RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Nederland: producenten minder optimistisch, vertraging van investeringsgroei verwacht

Conjunctuurbeeld

Delen:
  • Het vooruitzicht voor de Nederlandse economie blijft –in een aanhoudend onrustige omgeving- relatief stabiel, maar een handelsoorlog en harde Brexit kunnen de groei schaden
  • De industriële dagproductie is sinds begin 2019 zwak, en het vertrouwen onder inkoopmanagers en producenten is gedaald
  • Daarom verwachten we een langzamere groei van bedrijfsinvesteringen
  • Wel verwachten we komende kwartalen hogere groei in woninginvesteringen, door een toename in het aantal nieuwbouwwoningen en meer verkochte huizen
  • Ondanks de beperkte reële loongroei, krabbelt het consumentenvertrouwen op: consumenten zijn neutraal gestemd
  • We verwachten sterkere consumptiegroei voor de rest van 2019
Figuur 1: Lagere, maar stabiele groei verwacht
Figuur 1: Lagere, maar stabiele groei verwachtBron: CBS, RaboResearch

Ondanks de aanhoudende spanningen in het buitenland –de handelsoorlog tussen de VS en China, nieuwe verkiezingen in het VK en onrust in Brussel door het Italiaanse begrotingstekort- blijven de vooruitzichten voor de Nederlandse economie relatief stabiel. De binnenlandse vraag wordt dit jaar ondersteund door onder meer de recordlage werkloosheid en hogere overheidsuitgaven. Hoewel de exportgroei momenteel op peil blijft, kan een eventuele escalatie van internationale (handels)spanningen de Nederlandse groei schaden. En aangezien de exportgroei naar verwachting zal worden overtroffen door de toename van de invoer, zal de nettohandel negatief bijdragen aan de economische groei in 2019 (figuur 1).

Hogere investeringen in het eerste kwartaal, maar groeivertraging in zicht

Figuur 2: Producentenvertrouwen brokkelt af
Figuur 2: Producentenvertrouwen brokkelt afBron: CBS, Ifo Institut

De totale investeringen namen in het eerste kwartaal van 2019 sterker toe dan eerder ingeschat. Het CBS heeft het cijfer namelijk naar boven bijgesteld van 2,0 naar 2,7 procent. Opmerkelijk was de sterke toename van de bedrijfsinvesteringen van 4,3 procent k-o-k in het eerste kwartaal. Dit kan het gevolg zijn van de hoge industriële bezettingsgraad en de lage werkloosheid. Hierdoor hebben bedrijven mogelijk extra geïnvesteerd om meer te kunnen produceren. De bezettingsgraad bleef in april hoog en ondersteunt daarom naar verwachting verdere groei van de bedrijfsinvesteringen in het tweede kwartaal. We verwachten wel dat het tempo afneemt. De gemiddelde dagproductie van de Nederlandse industrie groeit al tijden niet meer, en daalde in april opnieuw (m-o-m). Daarnaast daalde het oordeel van inkoopmanagers in de industrie in juni tot het laagste niveau in zes jaar, en met een waarde van 50,7 wijst deze PMI nog maar net op een kleine groei. Ook is het producentenvertrouwen gedaald tot het laagste niveau sinds eind 2016, hoewel deze nog wel boven het lange-termijngemiddelde ligt (figuur 2). De daling is voornamelijk te wijten aan zorgen over de toekomstige productie, vermoedelijk als gevolg van aanhoudende handelsspanningen die leiden tot onzekerheid in de op export gerichte industrie. Bovendien ligt de Duitse Ifo-index sinds juni onder het langjarige gemiddelde. Het pessimisme onder Duitse producenten kan zorgen voor een lagere vraag naar Nederlandse diensten en (half)goederen, wat mogelijk leidt tot neerwaartse druk op de groei van Nederlandse bedrijfsinvesteringen.

Figuur 3: Huizenverkopen verrassen
Figuur 3: Huizenverkopen verrassenBron: CBS

De woninginvesteringen pakten minder gunstig uit: de groei werd door het CBS naar beneden bijgesteld van 0,9 naar -0,9 procent k-o-k. Dit sluit beter aan bij het tegenvallend aantal opgeleverde nieuwbouwwoningen in het eerste kwartaal. Voor de komende kwartalen verwachten we dat investeringen in woningen zullen aantrekken. Dit komt onder meer door een opleving in de bouw: in april en mei steeg het aantal nieuw opgeleverde huizen. En verrassend: de verkoop van bestaande huizen nam toe, in mei zelfs met 8,1 procent j-o-j (zie figuur 3). Dit kan leiden tot hogere investeringen in bijvoorbeeld keukens, uitbreidingen en renovaties.

Pessimisme onder consumenten neemt af

Figuur 4: Consumentenbestedingen krabbelen op
Figuur 4: Consumentenbestedingen krabbelen opBron: CBS

Hoewel de particuliere consumptiegroei in het eerste kwartaal relatief zwak was, gaven huishoudens in april juist 1,8 procent meer uit (j-o-j). Dit strookt met onze verwachting dat consumptie de rest van 2019 sterker toeneemt. De recordhoge arbeidsparticipatie speelt hierin een belangrijke rol, net als een verwachte bescheiden toename van de reële loonstijging. We gaan ervan uit dat dat laatste zal worden gedreven door een verlaging van de inkomstenbelasting en door incidentele loongroei. De cao-loongroei legt het nog steeds af tegen de inflatie, ook al daalde de prijsstijging van 3,0 procent in april naar 2,3 procent in mei. Ook het licht gestegen consumentenvertrouwen ondersteunt de consumptiegroei: het vertrouwen onder Nederlandse consumenten steeg in juni naar 0, na vier maanden in een negatief gebied te hebben doorgebracht. Het vertrouwen ligt nu weer boven het twintigjarig gemiddelde van -3 (figuur 4).

Tabel 1: Economische voorspellingen Nederland
Tabel 1: Economische voorspellingen NederlandBron: Rabobank
Delen:
Auteur(s)
Lisanne Spiegelaar
RaboResearch Nederland, Economie en Duurzaamheid Rabobank KEO

naar boven