RaboResearch - Economisch Onderzoek

Prinsjesdag: Impact verhoging van het lage btw-tarief

Themabericht

Delen:

Naar het dossier Prinsjesdag 2018

  • De verhoging van het lage btw-tarief van 6 naar 9 procent in 2019 is economisch wenselijk
  • De mate waarin de omzet van een sector in het lage tarief valt en wat de prijselasticiteit is in die sector bepaalt de impact van de btw-verhoging voor de verschillende sectoren
  • Het voorbeeld van de horecasector laat zien dat de impact van de btw-verhoging op huishoudens per inkomensgroep verschilt
  • De voorgenomen lastenverlichting via de inkomstenbelasting kan bedrijven compenseren voor de lagere vraag door de btw-verhoging

Het  kabinet heeft aangekondigd dat vanaf 2019 het lage btw-tarief van 6 procent wordt verhoogd naar 9 procent. Tegenover deze verhoging staat een lastenverlichting op inkomen, onder meer door de invoering van een tweeschijvenstelsel. Deze lastenverlichting moet de verminderde koopkracht door de btw-verhoging compenseren.

Verhoging lage tarief economisch gezien logisch

De verhoging van het lage btw-tarief is economisch gezien te begrijpen, omdat een apart laag btw-tarief economisch verstorend werkt (lees meer hierover in een eerdere publicatie). Daarnaast kun je inkomenspolitiek efficiënter voeren via de inkomstenbelasting dan via de btw. Het verlaagde btw-tarief is (oorspronkelijk) bedoeld als instrument om de belastingdruk voor huishoudens met een lager inkomen te verminderen, maar de bereikte herverdeling is klein. In absolute bedragen hebben huishoudens met hogere inkomens meer voordeel van het lage btw-tarief dan huishoudens met een lager inkomen, omdat zij meer gebruik maken van producten en diensten in het lage btw-tarief. Ze kopen bijvoorbeeld duurdere voedingsmiddelen, gaan vaker uit eten en bezoeken vaker een museum of pretpark. Ook relatief gezien besteden hogere inkomensgroepen ongeveer hetzelfde aandeel van hun budget aan producten en diensten waarvoor het lage btw-tarief geldt als lagere inkomensgroepen (CPB, 2014).

Hoe werkt een btw-verhoging?

Btw staat voor ‘belasting over de toegevoegde waarde’. Dit is effectief een belasting die de overheid heft op de verkoop van producten en diensten. Bedrijven dragen deze belasting af, maar hebben de keuze om deze door te berekenen in de consumentenprijzen. In Nederland zijn er twee btw-tarieven: voor alle goederen en diensten die niet zijn vrijgesteld of onder een lager tarief vallen, geldt het algemene tarief van 21 procent. Voor een beperkt aantal goederen en diensten geldt het lage tarief van nu nog 6 procent. Dit zijn producten en diensten waarvan de overheid wil dat ze voor iedereen toegankelijk zijn omdat ze bijvoorbeeld een eerste levensbehoefte zijn of een culturele waarde hebben. Bij producten in het lagere tarief moet je denken aan onder meer voedingsmiddelen, geneesmiddelen, boeken en agrarische producten, zoals veevoer en bloemen. Diensten die onder het 6-procentstarief vallen zijn onder meer fietsreparaties, kappersbeurten, hotelovernachtingen, maar ook culturele activiteiten zoals musea, pretparken en dierentuinen.

Bij een verhoging van het btw-tarief staan bedrijven voor de keuze om de verhoging door te berekenen in de verkoopprijs of niet. Of ondernemers in staat zijn de btw-verhoging door te berekenen, is afhankelijk van onder meer de marktstructuur, de prijselasticiteit van de vraag en de stand van de conjunctuur (CBP, 2013a). Als bedrijven de btw-verhoging niet doorberekenen, merken consumenten er weinig van en zal zij geen impact hebben op het aantal verkopen. Wel zal de winstmarge per product dan dalen. Indien bedrijven de verhoging wel doorberekenen, stijgt de verkoopprijs en is het van belang hoe consumenten hierop reageren. Uit onderzoek van het CPB blijkt dat de verhoging van het algemene btw-tarief van 19 naar 21 procent in oktober 2012 na maximaal vier maanden volledig was doorberekend in de consumentenprijzen. Het is daardoor aannemelijk dat de verhoging van het lage btw-tarief ook (volledig) zal worden doorberekend aan consumenten.

Indien bedrijven de btw-verhoging volledig doorberekenen, zullen de prijsverhogingen voor losse producten beperkt zijn. Zo kost een brood van 2 euro na de btw-verhoging 2,06 euro en een kilo appels van 2,99 euro kost straks 3,07 euro. Voor grotere bedragen zijn de verhogingen uiteraard wel groter: een hotelovernachting van 90 euro kost voortaan 92,50 euro.

Wat betekent dit voor de verschillende sectoren?

De impact van de btw-verhoging verschilt per sector. Van belang is welk deel van de omzet in het lage tarief valt en wat de prijselasticiteit is in die sector. De prijselasticiteit van de vraag geeft aan hoe consumenten reageren op een prijsverhoging. De prijselasticiteit van voedingsmiddelen is bijvoorbeeld relatief laag, wat betekent dat een prijsverhoging geen enorme impact heeft op de vraag naar die middelen. Zo gaan mensen bijvoorbeeld niet zo snel minder brood eten zodra dat duurder wordt. In tabel 1 geven we weer of de btw-verhoging impact heeft op de verschillende sectoren. De btw-verhoging heeft impact zodra bedrijven in de sector producten of diensten verkopen die in het lage btw-tarief vallen. Wat de impact precies kan zijn, illustreren we aan de hand van een voorbeeld: de horecasector.

Tabel 1: De impact van de btw-verhoging verschilt per sector
Tabel 1: De impact van de btw-verhoging verschilt per sectorBron: Belastingdienst, Rabobank

Wat betekent dit voor horecaondernemers?

De horeca is een voorbeeld van een sector waar de btw-verhoging een significant effect kan hebben. Het grootste deel van de omzet bestaat namelijk uit diensten die in het lage btw-tarief vallen. We hebben berekend hoeveel huishoudens gemiddeld per maand aan horecadiensten besteden en hoeveel deze uitgaven zullen stijgen indien de btw volledig wordt doorberekend. Procentueel is de toename van de uitgaven voor de verschillende inkomensklassen hetzelfde, maar in absolute aantallen is de toename voor huishoudens met een hoger inkomen groter (figuur 1). Zij besteden namelijk meer aan eetgelegenheden dan huishoudens met een lager inkomen. Voor huishoudens in de laagste inkomensgroep zouden de kosten voor eetgelegenheden met 1,80 euro per maand toenemen indien ze even vaak uit eten zouden gaan. Voor huishoudens in de hoogste inkomensgroep is dit 6,30 euro. De maandelijkse uitgaven van Nederlandse huishoudens aan hotels, vakantiehuisjes en appartementen liggen gemiddeld een stuk lager. Deze kosten zullen dan ook minder stijgen bij een volledige btw-verhoging (figuur 2)[1]

Figuur 1: Maandelijkse uitgaven aan eetgelegenheden
Figuur 1: Maandelijkse uitgaven aan eetgelegenhedenBron: CBS, Maatwerktabel bestedingen huishoudens in 2015
Figuur 2: Maandelijkse uitgaven aan overnachtingen
Figuur 2: Maandelijkse uitgaven aan overnachtingenBron: CBS, Maatwerktabel bestedingen huishoudens in 2015

Ook zal de impact van de btw-verhoging in de horeca afhangen van het soort dienst dat wordt verkocht. Luxere restaurants kunnen hun prijzen vaak gemakkelijker verhogen dan de goedkopere (fastfood) restaurants die prijsnemer zijn in een sterk concurrerende markt. Daarnaast hebben de mensen die naar duurdere restaurants gaan over het algemeen meer te besteden, waardoor ze wellicht minder sterk reageren op prijsverhogingen. Voor de huishoudens in de lagere inkomensklassen heeft de op het eerste gezicht kleine maandelijkse verhoging van de horecadiensten wellicht een grotere impact. Simpelweg omdat er na de verhoging minder geld overblijft voor andere niet-noodzakelijke uitgaven. Zij besluiten bijvoorbeeld om minder vaak uit eten te gaan of ze kiezen voor goedkopere restaurants. Hetzelfde geldt voor het verschil tussen voordeligere en duurdere overnachtingsmogelijkheden. Afhankelijk van de branche, de marktpositie en de prijselasticiteit in de branche leidt de btw-verhoging tot een lagere omzet of niet. Naast een mogelijk lagere omzet door het doorberekenen van de btw-verhoging spelen voor horecaondernemers ook kosten zoals het maken van nieuwe menukaarten, aanpassingen van de prijzen in systemen et cetera.

Tegelijk met de btw-verhoging wordt volgend jaar het belastingstelsel voor inkomsten uit arbeid aangepast. Dit zorgt ervoor dat huishoudens, ook lagere inkomens, meer te besteden hebben. Dit kan de dalende vraag door de verhoging van het lage btw-tarief compenseren.

Voetnoot
[1] De impact van de btw-verhoging op huishoudens kan een overschatting zijn, omdat de uitgaven van huishoudens gerapporteerd door het CBS zowel in Nederland als in het buitenland kunnen zijn gedaan. De verhoging van het lage btw-tarief betreft alleen Nederland. Het zou kunnen dat huishoudens met een hoger inkomen vaker uit eten gaan of overnachten in het buitenland, waardoor de verhoging op hen minder impact heeft.

Literatuur

CPB (2014), Vrijstellingen verstoren concurrentie. Verlaagd tarief ondoelmatig.

CPB (2013a), Btw-verhoging volledig doorberekend in consumentenprijzen.

CPB (2013), Schatting effect btw-verhoging op inflatie.

Rabobank (2017), Sociale vlaktaks leidt niet tot vereenvoudiging Nederlands belastingstelsel.

Naar het dossier Prinsjesdag 2018

Delen:
Auteur(s)
Lisette van de Hei
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 21 62666
Daniël van Schoot
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 21 30318

naar boven