RaboResearch - Economisch Onderzoek

Arbeidsinkomensquote en ongelijkheid

Economisch commentaar

Delen:

Verschijnt tevens op TweedeKamer.nl

  • De groei van het besteedbaar huishoudinkomen loopt al jaren achter op de economische groei
  • Meer van het nationaal inkomen is gegaan naar de overheid en bedrijven in plaats van huishoudens
  • Bedrijfswinsten zijn gestegen door de lagere arbeidsinkomensquote
  • Daarnaast sparen bedrijven meer, in plaats van winsten uitkeren aan huishoudens
  • Deze ontwikkelingen vergroten vermogensongelijkheid
  • Meer aandacht voor vermogensongelijkheid bij beleidsmakers is nodig
  • Het belastingsysteem zou arbeids- en kapitaalinkomen gelijker moeten behandelen

Huishoudens ontvangen een steeds kleiner deel van het nationale inkomen

Als een van de eerste partijen constateerde Rabobank in september 2016 dat de groei van het besteedbaar inkomen van huishoudens de afgelopen jaren achterloopt op de groei van het bruto binnenlandse product. Kortom, de opbrengst van de productie van de economie komt steeds minder terecht bij Nederlanders in de vorm van inkomen waar zij zelf direct over kunnen beslissen. Afgelopen februari publiceerde RaboResearch een vervolgstudie waaruit bleek dat deze achterstand al sinds de jaren tachtig toeneemt.

Gedeeltelijk komt dit doordat de overheid sinds die tijd een groter deel van het nationale inkomen opeist. Dat wordt natuurlijk ook gebruikt om diensten voor Nederlanders van te bekostigen, zoals zorg. De structureel stijgende zorgkosten hangen dan ook samen met de groeiende wig tussen het nationaal inkomen en het besteedbaar inkomen van huishoudens. Overheidsdiensten dragen in belangrijke mate bij aan de brede welvaart van Nederlanders. Het is een politieke keuze om dit zo te regelen, maar het zorgt er wel voor dat Nederlanders, in vergelijking met inwoners van andere landen, minder inkomen hebben dat ze naar eigen inzicht kunnen besteden. Op die manier kan de situatie ontstaan dat inwoners van Nederland gemiddeld rijk zijn maar het gevoel hebben dat niet te zijn.

Inkomen van bedrijven stijgt terwijl de arbeidsinkomensquote daalt

Net als de overheid ontvangen ook bedrijven sinds de jaren tachtig een steeds groter deel van het nationaal inkomen. Dat komt niet alleen door stijgende bedrijfswinsten, maar ook doordat bedrijven meer winst sparen in plaats van het uit te keren.

De toegenomen winsten van bedrijven hangen sterk samen met de dalende arbeidsinkomensquote (AIQ): arbeid in Nederland en in andere ontwikkelde landen krijgt een kleiner deel van de opbrengst van productie dan in de jaren zeventig. Dit komt door technologische verandering en mondialisering. Deze ontwikkelingen hebben niet alleen geleid tot een lagere AIQ, maar zorgen er ook voor dat mensen met vaardigheden complementair aan nieuwe technologie beter verdienen. In ontwikkelde landen heeft dat geleid tot hogere ongelijkheid van het arbeidsinkomen, vooral via de hogere lonen voor hoogopgeleide werknemers. In landen als Nederland wordt deze ongelijkheid grotendeels rechtgetrokken door fiscaal beleid, maar in landen die minder doen aan herverdeling, zoals de Verenigde Staten, zagen de arbeidsinkomensongelijkheid daardoor juist flink stijgen.

Een lagere AIQ en stijgende bedrijfswinsten hoeven niet per definitie te betekenen dat huishoudens een kleiner deel van het nationaal inkomen ontvangen. Immers, als die bedrijfswinsten waren uitgekeerd dan waren ze als kapitaalinkomen terechtgekomen bij huishoudens[1]. Maar bedrijven blijken deze winsten op te potten[2]. Toch kunnen huishoudens nog steeds indirect profiteren van de hogere winstgevendheid van bedrijven. Huishoudens zijn immers de eigenaren van bedrijven en dus blijven ze ook de eigenaar van diens winsten. Hoewel ze deze winsten niet terugzien als inkomen, zouden die wel moeten leiden tot een hogere waardering van hun bedrijven met als gevolg hogere huishoudvermogens[3]. Die vermogensstijging zal doorgaans slechts een indirect voordeel zijn omdat het vooral pensioenfondsen zijn die namens Nederlandse huishoudens beleggen in bedrijven.

Deze ontwikkelingen versterken vermogensongelijkheid

Zo bezien lijken de dalende AIQ en het groeiende aandeel van het nationale inkomen dat naar bedrijven gaat niet enorm bijzonder: inkomen wordt slechts omgezet in vermogensstijging. Maar dat zou te kort door de bocht zijn, omdat die nieuwe verdeling gevolgen heeft voor de vermogensongelijkheid. Daar zijn minstens drie redenen voor. Ten eerste is het vermogen van huishoudens veel geconcentreerder dan het inkomen van Nederlanders uit arbeid. Ten tweede verschillen de fiscale behandeling van arbeidsinkomen, bedrijfswinsten en vermogen aanzienlijk. Als laatste is de jaarlijkse bijsturing van het begrotingsbeleid in Nederland gericht op het managen van inkomensongelijkheid maar niet op vermogensongelijkheid.

Wat het eerste punt betreft: de dalende AIQ betekent dat huishoudens steeds beter worden beloond voor hun vermogen ten opzichte van hun arbeid. Als arbeid en vermogen hetzelfde verdeeld zouden zijn dan zou een dalende AIQ geen gevolgen hebben voor economische ongelijkheid. Maar vermogen is juist veel geconcentreerder. Dat geldt zowel in Nederland als in het buitenland, hoewel het omvangrijke Nederlandse pensioenstelsel wel zorgt voor een gelijkere verdeling van vermogens dan in andere landen. Toch werkt een dalende AIQ ongelijkheid in de hand, ook in Nederland

Het tweede punt is dat het belastingsysteem niet neutraal is wat betreft arbeids- versus kapitaalinkomen en ook niet wat betreft inkomen en vermogen. Arbeidsinkomen wordt belast bij huishoudens. Kapitaalinkomen wordt vooral belast op het niveau van bedrijven via de vennootschapsbelasting. Huishoudens zelf hebben in feite geen kapitaalinkomensbelasting, maar een vermogensbelasting die niet afhankelijk is van de werkelijk behaalde rendementen. Voor al deze belastingen gelden verschillende tarieven.

Het derde punt is dat het begrotingsproces in Nederland, meer dan in andere landen, stuurt op inkomensongelijkheid. Het is niet voor niets dat de ongelijkheid van besteedbaar inkomen in ander landen harder is toegenomen dan in ons land. Maar daarmee wordt slechts een deel van de economische ongelijkheid aangepakt. Een groter deel van het nationale inkomen komt tegenwoordig terecht bij bedrijven en daarmee is vermogensaanwas impliciet een stuk belangrijker geworden voor huishoudens. De focus bij beleidsmakers blijft echter op inkomensongelijkheid.

Drie beleidsimplicaties

Omdat de dalende AIQ het gevolg lijkt te zijn van technologische veranderingen en niet alleen voor Nederland geldt, is beleid gericht op het verhogen van de AIQ niet vanzelfsprekend. Wel zou het mogelijk moeten zijn om de gevolgen van economische ongelijkheid achteraf te verzachten, zoals gedaan wordt met arbeidsinkomensongelijkheid. Daarbij zouden in elk geval drie dingen helpen. Allereerst een gelijke fiscale behandeling van arbeid- en kapitaalinkomen. Daardoor zal de belasting op arbeidsinkomen lager worden, wat ook helpt om de wig te verkleinen tussen het bbp per inwoner en wat Nederlanders daadwerkelijk vrij te besteden hebben: Daarnaast is het hebben van een beter inzicht in de vermogenspositie van huishoudens onontbeerlijk[4]. Als laatste is het belangrijk dat er onder beleidsmakers meer aandacht komt voor vermogensongelijkheid.

Voetnoten

[1] Een deel zou dan ook terechtgekomen bij overheden met aandelenbezit in bedrijven, bijvoorbeeld via staatsfondsen zoals die van Noorwegen die eigenaar is van 2,4 procent van de aandelen van Europese bedrijven.

[2] Een gevolg hiervan is dat het spaaroverschot van Nederland vooral komt door bedrijfsbesparingen.

[3] Dat zijn overigens niet alleen Nederlandse huishoudens. Het buitenland heeft grote deelnemingen in Nederlandse bedrijven (hoewel Nederlandse bedrijven nog grotere deelnemingen hebben in het buitenland).

[4] Recent onderzoek van het CPB hierover is een belangrijke stap in deze richting.

Relevante publicaties RaboResearch

In een flatscreentelevisie kun je niet wonen
Barbara Baarsma, Martijn Badir, Daniël van Schoot – 16 februari 2018

Waarom het besteedbaar huishoudinkomen nauwelijks groeit ondanks sterke technologische verbeteringen
Martijn Badir - 13 februari 2018

Besteedbaar inkomen van huishoudens staat al bijna veertig jaar vrijwel stil
Martijn Badir - 5 februari 2018

De stijgende zorguitgaven in perspectief
Barbara Baarsma, Georges de Boeck – 24 november 2017

Brede welvaartsindicator in Nederland: nationaal en regionaal
Martijn Badir, Sjoerd Hardeman, Bas van Bavel (UU), Auke Rijpma (UU) – 27 oktober 2017

Hervorming van belastingen op kapitaal maakt Nederlandse economie sterker
Martijn Badir - 9 oktober 2017

Achtergrondstudie optimale vormgeving belastingen op kapitaal
Martijn Badir, Jesse Groenewegen - 9 oktober 2017

Nederland en Duitsland – van loonmatiging naar investeren in de toekomst
Menno Middeldorp – 6 oktober 2018

Nederlandse lonen raken verder achter op productiviteit
Martijn Badir, Lisette van de Hei, Daniël van Schoot – 6 oktober 2017

Sparen is een deugd, maar niet als iedereen het doet
Jesse Groenewegen, Daniël van Schoot – 7 september 2017

Nederland en Duitsland sparen veel, maar waarom eigenlijk?
Jesse Groenewegen, Daniël van Schoot – 7 september 2017

De Nederlandse gevolgen van Amerikaanse toestanden
Menno Middeldorp – 6 juli 2017

Hoe kunnen we zorgen voor meer inkomen deze eeuw?
Martijn Badir, Lisette van de Hei, Hans Stegeman – 16 september 2016

Arbeidsmarkteffecten van ICT-investeringen en robotkapitaal
Hugo Erken, Theo Smid – 30 maart 2016

Veranderende arbeidsmarkt zet druk op inkomensongelijkheid
Theo Smid – 11 augustus 2015

Ongelijkheid in Nederland
Martijn Badir – 7 juli 2015

Delen:

naar boven