RaboResearch - Economisch Onderzoek

Hoe het schrappen van de dividendbelasting het Nederlandse vestigingsklimaat kan schaden

Themabericht

Delen:

Er werd met geen woord over gerept tijdens de verkiezingen, maar plots was-ie daar: de afschaffing van de dividendbelasting. Dat plan, van de coalitie VVD, D66, CDA en ChristenUnie, zou een opsteker zijn voor het Nederlandse vestigingsklimaat. Premier Mark Rutte voelt zelfs ‘tot in de vezels van zijn bestaan’ dat het goed is voor de werkgelegenheid en de investeringen in ons land. Zijn partijgenoot, VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff biechtte op dat de maatregel vooral ‘een gok’ is. Curieus, want je verwacht dat het kabinet voor een kostenpost van twee miljard euro niet over één nacht ijs gaat. Rationale argumenten en feiten moeten in zo’n discussie de boventoon voeren. Maar wie die erbij pakt, ziet dat noch ons vestigingsklimaat noch de werkgelegenheid baat heeft bij het afschaffen van de dividendbelasting.

De normale, gewone Nederlander

Zo is het twijfelachtig of het echt zo’n economische opsteker is: bij het doorrekenen van het regeerakkoord concludeerde het Centraal Planbureau al dat er geen effect is. In de academische literatuur valt eveneens geen positieve economische invloed van afschaffing van de dividendbelasting te vinden (zie bijvoorbeeld Yagan, 2015). Zelf gaven we eerder al aan dat het afschaffen van de dividendbelasting in veel gevallen een cadeau is aan buitenlandse overheden, in een enkel geval aan buitenlandse aandeelhouders. De ‘normale, gewone Nederlander’ waar het kabinet voor zegt op te komen heeft er in elk geval weinig tot niets aan.

Terwijl het kabinet volhardt dat de dividendbelasting ons vestigingsklimaat verziekt, blijft in de discussie onderbelicht dat het afschaffen daarvan ook averechts kan uitpakken voor de aantrekkelijkheid van Nederland voor (buitenlandse) bedrijven. Ons land is bijvoorbeeld voor een groot deel zo’n gewilde vestigingsplek dankzij het uitgebreide verdragennetwerk met andere landen, waarmee wordt voorkomen dat burgers en bedrijven dubbel belasting moeten betalen, zoals dividendbelasting (zie box 1). Maar als het tarief van de dividendbelasting nul is, dan wordt de kans om dubbel te worden belast kleiner. Nederland heeft zonder dividendbelasting minder weg te geven en staat dus minder sterk in onderhandelingen met andere landen over verdragen. Door de dividendbelasting te schrappen wordt het voor Nederland dus mogelijk lastiger om het uitgebreide en voor het vestigingsklimaat belangrijke verdragennetwerk in stand te houden.

Internationaal imago

Een ander averechts effect, dat enkel Bas Jacobs heeft genoemd, komt van de Amerikaanse economen Chetty en Saez (2005 en 2010). Uit hun onderzoek blijkt dat dividenduitkeringen sterk toenemen als de dividendbelasting lager wordt of helemaal wordt afgeschaft, vooral in bedrijven waar topmanagers en leden van de raad van bestuur veel aandelen hebben. Gaat er meer naar dividend, dan blijft er mogelijk minder geld over om te delen met hun werknemers of om te investeren in innovatie.

Ook de manier waarop de miljarden kostende afschaffing wordt betaald, kan slecht uitpakken voor het Nederlandse vestigingsklimaat. Zo valt in het regeerakkoord te lezen dat onder meer de zogeheten expatregeling, waarmee buitenlandse werknemers belastingkorting krijgen, op de schop gaat: per 1 januari 2019 wordt de maximale looptijd verkort van acht naar vijf jaar. Nu is er best wat te zeggen voor het beperken van die expatregeling, maar dat het kabinet er geen gras over laat groeien, betekent wel dat buitenlandse werknemers er amper op hebben kunnen anticiperen. Terwijl de regeling juist is bedoeld om ‘werknemers uit het buitenland aan te trekken met een specifieke deskundigheid die in Nederland niet of schaars aanwezig is.’ Gezien de strijd om schaars talent is een overheid die op dit punt niet met hapsnapbeleid komt, misschien wel belangrijker voor de aantrekkelijkheid van Nederland voor bedrijven, binnen- of buitenlands dan het wel of niet hebben van een heffing op dividenduitkeringen.

Dan is er ook nog de manier waarop het plan er politiek doorheen is gedrukt: wat doet het met het internationale imago van Nederland als slechts vier bedrijven overheidsbeleid ter waarde van miljarden euro’s naar hun hand kunnen zetten? Dat de coalitie pas na veel ophef en politieke druk erkende haar oren te hebben laten hangen naar een kleine lobby bedrijven is on-Nederlands intransparant: het vestigingsklimaat heeft het meeste baat bij democratische duidelijkheid en bij maatregelen die voor een grote groep bedrijven gunstig is.

Wat dan wel?

Nu duidelijk wordt dat het kabinet met het schrappen van de dividendbelasting een gok neemt zonder duidelijke voordelen maar wel met een aantal duidelijke nadelen, is de hamvraag: wat kan het kabinet met die twee miljard euro wél doen om te zorgen dat de welvaart in Nederland maximaal toeneemt? Blijft het doel het ondersteunen van het gunstige vestigingsklimaat met fiscale maatregelen, dan zou het kabinet de afbouw van de expatregeling voor bestaande gevallen gelijkmatiger kunnen doorvoeren, of het zou de tariefsverlaging in de innovatie-box kunnen terugdraaien.

Rutte III kan er ook voor kiezen om de vennootschapsbelasting (vpb) te verlagen. Het regeerakkoord beloofde al van een verlaging van het toptarief naar 21 procent, maar naar verluidt wordt dat nu 22 procent om een deel van de kosten van het afschaffen van de dividendbelasting te dekken. Zijn de geruchten waar, dan is het een opvallende maatregel: in het regeerakkoord werd het verlagen van de vpb juist nog opgevoerd als gunstig voor het vestigingsklimaat. Het negatieve effect van de hogere vpb dan beloofd op het vestigingsklimaat zou wel eens groter kunnen zijn, dan het positieve effect van afschaffing van de dividendbelasting. De vennootschapsbelasting raakt immers vele bedrijven, waaronder belangrijke multinationals, terwijl de afschaffing van de dividendbelasting misschien voordeel heeft voor een groepje bedrijven dat op één hand is te tellen.

Of investeer het geld niet in de fiscale kant van het vestigingsklimaat, maar in een van de vele andere factoren die bepalend zijn voor de aantrekkelijkheid van Nederland. Zet bijvoorbeeld in op het verbeteren van de infrastructuur, of investeer in het Nederlandse onderwijs – zaken waar buiten- én binnenlandse bedrijven de vruchten van plukken. En bekommert het kabinet zich echt om de gewone, normale Nederlander, dan is de beste bestemming van die twee miljard euro misschien wel het verlagen van de werkgeverslasten en de belasting op arbeid. Werkende Nederlanders houden dan niet alleen meer over in hun portemonnee, maar ze worden ook aantrekkelijker voor bedrijven. Buitenlands of niet.

Box 1: Uitgebreid verdragennetwerk belangrijke vestigingsfactor

Met belastingverdragen wil de politiek voorkomen dat internationaal opererende bedrijven dubbel belasting moeten betalen. Zo’n verdrag wordt meestal tussen twee landen afgesloten en regelt welk land over welke inkomsten belasting mag heffen. De crux is dat afgesproken wordt dat maar één van de twee landen de bevoegdheid krijgt om belasting te heffen. Dat voorkomt dat een multinational over één geldstroom in beide landen en dus twee keer belasting betaalt. Omdat er net zo veel belastingsystemen zijn als landen, is die kans op dubbele belasting reëel. Bijvoorbeeld als het ene land belasting heft op winst en de aan een buitenlandse moeder uitgekeerde (netto)winst vervolgens in het moederland ook wordt belast als inkomen. Dubbele belastingheffing heeft niet alleen nadelen voor de betrokken ondernemingen, maar kent ook bredere nadelen. Zo kunnen multinationals er een concurrentienadeel door ondervinden ten opzichte van lokale bedrijven. En dat kan weer een belemmering vormen voor internationale handel. Daarom voorkomen veel landen dubbele belastingheffing door bilaterale verdragen af te sluiten. Mits dat er niet toe leidt dat multinationals geen of bijna geen belasting betalen, is dat verstandig beleid.

Literatuur

Chetty, Raj, en Emmanuel Saez (2005), Dividend Taxes and Corporate Behavior: Evidence from the 2003 Dividend Tax Cut, Quarterly Journal of Economics, 120(3), pp. 791-833.

Chetty, Raj, en Emmanuel Saez (2010), “Dividend and Corporate Taxation in an Agency Model of the Firm”, American Economic Journal: Economic Policy, 2(3), pp. 1-31.

Yagan, D. (2015), Capital Tax Reform and the Real Economy: The Effects of the 2003 Dividend Tax Cut, American Economic Review, 105(12), pp. 3531-3563.

Delen:
Auteur(s)

naar boven