RaboResearch - Economisch Onderzoek

Er ligt een concept-pensioenakkoord op straat. Wat gaat Wouter doen?

Themabericht

Delen:
  • Gisteren lekte een conceptakkoord over pensioenhervorming, opgesteld door FNV en VNO-NCW
  • Het is een integraal plan dat niet alleen betrekking heeft op de pensioenopbouw van werknemers, maar ook op de AOW en pensioenopbouw van zzp’ers
  • De voorgestelde hervormingen druisen in tegen het huidige kabinetsbeleid en de plannen uit het regeerakkoord
  • Wij betwijfelen dat het kabinet akkoord zal gaan met de voorgestelde maatregelen

Al sinds 2010 zijn de sociale partners in debat, zowel binnen als buiten de Sociaal-Economische Raad (SER)[1]. Het arbeidsvoorwaardelijk opbouwen van pensioen is namelijk primair de verantwoordelijkheid van de sociale partners: werkgevers en werknemers.

De discussie sleepte zich jarenlang voort. Alsof het hervormen van het pensioenstelsel nog niet complex genoeg was, wilden de vakbonden het pensioendossier koppelen aan beleid over de AOW-leeftijd en de pensioenopbouw van zzp’ers. Toch lijkt het erop dat werknemers en werkgevers elkaar hebben gevonden, zo blijkt uit het gelekte concept-pensioenakkoord dat de Telegraaf gisteren publiceerde. ‘Polder zet kabinet mes op de keel’, kopte de krant. Maar het akkoord tussen FNV en VNO-NCW zal eerst in de SER moeten worden beoordeeld door andere werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers en door de overheid aangewezen onafhankelijk experts. Wouter Koolmees gaf aan pas te reageren als er een SER-voorstel is. Voor het daadwerkelijk doorvoeren van hervormingen zijn in ieder geval wetswijzigingen nodig. Het kabinet speelt dus een belangrijke rol.

De maatregelen in het conceptakkoord liggen niet in lijn met het huidige kabinetsbeleid en de in het regeerakkoord geformuleerde uitgangspunten voor nieuw beleid (zie tabel). Allereerst willen de sociale partners een langzamere verhoging van de AOW-leeftijd. Bij het arbeidsgerelateerde pensioen is het persoonlijke pensioenvermogen, een belangrijke wens van de coalitiepartners, gesneuveld. En de pensioenopbouw van zelfstandigen moet niet alleen gemakkelijker maar liefst ook verplicht worden, volgens de gelekte stukken.

Tabel 1: Concept-pensioenakkoord strookt niet met kabinetsbeleid
Tabel 1: Concept-pensioenakkoord strookt niet met kabinetsbeleidBron: gelekt conceptakkoord pensioenen, regeerakkoord

Langzamere verhoging van de AOW-leeftijd

In het concept-pensioenakkoord stijgt de AOW-leeftijd langzamer, waardoor deze niet al in 2021, maar pas in 2025 de 67 jaar bereikt. In het huidige beleid stijgt de AOW-leeftijd na 2021 mee met de levensverwachting. De sociale partners willen deze een-op-een koppeling loslaten maar geven niet aan wat de verdeling tussen extra arbeidsjaren en extra pensioenjaren dan wel moet worden: 50/50 of eerder 80/20?

Een langzamere stijging van de AOW-leeftijd is een belangrijke wens van de vakbonden. De rekening hiervan komt echter bij de overheid terecht. Ter vergelijking: in 2015 is berekend dat de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar in 2021 in plaats van de eerdere 2023 in totaal € 3,6 miljard zou opleveren in de periode tot 2024. Hoe hoog de rekening van de maatregelen in het concept-pensioenakkoord precies uitvalt is nog onduidelijk en hangt vooral af van de ‘verdeling’ van de toekomstige stijging van de levensverwachting tussen arbeidsjaren en pensioenjaren.

Het conceptakkoord bevat geen generieke maatregelen voor mensen in zware beroepen, dit vergt ‘sectoraal en individueel maatwerk’. Dat kan ook door het combineren van bestaande regelingen zoals deeltijdpensioen en het generatiepact. Maar ook het flexibiliseren van de AOW wordt genoemd.

Een nieuw pensioencontract – maar geen persoonlijke pensioenvermogens

Het concept pensioenakkoord bevat niet de door het kabinet gewenste persoonlijke pensioenvermogens. Persoonlijke pensioenvermogens maken de weg vrij voor meer flexibiliteit, bijvoorbeeld de mogelijkheid om de vermogensopbouw in pensioen en in de woning beter op elkaar af te stemmen.

In plaats daarvan stellen de sociale partners een nieuw contract voor, dat naast de bestaande pensioencontracten kan worden geïntroduceerd. In dit nieuwe pensioencontract staat niet langer de beoogde uitkeringshoogte centraal. Daarom kan zo’n contract toe met lagere buffers en een minder streng toezichtkader, is de gedachte. Op dit moment heeft 80 procent van alle deelnemers in een collectieve pensioenregeling een uitkeringsovereenkomst (DB of CDC); dit percentage is de afgelopen tien jaar geleidelijk gedaald. Volgens het conceptakkoord kan per bedrijf of sector worden besloten of en wanneer op het nieuwe contract wordt overgestapt.

In het nieuwe contract zijn (net als in de huidige beschikbare premieregelingen[2]) de premies stabiel – een belangrijke wens van werkgevers. Staat het fonds er goed voor dan kan er sneller worden geïndexeerd, maar bij tegenvallers (door tegenvallende beleggingsresultaten of door grote stijging van de levensverwachting) wordt er ook sneller gekort. Dat is in theorie transparanter dan de huidige uitkeringsovereenkomsten. Tegelijkertijd word in het conceptakkoord gesproken over het ‘gespreid toekennen van schokken’ en de mogelijkheid voor een tijdelijk tekort. Hoe transparant het nieuwe contract daarmee daadwerkelijk wordt, is dus maar de vraag

Een voordeel van het nieuwe contract is dat de pensioenpremie stabieler wordt: werkgevers en werknemers worden niet (of minder snel) geconfronteerd met stijgende premies. Daar staat tegenover dat het (verwachte) inkomen van gepensioneerden juist méér kan schommelen. Of dat nu het vertrouwen in het pensioenstelsel zal vergroten durven we te betwijfelen (zie ons Themabericht hervorming pensioenstelsel).

De enige extra flexibiliteit die het nieuwe pensioencontract biedt, is de mogelijkheid van de opname van een bedrag ineens bij pensionering, ter hoogte van maximaal 10 procent van de totale pensioenopbouw. Een aangenaam vooruitzicht, maar zo’n uitkering ineens kan ook prima gerealiseerd worden bij de huidige pensioencontracten als variant op de hoog-laagconstructie (Willemsen & Kortleve, 2016).

Afschaffing doorsneesystematiek

De door het kabinet gewenste afschaffing van de doorsneesystematiek staat wél in het akkoord. Bij de huidige uitkeringsovereenkomst zijn het premiepercentage en opbouwpercentage voor jonge en oude werknemers gelijk. Als deze systematiek wordt afgeschaft krijgen jongere deelnemers een hogere opbouw voor hun premie, omdat deze langer kan renderen.

Wij zien de afschaffing van de doorsneesystematiek als een goede zaak, maar deze gaat wel gepaard met transitieproblemen. Werknemers van rond de 45 jaar zijn de ‘verliezers’ van de transitie en moeten hiervoor worden gecompenseerd. Volgens het uitgelekte conceptpensioenakkoord stellen de sociale partners ‘stringente voorwaarden’ aan het afschaffen van de doorsneesystematiek, namelijk dat de compensatie ‘adequaat’ moet zijn en dat hierover ‘vooraf heldere en harde afspraken’ worden gemaakt. Ook mag de financieringslast de indexatie niet in gevaar brengen. De wens voor adequate compensatie onderschrijven we, maar de vraag is of dat wel haalbaar is, omdat de kosten kunnen oplopen tot € 55-60 miljard[3]. Hierover schreven wij eerder in ons Themabericht afschaffing doorsneesystematiek.

Pensioenopbouw zzp’ers

Een opvallend onderdeel van het conceptakkoord is de pensioenopbouw voor zzp’ers. De vermogensopbouw van zzp’ers varieert meer dan die van werknemers (zie deze Special). Volgens de voorgestelde maatregelen kunnen zzp’ers zich aansluiten bij het fonds in de sector waarin zij als zelfstandige werken, of blijven opbouwen in een fonds waar zij eerder als werknemer bij waren aangesloten. Daarnaast oppert het conceptvoorstel de mogelijkheid om in ‘andere sectoren’ de pensioenopbouw te verplichten, al dan niet met een opt-out. Heel duidelijk is dit onderdeel van conceptakkoord niet. Wij vragen ons af hoe zzp’ers hier zelf over denken en hoe dit deel van het akkoord in de praktijk zal worden geïmplementeerd.

In het regeerakkoord stelt het kabinet wel dat het wenselijk is dat zzp’ers meer pensioen opbouwen maar het kabinet wil zzp’ers hier niet toe verplichten. Het regeerakkoord bevat wel maatregelen om op een andere, indirecte manier de pensioenopbouw van zzp’ers te verbeteren. Namelijk door zzp’ers met een laag inkomen die reguliere bedrijfsactiviteiten uitvoeren voortaan te zien als werknemers (zie ook het Economisch commentaar over het regeerakkoord). Hoe dan ook, overheidsbeleid heeft een grote invloed op de groei van het aantal zzp’ers (zie het Themabericht Zzp’ers na de crisis).

Wat nu?

Het gelekte conceptakkoord presenteert de maatregelen als integraal pakket. Dat kan volgens de opstellers verder worden uitgewerkt als SER-advies, of als basis dienen voor direct overleg met het kabinet. Het voorstel wordt gepresenteerd als ultimatum: ‘zonder een akkoord met het kabinet over het totale pakket, is er geen akkoord op onderdelen’. De eerste stap is dat de overige werknemers- en werkgeversorganisaties zich achter een conceptakkoord scharen. En vervolgens is de vraag wat de reactie van Wouter Koolmees zal worden. Hij heeft inmiddels aangegeven een SER-voorstel af te wachten.

De voorstellen zoals die nu zijn gelekt staan in ieder geval grotendeels haaks op de uitgangspunten aan het regeerakkoord. En daarnaast is het ook nog maar de vraag of de veranderingen in de praktijk wel uitvoerbaar zijn. De sociale partners stellen namelijk zeer strikte voorwaarden aan het afschaffen van de doorsneesystematiek. Als de doorsneesystematiek niet wordt afgeschaft en het nieuwe pensioencontract niet wordt omarmd dan zijn we terug bij af. Met als ‘bonus’ een flinke kostenpost vanwege de langzamere stijging van de AOW-leeftijd. Wij denken daarom dat het kabinet niet warm loopt voor de plannen in deze vorm.

Staat de minister machteloos, zoals de krantenkoppen suggereren? Verre van dat, want het kabinet bepaalt de fiscale kaders voor de pensioenopbouw. De minister kan die fiscale kaders inzetten als ‘breekijzer’, bijvoorbeeld door de aftoppingsgrens voor pensioenopbouw (momenteel een jaarloon van € 105.075) fors te verlagen. De CPB-doorrekening van de verkiezingsprogramma’s hield daar al rekening mee. Dat lost de problemen van de tekorten en dekkingsgraden niet op, maar geeft wel -bij de hogere inkomens tenminste- meer ruimte voor individuele beslissingen over vermogensopbouw en consumptie. Per saldo zal er in dat scenario ongetwijfeld minder worden gespaard voor pensioen. En dat is vermoedelijk niet de bedoeling van de sociale partners. Wij denken dat Wouter Koolmees zo’n zwaar middel wellicht niet zal willen inzetten, maar hij heeft wel degelijk opties.

Voetnoten

[1] Barbara Baarsma, directeur kennisontwikkeling Rabobank, is kroonlid van de SER, maar was niet betrokken bij het tot stand komen van dit artikel en deelt niet noodzakelijkerwijs de mening van de auteurs.

[2] In de praktijk is bij veel (CDC) uitkeringsovereenkomsten een vaste premie of premieplafond afgesproken.

[3] Het bedrag van € 60 miljard houdt ook rekening met de transitieproblematiek voor beschikbare premieregelingen.

Bronnen

Centraal Planbureau (2017), Keuzes in Kaart 2018-2021, februari.

Financieel Dagblad (2015), AOW-leeftijd definitief versneld omhoog, 2 juni.

Financieel Dagblad (2018), Koolmees en coalitiepartijen zwijgen over gelekt concept-pensioenakkoord, 31 mei.

Kabinetsformatie (2017), Regeerakkoord 'Vertrouwen in de toekomst', oktober.

RaboResearch (2017), Arbeidsmarkt: nieuw kabinet verkleint verschillen tussen vast en flex ... een beetje, oktober.

RaboResearch (2017b), Afschaffing doorsneesystematiek in pensioenregelingen: wat, waarom en hoe?, oktober.

RaboResearch (2017c), Hervorming pensioenstelsel: naar een persoonlijke pensioenrekening?, november.

RaboResearch (2018), Niet alleen zzp’ers, maar ook veel werknemers koersen af op pensioentekort, maart.

RaboResearch (2018b), Zzp’ers na de crisis, mei.

Telegraaf (2018), Tekst concept-akkoord pensioenen, 30 mei.

Telegraaf (2018b), Polder zet kabinet mes op de keel - Pensioenakkoord vakbonden en werkgevers gelekt, 30 mei.

Willemsen, M. en Kortleve, N. (2016), Eenmalige pensioenuitkering voorziet in behoefte, mei.

Delen:
Auteur(s)
Leontine Treur
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 21 67084
Bas van Zanden
Rabobank KEO

naar boven