RaboResearch - Economisch Onderzoek

Er is minder ruimte om lonen te verhogen dan gedacht

Column

Delen:

Deze column is eerder verschenen op RTL Z/Opinie, 31 augustus 2019

In juni riep minister-president Rutte bedrijven op om de lonen te verhogen. Dat deed hij al eerder in 2017, maar dit keer dreigde hij dat wanneer bedrijven geen gehoor hieraan geven, hij gaat nadenken of het kabinet af zou moeten zien van de geplande verlaging van de vennootschapsbelasting. Voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW, Hans de Boer, haastte zich in de discussie en stelde dat de analyse van Rutte tekort schoot door alle bedrijven over één kam te scheren. Vervolgens liet hij in het midden of bedrijven ruimte hebben om de lonen te verhogen.

Om iets te kunnen zeggen over loonruimte bij bedrijven kijken we naar de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit en de loonkosten. De loonkosten hebben betrekking op de totale kosten die die een werkgever heeft om iemand in dienst te hebben, dus zowel het bruto loon als sociale premies. Als de toegevoegde waarde per uur stijgt, is het bij gelijkblijvende afzetprijzen voor bedrijven mogelijk om lonen te verhogen zonder dat dit ten koste gaat van de winst. In Nederland was de loonruimte - het gat tussen arbeidsproductiviteit en de reële loonkosten - vlak voor de financiële crisis ruim 7 procent en in 2016 was dit bijna 4 procent (zie figuur 1).

Figuur 1: Nederlandse reële loonkosten blijven achter bij arbeidsproductiviteit
Figuur 1: Nederlandse reële loonkosten blijven achter bij arbeidsproductiviteitBron: EUKLEMS, OECD, Rabobank

Heeft Rutte dan gelijk dat de lonen omhoog kunnen? Niet per se, want Hans de Boer heeft een punt dat het ene bedrijf het andere niet is. Daar komt een extra dimensie bij, die in de hele discussie over hogere lonen nauwelijks wordt meegenomen, namelijk wat doen internationale concurrenten? Als een Nederlands bedrijf de lonen verhoogt als de productiviteit stijgt, terwijl internationale concurrenten dat bij dezelfde productiviteitsontwikkeling niet doen, kan de concurrentiepositie van dat Nederlandse bedrijf verzwakken. De buitenlandse concurrenten kunnen de loonruimte immers gebruiken om de prijzen te verlagen (en daarmee hun afzetmarkt te vergroten), of te investeren, bijvoorbeeld in onderzoek en ontwikkeling. Nederlandse bedrijven die blootstaan aan internationale concurrentie worden dus kwetsbaarder als ze eenzijdig de lonen verhogen. Daarbij is het overigens van belang om niet te ver uit de pas te lopen vergeleken met de meest productieve landen per sector, ofwel de internationale frontier. Uit onderzoek blijkt namelijk dat hoe beter de positie is ten opzichte van de frontier, des te groter de overlevingskans van een bedrijf.

In een recent artikel in economenvakblad ESB laten we zien dat het ook op bedrijfstakniveau nogal wat uitmaakt of je deze internationale dimensie meeneemt of niet. In twee derde van de vijftien onderzochte bedrijfstakken die blootstaan aan internationale concurrentie (dus niet de bouw, de zorg, horeca, etc.) is de loonruimte minder groot wanneer rekening wordt gehouden met de ontwikkelingen bij de frontier (zie figuur 2). Dit geldt in het bijzonder voor de groot- en detailhandel en rubber- en kunststofindustrie. In de machinebouw en financiële dienstverlening neemt de negatieve loonruimte zelfs sterk toe. Uitzonderingen zijn de ICT-sector, de metaalindustrie en de chemie. Nederland lijkt daar juist méér ruimte te hebben voor loonsverhoging vanwege sterke groei van de reële loonkosten van de frontier.

Figuur 2: Loonruimte bij Nederlandse bedrijfstakken ten opzichte van internationale concurrenten
Figuur 2: Loonruimte bij Nederlandse bedrijfstakken ten opzichte van internationale concurrentenBron: EUKLEMS, OECD, Rabobank.

In plaats van een generieke oproep om de lonen te verhogen is dus juist maatwerk op zijn plaats. Verder kan het kabinet zelf iets doen door bijvoorbeeld de lasten op arbeid te verlagen. Wimar Bolhuis (2019) laat zien dat in Nederland de sociale premielasten tussen 2007 en 2017 bijna twee keer zo hard stegen dan gemiddeld in de EU. Tot slot kan ingezet worden op het verhogen van de arbeidsproductiviteit via hogere investeringen in innovatie en onderwijs. Minister Wiebes heeft recent aangegeven zich weer meer te willen richten op de economische groeiagenda van Nederland. Mooie voornemens, maar ze zijn wel rijkelijk laat, dus is het zaak dat het kabinet op dit terrein ook snel productiviteitswinst weet te boeken.

Delen:
Auteur(s)
Boyd Biersteker
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
06 1113 5180
Hugo Erken
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
06 2223 1650

naar boven