RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Nederland: groei zwakt sneller af dan gedacht

Conjunctuurbeeld

Delen:
  • De economische groei zwakt naar verwachting sneller af dan gedacht: van 2,5 procent in 2018 tot 1,8 procent in 2019
  • Hoewel de werkloosheid eind 2018 het laagste niveau in meer dan vijftien jaar bereikte, stegen de cao-lonen slechts mondjesmaat
  • Het ziet er bovendien naar uit dat de export in het laatste kwartaal een knauw kreeg door een terugval in de buitenlandse vraag
Tabel 1: Economische voorspellingen Nederland
Tabel 1: Economische voorspellingen NederlandBron: RaboResearch

De Nederlandse economie groeit, maar het ziet ernaar uit dat de snelheid waarmee nu vlotter in de richting van het potentieel gaat dan eerder door ons geraamd. We verwachten dat de bbp-volumegroei in 2018 zal uitkomen op 2,5 procent, en afzwakt tot 1,8 procent in 2019. Voor 2020 ramen we een verdere vertraging van de groei tot 1,7 procent. Hoewel dit nog boven de trend is, wordt steeds duidelijker dat de economie stoom verliest. We verwachten dat consumentenbestedingen, bedrijfsinvesteringen en overheidsuitgaven de groei dit jaar blijven ondersteunen, terwijl de woninginvesteringen stagneren. Ondertussen groeit de vraag naar goederen en diensten onder Nederlanders harder dan die onder consumenten en bedrijven in het buitenland, wat voor een open land als Nederland betekent dat de netto handelsbalans de economische groei iets naar beneden trekt.

Werkloosheid kortstondig op diepterecord in meer dan vijftien jaar

Nadat de seizoensgecorrigeerde werkloosheid al enige tijd met een nieuw diepterecord aan het flirten was, zakte het cijfer in november dan eindelijk naar 3,5 procent - het laagste niveau in meer dan vijftien jaar tijd. In december kroop de werkloosheid driehonderdste omhoog en kwam daarom afgerond uit op 3,6 procent. Dat is ook het jaargemiddelde voor heel 2019 dat we verwachten.

Eerder dit jaar zagen we dat de stijgende werkgelegenheidscijfers regelmatig werden gemaskeerd door de –soms net zo hard- groeiende beroepsbevolking, maar die trend lijkt in het derde kwartaal doorbroken. De banengroei is namelijk nog altijd sterk: tussen oktober en december gingen er 41.000 extra Nederlanders aan het werk (zie figuur 1). De groei van de beroepsbevolking lijkt daarentegen wat af te zwakken, wat kan betekenen dat de instroom van onbenut arbeidspotentieel op zijn achterste benen loopt. Is dat inderdaad het geval, dan zal het voor werkgevers –waarvan 26 procent reeds klaagt dat een tekort aan mensen de boel ophoudt- vermoedelijk nog lastiger worden om mensen te vinden.

Figuur 1: Steeds krapper
Figuur 1: Steeds krapperBron: CBS
Figuur 2: Iets meer dan inflatie
Figuur 2: Iets meer dan inflatieBron: CBS

Consumenten opnieuw minder positief

Ondanks die druk op de arbeidsmarkt gingen de cao-lonen nog maar moeizaam omhoog: in 2018 konden werknemers rekenen op gemiddeld 2,1 procent meer loon. De inflatie zat daar met 1,6 procent j-o-j-stijging niet heel ver onder (zie figuur 2). De reële loongroei van 0,5 procent is dan ook een flink stuk lager dan in 2008 en 2009, terwijl de werkloosheidscijfers toen en nu niet gek veel van elkaar verschillen. De relatief magere loongroei van het afgelopen jaar is wellicht een van de redenen waarom consumenten iets van hun optimisme hebben verloren in de voorbije maanden. Vooruit, hun vertrouwen in onder meer de economie is nog altijd hoger dan gemiddeld (zie figuur 3), maar de snelheid waarmee deze naar beneden koerst, maakt ons iets minder positief voor de consumentenuitgaven in het eerste kwartaal van 2019. Naar verwachting stijgen de reële lonen dit jaar iets harder –ondanks de btw-verhoging dit jaar- wat er samen met een verlaging van de inkomstenbelasting nog wel voor zal zorgen dat de bestedingen van huishoudens een belangrijke pijler blijven onder de economische groei. We gaan uit van een stijging van de consumentenbestedingen van 1,6 procent in 2019.

Terugval buitenlandse vraag domper voor export

Terwijl de glans van het consumentenvertrouwen af lijkt, hebben producenten zich juist herpakt: tussen juni en september dook het optimisme onder industriële bedrijven omlaag, maar ondanks magere cijfers uit het buitenland en de voortdurende politieke spanningen zijn bedrijven sinds oktober weer steeds optimistischer. Wel zakte de gemiddelde inkoopmanagersindex (PMI) van IHS Markit van de maakindustrie van 59 in het derde kwartaal tot 57 in het vierde. Hoewel dat nog steeds hoog is, impliceert dit dat de industriële output toch iets is afgezwakt. De industriële productie daalde dan ook van 3,5 procent jaar-op-jaar tot 2,1 procent in november (zie figuur 4). Economische afzwakking in Europa heeft vermoedelijk dan ook een dempend effect gehad op de productie en export van Nederlandse bedrijven. Daarom hebben we onze bbp-volumevoorspelling voor het laatste kwartaal van 2018 met een tiende van een procentpunt naar beneden bijgesteld. Voor heel 2018 komen we daarom naar verwachting uit op een economische groei van 2,5 procent – iets lager dan de 2,6 procent waar we eerder van uitgingen.

Figuur 3: Hard omlaag
Figuur 3: Hard omlaagBron: CBS, bewerking RaboResearch
Figuur 4: Groei industrie zwakt af
Figuur 4: Groei industrie zwakt afBron: CBS

 

Delen:

naar boven