitkomen. Dit komt neer op 3.400 miljard dollar extra welvaart
  • Ook andere landen profiteren van dit alternatieve beleidspakket. Het verleden heeft aangetoond dat Amerikaanse uitvindingen het dagelijks leven wereldwijd kunnen veranderen
  • Daarom is volgens ons het belangrijkste thema voor de presidentsverkiezingen in 2020: Make American Productivity Great Again!

De wereldwijde economische groei vertraagt. Niet alleen recent, maar al zeker twee decennia. Naast een minder snel groeiende (beroeps-)bevolking is deze ontwikkeling vooral het gevolg van een lagere productiviteitsgroei. Vooral de Verenigde Staten valt hier in negatieve zin op. De groei van de arbeidsproductiviteit is daar gedaald van gemiddeld 1,8 procent per jaar tussen 1970 en 2010 tot een schamele 0,4 procent per jaar in het afgelopen decennium (zie figuur 1).

Figuur 1: Arbeidsproductiviteitsgroei in de VS is het afgelopen decennium sterk gedaald
Figuur 1: Arbeidsproductiviteitsgroei in de VS is het afgelopen decennium sterk gedaaldBron: Penn World Tables 9.0, Conference Board, Rabobank, BEA

De sterke vertraging van de arbeidsproductiviteitsgroei kan wellicht worden verklaard door het afkalvende technologisch leiderschap van de VS. Onderwijs en Research & Development (R&D) zijn namelijk belangrijke pijlers onder de potentiële groei, blijkt uit de endogene groeitheorie van de kersverse Nobelprijswinnaar Paul Romer (Romer, 1990). Na de Tweede Wereldoorlog heeft de VS zich in toenemende mate gemanifesteerd als wereldleider op technologisch gebied. Zo had de VS een voortrekkersrol op het gebied van onderwijs en investeringen in R&D. De laatste decennia is het land echter ingehaald door veel andere OESO-landen. 

De vertraging van de arbeidsproductiviteit is dus geen autonoom proces, maar is deels te herleiden naar het feit dat Amerikaanse beleidsmakers in de afgelopen twee decennia te weinig aandacht hebben besteed aan investeringen in wetenschap, innovatie en onderwijs. Terwijl vorige regeringen stimulering van deze groeidrijvers al grotendeels links lieten liggen, gaat de regering Trump nog een stap verder door fors te snijden in de budgetten voor wetenschap, innovatie en onderwijs. Deze en andere bezuinigingen op diverse terreinen worden gebruikt om een gedeelte van de Tax Cuts & Jobs Act (TCJA) te dekken. Deze enorme belastingherziening van Trump, die begin 2017 is geïmplementeerd, blijkt een dure investering, waarbij de Amerikaanse schuld met 1.500 miljard dollar zal stijgen over een periode van tien jaar. Daarmee grijpt Trump grotendeels terug op de traditie van supply-side economics van Ronald Reagan: deregulering en verlaging van belastingtarieven is de beste manier om economische groei op korte en lange termijn te stimuleren. De vraag is of dit beleid de beste keuze is om de Amerikaanse economie ook in de toekomst succesvol te laten zijn.

We proberen het antwoord op deze vraag te vinden in drie stappen. Eerst bepalen we de Amerikaanse potentiële groei via een endogeen raamwerk waarin we de aanbodzijde van de Amerikaanse economie modelleren. Daarna voeren we met behulp van dit raamwerk een scenario-analyse uit, waarbij we de impact op de Amerikaanse economie berekenen van een alternatief beleidsplan gericht op het stimuleren van innovatie, wetenschap en onderwijs. Tot slot onderzoeken we in hoeverre die alternatieve beleidsagenda de door ons verwachte aankomende Amerikaanse recessie kan voorkomen of verzachten.

Stap 1: Het groeipotentieel van de VS

De potentiële productie van een economie wordt bepaald door de aanbodzijde van de economie, die op haar beurt wordt bepaald door de inzet van arbeid en de arbeidsproductiviteit per uur. De bijdrage van de factor arbeid is het product van het aantal werkzame personen en het aantal uren dat elke werkende werkt. De arbeidsproductiviteit per uur wordt bepaald door de hoeveelheid kapitaal per gewerkt uur (bijvoorbeeld software en computers, maar ook gebouwen, infrastructuur en machines) en een restfactor: de totale factorproductiviteit (TFP). Er is een uitgebreide literatuur die de determinanten van TFP onderzoekt (zie voor een overzicht Erken, Donselaar en Thurik, 2016). Belangrijke determinanten zijn investeringen in bedrijfs-R&D, menselijk kapitaal, binnenlandse concurrentie, technologische ‘catching-up’, buitenlandse concurrentie door handel en ondernemerschap.

Om het groeipotentieel van de VS te voorspellen, extrapoleren we die determinanten, waarbij we onder andere een endogeen TFP-raamwerk gebruiken, zodat we een volledig geëndogeniseerd potentieel groeipad van de Amerikaanse economie kunnen produceren. De berekeningen hierachter worden uitgebreid toegelicht in Erken, Marey en Van Es (2019).

Tabel 1: Potentiële groei VS tot 2028
Tabel 1: Potentiële groei VS tot 2028Bron: CBO, Rabobank

We komen voor de periode 2019-2030 uit op een gemiddelde Amerikaanse potentiële groei van 2,0 procent per jaar, gegeven het huidige beleid (zie tabel 1). Bemoedigend is dat dit sterk overeenkomt met de voorspelling van het Congressional Budget Office (CBO), het begrotingsbureau van het Amerikaanse Congres. Er zit echter wel een verschil in hoe die groei is opgebouwd. Wij verwachten dat 0,3 procentpunt uit werkgelegenheidsgroei komt en 1,7 procentpunt uit productiviteitsgroei. Het CBO verwacht een iets hogere bijdrage van arbeid. Omdat wij een volledig endogeen arbeidsproductiviteitsmodel hanteren, kunnen we de arbeidsproductiviteitsgroei opsplitsen in een kapitaalbijdrage van 0,9 procentpunt en een TFP-bijdrage van 0,8 procentpunt.

Stap 2: De impact van verschillende beleidsopties

Nu we een goed referentiepunt hebben van de potentiële Amerikaanse economische groei, kunnen we scenario's uitvoeren die de impact van verschillende beleidsopties op de Amerikaanse economie laten zien. In ons eerste scenario berekenen we de impact van een R&D-stimuleringspakket ter vervanging van de Tax Cuts and Jobs Act. Het gaat hier om een gedachtenexperiment waarbij we de huidige TCJA vervangen door een alternatief beleidsscenario dat tot een even grote stijging in de federale overheidsschuld leidt. In een tweede scenario beoordelen we de impact van een beleidsagenda die zich richt op het actief stimuleren van menselijk kapitaal tot niveaus van de wereldwijde koploper Duitsland. Om een zuivere vergelijking te kunnen maken met ons benchmark-scenario, verwijderen we in onze twee scenariopaden het positieve effect van de TCJA (zie voor toelichting Erken, Marey en Van Es, 2019).

De overheid kan R&D-uitgaven rechtstreeks stimuleren door subsidies aan publieke onderzoeksinstituten en universiteiten te verhogen, of door financiële prikkels te geven aan de private sector om meer geld uit te geven aan R&D via bijvoorbeeld de fiscaliteit. Een uitgebreide literatuur laat zien dat dergelijke fiscale maatregelen leiden tot hogere private R&D-uitgaven. Over de omvang van het effect is echter geen consensus, maar een elasticiteit van 0,5 lijkt een betrouwbaar uitgangspunt (zie bijvoorbeeld Europese Commissie (2014) en Thomson (2017)). In deze studie gaan we er daarom van uit dat een verhoging van 1.000 miljard dollar aan belastingkredieten 500 miljard dollar extra private R&D-uitgaven genereert. Daarnaast verhogen we de publieke R&D-uitgaven met 500 miljard dollar, zodat we de gehele 1.500 miljard dollar van de TCJA gebruiken. Beide impulsen verdelen we over dertien jaar (2018-2030).

Figuur 2: Alternatieve beleidskeuzes kunnen potentiële groei in de VS met 14 procentpunt verhogen
Figuur 2: Alternatieve beleidskeuzes kunnen potentiële groei in de VS met 14 procentpunt verhogenBron: Rabobank, Macrobond, BEA, Conference Board, Penn World Tables, CBO

In het tweede scenario nemen we aan dat de VS bovenop bovenstaande beleidswijziging de kloof met de wereldwijde koploper op het gebied van onderwijs (Duitsland) in acht jaar (2018-2026) dicht. Dit heeft een extra opwaarts effect op de TFP-groei.

Figuur 2 illustreert de economische bbp-effecten in deze twee scenario’s ten opzichte van het benchmark-scenario. In scenario 1 ligt de totale potentiële groei in de VS 6¼ procentpunt hoger tussen 2018 en 2030 dan in het huidige pad inclusief de TCJA. In scenario 2 is dit effect zelfs 14 procentpunt. Omgerekend hebben we het dan over 3.400 miljard dollar extra toegevoegde waarde voor de Amerikaanse economie.

Stap 3: Impact van het alternatieve beleid op een toekomstige recessie

Figuur 3: Dempende werking op de verwachte Amerikaanse recessie
Figuur 3: Dempende werking op de verwachte Amerikaanse recessieBron: Rabobank, BEA, Macrobond

Een van de voordelen van een hogere potentiële groei is dat deze de impact van negatieve cyclische schommelingen verzacht. In onze meest recente prognoses voorzien we eind 2020 een recessie in de VS. We kunnen nu laten zien wat de impact is van een hogere potentiële groei op deze voorspelde recessie (figuur 3). Het blijkt lastig om een ​​recessie in de VS te voorkomen, zelfs als de overheid scenario 2 had gevolgd. De neergang is dan echter aanzienlijk minder diep: -0,8 procent cumulatief in onze huidige raming, -0,3 procent in scenario 1 en -0,1 procent in scenario 2. En misschien wel belangrijker, het herstel erna is in beide scenario's veel sterker.

Meer dan alleen hogere economische groei

De voordelen van een alternatieve beleidsagenda gericht op innovatie, onderwijs en wetenschap beperken zich niet tot alleen een hogere potentiële groei en verzachting van een mogelijke Amerikaanse recessie. Het versterkt namelijk ook het concurrentievermogen van de Amerikaanse bedrijfssector, wat op de lange termijn gunstig is voor de Amerikaanse werkgelegenheid. Daarnaast kan een innovatie- en wetenschapsbeleidsagenda ook een oplossing bieden voor (mondiale) maatschappelijke uitdagingen op het gebied van bijvoorbeeld klimaatverandering, voeding en gezondheid, voedsel- en waterzekerheid en duurzame landbouw, schone en efficiënte energie, slim groen en geïntegreerd transport, cyberbeveiliging en terrorismebestrijding. Ten slotte zou de positieve impact veel verder reiken dan de Amerikaanse grenzen. Het is bekend dat andere landen profiteren van technologische leiders (Fagerberg, 1987; Camaron et al., 2005). De impact van deze ‘technologische catching-up’ is behoorlijk groot (zie figuur 4): in het geval van Nederland was tussen 1993 en 2002 de helft van de TFP-groei toe te schrijven aan technologische catching-up ten opzichte van de VS. Dit is dus eigenlijk gratis economische groei geweest.

Figuur 4: Gratis groei vanuit de VS!
Figuur 4: Gratis groei vanuit de VS!Bron: Erken (2008)

In de afgelopen decennia hebben Amerikaanse technologieën en innovaties het dagelijks leven in de hele wereld veranderd, variërend van de introductie van de laser, het internet, smartphones, personal computers tot en met chemotherapie. Het feit dat de VS niet meer de technologische leider is die het ooit was, is mogelijk een van de redenen van de huidige trage wereldwijde productiviteitsgroei. Vanuit deze context is de Amerikaanse presidentsverkiezingscampagne, die volgend jaar van start gaat, niet alleen belangrijk voor de toekomst van de VS, maar ook voor die van de gehele wereldeconomie.

Literatuur

Cameron, G., Proudman, J. and S. Redding (2005). Technological convergence, R&D, trade and productivity growth. European Economic Review, 49(3), 775-807.

Erken (2008). R&D, Productivity and Entrepreneurship. ERIM, Erasmus University Rotterdam.

Erken, H.P.G., Donselaar, P., and A.R. Thurik (2016). Total factor productivity and the role of entrepreneurship. Journal of Technology Transfer, 1-29.

Erken, H.P.G., P. Marey en F. van Es (2019). Making US productivity great again, Rabobank Special, Utrecht.

European Commission (2014). A study on R&D tax incentives. European Commission Taxation papers No. 52.

Fagerberg, J. (1987). A technology gap approach to why growth rates differ. Research Policy, 16(2–4), 87–99.

Romer, P.M. (1990). Endogenous technological change. Journal of Political Economy, 98(5), S71–S102.

Thomson, R. (2017). The effectiveness of R&D tax credits. Review of Economics and Statistics, 99(3), 544-549.

Delen:
Auteur(s)
Hugo Erken
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
030 21 52308
Frank van Es
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
06 1082 0318
Philip Marey
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
030 71 21437

naar boven