RaboResearch - Economisch Onderzoek

Is Nederland over dertig jaar écht circulair?

Themabericht

Delen:

Verschenen in Bioprinters grondstof rotondes en brainternet,
Stichting Toekomstbeeld der Techniek (STT)
, 9 april 2019

  • Circulaire economie (CE) is niet altijd hetzelfde als ‘duurzaamheid’
  • Niemand kan de toekomst van CE voorspellen, maar het gaat de goede kant op
  • Consumenten en de overheid vormen de grootste barrières voor CE
  • Zowel op Europees als Nederlands niveau wordt er gewerkt aan het wegnemen van barrières
  • Over dertig jaar verwachten we vooral een grote toename van circulaire activiteiten die passen in de huidige ‘lineaire’ economie
  • Technologie op het gebied van betere grondstoffeninformatie en innovaties voor nieuwe toepassingen van biologische producten kunnen de CE versnellen
  • Nederland circulair: eventuele extra werkgelegenheid kan ook verdwijnen naar andere landen

Introductie

Circulaire economie wordt vaak in een adem genoemd met ‘duurzaamheid’. Duurzaamheid is een breed begrip met veel verschillende definities. Dit stuk focust zich alleen op het milieuaspect. Hierbinnen zijn er twee grote duurzaamheidsuitdagingen: de klimaatverandering door te veel broeikasgassen (BKG) in de atmosfeer en de onhoudbare consumptie van (schaarse) grondstoffen. Het Parijsakkoord is voor de verlaging van de uitstoot van broeikasgas een belangrijke mijlpaal. Een transitie naar een circulaire economie heeft invloed op beide uitdagingen. Deze impact kan zowel positief als negatief zijn, afhankelijk van de specifieke situatie. Dit stuk zal zich alleen op de invloed van circulaire economie richten.

Uitputting van de grondstoffen

Grondstoffen kunnen in twee categorieën worden ingedeeld: hernieuwbare en niet-hernieuwbare. Fossiele brandstoffen[1] zijn bijvoorbeeld niet hernieuwbaar en plantaardige brandstoffen wel.

Het huidige gebruik van niet-hernieuwbare grondstoffen kent twee problemen. Allereerst is de wereldbevolking steeds groter en rijker. Dit maakt het extra uitdagend om iedereen in de toekomst in zijn of haar grondstoffenbehoeften te voorzien (WorldBank, n.d.). Daarnaast is het niet houdbaar omdat we steeds meer grondstoffen uit de grond halen. Deze zijn een keer op.

Ten tweede worden veel producten niet gebruikt of geconsumeerd, maar weggegooid. Dit is niet alleen zonde van de grondstoffen, maar ook vaak milieuvervuilend. Het probleem hierbij is dat lucht, water of grond doorgaans niet aan iemand toebehoren en daarbij is het moeilijk te beperken waardoor mensen water, lucht of grond gemakkelijk kunnen vervuilen. Dit wordt ook wel de ‘tragedy of the commons’ genoemd.

Hernieuwbare grondstoffen zijn soms een alternatief voor niet-hernieuwbare grondstoffen, zoals bio-plastic gemaakt van planten in plaats van aardolie. Maar bio-plastic is geen houdbaar alternatief als we planten sneller gebruiken dan dat ze kunnen groeien. Hernieuwbaar is dus ook niet áltijd duurzaam.

Box 1: Klimaatverandering
De aarde is aan het opwarmen door de toenemende hoeveelheid broeikasgassen in de atmosfeer (Anderson, 2016). Dit komt doordat er wereldwijd meer broeikasgassen zijn uitgestoten dan dat de aarde weer kan opnemen. Deze gassen hebben de eigenschap om de warmte van de zon vast te houden, waardoor deze warmte de ozonlaag weer minder goed kan verlaten (EPA, n.d.). De concentratie van CO2 in de lucht is in de afgelopen 800.000 jaar nog nooit zo hoog geweest als nu. De toename is een duidelijk gevolg van de industriële revolutie, toen niet alleen de welvaart, maar ook het gebruik van fossiele brandstoffen en andere grondstoffen explosief toenam. Dit leidde tot een fors grotere footprint, zoals we inmiddels weten. Het is belangrijk om onder de stijging van twee graden te blijven omdat dit grote gevolgen kan hebben voor de leefbaarheid van veel gebieden (WRI, n.d.). Zelfs dermate grote gevolgen dat het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC, n.d.) met een nieuw rapport (IPCC, n.d.) naar buiten kwam waarin het aangeeft dat de opwarming boven de 1,5 graad ook al enorme gevolgen heeft.

Voetnoot
[1] Fossiele brandstoffen zijn eigenlijk ook hernieuwbaar, alleen duurt het miljoenen jaren voordat planten weer kolen, olie of gas zullen worden.

Wat is circulaire economie?

De circulaire economie gaat over het sluiten van de grondstofkringlopen, het creëren van meervoudige waarden, een complete systeemverandering en een andere manier van denken en werken. Het meest tastbaar zijn de grondstoffen. Deze stromen in kaart brengen is daarom vaak een goed startpunt. Om dit voor elkaar te krijgen, is samenwerking binnen en tussen sectoren belangrijk. Circulaire economie is meer dan ‘recyclen 2.0’, het gaat erom grondstoffen zo hoog mogelijk te verwaarden.Figuur 1 laat zien dat hergebruik bijvoorbeeld een hogere waarde heeft dan recycling. Er zijn verschillende bedrijfsmodellen binnen de circulaire economie om deze waarden te verhogen. Deze modellen hebben ook effecten op de uitstoot van broeikasgassen, zowel positieve als negatieve.

Figuur 1: Circulaire waardeheuvel
Figuur 1: Circulaire waardeheuvelBron: Achterberg et al., 2016

De circulaire economie is op dit moment een veel besproken onderwerp bij bedrijven. De circulaire bedrijfsmodellen zouden hierin een grote rol moeten spelen. Maar op welke manier gaan bedrijven in Nederland op dit moment echt aan de slag? Hier heeft de Radboud Universiteit Nijmegen, in samenwerking met de Rabobank, onderzoek naar gedaan. De conclusie was dat bedrijven het sluiten van kringlopen ingewikkeld vinden. Wanneer er samenwerkingen ontstaan om die kringlopen te sluiten, gebeurt dit vaak met partijen die al bekend zijn binnen een onderneming. Ook toont het onderzoek aan dat de toegepaste circulaire economie vaak is gebaseerd op bestaande bedrijfsmodellen. Voorbeelden hiervan zijn meer recyclen, minder energiegebruik en reductie van grondstoffengebruik. Er gebeurt dus wel veel, maar op kleine schaal en binnen bestaande bedrijven met een paar koplopers die pionieren met meer drastische veranderingen.

Circulaire economie over dertig jaar

Voorspellen waar de circulaire economie (CE) over dertig jaar staat is lastig; dit artikel doet een poging door middel van het kijken naar de huidige barrières voor CE. Wanneer het aannemelijk is dat deze barrières in de komende jaren verdwijnen, dan zou je ook kunnen stellen dat CE groter wordt.

Uit onderzoek van de Radboud Universiteit Nijmegen blijkt dat er op dit moment vier grote barrières bestaan: de houding van klanten, regelgeving, (voor-)financiering en het ontbreken van budget. Deze uitkomsten liggen in lijn met ander onderzoek: De Jesus en Mendonca (2018) verzamelden eerdere bevindingen met betrekking tot CE-barrières. Kirchherr et al. (2018) bevraagt een groot aantal stakeholders (208 stakeholders uit het bedrijfsleven en de politiek, 47 semi-gestructureerde interviews). Ze vinden als belangrijkste barrières het gebrek aan interesse en bewustzijn van de consument en een aarzelende bedrijfscultuur. Deze culturele barrières worden gedreven door marktbelemmeringen die op hun beurt worden veroorzaakt door een gebrek aan overheidsbeleid om de overgang naar een circulaire economie te versnellen. Uit het onderzoek blijken technologische barrières niet heel belangrijk te zijn.

Ontwikkelingen in de barrières voor CE

Houding van de klanten: consumenten maken steeds vaker duurzame keuzes (Thijssen, 2018). Meer mensen nemen bijvoorbeeld bij korte afstanden de trein in plaats van het vliegtuig en de vraag naar vleesvervangers groeit flink. Bewustere consumenten kunnen een positief effect hebben op de ontwikkeling van de circulaire economie doordat ze meer openstaan voor nieuwe circulaire en duurzame producten.

Regelgeving: De Europese Commissie (EC) heeft duidelijke doelstellingen op het gebied van afval. Zo moet in 2030 70 procent van al het afval worden gerecycled. Om deze doelstellingen te behalen heeft de EC een circulair actieplan gemaakt. In dit plan staat hoe ze op Europees niveau obstakels voor de circulaire economie wil wegnemen. Zoals een campagne voor het beter recyclen van plastic, het faciliteren van meer legaal vervoer van afval binnen Europa en een handleiding voor het beter hergebruiken van sloopafval in de bouw. De EC richt zich met name op afval, niet op de bredere context. Afval is relatief goed meetbaar en er valt in sommige Europese landen een hoop winst te behalen. Ook in Nederland is er een dergelijk plan (rijksoverheid, n.d.) om de circulaire economie te stimuleren, maar dit gaat verder dan de focus op afval. Hierin staat bijvoorbeeld dat wetten en regels moeten worden aangepast om afval gemakkelijker te kunnen hergebruiken en dat de Nederlandse overheid gaat investeren in ondernemingen die actief zijn op het gebied van energieopwekking, energiebesparing of het verminderen van CO2-uitstoot. Dit zijn positieve ontwikkelingen, maar toch geven ondernemers nog aan dat wet- en regelgeving in de weg staan van verbeteringen. Dit kan in de toekomst verbeteren, maar blijft dus tot nu toe een barrière.

Financiering: het circulaire bedrijfsmodel ‘pay-per-use’ is meestal lastig te financieren. Andere bedrijfsmodellen passen beter in het huidige financieringsmodel. Financiële instellingen zoeken samen naar oplossingen om de pay-per-use-modellen in de toekomst beter te kunnen financieren. Ook dit is een positieve ontwikkeling voor de circulaire economie.

De grootste barrières voor de circulaire economie zijn allemaal in beweging. Het gaat om veranderingen die positief zijn voor de circulaire economie en deze veel verder zullen brengen. Wel zien we dat de huidige ontwikkelingen van CE vooral ontwikkelingen zijn die ook passen binnen de lineaire economie. Voorbeelden hiervan zijn recyclen en gebruik van biologische materialen. Over dertig jaar zal de circulaire economie vermoedelijk een grotere rol in de samenleving hebben, maar waarschijnlijk nog steeds op manieren die in de huidige lineaire economie passen. Een echte systeemverandering verwachten we op de middellange termijn nog niet. Hiervoor zijn namelijk een nieuw fiscaal systeem, andere ketensamenwerkingen, nieuwe wetten en regels, andere bedrijfsmodellen et cetera nodig.

De effecten van technologie op circulaire economie

Technologische ontwikkeling is een voorwaarde en een van de belangrijkste drivers voor de verdere ontwikkeling van de circulaire economie. Kennis over waar grondstoffenstromen naartoe gaan en wat de grondstoffensamenstelling van producten is, vergemakkelijkt recycling en hergebruik. Blockchain is een vorm van technologie die deze informatie goed kan registreren. Hiermee kan informatie over een product van productie tot consumptie op een betrouwbare manier worden bijgehouden. Dus inclusief de grondstoffen en bijhorende broeikasgasuitstoot van schroefjes die zijn gebruikt in een stoel die een consument koopt. Op deze manier ontstaat er een grondstoffenpaspoort voor producten. Innovaties op verschillende gebieden maken het mogelijk om grondstoffen terug te winnen, om nieuwe grondstoffen te gebruiken en om producten op een circulaire manier te ontwerpen en te bouwen. Zo zijn er nieuwe en bestaande technieken nodig om vernieuwende toepassingen van biologische grondstoffen te vinden. Technologische ontwikkelingen maken het mogelijk om verschillende hernieuwbare grondstoffen naar biobrandstof om te zetten. Of om voedsel op andere manieren te produceren. Bovendien kunnen technologische ontwikkelingen de nieuwe circulaire productiemethoden goedkoper en daarmee competitiever maken.

Wat heeft dit alles voor effect op de Nederlandse economie?

De effecten van CE op de Nederlandse economie zijn met grote onzekerheid omgeven. Alleen op basis van veel aannames kunnen we voorspellingen doen. Eigenlijk weet dus niemand echt wat CE de economie gaat opleveren of kosten. Wel zien we grote bewegingen in de CE die invloed hebben op de Nederlandse economie.

Om te beginnen is Nederland een grondstoffen-importerend land. Wanneer wij grondstoffen langer gebruiken en er daardoor minder nodig hebben, vloeit er minder geld naar het buitenland. Er zijn dan minder importuitgaven voor inkoop en meer inkomsten door Nederlandse circulaire oplossingen zoals het recyclen of repareren. Hoe hoger de prijs van grondstoffen, hoe meer Nederland hierop bespaart of kan verdienen met circulaire alternatieven.

Ten tweede zal er door de circulaire economie een groeiende vraag zijn naar personeel met een praktische opleiding. Het is alleen niet goed te voorspellen waar deze mensen gaan werken, dit hoeft dus niet per se extra werkgelegenheid in Nederland op te leveren. Wanneer de vraag naar reparaties toeneemt, kan het bijvoorbeeld efficiënter zijn om dit werk uit te besteden aan een land met lagere loonkosten. Dit is deels afhankelijk van een krappe arbeidsmarkt in Nederland. Op dit moment is er bijvoorbeeld relatief weinig werkloosheid en is de arbeidsmarkt dus krap, waardoor de kans groter is dat het werk wordt uitbesteed aan andere landen. Bij een ruime arbeidsmarkt met relatief veel werkloosheid wordt deze kans kleiner. Dus is er een reële kans dat deze werkgelegenheid in andere landen terecht komt.

Een andere beweging die we kunnen verwachten is de export van kennis over CE. Als het Nederland lukt om hierin koploper te zijn, kunnen we hier geld aan verdienen net als dat we dat nu doen met onze kennis over waterbeheer.

Referenties

Achterberg, E, J. Hinfelaar, N. Bocken (2016). Master circular business with the value hill. Geraadpleegd van https://www.circle-economy.com/financing-circular-business.

Anderson, T.R., E. Hawkins, P.D. Jones (2016). CO2, the greenhouse effect and global warming: from the pioneering work of Arrhenius and Callendar to today's Earth System Models. In: Endeavour, Vol. 40, issue 3, pp. 1780187, sept 2016.

C. Thijsen (2018). Kans voor retail: consument is bereid koopgedrag te verduurzamen. Duurzaam Bedrijfsleven. Geraadpleegd van https://www.duurzaambedrijfsleven.nl/retail/26581/kans-voor-retail-consument-is-bereid-koopgedrag-te-verduurzamen.

De Jesus, A., Mendonça, S. (2018): “Lost in transition? Drivers and barriers in the eco-innovation road to the circular economy”, in: Ecological Economics, vol. 145, pp. 75–89.

EPA ( n.d.) Climate Change Indicators: Atmospheric Concentrations of Greenhouse Gases. US Environmental Protection Agency. Geraadpleegd van https://www.epa.gov/climate-indicators/climate-change-indicators-atmospheric-concentrations-greenhouse-gases..

IPCC (n.d.). Global Warming of 1.5 ºC. Special Report. Geraadpleegd van https://www.ipcc.ch/sr15/

Kirchherr, J., Piscicelli, L., Bour, R., Kostense-Smit, E., Muller, J., Huibrechtse-Truijens, A. and M. Hekkert (2018): Barriers to the Circular Economy: Evidence from the European Union (EU), in: Ecological Economics, vol. 150, pp. 264-272.

Rijksoverheid (n.d.). Aanmoedigen van een circulaire economie. Geraadpleegd van https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/circulaire-economie/aanmoedigen-van-een-circulaire-economie.

Worldbank (n.d). World Bank, International Comparison Program database. Geraadpleegd van https://data.worldbank.org/indicator/NY.GDP.MKTP.PP.CD?view=chart

WRI (n.d.) Understanding the IPCC Reports. World Research Institute. Geraadpleegd van https://www.wri.org/ipcc-infographics

Delen:

naar boven