RaboResearch - Economisch Onderzoek

Prinsjesdag: Belastingplan Rutte-III maakt het leuker, niet makkelijker

Economisch commentaar

Delen:

Naar het dossier Prinsjesdag 2018

  • Het kabinet trekt zoals verwacht de portemonnee om huishoudens volgend jaar mee te laten profiteren van de economische groei: de mediane koopkracht neemt toe met 1,5 procent, werkenden profiteren het meest
  • Om de toenemende inkomensongelijkheid door het tweeschijvenstelsel te compenseren, wordt er achter de schermen geschoven met arbeids- en heffingskortingen. Dit maakt het belastingstelsel (nog) minder transparant en effectief: de structurele werkgelegenheid stijgt niet
  • Overige ingrepen, zoals het meten van het gerealiseerde rendement voor box 3, de versnelde afschaf van de hypotheekrenteaftrek en de uitfasering van de ‘Wet Hillen’, vinden in 2020 of later plaats
  • Bedrijven profiteren van een verlaging van de vennootschapsbelasting van 1 procent
  • Tegelijkertijd zien veel bedrijven lastenverzwaringen in de vorm van een beperking van de renteaftrek en versobering van de verliesrekening

Het kabinet is voornemens huishoudens in 2019 mee te laten profiteren van de economische groei. De mediane koopkracht neemt volgens de berekeningen van het CPB volgend jaar met 1,5 procent toe. Figuur 1 laat zien dat huishoudens in alle inkomenscategorieën behalve de laagste er 1,6 of 1,7 procent op vooruit gaan. De invoering van een tweeschijvenstelsel in de inkomstenbelasting vormt de grootste lastenverlichting. De verhoging van het lage btw-tarief van 6 naar 9 procent is tegelijkertijd een lastenverzwaring voor alle huishoudens. De algemene heffingskorting wordt verhoogd, ten gunste van met name de lagere inkomens. Hogere inkomens zullen een snellere afbouw van de arbeidskorting zien om het verlaagde hoge tarief (van 52 naar 49 procent) te compenseren. De voornaamste maatregelen zijn samengevat in tabel 1 en al bij de presentatie van het regeerakkoord aangekondigd. Werkenden gaan er volgend jaar het meest op vooruit (figuur 2).

Figuur 1: Iedere inkomensgroep gaat er volgend jaar op vooruit
Figuur 1: Iedere inkomensgroep gaat er volgend jaar op vooruitBron: Miljoenennota
Figuur 2: Werkenden en gepensioneerden profiteren het meeste in 2019
Figuur 2: Werkenden en gepensioneerden profiteren het meeste in 2019Bron: Miljoenennota
Tabel 1: De voornaamste maatregelen voor huishoudens in 2019
Tabel 1: De voornaamste maatregelen voor huishoudens in 2019Bron: Miljoenennota, MEV

De stap naar een tweeschijvenstelsel is weliswaar een lastenverlichting, maar door het repareren van de hierdoor toenemende inkomensongelijkheid door geschuif met kortingen worden de prikkels voor arbeidsdeelname niet duidelijker. De impact op de marginale tarieven (die uiteindelijk de beslissing om en hoeveel te werken beïnvloeden) wordt door de invoering juist onduidelijker. Het blijkt dat ze grotendeels hetzelfde blijven. Hier gaat dus geen extra prikkel tot extra werken vanuit. De ‘sociale vlaktaks’ leidt daarmee niet tot een vereenvoudiging van het belastingstelsel. Sterker nog, herverdeling van inkomen wordt met minder schijven ondoorzichtiger en minder effectief. Daarnaast leidt het nieuwe belastingsysteem nauwelijks tot een structurele lastenverlichting[1] en daarmee is het structurele effect op de werkgelegenheid nihil.

Het huidige woud aan toeslagen zorgt voor administratieve rompslomp en kan met name voor lagere inkomensgroepen zorgen voor ongewenste hoge effectieve marginale belastingtarieven. Het kabinet kondigt aan dat er een ambtelijke onderzoeksgroep komt naar de toeslagen (interdepartementale beleidsonderzoek). Dat er nu pas een onderzoek komt, geeft echter wel aan dat er in elk geval deze regeerperiode geen beslissing over wordt genomen.

Van de vermogensrendementsheffing in box 3 is vorig jaar de drempel verhoogd naar 30.000 euro (60.000 euro voor paren). Er is een schijvensysteem ingevoerd waardoor het toegerekende rendement meer in de buurt zou moeten komen van het behaalde rendement. Het kabinet zou deze regeerperiode met een voorstel komen om het daadwerkelijke rendement op vermogen te meten, maar daar is nog niets van vernomen. Huizenbezitters merken volgend jaar pas wat van het voornemen van het kabinet om de hypotheekrenteaftrek te beperken en de ‘Wet Hillen’ uit te faseren.

Voetnoten
[1] Het vorige kabinet had al een verlaging van de inkomstenbelasting ingeboekt vanaf 2021. Dit kabinet heeft dat effectief naar voren gehaald.

Bedrijven: vooral MKB profiteert

Ook bedrijven kunnen volgend jaar genieten van lastenverlichting. De vennootschapsbelasting wordt verlaagd: het lage tarief (tot een winst van 200.000 euro) naar 19 procent, het hoge tarief naar 24,3 procent. Ondernemers zonder vennootschap profiteren van de algehele lastenverlichting in box 1. Wel zal het hoge vpb-tarief gedurende de kabinetsperiode met 1 procentpunt minder worden verlaagd dan voorgenomen in het regeerakkoord. Dit wordt ingezet om het extra gat van 600 miljoen euro dat de afschaffing van de dividendbelasting in 2020 achterlaat in te vullen.

Er zijn ook lastenverzwaringen voor bedrijven: de renteaftrek wordt beperkt, de verliesrekening en expatregeling worden versoberd en het tarief in de innovatiebox gaat omhoog. Met de beperking van de renteaftrek geeft het kabinet uitvoering aan de Europese ATA-richtlijn en wordt het financieren met eigen vermogen aantrekkelijker. Dit is een positieve ontwikkeling.

Naar het dossier Prinsjesdag 2018

Delen:

naar boven