RaboResearch - Economisch Onderzoek

Nederland als een bootje op de golven van de wereldeconomie

Economisch commentaar

Delen:
  • De Nederlandse economie groeide in het eerste kwartaal van 2018 met 0,5 procent
  • Dat is minder dan de 0,7 procent groei in het laatste kwartaal van 2017
  • De binnenlandse bestedingen groeiden sterk, maar de export daalde voor het eerst sinds 2013
  • De afnemende groei in de rest van de eurozone raakt de Nederlandse economie
  • Deze dynamiek hangt ook samen met het wel en wee van de verschillende sectoren: bedrijfstakken die sterk van consumptie afhankelijk zijn deden het goed. In de maakindustrie, met haar focus op export, ging het minder florissant
  • De arbeidsmarkt wordt steeds krapper, wat lijkt te leiden tot meer vaste contracten en een harder dan verwachte daling van de werkloosheid

Economie groeit, maar niet zo hard als gedacht

De Nederlandse economie laat zich het beste omschrijven als een bootje, dobberend op de golven van de wereldeconomie. Aan de horizon zijn wat wolkjes te zien, maar in de kajuit is het feest. Binnen Nederland zien we namelijk een virtueuze cirkel van meer banen, een hogere reële loongroei en stijgende huizenprijzen, die de binnenlandse bestedingen verder aanwakkeren.

Consumptie en investeringen waren afgelopen kwartaal dan ook de stuwende krachten achter de economische groei. Zo steeg de consumptie met 1,7 procent op kwartaalbasis en de investeringen met 2,3 procent. Belangrijk om daarbij te zeggen is dat het eerste kwartaal ook flink kouder was dan gemiddeld, terwijl het vierde kwartaal van 2017 juist warm was voor de tijd van het jaar. Dat bleek een flinke opsteker voor de groei van de gasconsumptie. 

Figuur 1: Groei dankzij binnenlandse dynamiek
Figuur 1: Groei dankzij binnenlandse dynamiekBron: CBS, bewerking Rabobank

Nederland moest het in het eerste kwartaal wel vooral hebben van zulke binnenlandse dynamiek, want de export daalde met 0,1 procent. Dit is de eerste daling sinds 2013. In combinatie met een stevige importgroei, dook de netto-export in het eerste kwartaal negatief dan ook in het rood (zie figuur 1). Ook het groeitempo bij belangrijke handelspartners viel afgelopen kwartaal tegen. Deze nieuwe cijfers passen in ons beeld dat de Nederlandse economie rond de piek van de conjunctuurcyclus zit, waarbij de binnenlandse economie voor groei zorgt en de risico’s vooral komen uit het buitenland. Toch lijkt het wel alsof we de piek van de cyclus al iets eerder hebben bereikt dan verwacht, met name omdat de export zich minder gunstig ontwikkelt. Op basis daarvan stellen we onze nieuwste raming, die in juni verschijnt, waarschijnlijk naar beneden bij.

Handel, vervoer en horeca in de plus

Figuur 2: Kentering in producentenvertrouwen?
Figuur 2: Kentering in producentenvertrouwen?Bron: CBS

Vanuit de bedrijfstakken droeg de samengestelde sector handel, vervoer en horeca het meest bij aan de economische groei. Die bedrijfstakken zijn sterk afhankelijk van de consumptieve bestedingen en profiteren van de sterke consumptiegroei. De maakindustrie groeide het eerste kwartaal juist met slechts 0,2 procent. De groeivertraging in het buitenland raakt de industrie behoorlijk, omdat die sector erg afhankelijk is van de export. Vooruitkijkend zijn industriële ondernemers nog steeds positief over de productie op korte termijn, maar hun enthousiasme is wel iets afgenomen (zie figuur 2).

Meer zekerheid op de arbeidsmarkt

Het aantal vacatures steeg in het eerste kwartaal naar bijna 235.000, terwijl de groep werkloze Nederlanders kromp van 4,2 procent van de beroepsbevolking in januari tot 3,9 procent in maart. Tegenover elke openstaande vacature waren in het eerste kwartaal daarom nog maar 1,6 werklozen, vergeleken met 1,8 het kwartaal ervoor (zie figuur 3). In bredere zin is het arbeidsaanbod eveneens afgenomen, bijvoorbeeld omdat steeds minder Nederlanders ontmoedigd zijn. Daardoor gaan we ervan uit dat de werkloosheid komende kwartalen harder daalt dan we aanvankelijk hadden verwacht. De arbeidsmarkt doet nu denken aan 2007, toen werkgevers steeds meer hun best moesten doen om personeel te vinden en te houden. De krapte op de arbeidsmarkt zorgde er destijds voor dat de loongroei en inflatie rap toenamen vanaf relatief lage niveaus in 2007. Wij gaan ervan uit dat nu, tien jaar later, de krappe arbeidsmarkt opnieuw zal leiden tot een versnelling van de loongroei en tot hogere inflatie. 

Ook nu al lijken bedrijven en instellingen meer moeite te doen om mensen te krijgen en houden, bijvoorbeeld door ze na afloop van hun tijdelijk contract een vast contract aan te bieden. Zo is het aantal werknemers met een vast contract afgelopen jaar met 8,4 procent gestegen onder 15-24-jarigen. Omdat de groep Nederlanders in vaste dienst in totaal harder groeide dan de groep zelfstandigen en flexwerkers, waardoor de structurele daling van het aandeel werkenden met een vast contract lijkt gestuit (zie figuur 4).

Figuur 3: Glijbaan
Figuur 3: GlijbaanBron: CBS, bewerking Rabobank
Figuur 4: Tijdelijke opleving, of keerpunt?
Figuur 4: Tijdelijke opleving, of keerpunt?Bron: CBS, bewerking Rabobank

Komende kwartalen moet blijken of dit een keerpunt is voor de arbeidsmarkt, of slechts een tijdelijke opleving zoals we in eerdere jaren ook hebben gezien. Desalniettemin lijkt de gestegen werkgelegenheid en de toegenomen zekerheid onder werknemers te hebben bijgedragen aan de flinke consumptiegroei in het eerste kwartaal van dit jaar. En zet de trend van meer vastigheid dankzij de krappe arbeidsmarkt inderdaad door, dan kan dit niet alleen een verdere impact hebben op de kooplust van Nederlanders, maar ook op de woningmarkt. Op dit moment lijkt werken in vast dienstverband namelijk een belangrijke factor in de wens en kans om een huis te kopen, vooral voor jongeren.

Bovendien kunnen stijgende werkgelegenheid, toenemende zekerheid en hogere lonen ertoe leiden dat de tweedeling in de Nederlandse economie aanhoudt, waarbij de binnenlandse dynamiek sterk blijft, maar externe factoren negatief kunnen bijdragen.

Delen:

naar boven