RaboResearch - Economisch Onderzoek

Duitsland sleept de Nederlandse auto-industrie mee omlaag

Economisch commentaar

Delen:
  • De Duitse auto-industrie verkeert momenteel in zwaar weer
  • De toegevoegde waarde van de Nederlandse auto-industrie is voor de helft afhankelijk van vraag uit Duitsland
  • Daarom heeft de auto-industrie in Nederland het ook zwaar
  • Dit is zichtbaar in de productie en de sentimentsindicatoren

Conclusie

Uit de data is gebleken dat de Nederlandse auto-industrie sterk afhankelijk is van de Duitse vraag naar auto-onderdelen. Het is dan ook niet verrassend dat de Nederlandse auto-industrie last heeft van de huidige malaise in de Duitse auto-industrie. Het belang van de Nederlandse auto-industrie is echter een stuk kleiner dan in Duitsland, waardoor de negatieve impact op de totale economie beperkt is.

Duitse autobouwers hebben een erg slecht jaar

Figuur 1: J-o-j productie in de auto-industrie loopt terug
Figuur 1: J-o-j productie in de auto-industrie loopt terugBron: Eurostat

De Duitse auto-industrie verkeert momenteel in zwaar weer. Sinds het begin van de handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China in 2018 is de productie van auto’s flink teruggelopen (figuur 1). De problemen zijn zo groot dat 2019 voor de sector een slechter jaar dreigt te worden dan de jaren tijdens de mondiale financiële crisis. Ook Nederland levert halffabricaten aan Duitse autobouwers, dus de vraag is hoe sterk de malaise in de Duitse auto-industrie de Nederlandse auto-industrie beïnvloedt. In figuur 1 zien we dat ook de productie in de Nederlandse auto-industrie sinds mei dit jaar terugloopt.

Het belang van de auto-industrie in Nederland en Duitsland

In 2018 groeide de toegevoegde waarde[1] van de Nederlandse auto-industrie[2] nog met circa 13 procent. Veel van de producten die de Nederlandse auto-industrie fabriceert, zijn halffabricaten die naar Duitsland gaan, waar ze vervolgens tot daadwerkelijke auto’s worden vervaardigd. Maar ook op Nederlandse bodem rollen er nog eindproducten van de band. Grote spelers die eindproducten leveren binnen Nederland zijn onder andere DAF, VDL Nedcar en Scania, waar respectievelijk circa 10.500, 6.000 en 3.500 mensen werken. DAF en Scania produceren voornamelijk trucks en geen personenauto’s. Met de omvang van een half procent van de totale economie maakt de auto-industrie echter geen groot deel uit van de Nederlandse economie.

Bij onze Oosterburen is dat wel het geval: de auto-industrie vertegenwoordigt er maar liefst 5 procent van de economie en zorgt voor meer dan één miljoen banen. Bovendien zorgt de Duitse auto-industrie voor werkgelegenheid in aanverwante sectoren, zoals de zakelijke dienstverlening.

Nederlandse auto-industrie sterk verbonden met Duitsland

De Nederlandse auto-industrie is voor bijna de helft van de jaarlijkse toegevoegde waarde (3,2 miljard euro) afhankelijk van vraag uit Duitsland (1,4 miljard euro). Een deel van de producten die de Nederlandse auto-industrie maakt gaan rechtstreeks naar Duitsland, dit is circa 17 procent (in 2017). Veel van de halffabricaten komen in andere landen binnen Europa terecht, waar ze verder worden bewerkt alvorens ze weer in Duitsland belanden voor productie tot finale auto’s.

Een groot gedeelte van de autoproductie in Duitsland is bestemd voor de export. Passagiersauto’s beslaan het grootste gedeelte van deze exporten (figuur 2). Grote handelspartners op dit gebied zijn China en de VS, die samen goed zijn voor 11 procent van de totale Duitse auto-exporten.

Figuur 2: Exporten van de Duitse auto-industrie
Figuur 2: Exporten van de Duitse auto-industrieBron: Trademap

Aangezien een groot gedeelte van de Duitse autoproductie voor de export is bedoeld, is het ook niet verrassend dat Duitsland 75 procent van de Nederlandse auto-export uiteindelijk weer exporteert. Op deze manier is Nederland dus indirect afhankelijk van consumenten die uiteindelijk de auto’s kopen in bijvoorbeeld China of in de Verenigde Staten.

Het grootste deel van de Nederlandse auto-onderdelen verlaat Europa echter niet: 65 procent komt uiteindelijk terecht in een auto voor de Europese consument. Een klein gedeelte komt uiteindelijk in de VS (6 procent) of in China (2 procent) terecht.

Nederlandse leveranciers zijn gevoelig voor de Duitse vraaguitval

Duitse producenten van auto-onderdelen voelen al geruime tijd dat de vraag is ingezakt. Terwijl de productie van motorvoertuigen afneemt, verwachten producenten een grotere voorraad. Ze kunnen de producten dus simpelweg niet meer kwijt (figuur 3). Het zou dan ook raar zijn als Nederlandse leveranciers aan de Duitse auto-industrie dit niet zouden voelen. We zien dit effect ook terug als we kijken naar het vertrouwen van producenten in de Nederlandse auto-industrie. Dat is namelijk aanzienlijk lager dan het gemiddelde voor de totale industrie (figuur 4).

Figuur 3: Voorraad auto-onderdelen stapelt zich op
Figuur 3: Voorraad auto-onderdelen stapelt zich opBron: Destatis, Ifo
Figuur 4: Vertrouwen in de Nederlandse auto-industrie lager dan gemiddeld
Figuur 4: Vertrouwen in de Nederlandse auto-industrie lager dan gemiddeldNoot: De balans geeft het verschil weer tussen het percentage positieve en negatieve antwoorden.
Bron: CBS

Voetnoten

[1] De toegevoegde waarde is gedefinieerd als de omzet minus de waarde van alle halffabricaten en diensten die bij de productie zijn verwerkt.

[2] Waarde prijsniveau 2015.

Delen:
Auteur(s)

naar boven