RaboResearch - Economisch Onderzoek

Waar liggen de risico’s van een Brexit?

Economisch commentaar

Delen:
  • Sectoren die voor een groot deel naar het Verenigd Koninkrijk (VK) exporteren zullen geraakt worden door de Brexit
  • Nederland exporteert voor circa 8 procent van de totale export aan goederen naar het VK; voor diensten is dat ongeveer 12 procent; voor beide staat telecommunicatie bovenaan
  • Brexit raakt ook indirecte handelsstromen
  • De Nederlandse productie van textiel, leder en gerelateerde producten is voor circa 10 procent afhankelijk van de directe en indirecte vraag uit het VK;
  • Hetzelfde geldt voor computers, elektronica en elektronische producten
  • De directe impact op een sector hangt ook af van andere factoren zoals substitutie mogelijkheden, prijselasticiteit en institutionele veranderingen die de Brexit veroorzaakt
  • Brexit biedt ook kansen; bijvoorbeeld voor dienstverleners die de gevolgen van de Brexit helpen ondersteunen
  • Handel tussen de EU en het VK zal complexer en duurder worden wat de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven kan versterken
  • Nederland is goed gepositioneerd om het VK te vervangen als vestigingsplaats voor bedrijven

Een Brexit zonder deal, ofwel een harde Brexit, heeft grote gevolgen voor de Nederlandse economie. De gevolgen van een (harde) Brexit kunnen echter voor verschillende sectoren en individuele bedrijven uiteenlopen. Waar liggen de risico’s en wat zijn de kansen?

Export en import: telecommunicatie aan kop

Van de totale export van goederen exporteert Nederland circa 8 procent naar het VK. Dit is inclusief wederuitvoer. Als we kijken naar de verschillende producten zien we dat iets meer dan 15 procent van de totale export van toestellen voor telecommunicatie naar het VK gaat. Hetzelfde geldt voor vlees en vleesproducten. Schoeisel sluit de top drie af met ongeveer 14 procent. Nederland exporteert ook diensten naar het VK, circa 12 procent van totale export aan diensten gaat naar het VK. Ongeveer 23 procent van de geëxporteerde telecommunicatiediensten en computerdiensten wordt naar het VK uitgevoerd. Circa 6 procent van alle import aan goederen en zo’n 11 procent van import aan diensten komt uit het VK. Van de geïmporteerde dierlijke oliën en vetten komt maar liefst 18 procent uit het VK en bij verzekeringsdiensten en telecommunicatiediensten komt zelfs meer dan een kwart van de import uit het VK.

Indirecte handelsstromen: impact elders uit de waardeketen

Directe import en export stromen zeggen niet alles over de afhankelijkheid van het VK. Naast de directe handelsstromen zijn er ook indirecte stromen. Bijvoorbeeld wanneer een Nederlands product –of onderdelen daarvan- via Duitsland naar het VK wordt geëxporteerd. Ook een bedrijf dat niet direct met het Verenigd Koninkrijk handelt, kan gevolgen ervaren van een (harde) Brexit. De impact kan van elders uit de waardeketen komen, omdat afnemers en toeleveranciers wel handelen met het VK. Een Nederlands bedrijf maakt bijvoorbeeld kraanhaken en levert die aan een ander Nederlands bedrijf dat kranen maakt en deze doorverkoopt aan het VK. Hierbij is ook van belang of deze handelsstromen groot of klein zijn in verhouding tot de totale productie in Nederland. Figuur 1 toont de Nederlandse toegevoegde waarde die afhankelijk is uit het VK en de toegevoegde waarde van uiteindelijk gebruik in Nederland dat afhankelijk is van onderdelen uit het VK. Hoe meer in de rechterbovenhoek, hoe afhankelijker deze sector is van het VK. De grootte van de bol geeft het aandeel van toegevoegde waarde van die sector binnen de Nederlandse economie weer[1].

Figuur 1: Toegevoegde waarde die afhankelijk is van het VK
Figuur 1: Toegevoegde waarde die afhankelijk is van het VKBron: OECD, CBS
Noot bij OECD: Voor de x-as wordt de indicator ‘Domestic Value Added Embodied In Final Foreign Demand’, waarbij het land Nederland is en de partner het VK, gedeeld door de indicator ‘Value Added’, waarbij het land Nederland is en de partner de wereld. Zodoende krijg je de toegevoegde waarde die afhankelijk is van de uiteindelijke vraag in het VK gedeeld door de totale toegevoegde waarde van die sector in Nederland. Voor de y-as wordt de indicator: ‘Value added share of total final demand by source, country & industry’ gebruikt. Op basis van data uit 2015. Recentere data zijn niet beschikbaar.

Zo is de bouwsector vooral op de Nederlandse markt gericht, zie figuur 1. Daarentegen kent de delfstoffenwinning een veel grotere afhankelijkheid: circa 5 procent van de toegevoegde waarde is afhankelijk van de directe en indirecte vraag in het VK en zo’n 7 procent van uiteindelijk gebruik in Nederland is afhankelijk van het VK. Ook zien we dat de toegevoegde waarde van de Nederlandse landbouwsector en maakindustrie voor zo’n 6,5 procent afhankelijk is van de uiteindelijke vraag in het VK. Zakelijke dienstverlening is voor 3 procent afhankelijk van het VK. Zakelijke diensten bestaan onder meer uit groothandel en detailhandel, transport en opslag en informatie en communicatie. Als we de productgroepen verder uitsplitsen, zien we dat textiel, leder en gerelateerde producten voor iets meer dan 10 procent afhankelijk zijn van de vraag uit het VK, evenals computers, elektronica en elektronische producten. Deze producten vallen in figuur 1 onder maakindustrie. Delfstoffenwinning support diensten en delfstoffenwinning van energie producerende producten zijn voor iets meer dan 7 procent afhankelijk van onderdelen uit het VK. Voor een uitgebreidere analyse over de afhankelijkheid van producten en diensten van het VK bekijk onze Special 'Directe en indirecte handelsstromen tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk'.

Substitutiemogelijkheden en prijsgevoeligheid

De uiteindelijke impact op de Nederlandse sectoren of individuele bedrijven is sterk afhankelijk van de substitutiemogelijkheden en prijselasticiteit van de vraag (hoeveel de vraag naar een product verandert als de prijs verandert). Nederlandse bedrijven kunnen proberen om andere afzetmarkten te vinden of goederen en diensten uit een ander land te halen in plaats van uit het VK.

Handelen tussen Nederland en het VK zal complexer en duurder worden en deze kostenverhoging kan de vraag naar Nederlandse producten raken. De impact zal groter zijn voor bedrijven die de extra kosten niet (deels) kunnen doorgeven aan de Britse klant of die producten met een hoge prijselasticiteit verkopen, waarbij een verhoging in de prijs leidt tot een grote verlaging in de vraag. Zo zal de Britse vraag naar producten minder worden geraakt door de prijsverhoging voor basisproducten zoals eten en energie dan die voor luxe producten zoals sieraden.

Institutionele veranderingen

Het wegvallen van de interne markt heeft vooral gevolgen voor de handel in diensten, omdat je die niet zomaar over de grens kunt aanbieden. Handel in goederen kan doorgaan maar wordt complexer en duurder door allerlei belemmeringen zoals dubbele controles van standaarden of verschillende btw-systemen. Het wegvallen van de douane-unie heeft alleen gevolgen voor de goederenhandel en verhoogt de kosten door de formaliteiten en wachttijden bij de grens. Dit zal een grotere impact hebben op bijvoorbeeld bedrijven die bederfelijke goederen leveren en sterk geïntegreerde en grensoverschrijdende waardeketens zoals de auto-industrie.

Maar er zijn ook kansen

Figuur 2: Top tien exporten van het VK naar de EU
Figuur 2: Top tien exporten van het VK naar de EUBron: OECD.
*Anders dan motorvoertuigen, aanhangwagens en opleggers.

De Brexit biedt ook kansen voor individuele bedrijven. Voor de hand liggend zijn diensten die de gevolgen van de Brexit helpen ondersteunen. Bedrijven die nu aan het VK leveren en beter zijn voorbereid dan hun concurrenten kunnen ook hun concurrentiepositie versterken. Overigens zullen Britse goederen ook duurder worden voor de EU en sommige diensten zullen niet meer over de grens kunnen worden aangeboden. Dat zal de concurrentiepositie van Europese bedrijven ten opzichte van Britse bedrijven verbeteren en daar kunnen ook Nederlandse bedrijven op inspelen (Figuur 2).

Tot slot is Nederland goed gepositioneerd om bedrijven van buiten de EU aan te trekken. die nu het VK nog als toegangspoort tot de EU gebruiken. Nederland is namelijk een logische en relatief aantrekkelijke toegangspoort tot Europa, mede dankzij Rotterdam als grootste haven van Europa, Schiphol als kwalitatief hoogwaardige internationale ‘hub’, een goede (ICT) infrastructuur, een gunstige geografische ligging binnen Europa en een hoogopgeleide beroepsbevolking die haar talen spreekt.

 

Voetnoot
[1] Hierbij heeft Nederland een arbitraire grootte, en heeft de maakindustrie de grootte van de hele industrie. Aangezien TiVA en CBS data hier gecombineerd worden kunnen de definities van elkaar afwijken.

Delen:

naar boven