RaboResearch - Economisch Onderzoek

De crux zit ‘m in sparen leuk vinden

Themabericht

Delen:
  • We vroegen bijna 12.000 Rabobank-klanten tussen de 20 en 45 jaar hoe zij tegen geldzaken aankijken
  • Bijna allemaal vinden ze spaargeld belangrijk, maar lang niet iedereen vindt sparen ook leuk, terwijl dat een grotere rol lijkt te spelen in spaargedrag
  • De kans is groter dat mensen die sparen leuk vinden meer spaargeld hebben, een spaardoel nastreven, hun financiën bijhouden in een spreadsheet en ander vermogen hebben (zoals beleggingen)
  • Ook vindt iets meer dan de helft van de respondenten het leuk om geld uit te geven
  • Zij hebben juist een kleinere kans om veel spaargeld te hebben
  • Maar het negatieve effect van geld uitgeven leuk vinden op het spaarsaldo wordt overklast door het positieve effect van sparen leuk vinden en van spaargeld belangrijk vinden

Wij vroegen 11.848 Rabobank-klanten naar hun houding over sparen en geld uitgeven. Bijna alle klanten, 94 procent, vinden het hebben van spaargeld belangrijk. Minder mensen, 68 procent, vinden sparen leuk, en 54 procent geeft aan geld uitgeven leuk te vinden. Deze attitudes blijken gerelateerd aan hun spaargedrag en de hoogte van het spaargeld.

Van de respondenten zonder spaargeld vindt namelijk 54 procent sparen leuk. Onder degenen met meer dan 10.000 euro vindt maar liefst 74 procent sparen leuk (zie figuur 1). En van de mensen die geen spaargeld hebben, vindt 59 procent geld uitgeven leuk, terwijl dat onder de mensen die meer dan 10.000 euro hebben 51 procent is (zie figuur 2). Omdat ook factoren als inkomen en leeftijd kunnen beïnvloeden hoeveel spaargeld iemand heeft, doen we een statistische analyse om de effecten van attitudes te isoleren (zie ‘Attitudes hangen samen met spaargedrag’ voor de volledige studie).

Figuur 1: Vermogenden vinden sparen leuker
Figuur 1: Vermogenden vinden sparen leukerBron: RaboResearch

We kijken niet alleen naar de hoogte van het spaargeld, maar ook naar het hebben van ander vermogen. Daarnaast gaan we na of attitudes zijn gerelateerd aan het hebben van een spaardoel en het bijhouden van de inkomsten en uitgaven. Sparen voor een doel en het hebben van een financieel overzicht kunnen namelijk helpen geld opzij te zetten.[1],[2] Verder onderzoeken we de link tussen attitudes en zelfbeheersing. De intentie om te sparen is immers niet afdoende: je moet er verleidingen voor weerstaan.[3],[4]

Wat zegt de gedragswetenschap over attitudes?

Vanuit de psychologie is bekend dat de manier waarop mensen over een onderwerp denken, en hoe ze zich daarbij voelen, invloed heeft op hun gedrag. Deze attitudes leiden, in combinatie met andere factoren, tot intenties. Die kunnen dan weer leiden tot daadwerkelijk gedrag.[5]

Er kan ook een wisselwerking zijn tussen gedrag en hoe je over dit gedrag denkt en voelt.[6] Wie het lukt om een spaardoel te halen, gaat geld opzij zetten wellicht ook leuker vinden. Ook onder meer hoe mensen in je omgeving denken over sparen, hun financiële kennis, media-informatie en sociaal-economische factoren spelen een rol.[7],[8] Zo kan een hoger inkomen het eenvoudiger maken om geld opzij te zetten, waardoor sparen misschien leuker wordt. Attitudes zijn vaak diepgeworteld, maar dus niet in steen gebeiteld.

Hoe je over sparen denkt hangt samen met spaargedrag

We zien dat de drie attitudes –geld uitgeven leuk vinden, sparen leuk vinden en het hebben van spaargeld belangrijk vinden– samenhangen met de manier waarop mensen sparen. Hieronder bespreken we de meest opvallende, statistisch significante, resultaten.

Figuur 2: Vermogenden geven minder graag uit
Figuur 2: Vermogenden geven minder graag uitBron: RaboResearch

Wie sparen leuk vindt

Sparen leuk vinden, hangt positief samen met de hoogte van het spaargeld: mensen met deze attitude hebben een grotere kans om meer geld te hebben. Sparen leuk vinden, is ook positief gerelateerd aan het hebben van ander vermogen, het nastreven van een spaardoel en het bijhouden van inkomsten en uitgaven in een spreadsheet of speciale app.

Enerzijds kun je beargumenteren dat wie sparen leuk vindt, sowieso meer geld opzij zet en met geldzaken bezig is. Daarom zal deze groep mensen vaker een spaardoel nastreven , een huishoudboekje bijhouden of op een andere manier vermogen opbouwen. Maar zoals beschreven in de literatuur kunnen ervaringen en gedrag ook weer attitudes beïnvloeden. Een spaardoel nastreven, investeren of beleggen, of je financiën bijhouden, kunnen sparen wellicht leuker maken.

Mensen die sparen leuk vinden hebben bovendien een kleinere kans om aan te geven dat ze meer zouden willen sparen, maar toch te veel geld uitgeven. Het kan dat zij gemotiveerder zijn om te sparen, waardoor ze verleidingen eenvoudiger weerstaan. Het valt ook niet uit te sluiten dat sparen pas leuk wordt zodra het lukt om de uitgaven in lijn te brengen met de spaarwensen. Maar uiteraard kan het ook simpelweg betekenen dat mensen die sparen leuk vinden, niet méér willen sparen.

Vind je geld uitgeven leuk?

Degenen die geld uitgeven leuk vinden, hebben juist een grotere kans om aan te geven dat ze meer willen sparen, maar toch te veel uitgeven. Bovendien is de kans groter dat ze minder spaargeld hebben. Mogelijk hebben zij meer moeite met zelfbeheersing.

Het effect van sparen leuk vinden, lijkt een grotere rol te spelen dan het belangrijk vinden van spaargeld. Het belangrijk vinden van spaargeld speelt wel een rol in de hoogte van het spaargeld, maar niet bij het hebben van ander vermogen of het hebben van een spaardoel. Sparen leuk vinden, is juist statistisch significant gelinkt aan alle spaargedragingen die wij hebben onderzocht.

Voor wie geld uitgeven leuk vindt, geen zorgen: het positieve effect van sparen leuk vinden en spaargeld belangrijk vinden, weegt zwaarder dan het negatieve effect van geld uitgeven leuk vinden op het spaarsaldo.

Tabel 1: Relatie tussen attitudes en spaargedrag
Tabel 1: Relatie tussen attitudes en spaargedragBron: RaboResearch

Conclusie en discussie

Uit onze studie blijkt dat de manier waarop mensen aankijken tegen geld uitgeven, sparen en het hebben van spaargeld -net als factoren als inkomen- gerelateerd zijn aan onder meer de hoogte van iemands spaargeld. Economen en psychologen wijzen er vaak op dat mensen positief staan tegenover sparen.[9],[10] In onze enquête geeft het overgrote deel van de respondenten inderdaad aan dat zij het hebben van spaargeld belangrijk vinden. Maar lang niet iedereen vindt sparen ook leuk.

Dat blijkt een relevant verschil: terwijl spaargeld belangrijk vinden gemengde resultaten laat zien, geeft het leuk vinden van sparen juist een eenduidig beeld. Hoewel Nederlandse huishoudens al veel sparen, met name in de tweede pijler van het pensioen, hebben sommige wel weinig vrij besteedbaar spaargeld. Instanties die sparen willen stimuleren zouden naast wijzen op het belang van spaargeld dus ook meer aandacht kunnen besteden aan het leuker maken van sparen.

Voetnoten

[1] Cho, S. H. (2009). Role of Saving Goals in Saving Behavior: Regulatory Focus Approach. Ohio State University, 2009, 1 – 111.

[2] Webley, P., & Nyhus, E. K. (2013). Economic socialization, saving and assets in European young adults. Economics of Education Review, 33, 19 – 30.

[3] Thaler, R. H., & Shefrin, H. M. (1981). An Economic Theory of Self-Control. Journal of Political Economy, 392-406.

[4] Ajzen, I., & Fishbein, M. (2005). The Influence of Attitudes on Behavior. In D. Albarracín, B. T. Johnson, & M. P. Zanna (Eds.), The handbook of attitudes. Mahwah, NJ, US: Lawrence Erlbaum Associates Publishers, 173 – 221.

[5] Ajzen, I. (1991). The Theory of Planned Behavior. Organizational Behaviour and Human Decision Processes, 50, 179-211.

[6] Furnham, A. (1999). The saving and spending habits of young people. Journal of Economic Psychology, 20, 677 – 697.

[7] Furnham, A. (1985). Why Do People Save? Attitudes to, and Habits of, Saving Money in Britain. Journal of Applied Social Psychology, 15, 354 – 373.

[8] Shim, S., Serido, J., & Tang, C. (2012). The ant and the grasshopper revisited: The present psychological benefits of saving and future oriented financial behaviors. Journal of Economic Psychology, 33, 155 – 165.

[9] Keynes, J.M. (1936). The General Theory of Employment Interest and Money. London: Mcmillan Press Ltd.

[10] Katona, G. (1975). Psychological Economics. New York: Elsevier.

Delen:

naar boven