RaboResearch - Economisch Onderzoek

Nederlandse economische groei valt tegen

Economisch commentaar

Delen:
  • De groei van de Nederlandse economie zwakte in het derde kwartaal af naar het laagste niveau in twee jaar
  • Vooral de investeringen vielen tegen, waarbij met name woninginvesteringen opvallen; waarschijnlijk komt dit door stagnerende nieuwbouw
  • Gegeven de steeds krapper worden arbeidsmarkt viel ook de consumptie ietwat tegen; dit is te verklaren door beperkt blijvende loongroei en een daling van het consumentenvertrouwen
  • Het relevante handelsbeeld voor de Nederlandse economie is door vertragingen elders in de eurozone verslechterd en we verwachten niet dat dit op korte termijn sterk verbetert

De Nederlandse economie groeide in het derde kwartaal van 2018 aanzienlijk minder hard dan de afgelopen twee jaar. Het bbp-volume steeg met 0,2 procent ten opzichte van het tweede kwartaal, en de groei is daarmee een stuk lager dan de 0,7 procent groei in het tweede kwartaal.

De afvlakking van de groei komt onder meer door een krimp in de investeringen van 0,5 procent ten opzichte van het kwartaal ervoor. In het oog springt de daling van 1,1 procent van de woninginvesteringen. Die lijkt te worden gedreven door de stagnerende nieuwbouw (figuur 1). Opvallend, want het woningtekort en de forste stijging van de huizenprijzen maken nieuwbouw juist aantrekkelijk. Waarschijnlijk speelt hier mee dat bouwbedrijven moeite hebben met het vinden van personeel.

Ook de bestedingen van huishoudens vielen ietwat tegen. De particuliere consumptie nam weliswaar met 0,4 procent toe, maar dit was gezien de verdere verkrapping op de arbeidsmarkt lager dan we verwachtten.

In het derde kwartaal waren er opnieuw meer mensen aan het werk, en daalde de werkloosheid naar 3,7 procent. Daarnaast steeg het aantal openstaande vacatures naar een nieuw record van 262 duizend, waardoor er tegenover elke vacature gemiddeld 1,3 werklozen stonden (figuur 2). De arbeidsmarkt is daarmee bijna net zo krap als in 2008. Ondanks deze krapte neemt de nominale loongroei slechts mondjesmaat toe. Als we rekening houden met de stijging van het prijspeil (1,9 procent in oktober), zien we de koopkracht van huishoudens dus maar beperkt groeien. Dit, en de recente daling van het consumentenvertrouwen kunnen verklaren waarom de consumptie niet harder groeit.

Figuur 1: Nieuwbouw vlakt af
Figuur 1: Nieuwbouw vlakt afBron: CBS, NVB Bouw
Figuur 2: Arbeidsmarkt bijna net zo krap als in 2008
Figuur 2: Arbeidsmarkt bijna net zo krap als in 2008Bron: CBS

Buitenlands beeld is verslechterd

Figuur 3: Nederland presteert niet langer bovengemiddeld in de eurozone
Figuur 3: Nederland presteert niet langer bovengemiddeld in de eurozoneBron: Eurostat

De groeivertraging past in het groeibeeld van de eurozone, maar Nederland doet het niet langer beter dan gemiddeld (figuur 3). In de hele eurozone zien we een significante groeivertraging in het derde kwartaal. Vooral Duitsland valt op in negatieve zin. Daar lijken onder meer factoren rond de auto-industrie een rol te spelen. Maandelijkse indicatoren wijzen erop dat de groeivertraging ook in het vierde kwartaal kan aanhouden. Het lijkt erop dat Nederland zich niet geheel kan onttrekken aan de bredere groeivertraging in de eurozone.

Daarmee is de vraag uit het buitenland verslechterd, terwijl de Nederlandse uitvoer hiervan afhankelijk is. Dit zien we dan ook terug in de cijfers voor het derde kwartaal, waar de handel (uitvoer minus invoer) geen bijdrage leverde aan de bbp-groei. Als de internationale groeivertraging voortduurt, vertraagt de groei van de uitvoer verder, met als gevolg een negatieve impact op de Nederlandse bbp-groei. Dit is nog afgezien van andere internationale risico’s, zoals het verder oplopen van politieke spanningen rond Italië en een escalatie van de Chinees-Amerikaanse handelsoorlog. De voorzichtige positieve signalen rondom de Brexit-onderhandelingen vormen wel een klein lichtpuntje.

Delen:

naar boven