RaboResearch - Economisch Onderzoek

Nederlandse economie verrast positief

Economisch commentaar

Delen:
  • Opnieuw groeide de Nederlandse economie met 0,5 procent ten opzichte van een kwartaal eerder
  • Die stijging werd gedreven door investeringen, de consumptie van huishoudens, en door de internationale handel
  • Toch lijkt Nederland niet volledig immuun voor de mondiale zwakte: de productie van de industrie daalde voor het derde kwartaal op rij
  • Ook nam in het tweede kwartaal de overheidsconsumptie af

Terwijl de kranten somberden over de Duitse en Britse economie, vielen de Nederlandse cijfers deze week positief op: het bruto binnenlands product bleek in het tweede kwartaal 0,5 procent groter dan een kwartaal eerder. Nederland voert daarmee samen met Spanje de zes grootste economieën binnen de Europese Unie aan.

Nederlanders geven flink meer uit

Figuur 1: Schril contrast
Figuur 1: Schril contrastBron: Eurostat

De relatief hoge Nederlandse groei is onder meer te danken aan huishoudens. Zij consumeerden tussen april en juni 0,8 procent meer dan in het eerste kwartaal. Bovendien heeft het CBS de huishoudbestedingen voor de twee eerdere kwartalen met een tiende naar boven bijgesteld. Dat Nederlanders meer geld uitgeven is niet verwonderlijk: het consumentenvertrouwen krabbelt sinds april weer iets op, en in de eerste helft van het jaar steeg de werkgelegenheid opnieuw. Nooit eerder was zo’n groot deel van de Nederlanders tussen de 15 en 75 jaar aan het werk. In combinatie met de stilaan stijgende cao-lonen zorgt dit ervoor dat huishoudens ondanks de hoge inflatie meer hebben te besteden.

Investeringen in de plus

Figuur 2: Verplegers gezocht
Figuur 2: Verplegers gezochtBron: CBS

Met een groei van 1,3 procent namen afgelopen kwartaal ook de investeringen flink toe. Dit kan te maken hebben met de krapte op de arbeidsmarkt, waardoor bedrijven investeren in de arbeidsproductiviteit van hun mensen. De overheidsconsumptie drukte juist de groei, want tussen april en juni besteedde de overheid 0,2 procent minder dan in het eerste kwartaal. Bovendien is de overheidsconsumptie in de twee voorgaande kwartalen met een tiende naar beneden bijgesteld. Mogelijk heeft dit ook te maken met de krappe arbeidsmarkt, omdat het leeuwendeel van de overheidsconsumptie bestaat uit de lonen van ambtenaren, onderwijzers en zorgpersoneel. Vooral in de laatste sector nam het aantal openstaande vacatures rap toe (zie figuur 2).

Industrie lijdt onder mondiale spanningen

De export nam in het tweede kwartaal met 1,3 procent toe, de import met 0,7 procent. Daardoor leverde de netto handel een positieve bijdrage aan de economische groei. Dat is opvallend gezien de lagere economische groei in belangrijke handelspartners en zwakte van de wereldhandel. Dat de uitvoer toch steeg lijkt onder meer te komen door toegenomen wederuitvoer en door een flinke groei van de export van diensten.

Toch lijkt Nederland niet volledig immuun voor de handelsspanningen tussen de Verenigde Staten en China, malaise in de Duitse industrie en de toegenomen kans op een no-deal Brexit. De productie in de industrie is namelijk voor het derde kwartaal op rij gekrompen (zie ook ‘Nederland: eerste haarscheurtjes lijken zichtbaar’). Maar vooralsnog lijkt dit nog geen bredere impact te hebben: de werkgelegenheid in de sector nam in april nog steeds toe, terwijl het aantal vacatures in het tweede kwartaal naar het hoogste niveau sinds eind 2008 steeg.

Delen:

naar boven