RaboResearch - Economisch Onderzoek

Nederlandse economie groeit harder dan de rest van de eurozone

Economisch commentaar

Delen:
  • In 2018 groeide de Nederlandse economie met 2,5 procent
  • Nederland scoort daarmee hoog in de eurozone
  • De woninginvesteringen namen toe en consumenten lieten het geld rollen
  • Komende jaren ziet het beeld er minder florissant uit: groei, maar minder 
Figuur 1: Nederland versus de rest
Figuur 1: Nederland versus de restBron: CBS, Eurostat, Macrobond

Minder dan in 2017, maar bepaald niet onaardig: de Nederlandse economie groeide in 2018 volgens het CBS met 2,5 procent, tegenover 2,9 procent een jaar eerder. In het vierde kwartaal van het afgelopen jaar groeide het Nederlandse bbp namelijk met 0,5 procent ten opzichte van het kwartaal ervoor. Vooral de consumptie van huishoudens en die van de overheid trokken in de laatste maanden van het jaar verder aan, net als de investeringen. Daarentegen viel de groei van zowel de export als de import terug en dook deze vergeleken met een kwartaal eerder zelfs in de min. Buiten de landsgrenzen gaat het wat minder, en met 2,5 procent groei in 2018 eindigt Nederland dan samen met Spanje bovenaan de lijst van grote economieën binnen de eurozone. Steeds meer factoren wijzen er wel op dat de groei komende jaren vertraagt. Denk aan de krappe arbeidsmarkt, lagere groei in Europa en de Verenigde Staten, en een dalend vertrouwen onder consumenten en producenten.

Meer investeringen in huizen

Opvallend is de groei van de woninginvesteringen in het laatste kwartaal van het afgelopen jaar: de kwartaal-op-kwartaal-groei kwam uit op 2,7 procent. In totaal stegen de woninginvesteringen daarmee met 6,9 procent ten opzichte van 2017, waar wij aanvankelijk 6,0 procent hadden verwacht. Dat lijkt onder meer te komen doordat er afgelopen jaar meer huizen zijn gebouwd: 66.000, vergeleken met 63.000 een jaar eerder. Wel is duidelijk te merken dat de investeringsgroei afzwakt: in 2017 was die nog 12,0 procent j-o-j. Voor komende jaren verwachten we dat de groei van de investeringen in huizen nog verder afneemt: bijna een derde van de bouwbedrijven geeft aan qua personeel omhoog te zitten en het aantal verstrekte nieuwbouwvergunningen stagneert. Daarnaast daalt de verkoop van bestaande huizen, waardoor woningeigenaren naar verwachting ook minder uitgeven aan bijvoorbeeld een nieuwe keuken, badkamer of dakkapel.

Mensen raken op

Ook gaat 2018 de boeken in als het jaar waarin de werkloosheid (even) tot onder het laagste niveau in meer dan vijftien jaar tijd dook: in november was slechts 3,5 procent van de Nederlandse beroepsbevolking werkloos. In totaal kwam de werkloosheid daarmee vorig jaar uit op 3,8 procent. In 2017 was dat nog 4,9 procent. Het aantal vacatures schoot intussen omhoog van 235.000 in het eerste kwartaal naar 264.000 in de laatste drie maanden van het jaar. Voor werkgevers is het dus opnieuw lastiger geworden om mensen te vinden. Bovendien is niet enkel de reguliere werkloosheid laag, ook de groep mensen die op de reservebank van de arbeidsmarkt zit is geslonken. Denk bijvoorbeeld aan de ontmoedigden -mensen die kunnen werken maar geen sollicitatiebrieven meer sturen- of Nederlanders die juist wél zoeken naar een baan maar niet direct beschikbaar zijn. In totaal is hun aantal eind 2018 weer net zo klein als vóór de crisis (zie figuur 2). Het geringe aanbod van arbeid kan betekenen dat de werkgelegenheid in 2019 niet meer zo hard zal groeien als in de voorbije jaren, en dat het voor bedrijven lastiger wordt om uit te breiden.

Figuur 2: Terug op pre-crisisniveau
Figuur 2: Terug op pre-crisisniveauBron: CBS, bewerking RaboResearch
Noot: het betreft hier de werkloosheid ten opzichte van de beroepsbevolking vermeerderd met het onbenut arbeidspotentieel
Figuur 3: Daling vaste contracten lijkt gestuit
Figuur 3: Daling vaste contracten lijkt gestuitBron: CBS, bewerking RaboResearch

Consumptie neemt vlucht

De krapte op de arbeidsmarkt draagt er vermoedelijk wel aan bij dat het aandeel Nederlanders dat in vaste dienst werkt in 2018 niet verder is gedaald (zie figuur 3). Daarnaast lijkt de lage werkloosheid de nominale loongroei op te stuwen: gemiddeld stegen de cao-lonen in 2018 met 2,0 procent. In reële termen bleef daar zo’n 0,4 procent van over, want de inflatie is ook gestegen en kwam in 2018 uit op 1,6 procent. Nederlanders hielden afgelopen jaar dan ook bepaald niet hun hand op de knip: de particuliere consumptie steeg afgelopen jaar met 2,5 procent. Dat is de sterkste groei van de consumptie sinds de eeuwwisseling. Voor 2019 verwachten we een verdere groei van de particuliere consumptie van 1,6 procent. Dat is weliswaar nog steeds groei, maar minder dan het afgelopen jaar. Een grote bijdrage uit de werkgelegenheidsgroei zit er immers niet meer in, en de loongroei die we verwachten wordt gedeeltelijk tenietgedaan doordat vermoedelijk ook de inflatie hoger zal uitkomen. Dat komt onder meer door een verhoging van accijnzen, energiebelastingen, het lage btw-tarief en doordat de kosten van arbeid voor werkgevers oplopen.

Delen:

naar boven