RaboResearch - Economisch Onderzoek

Ook u creëert en vernietigt geld

Column

Delen:

Verschenen in het Nederlands Dagblad, 7 februari 2019

Veel mensen denken dat de overheid of de centrale bank het geld in omloop brengt. Voor het contante geld is dat waar. De centrale bank geeft bankbiljetten uit, terwijl het muntgeld wordt geslagen door Nationale munt. Dit is wettig betaalmiddel en het wordt inderdaad door overheidsinstellingen gecreëerd. Maar in ons land wordt contant geld steeds minder gebruikt. Het is in de meeste gevallen sneller, eenvoudiger, veiliger en goedkoper om uw bankrekening te gebruiken. Het saldo daarop is het girale geld. En dat wordt niet door de overheid, maar via commerciële banken in omloop gebracht. Waarbij u zelf overigens een belangrijke rol speelt.

Een voorbeeld kan dit illustreren. Stel, u wilt een huis kopen, maar u beschikt nog niet over voldoende geld. Maar u heeft wel een baan, met goede perspectieven en een voldoende hoog inkomen. Dan kunt u bij de bank het geld lenen om uw huis te kopen. Uw toekomstige inkomen is de garantie dat u de schuld aan de bank zult terugbetalen, al neemt de bank voor alle zekerheid wel uw huis als onderpand voor het geval u dat niet doet. De kern van de transactie is dat u de aankoop van uw huis naar voren haalt in de tijd. Het alternatief is dat u jarenlang spaart om uiteindelijk zonder lening een huis te kopen. Maar dan woont u jarenlang niet in uw gewenste koophuis en ondertussen betaalt u wel huur. Want u moet natuurlijk wel wonen.

Dit proces, dat door economen wordt aangeduid als wederzijdse schuldaanvaarding, leidt tot een toename van de girale geldhoeveelheid. De rol van de bank in deze transactie is dat zij toekomstig inkomen omzet in een huidig liquide bezit, te weten geld. In de administratie van de bank boekt deze bij haar bezittingen een lening. Maar tegelijkertijd boekt zij bij haar verplichtingen een schuld aan u, te weten het geld dat op uw betaalrekening wordt gestort om dat huis te kopen. Want het geld op een betaalrekening is niet van de bank, maar van de rekeninghouder. U kunt het geld op uw bankrekening namelijk altijd omzetten in contant geld, of het overboeken naar een andere rekening.

Als mensen zeggen dat ‘banken uit het niets onbeperkt geld kunnen creëren’, wordt meestal gedoeld op dit proces van kredietverlening. Uit het voorbeeld blijkt hopelijk dat het genuanceerder ligt. Zonder mensen die geld willen lenen kan een bank geen geld creëren. Wel proberen banken u te verleiden met reclames en aantrekkelijke rentetarieven. Maar banken kunnen gelukkig niet onbeperkt geld scheppen. Daar zorgt onder meer het toezicht wel voor.

Vrijwel iedere transactie tussen een bank en haar klanten beïnvloedt de geldhoeveelheid. Als u geld opneemt bij een geldautomaat vergroot u de hoeveelheid contant geld in omloop, maar verkleint u de hoeveelheid giraal geld. Een marktkoopman die zijn contante dagopbrengst afstort bij zijn bank doet het omgekeerde. Als u uw schuld bij de bank aflost, vernietigt u geld. Dat is het spiegelbeeld van de transactie in het eerdere voorbeeld.

Dit proces is niet nieuw. Banken creëren al eeuwenlang geld. Voor de banken zelf is het overigens een bijzaak. Zij verdienen aan de rente op het verstrekte krediet, maar niet op de geldcreatie die er uit voortvloeit. Voor de economie is het belangrijk, want het geld verschijnt daar waar mensen of bedrijven het nodig hebben en het verdwijnt daar waar dat niet meer het geval is.

Wat wel nieuw is, is dat het girale geld in sommige landen, waaronder Nederland, het contante geld volledig overvleugelt. Dan rijst de op zichzelf terechte vraag hoe wenselijk deze ontwikkeling is en of de overheid hier niet een grotere rol zou moeten spelen. Want inmiddels creëert de centrale bank nog maar een piepklein deel van het geld dat in ons land in omloop is. Sommige mensen vinden principieel dat dit een overheidstaak zou moeten zijn.

Deze discussie, die uiteindelijk via het Burgerinitiatief Ons Geld is uitgemond in Kamervragen, vormt de achtergrond van het WRR-rapport dat onlangs het licht zag. Daarin concludeert de WRR dat het geen goed idee is om het huidige geldstelsel radicaal om te gooien en te vervangen door wat zij aanduidt als een publiek geldsysteem. Zo’n ingreep zou betekenen dat het huidige, op de markt gebaseerde geldstelsel, dat het grootste deel van de tijd goed functioneert, wordt vervangen door een publiek geldstelsel dat tot dusver alleen op papier bestaat. Dit vindt de WRR niet verantwoord en daarin heeft zij groot gelijk. Kan een centraal overheidsorgaan beter bepalen waar liquiditeit in de samenleving nodig is dan de markt? Ik denk van niet. Verder leert de geschiedenis, dat het gevaarlijk kan zijn om de overheid ongebreideld toegang tot de geldpers te verlenen. Dan is het huidige, marktgebaseerde geldstelsel, uiteraard gecontroleerd door een strenge, onafhankelijk van de politiek opererende centrale bank, toch een betere optie.

Delen:
Auteur(s)
Wim Boonstra
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
030 21 62666

naar boven