RaboResearch - Economisch Onderzoek

Preventie? Akkoord! – Prijsprikkels voor gezonde voedingskeuzes

Economisch commentaar

Delen:
  • Volgens een doorrekening van het RIVM zijn de huidige maatregelen in het Preventieakkoord niet voldoende om de gestelde ambities voor overgewicht en overmatig alcoholgebruik te bereiken
  • Wij missen in het akkoord vooral heffingen op ongezonde voeding
  • Dergelijke heffingen brengen de maatschappelijke kosten van ongezond gedrag terug naar het individu
  • Een heffing kan ervoor zorgen dat fabrikanten producten aanpassen om ze gezonder te maken
  • Gebeurt dit niet dan kan zo’n heffing er alsnog voor zorgen dat consumenten minder ongezonde voedingsstoffen binnen krijgen
  • De consumenten die toch ongezonde voedingsstoffen blijven consumeren, zullen meer van de maatschappelijke kosten daarvan zelf dragen 

Ambities top, maatregelen flop

Op vrijdag 23 november presenteerde staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Paul Blokhuis, het Preventieakkoord. Hierin hebben de overheid, bedrijven en maatschappelijke organisaties de ambitie uitgesproken om het aantal rokers, mensen met overgewicht en overmatig alcoholgebruik in de komende 22 jaar sterk terug te dringen.

Het aanpakken van deze gezondheidsproblemen kan bijdragen aan de beteugeling van de toekomstige zorgkosten. En dat is hard nodig, want het RIVM (2018) verwacht dat de zorguitgaven in Nederland zullen verdubbelen naar 174 miljard euro in 2040 ten opzichte van 2015. Een vijfde van de huidige zorguitgaven hangt samen met ongezond gedrag waaronder (overmatig) alcoholgebruik, ongezonde voeding en roken. Naar verwachting gaan de gevolgen van ongezond gedrag een steeds grotere rol spelen. Zo staat in bovengenoemd rapport van het RIVM dat het aantal mensen met overgewicht zal toenemen van 49 procent in 2017 naar 62 procent in 2040.

Volgens een doorrekening van het RIVM zijn de maatregelen in het preventieakkoord niet voldoende om de gestelde ambities voor overgewicht en overmatig alcoholgebruik te bereiken (NOS, 2018). Er zijn verschillende maatregelen die de overheid kan nemen om ongezond gedrag te ontmoedigen waaronder restricties op marketing en verkoop, labelling, voorlichting en advisering door experts. Een aantal van deze maatregelen wordt ook ingezet in het Preventieakkoord. Maar wat wij vooral missen zijn de prijsprikkels die de voedingskeuzes van mensen kunnen beïnvloeden. Heffingen op ongezonde voedingsmiddelen zijn namelijk een effectieve manier om de consumptie hiervan terug te dringen, blijkt uit onderzoek.

Niet alleen individuele, maar ook maatschappelijke kosten

De kosten van ongezond voedsel eten belanden niet alleen bij het individu maar ook deels bij de maatschappij. Economen noemen dergelijke kosten “externaliteiten” omdat ze buiten de kosten-batenanalyse van het individu vallen. Producten met negatieve externaliteiten leiden tot een hogere consumptie dan wenselijk is voor de maatschappij als geheel. Heffingen zijn de standaardoplossing voor externaliteiten omdat ze de kosten terugbrengen naar het individu en de overconsumptie beteugelen. Dit soort heffingen zijn ook wel bekend als Pigouviaanse heffingen (Pigou, 1920).

Zoals blijkt uit de RIVM-studie die hierboven wordt genoemd, leidt het ongezonde gedrag van individuen er toe dat de zorgkosten stijgen. Die sijpelen vervolgens door hogere verzekeringspremies en publieke zorguitgaven door naar de gehele maatschappij.

Met andere woorden, ongezonde voeding is nu te goedkoop, aangezien de bijkomende toekomstige uitgaven aan gezondheidszorg niet worden meegenomen in de prijs. De overheid kan met heffingen de prijs van ongezonde voeding verhogen om gezondere voedselkeuzes te stimuleren (Thow, Downs & Jan, 2014; Niebylski, Redburn, Duhaney & Campbell, 2015). Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dan ook dat het introduceren van heffingen op ongezonde producten de aanschaf hiervan significant terugdringt (Backholer et al., 2016; Caro, Ng, Taillie & Popkin, 2017; Hagenaars, Jeurissen & Klazinga, 2017).

In de Verenigde Staten, Finland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zijn heffingen ingevoerd op suikerhoudende dranken. Zelfs als deze op een kleine schaal worden ingevoerd, blijken ze duidelijke effecten te hebben op de vraag naar frisdrank. Een voorbeeld hiervan is een prijsverhoging van 1 cent per 30 ml frisdrank in de Californische stad Berkeley. Deze heffing heeft gezorgd voor een afname van 21 procent in de vraag naar frisdranken. Ondertussen nam de vraag naar frisdranken in omliggende regio’s met slechts 4 procent toe. Dit werd veroorzaakt door de inwoners die frisdrank gingen kopen in omliggende steden. Terwijl Berkeley maar een klein gebied is, bleek dat maar een beperkt deel van de vraag zich verplaatste naar omliggende steden. Met andere woorden, ondanks dat consumenten gemakkelijk kunnen uitwijken, heeft de heffing een enorm effect gehad op de consumptie van frisdrank (Falbe, Rojas, Grummon & Madsen, 2015). Uit de ervaring met de suikerheffing in het VK blijkt ook dat producenten minder suiker gebruikten in hun producten (BBC 2018).

Heffingen zijn niet de enige manier om prijsprikkels in te zetten. Ook subsidies kunnen gezonde voedingskeuzes stimuleren. Hoewel studies laten zien dat subsidies op gezonde producten vaak leiden tot een toename in de consumptie van deze producten (Thow, Dow & Jan, 2014), is het niet duidelijk of ze leiden tot een afname van consumptie van ongezonde producten. Hierdoor geniet een heffing toch onze voorkeur. Er is zelfs bewijs dat subsidies averechts werken. Huishoudens besparen dankzij subsidies op boodschappen, waardoor hun bestedingsruimte toeneemt. Dit zorgt er in sommige gevallen voor dat ze meer gezonde voeding aanschaffen, waardoor het totaal aantal geconsumeerde calorieën toeneemt (Epstein et al., 2010; Waterlander et al., 2012; Thow et al., 2014). In de studie van Giesen et al. (2011) waren er zelfs consumenten die de extra bestedingsruimte inzetten om meer ongezonde voeding te kopen.

Product, voedingsstof of iets anders?

De gezondheidswinsten zullen uiteraard het grootst zijn als een heffing wordt geïntroduceerd die geldt voor zoveel mogelijk ongezonde producten. Bij een heffing op productniveau, zoals de bovengenoemde suikerhoudende (fris-)dranken, kunnen consumenten eenvoudig overstappen naar andere producten met veel toegevoegde suikers. Daarmee wordt het gezondheidseffect kleiner.

Invoering van heffingen op een voedingsstof lost het probleem gedeeltelijk op, aangezien meer producten worden belast, waardoor de reikwijdte van het beleid toeneemt. In het geval van een suikerbelasting zouden naast frisdranken dan ook andere producten met veel toegevoegde suikers zoals chocoladerepen worden belast. Volgens een studie van Harding en Lovenheim (2017) blijkt dan ook dat een heffing op voedingsstoffen effectiever is in het reduceren van suikerconsumptie dan een heffing op specifieke producten.

Maar er zijn naast suiker ook andere ongezonde voedingsstoffen, zoals bepaalde typen vet en zout. Bovendien hangt overgewicht samen met calorie-inname (UC Davis, 2017). Waarvoor een heffing precies moet gelden, is een vraag voor gezondheidsexperts, maar dat heffingen werken blijkt wel duidelijk uit het bovengenoemde wetenschappelijke onderzoek.

Inkomenseffecten en compensatie lagere inkomens

Om de juiste hoogte van een heffing te bepalen is een analyse van de kosten en de (gezondheids-)opbrengsten van het invoeren van een dergelijke heffing nodig. Het is waarschijnlijk dat om een noemenswaardig grote gedragsverandering teweeg te brengen, relatief grote prijsveranderingen nodig zijn. De vraag naar voeding is immers over het algemeen inelastisch (Andreyeva, Long & Brownell, 2010). Dit betekent dat een prijsverhoging van bijvoorbeeld 10 procent zorgt voor een afname van de vraag die (een stuk) lager is dan 10 procent.

Dergelijke prijsveranderingen zullen dan ook gevolgen hebben voor de koopkracht. Er wordt ook vaak gezegd dat deze effecten groter zullen zijn voor lagere inkomens. Zij zouden namelijk een groter aandeel van hun inkomen uitgeven aan voeding. Dit geldt echter niet voor Nederlandse gezinnen. De uitgaven aan voedingsmiddelen liggen namelijk bij vrijwel alle inkomensgroepen vrij dicht bij elkaar. Alle inkomensgroepen geven tussen de 9,8 en 10,6 procent van het besteedbaar inkomen uit aan voedingsmiddelen. De enige uitzondering hierop zijn de huishoudens met de hoogste 10 procent inkomens. Zij geven met 9 procent net iets minder van het besteedbaar inkomen uit aan voeding, exclusief bestedingen aan eten buiten de deur (CBS, 2015).

Toch kunnen heffingen een grotere impact hebben op lagere inkomens als zij een ander consumptiepatroon hebben. Om te waarborgen dat iedereen de financiële ruimte heeft om gezonde voeding te kunnen kopen, zouden huishoudens via een lastenverlichting op arbeid of via sociale voorzieningen kunnen worden gecompenseerd. Op die manier is gezonde voeding binnen handbereik voor ieder huishouden, terwijl de bijkomende kosten van ongezond eten, zoals toenemende zorgkosten, worden afgedekt en vooral terecht komen bij mensen die toch ongezond eten.

Effecten & uitkomsten

Het introduceren van heffingen op ongezonde voeding kan een aantal gevolgen teweegbrengen:

1) Fabrikanten gaan proactief ongezonde ingrediënten uit producten vervangen, om te voorkomen dat de verkoopprijs stijgt. Hierdoor kunnen huishoudens dezelfde producten blijven kopen tegen dezelfde prijs, maar bevatten deze minder ongezonde voedingstoffen.

2) Sommigen gaan minder ongezonde producten consumeren door de hogere prijzen. Hierdoor zullen zij op de lange termijn gezonder zijn. Dit zou bij kunnen dragen aan het afremmen van de groei van de zorgkosten.

3) Anderen blijven dezelfde hoeveelheid ongezonde producten aanschaffen. Hierdoor gaan ze waarschijnlijk meer betalen voor voeding. Deze extra inkomsten voor de schatkist kunnen worden gebruikt om lagere inkomens te compenseren (zie hierboven) en de extra zorgkosten die voortvloeien uit ongezonde eetgewoonten (gedeeltelijk) te financieren. Op die manier betalen mensen die ongezond leven voor de maatschappelijke kosten die zij in de toekomst zullen maken.

Conclusie

Naar verwachting zullen prijsprikkels, in de vorm van een heffing op bepaalde voedingsstoffen, een positieve bijdrage leveren aan gezond(er) gedrag van Nederlandse consumenten. De consumenten die gezonder gaan leven, zullen profiteren van extra bestedingsruimte, maar de consumenten die heel ongezond leven zullen erop achteruit gaan. Zij zullen de maatschappelijke kosten die zij maken namelijk zelf gaan dragen.

Referenties

Andreyeva, T., Long, M. W., & Brownell, K. D. (2010). The impact of food prices on consumption: a systematic review of research on the price elasticity of demand for food. American journal of public health, 100(2), 216-222.

Backholer, K., Sarink, D., Beauchamp, A., Keating, C., Loh, V., Ball, K., ... & Peeters, A. (2016). The impact of a tax on sugar-sweetened beverages according to socio-economic position: a systematic review of the evidence. Public health nutrition, 19(17), 3070-3084.

Caro, J. C., Ng, S. W., Taillie, L. S., & Popkin, B. M. (2017). Designing a tax to discourage unhealthy food and beverage purchases: The case of Chile. Food Policy, 71, 86-100.

Epstein, L. H., Dearing, K. K., Roba, L. G., & Finkelstein, E. (2010). The Influence of Taxes and Subsidies on Energy Purchased in an Experimental Purchasing Study. Psychological Science, 21, 406-414.

Falbe, J., Rojas, N., Grummon, A. H., & Madsen, K. A. (2015). Higher retail prices of sugar-sweetened beverages 3 months after implementation of an excise tax in Berkeley, California. American journal of public health, 105(11), 2194-2201.

Giesen, J. C., Havermans, R. C., Nederkoorn, C., & Jansen, A. (2012). Impulsivity in the supermarket. Responses to calorie taxes and subsidies in healthy weight undergraduates. Appetite, 58(1), 6-10.

Gittelsohn, J., Trude, A. C. B., & Kim, H. (2017). Peer Reviewed: Pricing Strategies to Encourage Availability, Purchase, and Consumption of Healthy Foods and Beverages: A Systematic Review. Preventing chronic disease, 14.

Hagenaars, L. L., Jeurissen, P. P. T., & Klazinga, N. S. (2017). The taxation of unhealthy energy-dense foods (EDFs) and sugar-sweetened beverages (SSBs): An overview of patterns observed in the policy content and policy context of 13 case studies. Health Policy, 121, 887-894.

Harding, M., & Lovenheim, M. (2017). The effect of prices on nutrition: comparing the impact of product-and nutrient-specific taxes. Journal of health economics, 53, 53-71.

Niebylski, M. L., Redburn, K. A., Duhaney, T. D., & Campbell, N. R. (2015). Healthy food subsidies and unhealthy food taxation: A systematic review of the evidence. Nutrition, 31, 787-795.

Pigou, A. C. (1920) The Economics of Welfare. London: Macmillan.

RIVM (2018) Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2018.

Thow, A. M., Downs, S., & Jan, S. (2014). A systematic review of the effectiveness of food taxes and subsidies to improve diets: Understanding the recent evidence. Nutrition Reviews, 72, 551-565.

Waterlander, W. E., Steenhuis, I. H. M., de Boer, M. R., Schuit, A. J., & Seidell, J. C. (2012). Introducing taxes, subsidies or both: The effects of various food pricing strategies in a web-based supermarket randomized trial. Preventive Medicine, 54, 323-330.

Delen:

naar boven