RaboResearch - Economisch Onderzoek

Ophef over arbeidsmarktbeleid: het is ook nooit goed

Column

Delen:

Verschenen in het Reformatorisch Dagblad, 12 mei 2018

Het lijkt wel of een minister van Sociale Zaken het nooit goed kan doen. Werknemers stonden op hun achterste benen toen Lodewijk Asscher de maximale periode waarin een baas tijdelijke contracten mag geven verkortte van drie naar twee jaar: zo zouden tijdelijke krachten nog sneller op straat staan en dus vaker op zoek moeten naar een nieuwe baan. In de voorgestelde Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) wil huidige minister Wouter Koolmees deze maatregel weer terugdraaien. Opnieuw zijn werknemers kritisch: dan worden ze nóg langer aan het lijntje gehouden! Nu is het misschien zo dat de tegenstanders van een nieuwe maatregel zich in het algemeen vaker laten horen dan de voorstanders. En vakbonden zijn sowieso kritisch over elke vorm van flex, want werknemers hechten aan zekerheid.

In het nieuwe wetsvoorstel wordt flexibel werk duurder: de WW-premie die werkgevers betalen voor vaste contracten wordt lager en die van flexibele contracten juist hoger. Ook gaat de opbouw van de transitievergoeding in vanaf dag één. Het was dan ook te verwachten dat werkgeversorganisaties in branches die veel gebruik maken van flexibel werk afwijzend hebben gereageerd op het wetsvoorstel.

Verrassend zijn de maatregelen in dat voorstel trouwens niet: ze komen overeen met plannen die de coalitie in hoofdlijnen al had aangekondigd in het regeerakkoord. Of de voorgestelde WAB daadwerkelijk leidt tot meer vaste contracten is nog maar de vraag. De WAB gaat namelijk alleen over werknemers in loondienst. Worden flexibele contracten duurder, dan kan een waterbed-effect optreden: een verschuiving naar meer zzp’ers in plaats van meer vaste contracten.

Het kabinet vindt dat zelfstandigen met een laag tarief zouden moeten worden gezien als werknemers, maar een concreet wetsvoorstel daartoe is nog niet ingediend. Ook de aangekondigde vermindering van loondoorbetaling bij ziekte, nu nog tot twee jaar lang, wordt in dit voorstel niet behandeld. De uiteindelijke impact van de WAB op de arbeidsmarktdynamiek kan dan ook moeilijk los worden gezien van aanvullende maatregelen voor zzp’ers en loondoorbetaling.

Verder is het van belang dat de WAB geen drempels opwerpt voor werknemers en werkgevers om te investeren in scholing. Doorlopend investeren in menselijk kapitaal is namelijk essentieel om weerbaar te blijven op de arbeidsmarkt. Werkgevers die in samenwerking met onderwijsinstellingen duale werk-leerroutes aanbieden, zouden daarom niet de lasten van de veranderende transitievergoeding en voorgestelde maatregelen voor WW-premiedifferentiatie moeten dragen. Ook niet als die werk-leerroute onder een tijdelijk contract gebeurt.

Met de voorgestelde Wet arbeidsmarkt in balans komt de minister tegemoet aan wensen binnen de samenleving om vast werk minder vast te maken, en flexibel werk minder onzeker. Het lijkt echter onmogelijk om zowel werkgevers als werknemers tevreden te stellen. Hoewel de WAB inderdaad niet alle knelpunten op de arbeidsmarkt oplost, en de impact ervan zal afhangen van aanvullend beleid met betrekking tot zelfstandigen en loondoorbetaling bij ziekte, is het een stap in de goede richting.

Lees ook onze officiële reactie op de internetconsultatie Wet arbeidsmarkt in balans, en de tabel Vergelijking maatregelen regeerakkoord en Wet arbeidsmarkt in balans (PDF-bestand).

Delen:
Auteur(s)

naar boven