RaboResearch - Economisch Onderzoek

Brede welvaart in regio Zwolle

Special

Delen:

Tevens verschenen in de Regio Zwolle Monitor, 12 december 2019

  • De brede welvaart in Nederland is vorig jaar gestegen en voor het eerst boven het niveau van 2008
  • Tegen de landelijke trend in daalde de brede welvaart vorig jaar in Regio Zwolle, vooral door de sterk gedaalde woontevredenheid
  • Desondanks is de brede welvaart hoger dan gemiddeld in Nederland, al zien we wel grote verschillen binnen het gebied
  • Vooral de stad Zwolle heeft een aantal uitdagingen

Wat is welvaart?

Hoe welvarend zijn we in Nederland? Hoe steekt de welvaart in de regio Zwolle af bij de rest van Nederland? En waar moeten we op inzetten om de welvaart in de regio Zwolle te vergroten? Eén manier om na te gaan hoe onze welvaart zich ontwikkelt, is door economische groei te meten aan de hand van het bruto binnenlands product (bbp). Economische groei is echter niet het enige wat de welvaart van Nederlanders bepaalt. Ook aspecten als gezondheid, inkomen, onderwijs, veiligheid, milieu en geluk zijn hiervoor van belang. Deze onderwerpen komen echter onvoldoende aan bod binnen het bbp. Bovendien kan het goed zijn dat economische productie in de ene regio plaatsvindt, terwijl het goede leven toch echt in een andere is te vinden. Het bbp vormt daarom een zeer beperkt kompas om op te koersen voor het vergroten van onze regionale welvaart.

De Brede Welvaartsindicator (BWI) houdt wel rekening met de verschillende kanten die samen onze welvaart vormen. De BWI is een integrale welvaartsmaatstaf waarin elf belangrijke welvaartsdimensies worden samengebracht. Deze dimensies zijn: gezondheid, milieu, onderwijs, (subjectief) welzijn, inkomen, woontevredenheid, de balans tussen werk en privé, veiligheid, werk, sociale contacten en maatschappelijke betrokkenheid. Voor het vergroten van onze welvaart is het van belang niet eenzijdig naar een van deze dimensies te kijken, maar deze integraal te benaderen. Dit betekent dat bij het zoeken naar manieren om de welvaart te vergroten, moet worden geprobeerd om verbeteringen in één welvaartsdimensie niet ten koste te laten gaan van andere welvaartsdimensies.

De BWI gaat verder dan een landelijk gemiddelde en meet brede welvaart op regionaal of zelfs lokaal niveau. De welvaart van mensen wordt immers doorgaans bepaald door de omstandigheden in hun directe leefomgeving. Of mensen een baan kunnen vinden, in veiligheid leven of bevredigende sociale relaties met anderen weten te onderhouden, wordt voor een belangrijk deel bepaald door waar ze wonen, werken en leven. Iemand die in Ommen woont, zal bijvoorbeeld weinig welvaartsdaling ervaren als de natuurgebieden in de Randstad kleiner worden. Om scherp te krijgen waar beleid zich op moet richten, is het daarom van belang dat duidelijk is welke kansen en uitdagingen een regio precies heeft. De BWI biedt beleidsmakers en andere belanghebbenden hierbij een startpunt voor het ontwikkelen van lokale en regionale welvaartsinitiatieven.

Brede welvaart terug op pre-crisisniveau

De Brede Welvaartsindicator en het bbp per hoofd van de bevolking hebben in Nederland duidelijk een ander verloop (figuur 1). Tot 2009 vertoont zowel het bbp als de BWI een opwaartse ontwikkeling. In 2009 daalde het bbp echter sterk, terwijl de brede welvaart nagenoeg gelijk bleef. In die periode hielden veel bedrijven nog vast aan hun werknemers en bleven de lonen stijgen. Vanaf 2010 begint de brede welvaart te dalen, om in 2013 het dieptepunt te bereiken. Toen was de werkloosheid sterk toegenomen en daalde het subjectieve welzijn (geluk en tevredenheid) van mensen. Terwijl de economische groei na 2013 flink aantrok, nam de brede welvaart sindsdien mondjesmaat toe. Pas vanaf 2015 werd onze brede welvaart snel groter, om pas afgelopen jaar terug te komen op het niveau van voor de crisis (figuur 1).

De groei van de brede welvaart in 2018 kan worden toegeschreven aan de arbeidsmarkt. De werkloosheid daalde van 4,9 procent in 2017 naar 3,8 procent in 2018. Daardoor steeg het gemiddelde besteedbaar inkomen, dat samen met de lagere werkloosheid de voornaamste oorzaak was van de groei van de brede welvaart (figuur 2). Mogelijk zorgt de lagere werkloosheid ervoor dat mensen hun familie en vrienden gemiddeld iets minder vaak zien en is zij ook de oorzaak van de iets slechtere balans tussen werk en privé. Nederlanders maken gemiddeld meer uren. Hoewel de Brede Welvaartsindicator dus verder kijkt dan materiële welvaart, is de groei in 2018 wel grotendeels materieel van aard. De enige noemenswaardige daling zien we in de woontevredenheid. Minder Nederlanders zijn tevreden met hun huidige woning, wat zeer waarschijnlijk te maken heeft met de beperkte mogelijkheden van vooral starters. Zij kunnen door de gestegen prijzen en aangescherpte leennormen moeilijker een eerste huis kopen. Tot slot zien we dat met de toegenomen materiële welvaart ook de belasting van het milieu is gestegen: voor het eerst in jaren is de concentratie van fijnstof in de lucht weer toegenomen. Blijkbaar zijn we in Nederland niet in staat geweest de toegenomen welvaart gepaard te laten gaan met minder nadelige milieueffecten.

Figuur 1: De BWI en het bbp per inwoner hebben duidelijk een ander verloop
Figuur 1: De BWI en het bbp per inwoner hebben duidelijk een ander verloopBron: Rabobank, Universiteit Utrecht
Figuur 2: Brede welvaart stijgt vooral door de lagere werkloosheid en het hogere besteedbaar inkomen
Figuur 2: Brede welvaart stijgt vooral door de lagere werkloosheid en het hogere besteedbaar inkomenBron: Rabobank, Universiteit Utrecht

Grote regionale verschillen

De regionale verschillen in brede welvaart zijn tamelijk groot (figuur 3). De inwoners van Het Gooi en Vechtstreek, Zuidwest-Drenthe en Alkmaar en omgeving genieten de hoogste brede welvaart. Hier zijn de mensen over het algemeen gezond, hoog opgeleid, gelukkig en tevreden met hun huis. Daarnaast is de veiligheid hoog en de werkloosheid laag in deze gebieden. Tot slot hebben de inwoners van Het Gooi en Vechtstreek een bijzonder hoog inkomen.

De brede welvaart is beduidend lager in de stedelijke regio’s Agglomeratie ’s‐Gravenhage, Groot‐Amsterdam, Zaanstreek en in mindere mate Groot‐Rijnmond. Dat de stedelijke regio’s laag scoren, komt vooral door negatieve effecten van verstedelijking. Die regio’s zijn gemiddeld genomen minder veilig en ze scoren slechter op milieu. Ook werk en privé zijn er minder goed in balans, wat past bij de drukte van de stad. Ze vallen echter het meeste op door de bijzonder lage woontevredenheid van hun inwoners. De verklaring hiervoor ligt grotendeels in de gestegen prijzen van huur‐ en koopwoningen. Vooral veel starters kunnen daardoor niet de keuze maken die zij willen.

Stedelijkheid is echter niet de enige factor achter een lage brede welvaart. Ook in een aantal regio’s aan de randen van het land, vooral Delfzijl en omgeving en Zuid‐Limburg, is de brede welvaart lager dan gemiddeld. In die regio’s is de woontevredenheid laag, al dan niet verklaard door schade als gevolg van aardbevingen en overstromingen, maar criminaliteit en milieu zijn daar een relatief klein probleem. De knelpunten zijn daar ook gerelateerd aan de arbeidsmarkt. Het opleidingsniveau ligt gemiddeld lager, de werkloosheid is hoger en er zijn meer flexibele arbeidscontracten. Met als resultaat een lager gemiddeld inkomen.

Figuur 3: Grote regionale verschillen in brede welvaart
Figuur 3: Grote regionale verschillen in brede welvaart
Bron: Rabobank, Universiteit Utrecht

Hoge brede welvaart in regio Zwolle

De brede welvaart in regio Zwolle[1] is hoger dan gemiddeld in Nederland. Als we de regio vergelijken met de twaalf provincies, blijkt zelfs dat de inwoners van regio Zwolle na Utrecht de hoogste brede welvaart genieten (figuur 4). Ook als we kijken naar de elf onderliggende dimensies, doet regio Zwolle het goed. De inkomens en het onderwijsniveau liggen iets lager, maar op woontevredenheid, welzijn, sociale contacten, werk-privébalans en vooral veiligheid staat de regio er veel beter voor (figuur 5).

Figuur 4: Regio Zwolle heeft na provincie Utrecht de hoogste brede welvaart
Figuur 4: Regio Zwolle heeft na provincie Utrecht de hoogste brede welvaartBron: Rabobank, Universiteit Utrecht
Figuur 5: Regio Zwolle scoort op de meeste dimensies beter dan Nederland
Figuur 5: Regio Zwolle scoort op de meeste dimensies beter dan NederlandBron: Rabobank, Universiteit Utrecht 

De ruim bovengemiddelde positie lijkt bovendien structureel. Sinds 2013, het eerste meetmoment van de brede welvaart in de regio, is het verschil met Nederland niet veel veranderd (figuur 6). Wel valt op dat de regio en het land zich niet altijd in dezelfde richting ontwikkelen. Zo begon het landelijke herstel van de brede welvaart in 2014, terwijl dat herstel in deze regio tot 2016 op zich liet wachten. Regio Zwolle maakte in de twee jaren daarna wel een forse inhaalslag. Maar het opvallendst is de daling van de brede welvaart in 2018, terwijl die in Nederland gestaag doorgroeide[2].

De verklaring voor de ontwikkeling van de brede welvaart ligt uiteraard in die van de onderliggende dimensies. In figuur 7 is de groei van elke dimensie per jaar en voor de hele periode 2013-2018 weergegeven. Daaruit blijkt dat inkomen en werk in die tijd veel bijdroegen aan de brede welvaartsgroei. Hoewel brede welvaart verder kijkt dan economische groei, is de groei van de brede welvaartsindicator in de afgelopen jaren dus vooral materieel van aard. In inkomen loopt de regio achter op Nederland als geheel, maar de positieve ontwikkeling daarin is vergelijkbaar met Nederland. En hoewel regio Zwolle nog iets achterloopt op onderwijs, is die achterstand in de afgelopen jaren nagenoeg goedgemaakt.

De groei van de werkgelegenheid en de inkomens lijkt, de hele periode bekeken, niet ten koste te gaan van het milieu, maar we zien hier in 2018 wel de eerste haarscheurtjes ontstaan. Deze afruil zien we landelijk ook. De groeiende economie, met onder andere als gevolg meer verkeer op de weg, raakt het milieu. Ook de minder goede balans tussen werk en privé is te koppelen aan het feit dat meer mensen een baan hebben en/of meer werken. Gegeven de doelstelling om onderdelen van brede welvaart te versterken zonder afbreuk te doen aan andere dimensies, zijn dit ontwikkelingen waar men voor zou moeten waken. Opvallend is overigens wel dat de inwoners van de regio tegelijkertijd meer sociale contacten hebben.

De meest opvallende ontwikkeling sinds 2013 is de fors gedaalde woontevredenheid. Hierin is de regio beslist niet uniek, maar de daling is wel sterker dan landelijk. Vooral het laatste jaar valt op. Ook dit is mogelijk toe te schrijven aan de groeiende economie. De afgelopen jaren zien we de huizenprijzen sterk stijgen en vissen vooral starters vaak achter het net. Dit zien we terug in de gedaalde woontevredenheid.

Figuur 6: Ondanks een lichte daling in 2018 ligt de brede welvaart hier ruim boven het landelijke niveau
Figuur 6: Ondanks een lichte daling in 2018 ligt de brede welvaart hier ruim boven het landelijke niveauBron: Rabobank, Universiteit Utrecht
Figuur 7: De dalende woontevredenheid is de voornaamste oorzaak van de lagere brede welvaart
Figuur 7: De dalende woontevredenheid is de voornaamste oorzaak van de lagere brede welvaartBron: Rabobank, Universiteit Utrecht

Niet één pot nat

Met zo’n 750.000 inwoners is regio Zwolle groter dan de vijf kleinste provincies. Binnen het gebied zien we dan ook grote verschillen. De brede welvaart is het hoogst in Zuidwest-Drenthe en het laagst in de stad Zwolle. Noord-Flevoland & -Gelderland en Overijssel overig zitten daartussenin en hebben een brede welvaart die gelijk is aan de regio als geheel (figuur 8)[3]. Onderliggend zijn de verschillen groter, waarbij we vooral een verschil zien tussen de stad Zwolle en de rest van de regio. De stad wordt gekenmerkt door een lagere veiligheid, een hogere werkloosheid, meer flexibele arbeidscontracten, een minder goede werk-privébalans, minder sociale contacten, een hoger opleidingsniveau, maar bovenal een veel lagere woontevredenheid (figuur 9). Deze uitkomsten zijn niet vreemd voor een stad en zien we in een nog sterkere mate in de grotere steden in de Randstad.

De verschillen tussen de deelgebieden maken wel duidelijk dat regio Zwolle niet als één gebied moet worden beschouwd. Elk deelgebied, en daarbinnen elke gemeente en op sommige terreinen zelfs elke wijk en buurt, heeft haar eigen sterke eigenschappen en uitdagingen. Die verschillen worden idealiter weerspiegeld in het beleid ter verhoging van de brede welvaart in de regio.

Figuur 8: Hoogste brede welvaart in Zuidwest-Drenthe, Zwolle scoort minder goed
Figuur 8: Hoogste brede welvaart in Zuidwest-Drenthe, Zwolle scoort minder goedBron: Rabobank, Universiteit Utrecht
Figuur 9: In Zuidwest-Drenthe is het welzijn en in Zwolle de woontevredenheid het meest bepalend
Figuur 9: In Zuidwest-Drenthe is het welzijn en in Zwolle de woontevredenheid het meest bepalendBron: Rabobank, Universiteit Utrecht

Van brede welvaartsmeting naar gebiedsgerichte brede welvaartsinitiatieven

De BWI brengt voor de regio Zwolle duidelijk een aantal kansen en uitdagingen in kaart. Allereerst zien we dat de algehele brede welvaart in de regio dalende is. De brede welvaart is hoger dan in Nederland als geheel, maar neemt in de regio Zwolle wel af, tegen de landelijke trend in. De algehele opgave voor Zwolle is dus om deze trend om te draaien en de weg naar boven weer te vinden.

Daarbij is het van belang de toenemende materiele welvaart niet ten kosten te laten gaan van andere welvaartsdimensies. De groei in inkomen en werk lijkt gepaard te gaan met een afname in woontevredenheid en, vooral het afgelopen jaar, een toenemende druk op het milieu. Bij het formuleren en implementeren van nieuwe welvaartsinitiatieven is het daarom van belang rekening te houden met mogelijke afruilen tussen de verschillende welvaartsdimensies.

De accenten die daarbij worden aangebracht, kunnen per gebied binnen de regio Zwolle anders komen te liggen. Zo staat onderwijs er gemiddeld genomen binnen de regio goed voor, maar zien we duidelijk verschillen tussen de stad Zwolle en het ommeland. De woontevredenheid is in de hele regio Zwolle gedaald. En hiervoor geldt dat het percentage van de bevolking dat tevreden is met de eigen woning duidelijk het laagst is in de stad Zwolle. Kortom, ook binnen deze regio kan er per gebied worden gedifferentieerd in initiatieven die nodig zijn om de algehele brede welvaart te verhogen.

De Brede Welvaartsindicator geeft een eerste indicatie van de kansen en uitdagingen waar de regio Zwolle voor staat. Om tot gebiedsgerichte welvaartsinitiatieven te komen, is het van belang om gezamenlijk met alle relevante stakeholders concreet invulling te geven aan deze kansen en uitdagingen. De Brede Welvaartsindicator biedt daarbij een startpunt.

Voetnoten

[1] Regio Zwolle bestaat uit de gemeenten Dalfsen, De Wolden, Dronten. Elburg, Hardenberg, Hattem, Heerde, Hoogeveen, Kampen, Meppel, Noordoostpolder, Oldebroek, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Urk, Westerveld, Zwartewaterland en Zwolle.

[2] De cijfers tot en met 2017 hebben betrekking op de twintig oorspronkelijke gemeenten van regio Zwolle. Aangezien Hoogeveen sinds 2018 ook onderdeel is van de regio, is Hoogeveen in dat jaar meegenomen in de cijfers. De invloed daarvan op de uitkomsten is echter minimaal en verandert de algemene conclusies over brede welvaart in de regio niet.

[3] Binnen regio Zwolle worden vier deelgebieden onderscheiden: Zwolle, Noord-Flevoland & -Gelderland (Dronten, Elburg, Hattem, Heerde, Noordoostpolder, Oldebroek, en Urk), Zuidwest-Drenthe (De Wolden, Hoogeveen, Meppel en Westerveld) en Overijssel Overig (Dalfsen, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Staphorst, Steenwijkerland en Zwartewaterland).

Delen:

naar boven