RaboResearch - Economisch Onderzoek

Prinsjesdag: Begrotingsimpuls baat niet, schaadt niet

Themabericht

Delen:

Naar het dossier Prinsjesdag 2018

  • De economische rugwind geeft de overheid ruimte voor extra uitgaven en lastenverlichtingen
  • De koopkrachtstijging blijft volgend jaar beperkt door hogere zorgkosten, matige loonontwikkeling en de btw-verhoging
  • Er komt extra geld beschikbaar voor met name primair onderwijs, infrastructuur en defensie
  • Klimaat- en pensioenakkoord worden overgelaten aan de polder, zonder geld als smeermiddel beschikbaar te stellen
  • Dit de facto stimuleringsbeleid heeft nauwelijks effect op het groeivermogen van de economie; dit is een gemiste kans

Portemonnee groeit niet mee met de economie

De Nederlandse economie heeft de wind momenteel flink mee, en het kabinet maakt daar gretig gebruik van. Wat de coalitie vorig jaar al aankondigde in het regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’, wordt nu concreet gemaakt in de Miljoenennota 2019.

Wij voorzien volgend jaar een economische groei van 2,3 procent, na een hoge 2,9 procent in 2017 en 2018. Tot nu toe voelden huishoudens die groei nog zeer beperkt in de portemonnee en daar wil het kabinet nu toch echt verandering in brengen. Dat lukt maar beperkt: hoewel de inkomstenbelasting flink wordt verlaagd, leiden vooral de btw-verhoging, hogere zorgpremies en een nog steeds matige loonontwikkeling tot een mediane koopkrachtstijging van ‘slechts’ 1,5 procent.

Tegelijkertijd trekt het kabinet extra geld uit voor met name (primair) onderwijs, infrastructuur en defensie. Voor laatstgenoemde is dit overigens vooral een goedmakertje voor de bezuinigingen in de afgelopen jaren. De defensie-uitgaven als percentage van het bbp komen namelijk weer ongeveer op het niveau van voor de crisis. De extra uitgaven aan infrastructuur zijn slechts tijdelijk.

Al met al resteert in 2019 een begrotingsoverschot van 1,0 procent-bbp. Omdat dit op basis van de florissante economische vooruitzichten zou zijn verbeterd, betekent dit een verslechtering van het structurele begrotingssaldo, naar -0,4 procent-bbp in 2019. Dit betekent dat de overheid de al goed draaiende economie verder stimuleert. Dergelijk procyclisch beleid is in principe onverstandig, want het zorgt ervoor dat er in een volgende economische neergang onnodig veel moet worden bezuinigd om de begroting op orde te houden. Wel kunnen we kijkend naar de lage inflatie en loongroei stellen dat de Nederlandse economie (nog) niet aan het oververhitten is, dus de stimulans zal weinig schade aanrichten.

Omvattende visie op de toekomstige economie ontbreekt

Een grotere zonde is dat Rutte-III niet de beschikbare ruimte gebruikt om te werken aan het structureel verdienvermogen van de Nederlandse economie. Dat ontbreekt aan de plannen in het regeerakkoord en deze Miljoenennota.

Ten eerste gooit het kabinet twee belangrijke thema’s over de schutting naar de polder. Zowel het klimaatakkoord als het pensioenakkoord moet door sociale partners en andere maatschappelijke organisaties worden uitgewerkt. Aan beide akkoorden hangt een potentieel flink prijskaartje voor zowel burgers als bedrijven, waardoor het zou helpen als de overheid die pijn wat kan verzachten. Daarvoor is echter wel het potje met geld nodig dat het kabinet nu al heeft opgemaakt. Dit maakt de opdracht voor de organisaties die aan tafel zitten bij beide akkoorden er alleen maar moeilijker op, en verkleint de kans op een goede, economisch wenselijke uitkomst.

Ten tweede leidt alle lastenverlichting op arbeid niet tot meer werkgelegenheid[1], terwijl dat wel had gekund door de belasting voor de juiste groepen mensen te verlagen en hen zo te prikkelen meer te werken. Enkele sociale-zekerheidsmaatregelen zorgen wel voor ongeveer 20.000 extra banen, maar er was zeker meer mogelijk geweest met het beschikbare budget.

Ten derde ontbreekt het aan een duidelijke en coherente visie om de productiviteit naar een hoger plan te brengen waarin stimuleren van innovatie, een beter opgeleide beroepsbevolking en meer ruimte voor management en ondernemerschap aan de orde komen. Hoewel er een aantal hervormingen is aangekondigd in de vorm van de Wet Arbeidsmarkt en Balans (WAB), extra investeringen in infrastructuur en een leerrekening voor werkenden, is hier vooral sprake van ad hoc beleid.

Al met al mogen we op korte termijn weliswaar genieten van de economische wind in de rug en de koopkrachtverbetering die het kabinet Nederland belooft, maar resteren er voor de komende jaren en kabinetten nog voldoende uitdagingen om de (brede) welvaart in Nederland verder te verhogen.

Voetnoot
[1] Zie CPB, 2017, Analyse economische en budgettaire effecten van de financiële bijlage van het Regeerakkoord, pag. 18.

Naar het dossier Prinsjesdag 2018

Delen:
Auteur(s)
Frank van Es
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
06 1082 0318
Daniël van Schoot
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
030 21 30318

naar boven